Het gebrek aan pleeggezinnen heeft dramatische gevolgen
Hoe Hongarije kinderen weghaalt bij arme ouders

© Nelleke Broeze

© Nelleke Broeze
Lotte Debrauwer
10 februari 2025 • 13 min leestijd
Kinderen onterecht en jarenlang van hun ouders scheiden, of zelfs nooit naar huis laten terugkeren: dat is wat de Hongaarse kinderbescherming de voorbije jaren deed. De Vlaamse overheid gaat in Hongarije kijken of adoptie vanuit dat land nog wel mogelijk mag zijn.
‘Als ik geen hulp had gekregen, waren mijn kinderen nu niet meer bij mij.’ Barbara, een vrouw met krullen en een innemende glimlach, zit stralend van trots in een groezelige zetel. Naast haar zitten vier ondeugende kleine drommels, haar zonen. Die werden door de Hongaarse kinderbeschermingsdiensten één voor één weggehaald. De reden? Armoede in het gezin.
Burgerrechtenorganisatie TASZ (in het buitenland ook bekend als HCLU) helpt Barbara en andere ouders om onterechte beslissingen aan te vechten. Bij Barbara duurde dat jaren, en die verloren tijd krijgt ze nooit meer terug. Ze is het slachtoffer van een kinderbeschermingssysteem dat langs alle kanten rammelt.
‘Families in Hongarije moeten vooral hun eigen problemen oplossen, eerder dan steun en begeleiding zoeken bij de staat’, klinkt het bij de internationale kinderrechtenorganisatie ISS. Die maakte in 2022 in opdracht van de Vlaamse overheid een analyse van adoptie en kinderbescherming in Hongarije. Het doel? Op basis van deze informatie beslist het Vlaams Centrum voor Adoptie of adopties uit Hongarije in de toekomst toegelaten blijven.
Armoede of verwaarlozing?
De Hongaarse kinderbescherming lijdt onder een chronisch tekort aan middelen, daar is iedereen het over eens. Zo is er bijvoorbeeld heel weinig geld voor sociaal werkers om families te ondersteunen. Ze moeten daardoor méér gezinnen begeleiden dan het wettelijke maximum van 45. Het gevolg is dat kwetsbare gezinnen amper hulp krijgen om overeind te blijven, waardoor voor hun kinderen precaire situaties ontstaan.
Volgens het internationale Kinderrechtenverdrag en experts in kinderrechten moet de eerste respons in zo’n situatie zo veel mogelijk ondersteuning van het gezin zijn. Maar in Hongarije is de reactie van de autoriteiten vaak een uithuisplaatsing.
Niet zelden gaat het dan om Romagezinnen die in armoede leven. ‘Waarom denk je dat die kinderen niet naar school gaan of geen goede hygiëne vertonen? Uit armoede’, zegt Agnes Lux, kinderrechtenexperte aan de Eötvös Loránd Universiteit in Boedapest. ‘Maar in de rapporten van de sociale dienst staat dan ‘verwaarlozing’, omdat armoede geen officiële reden mag zijn om het kind weg te halen.’
‘Ouders gaan zelden in beroep tegen deze beslissingen. Niet omdat ze hun kinderen niet terug willen, maar omdat ze aanlopen tegen grote financiële en praktische drempels.’Ilona Boros, burgerrechtenorganisatie TASZ
Unicef deelt de bezorgdheid om deze kinderen. Het stelt dat het gebrek aan ouderlijke zorg in Romagemeen-schappen een gevolg is van de extreme armoede binnen die groep. En uithuisplaatsing botst met het kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties: armoede kan en mag daar geen reden voor zijn.
Weer naar huis
Dat gebeurt dus wél, merkte de Hongaarse burgerrechtenorganisatie TASZ voor het eerst op in 2016. Zij begonnen dat jaar met de Missing Memories-campagne (ontbrekende herinneringen). Aanleiding was de uithuisplaatsing van 35 jonge kinderen uit Romafamilies, en dat in een arm dorp met enkele honderden inwoners.
