14 jaar na de Syrische opstand balanceert Syrië tussen inclusie en machtsgreep

Analyse

Van onze journalist in Syrië

14 jaar na de Syrische opstand balanceert Syrië tussen inclusie en machtsgreep

Dit weekend vierde Syrië de veertiende verjaardag van de opstand van 2011. MO*journalist Pieter Stockmans is ter plaatse om te kijken wat er overblijft van die opstand. De recente val van het Assad-regime was niet het eindpunt maar slechts een tussenfase, stelt hij vast. Syrië wordt nog altijd verscheurd.

Op zaterdag 15 maart 2025 vierden alle aanwezigen op het grote feest in Damascus dezelfde gebeurtenis: de val van het brutale Assad-regime drie maanden geleden. Maar die gebeurtenis heeft niet voor alle Syriërs dezelfde betekenis.

En die dubbelzinnigheid viel op tijdens het feest.

Boven het plein cirkelden helikopters die deze keer geen bommen dropten, maar bloemen en papiertjes met boodschappen over een inclusief Syrië naar beneden lieten dwarrelen.

’s Avonds kwamen dan weer honderden strijders van de Syrian Salvation Government aan op het plein, het bestuur dat Ahmad al-Sharaa’s jihadistische beweging Hayat Tahrir al-Sham vijf jaar handhaafde in Idlib. De strijders maakten een cirkel rond het podium, uiteraard voor de veiligheid, maar er weerklonken ook agressieve, jihadistische strijdliederen uit luidsprekers.

Zodra meer mensen toestroomden, werden alleen nog maar liedjes van de opstand in 2011 gezongen en werd het feest een weerspiegeling van het diverse Syrië.

Een helikopter van het nieuwe Syrische leger dropt bloemen en papiertjes met boodschappen over Damascus.

De veiligheidstroepen van de nieuwe regering gingen groep per groep bidden voor het podium in Damascus.

In de jaren na 2011 bombardeerden Assad en Rusland hele stadswijken plat, deden ze miljoenen mensen op de vlucht slaan en maakten ze honderdduizenden doden. Nu zongen de mensen diezelfde liedjes op het grote plein in Damascus waar het allemaal begon. De symboliek daarvan kan niet onderschat worden. We zagen mensen huilen van blijdschap.

‘Ik stond hier bij de eerste betoging in 2011, waarna ik 46 dagen in de gevangenis mishandeld werd en vluchtte naar België’, zegt de Syrisch-Belgische onderzoeker Yahia Hakoum, die sinds een maand terug in Syrië is. ‘Nu stond ik er weer en wandelde ik daarna gewoon rustig door de stad.’

Syriërs van verschillende achtergronden vieren samen de veertiende verjaardag van de revolutie van 2011.

Syriërs van verschillende achtergronden vieren samen de veertiende verjaardag van de revolutie van 2011.

Geweld tegen burgers

Maar in de aanloop naar het feest stond Syrië even aan de rand van de afgrond. Leden van de oude veiligheidsdiensten van het Assad-regime hadden zich teruggetrokken in de dorpen waar veel Alawieten wonen, een minderheidsgroep binnen de islam waartoe ook Assad behoort. Ze verenigden zich in milities, aangestuurd vanuit Iran, en coördineerden op verschillende plaatsen tegelijkertijd aanvallen op posities van het nieuwe Syrische leger in de kustregio.

‘Ze executeerden ze burgers’, zegt Hakoum. ‘Maar dan trok een colonne van SUV’s van wel 150 kilometer lang, volgestouwd met gewapende anti-Assad militanten, richting kust. Toen zij aankwamen, begonnen ook zij willekeurig burgers neer te schieten, vooral Alawieten. Sommigen handelen vanuit een bloed-en-eermentaliteit.’ Een Syrische mensenrechtenorganisatie spreekt van ‘meer dan 1000 doden op een paar dagen tijd’.

Voor deze opflakkering van geweld was de geloofwaardigheid van de nieuwe interimpresident Ahmad al-Sharaa sterk gestegen bij Syriërs en de internationale gemeenschap. Al-Sharaa was er schijnbaar in geslaagd de honderden gewapende groepen te controleren en onder één bevel te brengen. Maar op 6 maart kon hij niet verhinderen dat gewapende groepen buiten het nieuwe Syrische leger opereerden.

