Golf van arrestaties onder grootste etnische minderheid van het land
‘Iran wil identiteit van Azeri uitwissen’

© Christopher Rose / Flickr

© Christopher Rose / Flickr
Teheran legde de voorbije maanden zware gevangenisstraffen op aan Azeri, de grootste etnische minderheid van het land. Hun enige misdaad is dat ze opkomen voor hun moedertaal en het milieu. Deze nieuwe golf van repressie zet de schijnwerpers op een onderbelicht probleem in de Iraanse samenleving: de systematische discriminatie van niet-Perzen.
De Azeri, of Azerbeidzjaanse Turken, vormen de grootste niet-Perzische groep in Iran. Bevolkingsstatistieken in Iran zijn vaak politiek gekleurd waardoor precieze cijfers moeilijk te verifiëren zijn, maar naar schatting vormen zij 16 tot 30 procent van de bevolking.
De Azeri wonen voornamelijk in de Noordwestelijke provincies Oost-Azerbeidzjan, West-Azerbeidzjan en Ardabil, en in mindere mate in Zanjan en Hamadan. De ayatollahs vrezen dat de Azerbeidzjaanse provincies aansluiting zouden kunnen zoeken met buurland Azerbeidzjan, waarmee ze historische en culturele banden hebben.
Klopjacht
‘Racisme zit ingebakken in het Iraanse systeem’, zegt Yashar Hakakpour, een Iraanse Azeri die zijn land moest ontvluchten om aan een jarenlange celstraf te ontkomen. Hij verwijst naar de controverse over een kakkerlak-cartoon om zijn punt te staven.
Op 19 mei 2006 verscheen er in de wekelijkse bijlage van een Iraanse staatskrant een cartoon waarop een kind stond dat in het Perzisch probeerde te communiceren met een kakkerlak. De kakkerlak antwoordde ‘Namana?’, Azeri voor ‘Wat?’
Cartoonist Mana Neyestani beweerde dat de cartoon niet beledigend bedoeld was, maar de vergelijking met kakkerlakken bleef bij de Azeri hangen.
‘In tientallen steden met een Azeri-meerderheid gingen mensen de straat op. De veiligheidsdiensten schoten met scherp en tientallen betogers kwamen om’, vertelt Hakakpour. In de maanden die volgden hielden de autoriteiten een heuse klopjacht op prominente Azeri. Dichters, academici en journalisten vlogen achter de tralies, waaronder de student Hakakpour.
Volgens mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International werden tijdens die protesten enkelen tientallen demonstranten gedood en ‘honderden, zo niet duizenden’ gearresteerd. De Iraanse autoriteiten hielden het op 330 arrestaties en slechts vier dode demonstranten.

Yashar Hakakpour is een Iraanse Azeri die zijn land moest ontvluchten wegens zijn activisme. Nu woont hij in het Canadese Toronto en leidt hij een organisatie die opkomt voor de rechten van Azeri politieke gevangenen in Iran.
© ADAPP
Repressie om middenveld te verpletteren
Enkele weken geleden trok Human Rights Watch (HRW) opnieuw aan de alarmbel. Iraanse autoriteiten hebben, zonder echt bewijs te leveren, sinds oktober 2024 zware gevangenisstraffen opgelegd aan ten minste 24 activisten van de Azerbeidzjaanse minderheid. Als reden voor hun hechtenis verwijzen de aanklagers naar hun acties tegen de teloorgang van het Urmia-meer, een belangrijk zoutmeer voor de Azeri, en het opkomen voor burgerrechten.
‘Iraanse autoriteiten richten zich systematisch tegen het maatschappelijke middenveld en etnische minderheden met beledigende aanklachten en zware gevangenisstraffen om afwijkende meningen de mond te snoeren’, zegt Nahid Naghshbandi, die voor HRW inbreuken op de mensenrechten in Iran onderzoekt. ‘Deze repressie is een poging om het maatschappelijk middenveld te verpletteren en te voorkomen dat etnische minderheden hun basisrechten opeisen.’
Ook Hakakpour zag al meermaals de binnenkant van een cel. De nu 41-jarige burgerlijk ingenieur werd als twintiger door mannen in burger van straat geplukt en in een ongemarkeerde auto geduwd, een dag nadat hij kopieën had uitgedeeld van een essay waarin hij pleitte voor een federaal systeem in Iran.
‘Ze beschuldigden mij van spionage voor de VS, Israël, Turkije én Azerbeidzjan’, vertelt hij. ‘Omdat die beschuldigingen helemaal van de pot gerukt waren en ik erger behandeld werd dan een crimineel, ging ik in hongerstaking.’ Hij hield het negen dagen vol en verloor naar eigen zeggen meer dan tien kilogram.
