Jonge vrijwilligers schenken kinderen van mensen zonder papieren zorgeloze momenten
‘Ik kan deze kinderen laten zien dat er niets mis is met wie wij zijn’
)
© Ima Posselt
)
© Ima Posselt
Ima Posselt
20 juni 2026 • 12 min leestijd
Er blijft in Brussel een gebrek aan opvang voor mensen zonder geldige verblijfspapieren, en daar zijn ook kinderen bij. Burgers en organisaties proberen het gat te vullen dat de overheid laat. MO* sprak met drie jonge activisten die zich inzetten voor kinderen zonder papieren in een Brussels kraakpand. ‘Ik kan niet zeggen dat dit de beste omgeving is voor een kind.’
Elke woensdag- en zaterdagnamiddag trekken Marie (21), Billie (23) en Annabel (28) naar een kraakpand in Brussel. Ze organiseren er activiteiten voor de allerjongste bewoners, de kinderen van mensen zonder papieren. Om het pand en zijn bewoners ongemoeid te laten, vragen ze om niet bij hun echte naam genoemd te worden in dit artikel. Vandaag gaan ze voetballen in het park met de kinderen, en MO* mag mee.
Het pand waar de kinderen verblijven lijkt een heel normaal huis, maar dan met talloze namen naast de deurbel geplakt. Binnen is de ruimte veel groter dan ik me had voorgesteld. Kamer na kamer staat vol met flessen water, fruit, buggy’s en speelgoed.
Geïmproviseerde muren moeten privévertrekken creëren. Overal hangen gordijnen. Veel ramen zijn afgeplakt, om voor wat privacy te zorgen. Dit pand is gekraakt door activisten, waaronder Marie en Annabel, specifiek om moeders zonder papieren en hun kinderen te huisvesten. Er wonen ongeveer 50 mensen, waarvan het overgrote deel kinderen zijn.

© Ima Posselt
Annabel is jeugdwerkster, en haar vrije tijd spendeert ze deels met de kinderen die in dit huis wonen. Volgens haar is het pand een echt feministisch project. ‘Zonder deze plek zaten al deze vrouwen op straat, en moesten ze waarschijnlijk hun lichaam verkopen om hun kinderen te eten te kunnen geven. Of ze zouden bij een toxische man in huis wonen, die de baas over hen zou spelen.’
In Brussel leeft een kraakbeweging, die bestaat uit collectieven, individuen en organisaties. Ze is een praktisch antwoord in een context van repressief migratiebeleid, stelt Pascal Debruyne, docent sociaal werk en gezinswetenschappen met een specialisatie in migratie. ‘Een beleid dat vooral inzet op controle en terugkeer creëert voor een stuk onwettig verblijf. Collectieven die mensen zonder papieren huisvesten, weten: als je in de huidige context verandering wil, moet je die zelf organiseren.’
Marie, studente aan de ULB, is een van de activisten die de kraak organiseerden van het pand dat we bezoeken. ‘We openden dit pand met een klein groepje mensen nadat we hoorden dat er een aantal vrouwen met kinderen zonder verblijfplaats waren. De meeste van die vrouwen waren sans-papiers.’
‘Sans-papiers en sans famille’, voegt Annabel toe. ‘Ze hebben geen netwerk, vrienden of kennissen die ze kunnen vertrouwen.’
Veel van de vrouwen in het pand zijn gevlucht uit Congo. ‘Ze kwamen hierheen met het idee dat er in België wel naar hen omgekeken zou worden, dat het hier beter zou zijn. Leefbaar. Toen ze aankwamen, botsten ze op de realiteit. Ook hier geeft niemand om hun welzijn’, vertelt Annabel.
Debruyne doet onderzoek naar gezinnen zonder wettig verblijf. Daarvoor interviewde hij in het voorbije jaar 35 vrouwen met kinderen die in de illegaliteit leven. ‘Een van de vrouwen die ik sprak, was naar België gesmokkeld vanuit Nigeria. Ze werd hier gedwongen tot sekswerk. Haar papieren werden afgenomen en ze werd van kelder naar kelder verplaatst. Ze was slachtoffer van mensenhandel. Maar omdat ze dat niet voldoende kon bewijzen, had ze geen recht op verblijf. Ondertussen was ze daarbovenop ook zwanger geraakt.’
Veel van de vrouwen die in het kraakpand wonen, zijn gevlucht voor uitbuiting en seksuele mishandeling. Ze zijn op de vlucht voor onhoudbare omstandigheden. Debruyne is duidelijk: ‘Veel vooroordelen over mensen zonder papieren zijn compleet ridicuul en staan mijlenver van de realiteit.’