Bijna overal zijn de ooit massaal aanwezige portretten van de verdreven president Bashar al-Assad uit het straatbeeld van Damascus verdwenen. Bijna overal…

Op zondag 9 maart verscheen hij eindelijk met een langverwachte toespraak. Daarin zei hij dat een commissie de gebeurtenissen van 6 maart zou onderzoeken, en beloofde hij dat de verantwoordelijken voor geweld tegen burgers gestraft zouden worden. De volgende dagen werden een paar arrestaties uitgevoerd tegen gewelddadige extremisten ‘in eigen rangen’. De onderzoekscommissie krijgt een maand om haar rapport aan de president te presenteren.

Er staat veel op het spel. De voorwaarde voor de opheffing van de sancties van de EU tegen Syrië was dat de nieuwe regering de stabiliteit zou verzekeren, met respect voor de mensenrechten van alle Syriërs.

Daarnaast werden diplomatieke banden met EU-leiders aangehaald, en gisteren zegde de EU samen met Syrië's buurlanden 6 miljard dollar steun toe tijdens de negende ‘Brussels Conference on Supporting the future of Syria and the region’. Al-Sharaa kan het zich niet veroorloven om dit alles te verliezen.

De sancties behoren tot de grootste obstakels voor dringende investeringen, de heropbouw van platgebombardeerde woonwijken en de heropleving van de vernielde Syrische economie. De prijzen zijn zo sterk gestegen en de waarde van het geld zo sterk gedaald, dat gewone gezinnen niet meer weten hoe te overleven. Daarom moet al-Sharaa er alles aan doen om de rust in het hele land te doen weerkeren.

Rusland en Iran

Ook Rusland heeft belang bij stabiliteit. Het Kremlin, dat Assad jarenlang in het zadel hield, nam begin december 2024 de beslissing om Assad niet langer te steunen. Nu lopen onderhandelingen met de regering van al-Sharaa over de Russische militaire basissen in de kustregio. De kans bestaat dat die er gewoon zullen blijven. Dat wil Rusland niet op het spel zetten.

Iran daarentegen, was de grootste verliezer van de val van Assad-regime, en blijft een vijand van het nieuwe Syrië. Een van de commandanten die de opstand in de kustregio leidde, vocht lang voor een militie die samenwerkte met het Iraanse regime.

Mofeed Korbaj, woordvoerder en onderhandelaar voor de Druzengemeenschap in Jaramanah. Deze superdiverse wijk van Damascus staat niet onder controle van de nieuwe regering. Druzen bemannen er gewapende controleposten.

Israël

Ook Israël is een vijand. Het wil voorkomen dat er een sterke islamistische alliantie ontstaat tussen Syrië en Turkije. Israël doet dat door zich op te werpen als ‘beschermer’ van religieuze en etnische bevolkingsgroepen, zoals de druzen in het zuiden en de Koerden in het noorden.

We verblijven momenteel in Jaramanah, een grote wijk in Damascus waar veel druzen wonen. Druzenleiders richtten hier een eigen militie op die controleposten rond de wijk installeerde. Op vrijdag 28 februari ontstond een vuurgevecht, waarbij na een uur drie gewonden en één dode vielen, een soldaat van de nieuwe interimregering.

‘Het werd even heel warm, maar het was een lokaal incident’, zegt Mofeed Korbaj, die voor de druzengemeenschap in Jaramanah met de regering onderhandelde over een de-escalatie. ‘De agenten van het politiebureau die gevlucht waren tijdens het vuurgevecht, waren een dag later alweer op post. Maar het eerste kleine conflict was genoeg voor de Israëlische premier Netanyahu om te zeggen dat de druzen in Syrië in gevaar zijn. Een regelrechte leugen.’

Netanyahu gaf het Israëlische leger de opdracht ‘om paraat te staan om de druzen in Jaramanah te beschermen’, en er volgden luchtaanvallen op zogenaamde legerdoelwitten in het zuiden van Syrië. ‘Maar wat denkt hij eigenlijk?’, roept Korbaj verontwaardigd uit. ‘Hij heeft niks met ons te maken. Wij zijn Syriërs en zullen nooit aanvaarden dat Israël zich bemoeit met onze problemen.’

Sjeik Dr. Abu Ahed Haitham Katebeh, de hoogste religieuze leider van de druzen van Jaramanah, wees in een gesprek met MO* ook naar Israël als een van de landen ‘die Syrië langs alle kanten willen opdelen’.

Ali Abu Shakra, zoon van een andere sjeik, was iets positiever. ‘Israël gaf de druzen van Syrië toestemming om in Israël te werken. We zullen de Syrische druzen van de Golanhoogten kunnen zien, onze vrienden en families. Bovendien heeft Israël een sterk leger. Zolang er extremisten in de Syrische regering zitten, kan het geen kwaad om dat achter de hand te houden. Maar als we hier vrij zijn, hebben we Israël natuurlijk niet nodig.’