Toen hem een gevangenisstraf van vijftien jaar boven het hoofd hing voor zijn contacten met mensenrechtenorganisaties, vluchtte hij naar Canada. Vanuit Toronto leidt hij tot op vandaag een organisatie die opkomt voor de rechten van Azeri die in Iran vastzitten als politiek gevangene.
Minderheden disproportioneel gestraft
‘De onderdrukking van minderheden is niet eigen aan de Islamitische Republiek. Ze begon al onder het bewind van sjah Mohammad Reza Pahlavi’, zegt politicologe Brenda Shaffer. Shaffer deed uitgebreid onderzoek naar de Azeri in Iran, schreef er verschillende boeken over en is analiste voor onder meer de Amerikaanse denktank Atlantic Council.
De monarch probeerde een nationalistisch gevoel aan te wakkeren door zijn bewind voor te stellen als een verderzetting van het grootse Perzische Rijk, met het Farsi (of Perzisch) als dominante taal. Dat ging ten koste van de zelfontplooiing van de vele etnische en taalgroepen die het land rijk is. Samen met de Azeri maken de Koerden, Turkmenen, Baloetsj en Arabieren 40 tot 50% van de Iraanse bevolking uit. Die groepen wonen voornamelijk in de grensgebieden. De regio rond de hoofdstad Teheran wordt beschouwd als het Perzische hartland.
‘Als we ons eigen parlement hebben, kunnen we er tenminste voor zorgen dat de goudmijnen in de Azerbeidzjaanse provincies niet aan de Chinezen worden gegeven.’
Net als de Azeri hebben de meeste van die gemeenschappen sterke banden met hun buren net over de grens. Zo bestrijken de Baloetsj een groot gebied in zowel Iran, Pakistan als Afghanistan, en voelen de Koerden zich evengoed thuis in de Iraakse stad Erbil als in het Iraanse Kermanshah. Dat alles voedt in Teheran de vrees voor separatisme.
‘Ik vind het moeilijk om voor de hele gemeenschap te praten, maar volgens mij willen de Iraanse Azeri toch minstens naar een federaal systeem evolueren’, zegt Hakakpour. ‘Als we ons eigen parlement hebben, kunnen we er tenminste voor zorgen dat de goudmijnen in de Azerbeidzjaanse provincies niet aan de Chinezen worden gegeven.’
Verschillende experten en rapporten van de Verenigde Naties wijzen er ook op dat Iraniërs die behoren tot een minderheidsgroep disproportioneel vaker worden opgesloten en de doodstraf krijgen, vooral als het gaat om activisten. Amnesty spreekt zelfs van een ‘huiveringwekkende toename van executies’ de voorbije twee jaar, en dan vooral bij minderheden.
Racistische stereotypen
Momenteel is het verboden voor Azeri of Koerdische scholieren om hun moedertaal, laat staan de geschiedenis van hun volk, op de schoolbanken aan te leren. Die taalstrijd is een belangrijke kwestie voor de bevolkingsgroep.
Zo is de Internationale Dag van de Moedertaal, een UNESCO-initiatief dat plaatsvindt op 21 februari, voor hen telkens een hoogdag. Kinderen komen samen om liedjes te zingen in de eigen taal en er worden boeken in het Azeri-Turks uitgedeeld. Ook zulke acties worden soms met harde hand verstoord door de veiligheidsdiensten.
‘Toen ik naar school ging kende ik geen woord Farsi, en het was aartsmoeilijk om die taal te leren. Als we Azeri durfden spreken, sloegen ze ons met een houten stok. Veel Azerbeidzjaanse studenten hebben een trauma overgehouden aan hun schooltijd’, vertelt Hakakpour.
Aan de hand van racistische stereotypen drijven schoolboeken en officiële media bovendien vaak de spot met de Iraanse minderheden, bevestigt professor Shaffer.
In 2015 laaide de volkswoede daarover op in het noordwesten. Tijdens een sketchprogramma op televisie werd gelachen met een Azeri-jongen met een overdreven accent die zijn tanden poetste met een toiletborstel. De bevolkingsgroep wordt in het algemeen gekarikaturiseerd als zijnde dom.
Achterstelling als strategie
Vergeleken met het voornamelijk Perzische centrum heeft de etnische periferie in Iran te kampen met armoede en slechtere toegang tot overheidsdiensten. Bovendien wordt er minder geïnvesteerd in die regio’s en hebben ze meer te kampen met milieuschade en watertekorten. ‘Dat versterkt hun gevoel van discriminatie en ontbering’, legt Shaffer uit.
In de regio rond de stad Maragheh in de provincie Oost-Azerbeidzjan, waar Hakakpour geboren en getogen is, heerst er volgens hem veel werkloosheid door dat gebrek aan overheidsinvesteringen.