Tijdens die campagne won de organisatie een aantal rechtszaken om onterecht geplaatste kinderen weer naar huis te brengen. Zo is er het verhaal van Erszébet en Laszlo: hun kinderen werden in juni 2020 weggehaald omdat het huis waarin ze woonden als onveilig werd beschouwd. De burgemeester van hun woonplaats was tussengekomen om het huisvestingsprobleem op te lossen, maar dat mocht niet baten. De zes broers en zussen werden bij drie verschillende pleeggezinnen geplaatst. TASZ zorgde ervoor dat de kinderen na vier maanden weer konden terugkeren naar hun ouders.
Maar soms duurt het veel langer. De kroost van Barbara werd weggehaald uit een dorp met ontoereikende sociale dienstverlening. Het duurde meerdere jaren voor de kinderen terug naar huis konden. Na de scheiding kampten ze met bedplassen, spraakstoornissen en gedragsproblemen.
Ook bij Palma (toen 10 jaar) en haar moeder Krisztina duurde de scheiding twee jaar. De autoriteiten hadden het kind weggehaald op basis van de financiële problemen en beperkte intelligentie van haar moeder. Onterecht, oordeelde de rechtbank.
Die juridische hulp aan getroffen gezinnen was cruciaal, vertelt Ilona Boros van TASZ: ‘Ouders gaan zelden in beroep tegen deze beslissingen. Niet omdat ze hun kinderen niet terug willen, maar omdat ze aanlopen tegen grote financiële en praktische drempels.’
De onwettige scheidingen haalden in 2023 zelfs het Hongaarse Hooggerechtshof. Het European Roma Rights Centre (ERRC) procedeerde jarenlang tegen de Hongaarse overheid. Het klaagde daarbij aan dat het percentage Romakinderen in de kinderbescherming van de provincie Nograd erg hoog ligt. 20% van de bevolking behoort er tot de Romaminderheid, terwijl 80% van de kinderen in het systeem een Roma-achtergrond heeft.
‘Het Hooggerechtshof oordeelde in 2023 dat kinderen gediscrimineerd worden vanwege hun sociaal-economische status, maar dat etniciteit daar geen rol in speelt’, zegt Vivien Brassói van het ERRC. ‘Toch is de uitspraak een grote overwinning, want het zijn uitgerekend de Romagezinnen die in armoede leven.’ Na de uitsprak gaf het Hooggerechtshof de Hongaarse overheid een deadline om discriminatie binnen de kinderbeschermingsdiensten aan te pakken. Maar volgens het ERRC werd die genegeerd.

© Nelleke Broeze
Baby’s zonder opvang
Een succesvolle hereniging van ouder en kind is vrij zeldzaam en enorm arbeidsintensief, klinkt het bij TASZ. Ze brachten in totaal al 15 kinderen terug naar huis. De harde realiteit is dat de meeste kinderen die onterecht weggehaald worden, niet meer naar huis terugkeren.
Daarom besliste de onafhankelijke ngo drie jaar geleden om het roer om te gooien. Ze spannen zelf geen nieuwe rechtszaken meer aan, maar besteden die middelen aan het uitbouwen van een gratis rechtsbijstandsdienst. Ze willen daarmee meer en breder inzetten op preventie en ondersteuning van kwetsbare gezinnen, zodat die zelf hun rechten kennen, voor het te laat is.
Eind 2024 waren bij die dienst al 267 vragen en hulpverzoeken binnengekomen.
In totaal groeien in Hongarije een kleine 24.000 kinderen en jongeren op onder zorg van de staat in plaats van in hun eigen gezin. Bij voorkeur gaat het kind naar een gezinsomgeving, zoals bij familieleden of in de pleegzorg. Als dat niet kan, is verblijf in een voorziening mogelijk.
