Hoe Frankrijk het gras onder de voeten van oud-kolonie Nieuw-Caledonië blijft wegmaaien

Analyse

Nikkelreserves houden Franse banden met overzees gebied sterk

Hoe Frankrijk het gras onder de voeten van oud-kolonie Nieuw-Caledonië blijft wegmaaien

Protest tegen Frans minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin, in november 2023.
Protest tegen Frans minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin, in november 2023.

Jane Frippiat

28 maart 202517 min leestijd

De Franse regering moet voor 31 maart een akkoord vinden over het statuut van haar oud-kolonie Nieuw-Caledonië, nu overzees gebied. Een politieke discussie die méér is dan ze op het eerste gezicht lijkt. Want naast de belangen van lokale Fransgezinden en de inheemse Kanak zijn er ook grondstoffen en de vraag om onafhankelijkheid in het spel. ‘Macron heeft sinds 2021 echt een puinhoop gemaakt van Nieuw-Caledonië.’

In 1970 zei Roger Laroque, de toenmalige burgemeester van hoofdstad Nouméa, dat Nieuw-Caledonië ‘wit moest worden gemaakt’. Twee jaar later nam de Franse eerste minister Pierre Messmer die woorden over, in een minder directe variant weliswaar. Ze moedigden op die manier migratie uit Frankrijk naar Nieuw-Caledonië aan, om de onafhankelijkheidswens van de Kanak, een inheemse bevolkingsgroep, tegen te houden.

Volgens Iabe Lapacas is die uitspraak vandaag nog steeds relevant. Als secretaris van de Mouvement Kanak en France (MKF) zet hij zich vanuit Frankrijk in voor de onafhankelijkheidsstrijd van de Kanak. Vorig jaar in mei bereikte deze strijd een hoogtepunt, toen de Kanak in opstand kwamen tegen een wet die dreigde om van hen een minderheid te maken in hun eigen parlement, het Congres.

In 1853 werd Nieuw-Caledonië een Franse kolonie. In 1946 veranderde Frankrijk het statuut naar overzees gebied, zodat het zijn aanwezigheid in het zuidwesten van de Stille Oceaan en de toegang tot rijke nikkelreserves kon behouden. 

Vandaag telt de eilandengroep 270.000 inwoners. De grootste bevolkingsgroep zijn met 39,1% de inheemse Kanak, waarvan de voorouders zich al drieduizend jaar geleden op deze eilanden vestigden. De Europeanen, die voornamelijk afstammen van Franse kolonisten en de migratiegolven nadien, maken vandaag nog 27,1% van de bevolking uit. Daarnaast wonen er in mindere mate bevolkingsgroepen van andere eilandengroepen in de regio, waaronder inwoners van Wallis en Futuna (9%), Tahiti en Indonesië.

‘Praten over democratie in een kolonie die bezig is zichzelf te dekoloniseren, getuigt van een gebrek aan historisch inzicht in wat er werkelijk op het spel staat.’
Iabe Lapacas

Omstreden wetsvoorstel

Nieuw-Caledonië is bestuurlijk onderverdeeld in drie provincies: de Province Nord, de Province Sud (met hoofdstad Nouméa) en de Province des Îles Loyauté. De verkiezingen voor deze provincies zijn belangrijk omdat een deel van de verkozen politici in het Congres belandt, dat dan weer de Nieuw-Caledonische regering verkiest. De volgende provinciale verkiezingen zijn voor 30 november 2025 gepland.

Niet alle Nieuw-Caledoniërs mogen bij deze provinciale verkiezingen stemmen. Volgens een belangrijk dekolonistieakkoord dat in 1998 werd afgesloten, zijn enkel de inwoners die toen op de kieslijst stonden, stemgerechtigd. Vandaag stemmen daardoor enkel inwoners die vóór 1998 in Nieuw-Caledonië op de kieslijst stonden én die er sindsdien minstens tien jaar wonen. Wie bijvoorbeeld in 1992 van Frankrijk naar Nieuw-Caledonië verhuisde en er in 2002 nog steeds woonde, mag stemmen. Wie in 1999 (of later) toekwam en er in 2009 (of later) nog woonde, mag dit niet.