‘Alle provincies met een voornamelijk etnische minderheidsbevolking bevinden zich op de laagste niveaus van sociaaleconomische ontwikkeling’, zegt Shaffer. ‘De Azeri zijn in het algemeen wel de welvarendste onder de minderheden en doen het beter dan de Koerden, de Baloetsjen en de Arabieren.’
Vlakbij Hakakpours geboortestad ligt het Urmia-meer, voorheen het grootste meer in het Midden-Oosten en het op een na grootste zoutmeer ter wereld. Vanwege de toenemende droogte, maar vooral door ondoordachte afdamming en irrigatie-infrastructuur van de overheid, is het vandaag nog slechts een tiende van wat het oorspronkelijk was.
Voor de Azeri-beweging is het een symbooldossier. ‘De teloorgang heeft een grote impact op ons leven’, legt Hakakpour uit.
Naast het inkomstenverlies in het toerisme en de visserij vormen volgens wetenschappers zoutstormen, als gevolg van die milieuramp, een directe bedreiging voor de luchtwegen en het gezichtsvermogen van minstens vier miljoen mensen rond het meer.
Azeri en andere minderheidsgroepen in Iran klagen regelmatig dat de overheid waterbronnen en natuur slecht beheert in regio’s waar voornamelijk niet-Perzen wonen. Door aantasting van het lokale milieu, in combinatie met de economische druk, verhuizen veel Azeri naar meer centraal gelegen steden waar de Perzen in de meerderheid zijn.
Volgens Hakakpour is dat een bewust beleid om de Perzische dominantie te bevorderen. ‘Op lange termijn hebben de Azeri daardoor steeds minder affiniteit met hun taal en hun cultuur, en zo bereikt de overheid langzaamaan haar doel om de Azerbeidzjaanse identiteit op Iraans grondgebied uit te wissen’, legt hij uit.
Streven naar vrijheid en gelijke rechten
Waarom neemt de politieke vervolging de voorbije maanden toe? De regionale spanningen spelen een rol, want het regime gebruikt oorlog wel vaker om interne repressie te rechtvaardigen. Daarnaast bereikten de betrekkingen tussen Baku, de hoofdstad van Azerbeidzjan, en Teheran een dieptepunt nadat Iran Armenië steunde in het conflict om Nagorno-Karabach. Maar behalve die externe druk lijken er toch vooral binnenlandse dynamieken te spelen.
‘Het regime bevindt zich momenteel in een kwetsbare positie en probeert met “wortel en stok” te vermijden dat het zijn laatste restje legitimiteit bij de bevolking verliest’, zegt professor Shaffer. Ze wijst op enkele symbolische toegevingen op vlak van vrouwenrechten, zoals het uitstellen van een controversiële hidjabwet. ‘Maar met deze massale arrestaties en gerechtelijke executies hanteren ze de stok ten opzichte van de minderheden.’
‘Het regime is doodsbang dat alle bevolkingsgroepen zich opnieuw gaan verenigen. Ze criminaliseren ons in de hoop ons te verdelen.’
Volgens Hakakpour zijn het de rare sprongen van een kat in het nauw. ‘De Islamitische Republiek nadert haar einde.’ Hij wijst op de verschillende protestbewegingen van de voorbije jaren, en hoe die verschillen van eerdere opstanden.
‘Vooral de ‘Vrouw! Leven! Vrijheid!’-demonstraties waren bijzonder’, legt hij uit. Waar eerdere verzetsbewegingen zeer verspreid of beperkt waren, kwamen in heel het land de Perzen nu samen met de gemarginaliseerde volkeren op straat.
‘Zowel de Azeri, de Koerden, als de Baloetsjen speelden een belangrijke rol in die protestgolf’, gaat Hakakpour verder. ‘Door die plotselinge eenheid had het regime het zeer moeilijk en dacht iedereen dat het zou vallen. Jammer genoeg zijn we daar niet in geslaagd. Er zijn dan ook heel veel mensen afgemaakt.’ Er vielen bij de demonstranten meer dan 400 dodelijke slachtoffers.
‘Het regime is doodsbang dat alle bevolkingsgroepen zich opnieuw gaan verenigen. Ze criminaliseren ons in de hoop ons te verdelen’, zegt Hakakpour. De macht van het bewind steunt volgens hem op twee pijlers: De velayat-e-faqih, de theologische ideologie van ayatollah Khomeini, en het Perzisch nationalisme. ‘Maar de jeugd is al lang niet zo religieus meer. En nu zowel Perzen, Azeri, Koerden en Baloetjs om de val van het regime roepen, vrezen de ayatollahs voor de instorting van hun tweede fundering.’
‘Daarom vrezen alle dictators – zowel de ayatollahs als voordien de sjah – de Azeri’, besluit Hakakpour. ‘We maken een derde van de bevolking uit en we streven naar vrijheid en gelijke rechten.’
Lees meer over Iran
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.