Vertrouwen en stabiliteit
Wanneer Marie en Annabel een grotere hal binnenwandelen, stormen zo’n tien kinderen op hen af. Hun namen worden zo goed als gescandeerd. Ze vervullen duidelijk een grote rol in het leven van deze kinderen.
Marie vindt het soms jammer dat een groot deel van haar tijd als vrijwilligster naar logistieke zaken gaat, zoals het organiseren van vergaderingen of hulp inroepen bij stroomstoringen. Ze zou graag meer tijd doorbrengen met de kinderen van het pand. Toch heeft ze met hen een goede band. ‘Ik probeer er ook altijd te zijn op verjaardagen en andere belangrijke momenten’, vertelt ze terwijl ze een kind de schoenen aantrekt.

© Ima Posselt
Haar connectie met de moeders groeide langzamer, maar ook daarmee heeft ze intussen een goede verstandhouding. ‘De hele bezetting van het kraakpand is een verhaal van vertrouwen, en vertrouwd worden met kinderen brengt ook stress en druk met zich mee. Maar ik ben heel dankbaar dat ik deze rol in hun leven kan opnemen.’
Annabel spreekt uit ervaring. Haar eigen moeder, een Congolese, vluchtte naar België en belandde toen ook in een Brussels kraakpand. Toen Annabel ongeveer acht jaar oud was, werden ze uit het pand gezet. Samen met haar broer kwam ze terecht in de jeugdzorg. Ze heeft dezelfde ervaring als veel van de kinderen in dit pand.
‘De enige manier om activisme duurzaam te maken, is door effectief gemeenschap op te bouwen.’Billie, activist
Het is precies daarom dat Annabel zo veel tijd en energie in dit project steekt. ‘Ik kan deze kinderen laten zien dat er niets mis is met wie wij zijn. Zelfs als het land dat zij kennen als ‘‘thuis’’ hen niet echt verwelkomt.’
Want zo ervaarde Annabel dat ook. ‘Toen ik jong was, had ik vaak het gevoel dat ik niets waard was. We werden slechter behandeld dan dieren, of zo voelde dat toch.’ Voor haar is het belangrijk dat ze de kinderen kan meegeven dat zij zich niet moeten verstoppen, dat hun identiteit niet iets is om zich voor te schamen.
De motivatie van haar collega-activist Billie is niet geworteld in persoonlijke ervaring. ‘Ik kom hier omdat het een makkelijke manier is om iets goeds te doen, iets dat een directe impact heeft op het leven van een ander.’ Voor hen maken dit soort activiteiten deel uit van hun identiteit. ‘De enige manier om activisme duurzaam te maken, is door effectief gemeenschap op te bouwen, een gevoel van samenhorigheid te creëren en mensen om je heen te helpen.’
Even een normaal kind zijn
De activisten wandelen met zo’n zestien kinderen tussen twee en vijftien jaar oud naar het park. Gelukkig zijn er nog een aantal andere vrijwilligers op komen dagen. Een jongen van drie of vier springt in een fontein. Hij kan zich niet uitdrukken met woorden en maakt enkel zoemgeluiden, maar vindt het heerlijk om door de lucht gegooid te worden door de activisten. Schaterend komt hij op mij afgerend; met zijn natte trui klemt hij zich om mijn been.
Marie heeft een groep jongvolwassenen om zich heen verzameld die regelmatig proberen om de kinderen in dit kraakpand mee op pad te nemen. Soms gaan ze spelen in het park. En soms lukt het om via via gratis tickets voor een film of een voetbalmatch te bemachtigen.
© Ima Posselt
Dit soort activiteiten hebben volgens Debruyne een enorm positieve impact op kinderen in deze leefomstandigheden. Hun ouders hebben geen stabiele financiële situatie, ze kunnen enkel in het zwart werken. Om hun kinderen te kunnen onderhouden, moeten ze vaak werken buiten de kantooruren. ‘Voor kinderen is dat een wankel bestaan’, zegt Debruyne. ‘Dit soort activiteiten zijn een rustpunt, ze zorgen voor stabiliteit en een mogelijkheid om even een normaal kind te zijn.’
Billie is een van deze jongvolwassenen en legt ons uit hoe die omgaat met de armoede waar de kinderen zich in bevinden. ‘Meestal valt het eigenlijk niet op. Maar wanneer je goed oplet, zie je het wel. Gaten in jassen, versleten schoenen: het zijn kleine dingen.’
Het ‘‘eigen schuld’’-model
Debruyne hekelt het huidige politieke discours: ‘Mensen met onwettig verblijf wordt vaak verweten dat het hun eigen schuld is. Dat ze kiezen voor hun eigen leefomstandigheden. En ouders zijn de facto ‘‘slechte ouders’’. Vaders worden in het slechtste geval gecriminaliseerd. Ben je een alleenstaande vrouw met kinderen, dan word je daarvoor afgestraft.’