De bedoeling van het dekolonisatieakkoord was om te vermijden dat de stem van de inheemse gemeenschappen niet gemarginaliseerd raakte ten voordele van de Europese bevolkingsgroepen, omdat steeds meer Fransen zich in Nieuw-Caledonië vestigden.

Maar de loyalisten, de bewoners die pleiten voor het behoud van Nieuw-Caledonië binnen de Franse Republiek, vinden het blijvende gebruik van de kieslijst van 1998 ondemocratisch voor inwoners die er vandaag wonen, werken en belastingen betalen maar die niet in de provinciale verkiezingen kunnen stemmen. 

De Franse overheid had oren naar de bezwaren van de loyalisten: in januari 2024 diende de toenmalige Franse minister van Binnenlandse Zaken en van Overzeese Gebieden Gérald Darmanin een wetsvoorstel in dat het stemrecht zou uitbreiden naar álle Fransen die al tien jaar op de eilandengroep wonen.

De Franse parlementaire commissie die het wetsvoorstel voorbereidde, stipuleerde in haar voorbereidende rapport dat vandaag 42.595 inwoners (23,9% van de bevolking in Nieuw-Caledonië) niet zou kunnen stemmen. Dat cijfer is gebaseerd op schattingen door het Hoog-commissariaat, de Franse vertegenwoordiging in Nieuw-Caledonië, op basis van schattingen uit 2023, met daarbij opgeteld 16.886 personen die minder dan tien jaar op de eilandengroep wonen. Nieuw-Caledonië-expert en antropoloog Benoît Trépied nuanceert dat cijfer meteen in een gesprek met MO*: volgens hem is het gedateerd en ligt het aantal uitgesloten stemgerechtigden lager.  

De Kanak zijn tegen het wetsvoorstel. ‘Het is niet dat we nieuwkomers niet willen betrekken bij het bestuur,’ verduidelijkt Kanak-vertegenwoordiger Iabe Lapacas. ‘Maar praten over democratie in een kolonie die bezig is zichzelf te dekoloniseren, dat getuigt van een gebrek aan historisch inzicht in wat er werkelijk op het spel staat. Democratie en het openstellen van het electoraat zijn altijd argumenten geweest van de Franse regering om de inheemse stem op enkele generaties tijd te marginaliseren.’ Want: als de grens van 1998 wordt geschrapt, lopen de Kanak het gevaar een politieke minderheid te worden tegenover de loyalisten.

Trépied treedt Lapacas bij. Veel Fransen, vertelt hij, emigreerden in de jaren 2000 naar Nieuw-Caledonië, aangetrokken door de bloeiende economie. Ze deden dat ‘zonder zich te realiseren dat ze zo een logica in stand hielden die al sinds de 19de eeuw de kern vormt van de verdeeldheid in Nieuw-Caledonië: de Fransen die arriveren en die na een tijdje denken dat ze er thuis zijn.’

Trépied werkt bij het Franse onderzoeksinstituut Centre National de Recherche Scientifique (CNRS) en deed recent onderzoek voor zijn boek Décoloniser la Kanaky-Nouvelle-Calédonie, dat vorige week verscheen in Frankrijk. ‘De bescherming van het Kanak stemrecht is het enige instrument dat nog bestaat om de Franse vestigingskolonie te stoppen.’ Hij verwijst daarmee naar een vorm van kolonialisme waarbij het doel is om de oorspronkelijke bevolking te vervangen.

Ontstellende onwetendheid 

De Kanak wijzen niet enkel de inhoud van de wet zelf af, maar ook de manier waarop deze werd doorgevoerd. Lapacas benadrukt dat de Franse regering voorafgaande waarschuwingen en vreedzame demonstraties heeft genegeerd.

Het Front de libération nationale kanak et socialiste (FLNKS), dat de Kanak belangen verdedigt, vroeg vóór de stemming expliciet om het wetsvoorstel in te trekken. Ze vroegen vooral ook dat deze gevoelige kwestie besproken zou worden door Caledoniërs, en niet enkel door Franse parlementsleden. Als zij betrokken zouden worden bij de discussie, waren sommige partijen binnen de FLNKS eventueel bereid om een compromis op te stellen, bijvoorbeeld om het stemrecht beperkt uit te breiden, naar mensen die na 1988 in Nieuw-Caledonië geboren werden. 