‘De ouders weten niet dat hun kind geadopteerd kan worden als ze niet komen opdagen op contactmomenten.’Ilona Boros, burgerrechtenorganisatie TASZ
De Hongaarse overheid voert deze taak niet alleen uit. Voor 2010 lag die jeugdopvang vooral in de handen van lokale overheden en ngo’s, maar vandaag zijn jeugdzorgorganisaties doorgaans gelinkt aan de Katholieke Kerk. Deze verandering werd doorgevoerd door de regering van Viktor Orbán. ‘De oplossing van de staat lijkt te zijn om de betrokkenheid van de Kerk te vergroten’, zegt Szilvia Gyurkó van de Hongaarse kinderrechtenorganisatie Hintalovon. ‘Dat laat zien dat ze haar taak, en het probleem, aan het outsourcen is.’ Ze verwijst daarmee onder meer naar het nijpende tekort aan pleegouders. De Hongaarse wetgeving zegt dat kinderen onder de twaalf jaar bij een pleeggezin moeten opgroeien, en niet in een voorziening. Volgens SOS Kinderdorpen Hongarije zijn er maar liefst 2000 extra pleegouders nodig om dat waar te maken.
Het gebrek aan pleeggezinnen heeft dramatische gevolgen. In maart 2024 bracht de Hongaarse nieuwssite Nepszava het nieuws dat er in een ziekenhuis in Borsod, in het noordoosten van het land, een dertigtal baby’s verblijft met een ‘onregelmatige wettelijke status’. Het gaat om kinderen die er niet meer ‘bij kunnen’ in de kinderbescherming en voor wie simpelweg geen opvangplek is. Ook burgerrechtenorganisatie TASZ vangt signalen op dat er in verschillende ziekenhuizen baby’s ‘wachten’ op een plek in een pleeggezin.
Dubbele standaard
Door de schaarste in pleegzorg komen heel wat kinderen toch in voorzieningen terecht. In 2022 waren dat er zo’n 7000, blijkt uit de ISS-analyse. Ze verblijven er gemiddeld vijf jaar, mede omdat er ‘geen capaciteit, middelen en toewijding zijn om de families te herenigen’.
Kinderen onder twaalf mogen volgens de wet niet in een voorziening opgroeien. Maar in die wet zit een dubbele standaard, zegt Ilona Boros van TASZ. Kinderen met een handicap, gedragsproblemen, psychiatrische problemen, een drugsproblematiek of slachtoffers van kinderhandel vallen buiten de regel. Voor hen moet geen pleeggezin gevonden worden, zij kunnen naar een voorziening. Boros vindt dit ‘schandalig’ en noemt het ‘geïnstitutionaliseerde discriminatie’. ‘De meeste kansarme kinderen uit diepe armoede vallen in deze categorie. Dit betekent concreet dat veel Romakinderen in kindertehuizen worden geplaatst, terwijl hun niet-Roma leeftijdsgenoten in pleeggezinnen verblijven.’
Contactbreuk
Kwetsbare kinderen binnen het stelsel van de kinderbescherming stromen vaak door naar adoptielijsten. Hoe komt dat? Ilona Boros van TASZ ziet keer op keer hetzelfde scenario. ‘Een adoptie is mogelijk als de ouder het kind afstaat. Dat gebeurt amper. Maar de kinderbescherming kan ook tot adoptie overgaan als de ouder een aantal contactmomenten met het kind mist.’ Opvallend: die vereiste contactbreuk voor adoptie was vroeger zes maanden, maar de regering-Orbán heeft deze in 2020 teruggebracht naar drie maanden.
Ouders moeten bovendien ook fysiek aanwezig zijn op contactmomenten, telefoontjes en brieven tellen niet mee. Door hun kwetsbare positie missen ouders vaak meermaals die afspraak, vervolgt Boros. ‘De instellingen waar de kinderen verblijven, zijn onmogelijk te bereiken met het openbaar vervoer vanuit de geïsoleerde gebieden waar de ouders wonen. Ze weten ook niet dat hun kind geadopteerd kan worden als ze niet komen opdagen.’