Ali Abu Shakra is voorzichtig positief over de zogenaamde ‘steun’ van Israël aan de Syrische Druzen.

Turkije

Op donderdag 27 februari riep de leider van de Koerdische militie PKK, Abdullah Öcalan, vanuit de gevangenis in Turkije zijn beweging op om de wapens neer te leggen. Het nieuws sloeg in als een bom. Het betekent het voorlopige einde van een decennialang aanslepend gewapend conflict.

Mazloum Abdi, de leider van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), ideologisch en organisatorisch verbonden met de PKK, reageerde dubbelzinnig. Hij herhaalde zijn respect voor het leiderschap van Öcalan, maar zei ook dat de Syrische situatie anders is dan die in Turkije. De SDF beschermen een Koerdisch zelfbestuur in Noordoost-Syrië, het grootste gebied dat de PKK ooit mee bestuurd heeft. Dat wil Abdi niet verliezen. Een kleine week later zei hij dat hij de steun van Israël zou verwelkomen.

Intussen gonsde het in Syrië van de geruchten dat de SDF ‘een probleem is dat moet aangepakt worden’, en dat er een militaire operatie tegen hen op til is. Na de pro-Assad-opstand aan de kust en de daaropvolgende wraakacties tegen de alawieten, zou dat een ramp zijn.

De onderhandelingen tussen de SDF en de regering van al-Sharaa in Damascus zaten lang in het slop. Om tijdens die gesprekken een hefboom te hebben, sloten de Koerden allianties af. Naast zijn toenadering tot Israël had Abdi op 16 januari immers ook al zijn Koerdische rivaal Massoud Barzani uit Iraaks Koerdistan ontvangen. Dat zij zich verenigd en verzoend hadden, versterkte Abdi’s onderhandelingspositie met al-Sharaa.

Historisch akkoord over de eenheid van Syrië

Tot op maandag 10 maart al-Sharaa en Mazloum Abdi plots een principeakkoord ondertekenden. De verdeling van het Syrische grondgebied tussen Noordoost-Syrië (SDF) en de rest van het land zou worden opgeheven, de Koerdische strijdkrachten zouden worden geïntegreerd in het Syrische leger, en de staat van oorlog zou eindigen.

Het is om twee redenen goed voor Turkije dat de Koerdische strijdkrachten van de SDF in het reguliere Syrische leger worden opgenomen. Ten eerste: een versterkt en inclusief Syrisch leger betekent een sterker Syrië. Israël verliest dus zijn greep op de Koerden, en Turkije wint een diplomatieke veldslag. Ten tweede: Koerdische strijdkrachten die in het Syrische leger worden opgenomen, zullen het land ook verdedigen. Toch bleef Turkije, dat het akkoord mee ondersteunde, ook erna posities van de SDF bombarderen.

Het akkoord omvat uiteraard een aantal tegemoetkomingen aan de SDF. Koerden worden erin beschouwd als ‘inheemse Syrische gemeenschap’. Dat betekent dat hun taal en cultuur als Syrisch worden erkend. Daarnaast bepaalt het akkoord dat ‘alle Syriërs, ongeacht etnische of religieuze achtergrond, mogen deelnemen aan de Syrische politiek gebaseerd op hun competenties’.

De politieke leiders van de autonome administratie van Noordoost-Syrië kunnen posities krijgen binnen de Syrische staatsstructuren. Zo kunnen ze opkomen voor de culturele en economische belangen van de Koerden in het noorden, zoals de olie- en gasvelden en de grensovergangen.

Deze overeenkomst is niet alleen historisch voor de Koerden. ‘Voor mij is dit belangrijker dan de val van Assad. Het legt de basis voor een vreedzaam samenleven van verschillende groepen Syriërs’, vat Abdelkader het samen, een taxichauffeur uit Damascus. De militair sterke Koerden zullen bovendien zorgen voor een machtsevenwicht dat de autoritaire ambities van al-Sharaa kan intomen.

De beelden van de twee leiders die hun handtekening onder het akkoord zetten en elkaar de hand schudden, gingen viraal op sociale media. In de Syrische steden weerklonken knallen. Niet uit geweerlopen deze keer, maar van het vuurwerk en het feestgedruis. Zelfs in Tartous, een paar dagen eerder nog het toneel van gruwelijk geweld, werd gevierd.

Het lijkt erop dat de dreiging van het geweld, dat heel het land in chaos zou storten, de vijanden ertoe bracht om samen de stabiliteit en de eenheid van het land voorrang te geven.