Maar de Franse parlementsleden hadden geen oren naar de roep om meer inspraak. De Senaat keurde het wetsvoorstel in april 2024 goed met 233 stemmen voor en 99 stemmen tegen, en de Assemblée nationale deed in mei vervolgens hetzelfde, met 351 stemmen voor en 153 tegen. Zo werd op bijna 17.000 kilometer van Nouméa beslist over de toekomst van Nieuw-Caledonië.

Trépied woonde de discussie in het Franse parlement bij en herinnert zich hoofdschuddend: ‘De onwetendheid van de Franse parlementsleden was ontstellend.’

De avond zelf nog, op 13 mei, kwamen de Kanak in opstand in Nieuw-Caledonië. Het goedgekeurde wetsvoorstel werd daardoor uiteindelijk toch - voorlopig - uitgesteld.

Groen goud

Frankrijk haalt zijn banden met Nieuw-Caledonië niet zomaar aan. Het Duitse onafhankelijke statistiekbureau Statista geeft aan dat Nieuw-Caledonië in 2025 over de vijfde grootste reserve van nikkel ter wereld beschikt. De extractie en productie van nikkel spelen een centrale rol in de Nieuw-Caledonische economie. Een op de vier jobs is aan nikkel gelinkt.

Nikkel draagt ook de naam “groen goud”, naar zijn kleur maar ook omdat het een zeldzaam aardmetaal is dat nodig is voor de transitie naar groenere energie. Toegang tot nikkel is van groot strategisch belang. Het wordt vandaag voornamelijk gebruikt om batterijen voor elektrische voertuigen te maken, en daarmee speelt Nieuw-Caledonië een belangrijke rol in de vergroening van de Franse economie.

Rusland is de belangrijkste leverancier van nikkel aan de Europese Unie. Cijfers van de Europese Commissie tonen aan dat in 2021 de helft van de nikkel voor de EU uit Rusland kwam. Door de oorlog in Oekraïne wil Europa inspanningen doen om deze afhankelijkheid te verminderen, en dat drijft Frankrijk om zijn aanvoer van nikkel elders te verzekeren.

Maar op dit moment staat de nikkelsector in Nieuw-Caledonië voor grote uitdagingen. Mijnbouwgigant Glencore draaide in februari 2024 nog de geldkraan van de Koniambo-mijn in het noorden van Nieuw-Caledonië dicht, omdat de productie niet meer rendabel was. Hoge energieprijzen en technische problemen maakten de productie niet meer rendabel. Koniambo is één van de drie sites in Nieuw-Caledonië die nikkel verwerken om vervolgens gebruikt te worden in industrie.

De prijs van nikkel is sterk gedaald door een overaanbod van nikkel uit Indonesië, waar milieu- en sociale regels niet worden gerespecteerd. In 2023 daalde in Nieuw-Caledonië de prijs van nikkel met 40%.

Door de uitdagingen waar de nikkelsector voor staat, zijn intussen heel wat jobs gesneuveld. Tussen maart en december 2024 zijn 11.600 werknemers hun job in de privésector kwijtgeraakt, zo berekende het statistiekbureau van Nieuw-Caledonië, het Institut de la statistique et des études économiques (ISEE). Die dalende werkzaamheidsgraad is daarnaast ook te wijten aan de opstand tegen het wetsvoorstel. Voornamelijk Kanak jongeren vernielden daarbij bedrijven, huizen, auto’s, overheidsgebouwen en scholen en verlamden zo ook indirect sectoren zoals toerisme of de gezondheidssector. 

Om de industrie te redden, legde de Franse minister Bruno Le Maire in 2023 een “nikkelpact” op tafel. Het zou daarbij gaan om jaarlijks 200 miljoen euro aan Franse en Caledonische subsidies, voornamelijk voor energie. In ruil hiervoor zou de export van ruwe nikkel naar Frankrijk heropend worden.

‘Dit is een terugkeer naar de ouderwetse imperiale, extractivistische logica, waarbij de ontwikkeling van nikkel niet langer in het belang van Nieuw-Caledonië is maar in dat van Frankrijk’, merkt Trépied op. De nikkel wordt immers niet ter plaatse maar in Frankrijk verwerkt, en de toegevoegde waarde van deze activiteit gaat dus niet naar de Caledonische economie. En zo blijft de eilandengroep afhankelijk van zijn voormalige kolonisator.