Dat deze mensen consequent het doelwit zijn van politieke veroordelingen en moraliserende beschuldigingen in de media, vindt Debruyne dan ook moeilijk verteerbaar. ‘Ik heb zelf ook kinderen, en het maakt mij echt kwaad. De ene na de andere valkuil is opgezet voor deze mensen, en nog wordt consequent met een beschuldigende vinger naar hen gewezen.’
© Ima Posselt
Terug naar de voetballende kinderen. Een paar van hen spelen een match. Annabel staat in een goal gemaakt van jassen en truien. Andere kinderen juichen hen toe vanaf de zijlijn, vanop de schoot van Marie en andere vrijwilligers. Billie rent achter het kind aan dat eerder in de fontein dook. De sfeer is uitgelaten, iedereen is op zijn gemak.
Het enige alternatief
De leefomstandigheden van deze kinderen zijn allesbehalve ideaal. Debruyne: ‘Een onzekere woonsituatie is nefast voor de ontwikkeling van een kind. Het zorgt voor ontworteling. Ze hebben geen veilige plaats om naar terug te keren, ze kunnen geen vriendjes uitnodigen thuis.’
Annabel heeft weinig mooie herinneringen overgehouden aan het kraakpand waar zij opgroeide. ‘Ik werd geslagen door de vrienden van mijn moeder, die zogezegd voor mij moesten zorgen’, vertelt ze. Haar moeder zelf verdween vaak voor periodes. ‘Daardoor hecht ik zo veel waarde aan mijn aanwezigheid in het leven van deze kinderen. Omdat ik hoop dat als zij ooit iets gelijkaardigs meemaken, ze dan het gevoel hebben dat ze er met mij over kunnen praten en dat ze om hulp durven vragen.’
Voor Annabel was de jeugdzorg dan ook een verademing. ‘Ik voelde dat de jeugdwerkers daar echt om mij gaven. Nu ben ik zelf jeugdwerkster en kan ik die liefde doorgeven. Dat werkt genezend voor mij.’
Annabels moeder verdween voor de laatste keer toen ze vijftien was. Sindsdien hebben ze elkaar niet meer gezien. De kinderen in dit kraakpand hebben iets waar zij toen níét over beschikte: een netwerk. ‘Ik had geen groep geëngageerde mensen die hielp met het huis en die activiteiten voor mij organiseerde.’
‘Er zijn heel veel mensen die om hen geven, waaronder ikzelf. Ook dat is rijkdom.’Annabel
Zo’n netwerk is belangrijk, vertelt Debruyne. Het zorgt voor bescherming en houdt mensen zonder papieren uit een sociaal isolement. ‘De angst om gezien te worden, om traceerbaar te zijn, is groot. Mensen durven geen aangifte te doen van mishandeling of exploitatie, omdat ze bang zijn om gearresteerd te worden. Het is paradoxaal, want ze hypothekeren hun eigen veiligheid om veilig te blijven. Daar spelen dit soort burgerinitiatieven een grote rol; ze bieden ondersteuning.’
Debruyne benadrukt dat het de overheid is die tekortschiet. Wel zijn er in Brussel volgens hem veel activisten, collectieven en organisaties die strijdvaardig en oplossingsgericht omgaan met de opvang en ondersteuning van mensen zonder geldige verblijfspapieren en hun kinderen. ‘Dat zou natuurlijk niet de bedoeling mogen zijn, maar ze bieden tenminste een antwoord.’
Wanneer we weer in het kraakpand zijn, zitten verschillende moeders rond een tafel aardappels te schillen. De kinderen rennen in het rond. Er wordt gelachen en gejoeld. Wanneer Marie, Annabel, Billie en de andere vrijwilligers op willen stappen, kost dat moeite. De kinderen zien hen niet graag vertrekken.
Het is dit soort gemeenschap waar Annabel waarde aan hecht. ‘Ik kan niet zeggen dat dit de beste omgeving is voor een kind om in op te groeien. Het zou natuurlijk beter zijn als ze gewoon in een echt huis met zekerheid en vastheid groot konden worden, maar gezien de alternatieven, zoals leven op straat of in een detentiecentrum, denk ik dat ze hier beter terecht zijn. Zij ervaren ‘‘gemeenschap’’ zoals niet veel anderen dat doen de dag van vandaag. Er zijn heel veel mensen die om hen geven, waaronder ikzelf. Ook dat is rijkdom.’

© Ima Posselt
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in