Jobar, een wijk van Damascus, is tijdens de opstand volledig platgebombardeerd door het leger van Assad en Rusland. Een lokaal zelfbestuur organiseerde er tussen het puin een vastenmaaltijd om moeders van gesneuvelde strijders te eren. | Video: © Emiel Petrovitch

Sluipende autoritaire machtsgreep?

Maar amper vier dagen later, op vrijdag 14 maart, kwam er opnieuw een onrustwekkend bericht. President al-Sharaa zou 'beslist hebben dat de president van Syrië altijd een moslim moet zijn'. Dat zou regelrecht ingaan tegen het principe dat politieke posities worden toegekend op basis van competentie en niet op basis van etnische of religieuze achtergrond. De regering van het Koerdische zelfbestuur in Noordoost-Syrië liet al weten niet akkoord te gaan.

We spraken zowel druzen als Koerden die opnieuw vrezen dat al-Sharaa de soennitische meerderheid voortrekt. Arabisch-soennitische woongebieden hebben zwaar geleden onder de brutale bombardementen van Assad en Rusland. Nu is het hun beurt, en hebben zij de macht, gaat de redenering.

In Jobar, een platgebombardeerde wijk van Damascus waar ooit 400.000 mensen woonden, organiseerde een lokale organisatie een vastenmaaltijd tussen het apocalyptische puin op een paar kilometer van het centrum. Moeders van gesneuvelde anti-Assad-rebellen werden er geëerd. Ze keerden voor het eerst terug naar wat overbleef van hun huizen. Dat was zo goed als niks. ‘Sinds de val van Assad is het leven van mijn gesneuvelde zoon eindelijk iets waard’, zei een van de moeders.

Maar Yahia Hakoum tempert de gemoederen over al-Sharaa’s beslissing. ‘Al-Sharaa heeft een tijdelijke grondwet ondertekend. Het was gewoon een herinvoering van de grondwet uit de jaren ’50, waarin die bepaling over de president als moslim staat.'

'Belangrijker is dat er een overgangsperiode van vijf jaar zonder verkiezingen begint. We wachten nog op een nieuwe inclusieve grondwetgevende vergadering die een nieuwe grondwet aan de bevolking moet voorleggen. Syriërs zouden beter druk blijven zetten op de regering, in plaats van fatalistisch en bang te worden.’

Druk zetten is nodig. Op dit moment bestaat de overgangsregering volledig uit islamistische ministers die voor Hayat Tahrir al-Sham Idlib bestuurden. Van een inclusief bestuur, waarin alle Syrische gemeenschappen vertegenwoordigd zijn, is geen sprake . ‘Als de nieuwe regering inclusief is, zal dat een beslissende stap voorwaarts zijn. Anders kan het snel fout gaan’, zegt Mofeed Korbaj van de druzengemeenschap.

Jobar, een wijk van Damascus, is tijdens de opstand volledig platgebombardeerd door het leger van Assad en Rusland. Een lokaal zelfbestuur organiseerde er tussen het puin een vastenmaaltijd om moeders van gesneuvelde strijders te eren.

Verenigde Staten

De overeenkomst tussen al-Sharaa en de SDF van Abdi werd bemiddeld door de Verenigde Staten, die veel belang hebben bij het succes ervan. De Amerikanen hebben in Noordoost-Syrië immers een militaire basis, en de SDF houden er duizenden ISIS-strijders vast na een samenwerking met de internationale anti-ISIS-coalitie onder leiding van het Amerikaanse leger.

Als de centrale regering van al-Sharaa en de SDF samenwerken om ISIS in te dammen, kunnen de VS zich in veilige omstandigheden terugtrekken. Dat is een prioriteit voor de Amerikaanse president Trump. Over de rest van Syrië hoor je de Amerikaanse regering weinig spreken. Het zou kunnen dat Iran van dit Amerikaans vacuüm heeft willen profiteren door de aanvallen van de Assadaanhangers te steunen.

De voorbije maanden ging het land van shock, naar euforie, terug naar twijfel over een sluipende autoritaire machtsgreep. Er heerst bovendien angst voor de keuze van de Syrische buurlanden en de grootmachten. Zullen zij hun belangen nastreven door onderhandelingen, of met geweld en verdeel-en-heerstactieken? Want die keuze bepaalt of Syrië voor- of achteruit gaat. Ondertussen kreunen Syriërs onder een ongeziene economische crisis. De toekomst van het land is hoogst onzeker.

De komende weken reist MO* reporter Pieter Stockmans door heel Syrië, op zoek naar vormen van lokaal bestuur die voor de nodige heropbouw kunnen zorgen, die dichter bij de bevolking staan, en die een evenwicht vormen met de nieuwe centrale regering in Damascus.

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in