Dat heeft verregaande gevolgen: ‘Het is hartverscheurend wanneer ouders ons een adoptiebeslissing sturen waarvan de beroepstermijn verstreken is, omdat ze de brief niet begrepen. Het is door hun sociale situatie gewoon onmogelijk om te voldoen aan de onbuigzame voorwaarden van de overheid.’
Andere voorkeur
Kinderen die zo’n adoptiebeslissing krijgen, moeten eerst ter adoptie voorgesteld worden aan Hongaarse adoptieouders. Dat is zowat het belangrijkste principe bij adoptie. Eind 2023 waren er volgens cijfers van de Hongaarse overheid meer kandidaten dan kinderen geregistreerd: 2733 adoptieouders, tegenover 1998 kinderen. De lijst met kandidaten zou eigenlijk nog een stuk langer kunnen zijn, want sinds de invoering van nieuwe regelgeving in 2020 mogen enkel getrouwde koppels adopteren. Omdat het homohuwelijk in Hongarije verboden is, zien velen die regel als een maatregel die homorechten verder uitholt.
En er speelt nog iets anders. De voorkeur van de Hongaarse ouders matcht niet altijd met de kinderen op de lijst. ‘Romakinderen, oudere kinderen, kinderen met een beperking of chronische ziekte hebben minder kans op binnenlandse adoptie. Dat komt omdat de meerderheid van de adoptieouders in Hongarije nog steeds een gezonde, niet-Roma baby wil’, zegt Vivien Brassói van het ERRC. De minder gewenste profielen blijven over en worden vaak in het buitenland geadopteerd.
Zo vonden in 2023 166 Hongaarse kinderen een nieuwe thuis in een ander land, zo blijkt na een verzoek om informatie bij de Hongaarse overheid. De meesten gaan naar Italië en de Verenigde Staten. Als je kijkt naar het aantal adopties uit Hongarije per 100.000 inwoners, komt ons land op de vierde plaats. Hongarije is voor België trouwens een erg nieuwe adoptiepartner. De eerste adoptie in België uit Hongarije vond plaats in 2021. Sindsdien zijn er 15 Hongaarse kinderen naar Vlaanderen gekomen, en geen naar Wallonië, leren we uit cijfers van het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Oranje stempel
Of adopties uit Hongarije in België in de toekomst mogelijk blijven, is nog koffiedik kijken. Het Vlaams Centrum voor Adoptie besliste in november 2023, onder meer op basis van de analyse van ISS, om Hongarije een oranje stempel te geven. Dat betekent dat er een werkbezoek nodig is voor er een definitieve beslissing komt. Het bezoek stond gepland voor eind 2024, maar heeft nog altijd niet plaatsgevonden. De bedoeling is om ter plekke te praten met de Hongaarse partners ‘om een beter zicht te krijgen’ op discriminatie en de ondersteuning van gezinnen.
Maar in hoeverre staat een land als Hongarije open voor zo’n gesprek en voor verbetering? Volgens ngo’s ligt het probleem namelijk bij de onwil van de Hongaarse overheid om kwetsbare gezinnen te ondersteunen. ‘Het trieste is dat de situatie die leidt tot het weghalen van kinderen, niet opgelost kan worden door advocaten en rechters’, besluit Ilona Boros. ‘Daarvoor is echt sociaal beleid nodig. Helaas is er de laatste jaren niets veranderd, en het wordt alleen maar erger.’
MO* contacteerde de bevoegde Hongaarse ministeries meermaals voor een reactie, maar kreeg geen antwoord.
Deze analyse werd geschreven voor MO*154, het winternummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

Dit onderzoek kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek en werd uitgevoerd in samenwerking met het Nederlandse platform Investico, het TV-programma Zembla en de het Hongaarse platform Atlatszo.