Maar voorlopig botst het pact nog op de verdeeldheid in het Caledonische Congres en is het nikkelpact nog niet in werking getreden.

De Koniambo-mijn in het noorden van Nieuw-Caledonië.

De Koniambo-nikkelmijn in het noorden van Nieuw-Caledonië enkele jaren geleden. Eigenaar Glencore draaide in februari de geldkraan dicht, omdat de productie niet meer rendabel was.

Politieke gevangenen in Frankrijk

De manier waarop de Franse regering de Caledonische crisis aanpakt, blijft vragen oproepen. Nadat het beruchte wetsvoorstel in mei 2024 was goedgekeurd en er massaal protest uitbrak, riep de Franse regering de noodtoestand uit. Ze stuurde militairen en politie naar de eilanden, stelde een avondklok in en blokkeerde TikTok, dat veel door de opstandelingen werd gebruikt.

De gebeurtenissen laten een pijnlijke herinnering en een dure rekening achter. In totaal kwamen 14 mensen om het leven en overschrijdt de materiële schade het duizelingwekkende bedrag van twee miljard euro.

Zeven Kanak leiders werden bovendien gearresteerd voor 'oproepen tot geweld' en 'vernietiging van eigendom' en vervolgens als politieke gevangenen naar Frankrijk gedeporteerd. Vijf van hen zijn dat nog steeds, benadrukt Lapacas. Onder hen is ook Christian Tein, oprichter van de Cellule de coordination des actions de terrain (CCAT), die het protest tegen het wetsvoorstel leidde. De gevangen Kanak leiders verwerpen de beschuldigingen tegen hen. De opstand oversteeg volgens hen volledig het protest dat zij hadden georganiseerd.

De Kanak betreuren de Franse aanpak, maar zijn niet verbaasd. ‘13 mei toonde het repressieve gezicht en een verderzetting van de koloniale praktijken door de Franse regering’, zegt Lapacas.

Volgens Trépied heeft Macron ‘al sinds 2021 een echte puinhoop gemaakt van Nieuw-Caledonië’. In het dekolonisatieakkoord van 1998 stond dat de Franse en Caledonische regeringen politieke bevoegdheden zouden delen. Na twintig jaar, in 2018 dus, zou de bevolking via geplande referenda kunnen aangeven of ze onafhankelijk wilde zijn of niet. De twee eerste referenda van 2018 en 2020, evolueerden met respectievelijk 56,7% en 53,2% tegenstemmen duidelijk naar een ja toe. Een kanteling voorbij de 50% was in het derde referendum dus zeker mogelijk.

Maar het derde geplande referendum over de mogelijke onafhankelijkheid vond in 2021 plaats, in volle covidpandemie. De Kanak hadden op dat moment grote verliezen geleden door covid-19. De instantie die de belangen van de Kanak in de Caledonische regering verdedigt, vroeg daarop om het referendum met een jaar uit te stellen, omdat de rouwgewoontes van de Kanak bepaalde activiteiten zoals campagne voeren verbieden. Maar de Franse staat weigerde en organiseerde het referendum toch.

Als reactie moedigden de Kanak partijen hun achterban aan om uit protest niet te gaan stemmen. Het resultaat: met een incomplete deelname van 43,9% van de Nieuw-Caledonische bevolking stemde 96,5% dit keer tegen onafhankelijkheid.

Macron claimde dat als een overwinning van een verenigd Frankrijk. Maar voor de Kanak onthulde de gang van zaken opnieuw het repressieve gezicht van de Franse regering. ‘In 1998 zei de staat dat het een gelijke afstand zou bewaren tussen de pro-onafhankelijke en loyalistische partijen tijdens het dekolonisatieproces’, herinnert Trépied aan het dekolonisatieakkoord. ‘Maar Macron en zijn regering hebben dit beleid vanaf 2021 volledig omgegooid door zich aan de kant van de loyalisten te scharen.’

‘De opstand van 13 mei is de uitdrukking van vooral Kanak- en Oceanische jongeren, die het zoveelste compromis afwijzen en de onafhankelijkheid nu willen die hen is beloofd'.
Benoît Trépied

Blijvende ongelijkheid 

De woede om het Franse beleid heeft diepere wortels dan enkel de gecontesteerde nieuwe kieswet. ‘Het is een opstand tegen levensomstandigheden en een sociale situatie die al catastrofaal waren voor 13 mei 2024’, zegt Lapacas.

Het dekolonisatieakkoord van 1998 bevatte economische en sociale maatregelen om de ongelijkheidskloof tussen de armere Province Nord en Province des Îles Loyauté, met een grotendeels Kanak-bevolking, en de rijkere Province Sud, met een grotendeels Europese gemeenschap, te dichten. De overheid investeerde bijvoorbeeld in transport, gezondheidszorg, onderwijs en in industrie om de nikkel ter plaatse te verwerken.

‘De ongelijkheid in de toegang tot onderwijs en werkgelegenheid is verminderd, maar is nog steeds extreem hoog’, vertelde Catherine Ris, professor economie en voorzitster van de Universiteit van Nieuw-Caledonië, in een interview met de Caledonische nieuwszender ITV NC kort na de protesten van mei 2024.

Volgens een rapport van het Franse Institut national de la statistique et des études économiques (INSEE), onderdeel van het Franse ministerie van Economie en Financiën, bezat in 2019 bijvoorbeeld de helft van de 25- tot 64-jarigen in de Frans-Europese gemeenschap een diploma hoger onderwijs. Bij de Kanak bevolking in dezelfde leeftijdscategorie was dat niet eens 10%.

‘De opstand van 13 mei was een uiting van woede van vooral Kanak en Oceanische jongeren, daar geboren in de tijd van het Akkoord van 1998, die het zoveelste compromis afwijzen en nu de onafhankelijkheid willen die hen is beloofd', zegt Trépied. ‘Maar de Kanak bevolking is voor de onafhankelijkheid gebleven, en de loyalisten ertegen. En sinds mei 2024 is elk kamp radicaler geworden.’

Belovende initiatieven 

Door de felle tegenstand in Nieuw-Caledonië werd het wetsvoorstel van mei 2024, dat goedgekeurd was in beide kamers van het Franse parlement, toch geannuleerd. 

Om het conflict op te lossen, brengt de Franse staat als bemiddelaar de vertegenwoordigers van de twee grootste bevolkingsgroepen bij elkaar. Aan de ene kant is er de Kanak pro-onafhankelijkheidsbeweging, geleid door de FLNKS. Aan de andere kant van de tafel zitten de anti-onafhankelijkheidsloyalisten.

Voor 31 maart moeten ze een globaal politiek akkoord sluiten over de toekomst van Nieuw-Caledonië, inclusief de kokende kwestie van de kieslijst bij de provinciale verkiezingen. Die deadline werd vastgelegd met het oog op de volgende provinciale verkiezingen, in november van dit jaar. Om die te kunnen organiseren, moet het akkoord nog tijdig omgezet kunnen worden in wetgeving.

Maar een akkoord vinden wordt niet makkelijk, gezien de opstand en het uitgestelde wetsvoorstel. Het moet de relatie tussen Nieuw-Caledonië en zijn voormalige kolonisator verduidelijken, en daarbij komt dan nog eens de Franse gretigheid om een rechtstreekse toevoer van nikkel veilig te stellen. Dat laatste botst natuurlijk met de belofte van de Franse overheid om een neutrale bemiddelaar in deze discussies te zijn.

Al is er wel hoop. Sinds eind december heeft Frankrijk een nieuwe regering en daarmee ook een nieuwe minister van Overzeese Gebieden, Manuel Valls. Volgens Trépied lijkt die, na maanden van blokkade, alvast veelbelovende initiatieven te nemen om de ‘ruïnes van Macron uit 2021’ weer op te bouwen. Valls was Frans premier van 2014 tot 2016, maar belangrijker is dat hij ook deel uitmaakte van de onderhandelingen die leidden tot de dekolonisatieakkoorden van 1988 en 1998.

Maar we mogen niet te vroeg juichen, verwittigt Trépied ook. ‘We staan vandaag op een kantelpunt: het kan nog alle kanten op.’

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in