Oorlog in Aleppo
Trump verzwakte Syrische Koerden, maar kan hij ook voor vrede zorgen?

Beschadigd gebouw in Sheikh Maqsoud, de wijk in Aleppo die de voorbije week het toneel werd van een nieuwe open oorlog.
© Emiel Petrovitch

Beschadigd gebouw in Sheikh Maqsoud, de wijk in Aleppo die de voorbije week het toneel werd van een nieuwe open oorlog.
© Emiel Petrovitch
Terwijl Koerdische wijken in Aleppo onder vuur lagen en honderdduizenden burgers de stad ontvluchtten, spraken de Europese leiders in Damascus vol lof over de Syrische president. Turkije stuurde weer aan op oorlog. Wat ging er mis na een akkoord dat hoop bood op vrede?
‘Overal liepen mensen rond, als in een mierennest: ouderen, kinderen en vrouwen. Ik weet niet meer wat ik moet zeggen. Voor hen zijn wij gewoon wegwerpmateriaal. Als we al kunnen terugkeren, vinden we onze huizen vernield en geplunderd.’
Op hetzelfde moment dat Ahmad Mukhtar, inwoner van de getroffen wijk in Aleppo, de vluchtelingen vervoegde, zat Europees Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen met de Syrische president Ahmad al-Sharaa in de hoofdstad Damascus. ‘Wij steunen uw inzet om het doel van een nieuw, vreedzaam, inclusief en veilig Syrië te verwezenlijken’, zei ze. Van een slechte timing gesproken.
Wat is er gebeurd?
Op dat moment had het Syrische leger, onder bevel van president Al-Sharaa, al meerdere wijken in Aleppo aangevallen die grotendeels door Koerden worden bewoond. Het gaat om een compact, dichtbevolkt gebied in het stadscentrum. Een autonoom Koerdisch bestuur en politiemacht, verbonden met de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), had zich er ingegraven.
Het Syrische leger beschikt over een aanzienlijk overwicht aan zware wapens: tanks, artillerie en gepantserde voertuigen. Honderden legervoertuigen omsingelden de wijken en beschoten ze intensief. Meerdere tanks zijn het gebied binnengedrongen. De Koerdische strijders vochten terug, maar leken een verloren strijd te voeren, met een hoge menselijke kost.
Er zijn meerdere burgerdoden gevallen bij het geweld. Meer dan 150.000 inwoners zijn op de vlucht geslagen. Vertegenwoordigers van Syrische hulporganisaties spreken van een nieuwe humanitaire noodsituatie.
Sheikh Maqsoud en Ashrafiyeh zijn de twee wijken die de SDF controleren in Aleppo. De Syrische regering wil de SDF daar weg.
Ook Arabische inwoners van Aleppo werden rechtstreeks getroffen door de gevechten. Muzna Sankary, die in de wijk Al-Furqan woont, zei dat haar familie het huis niet meer durft te verlaten. ‘Overal hoor je artillerie. Mijn broer woont vlak bij het front. Bij elke inslag schudde zijn huis. Hij is met zijn jonge kinderen gevlucht en verblijft nu bij ons. De kinderen zijn doodsbang.’
Sankary zegt vertrouwen te hebben in het Syrische leger en legt de verantwoordelijkheid voor het geweld vooral bij de SDF. Die hebben volgens haar te lang geweigerd om op te gaan in het Syrische leger.
Dat vindt ook Ammar Khabbazeh, een Syrische vluchteling uit de stad Latakia die in Antwerpen woont: ‘De SDF namen die wijken in en dwongen de bevolking daar onder hun regels te leven. Die plekken werden letterlijk een staat binnen de staat. Waarom zou Syrië dat moeten accepteren? Het leger kon hen uitschakelen, maar toch probeerde het, om nieuw bloedvergieten te voorkomen, de SDF gerust te stellen, met hen te onderhandelen en hen te integreren in de rangen van het leger. Maar de SDF weigerde.’
Maar dat rechtvaardigt geen open oorlog in dichtbevolkte stadswijken. En hoewel veel Syriërs zeggen oorlogsmoe te zijn, blijven zij militaire acties steunen die ze noodzakelijk achten om het nieuwe Syrië na Assad te beschermen.
In de wijk Sheikh Maqsoud: Mohammad Khalil, korpschef van de Koerdische politie, samen met twee collega's (foto links) en de feitelijke burgemeester van de wijk, Nouri Sheikho (rechts). © Emiel Petrovitch
Autonomie onder vuur
Waarom laait net nu militair geweld op, terwijl de betrokken partijen in 2025 onderhandelingen hadden omarmd als de juiste weg?
De gevechten gaan over veel meer dan twee wijken in Aleppo. Tijdens veertien jaar oorlog bouwden de SDF ook in het grote Noordoost-Syrië een systeem van zelfbestuur uit. Daarbij gingen ze autoritair te werk tegenover Koerdische partijen die een andere strategie volgden, maar in Noordoost-Syrië delen ze de macht met Assyrische christenen en Arabische gemeenschappen. Ze beschikken er over een eigen leger, politie en onderwijssysteem.
Voor het eerst in de Syrische geschiedenis kunnen Koerdische kinderen daardoor onderwijs volgen in hun eigen taal, na decennialange onderdrukking door de centrale staat. De SDF hebben altijd duidelijk gemaakt dat zij deze verworvenheden niet willen opgeven.
‘Het wegvallen van Amerikaanse USAID-steun heeft een extreme economische crisis in de regio veroorzaakt, waardoor ngo's zelfs geen basisdiensten meer kunnen leveren.’
Heel 2025 onderhandelden de SDF en de nieuwe Syrische regering over de toekomst van dit zelfbestuur. Bovendien verzoenden de SDF zich met de andere Koerdische partijen, onder leiding van de Iraaks-Koerdische Massoud Barzani, en samen pleitten ze voor een gedecentraliseerde Syrische staat met autonomie voor regio’s.
Damascus, waarschijnlijk onder grote druk van Turkije, bleef inzetten op een sterk gecentraliseerd staatsmodel. Turkije verzet zich tegen élke vorm van autonomie en wapens in handen van Koerden.
Waar beide partijen het wél over eens waren, was dat twee parallelle legers binnen één staat onhoudbaar zijn. De kern van de gesprekken werd de opname van de SDF in het Syrische leger, en de voorwaarden waaronder die zou gebeuren.
Foto links: 'Talen bestaan om hun bestaan te verdedigen', staat op een muur van een school in Sheikh Maqsoud. Foto rechts: Koerdische kinderen leren Koerdisch lezen en schrijven. © Emiel Petrovitch
Een akkoord dat hoop gaf
Op 10 maart 2025 bereikten president Ahmad al-Sharaa en SDF-leider Mazloum Abdi een akkoord. Het voorzag in een geleidelijke integratie van SDF-strijders in het Syrische leger, en een ‘erkenning van de Koerdische identiteit in Syrië’.
Begin april werd de eerste stap uitgevoerd, uitgerekend in de wijken van Aleppo waar nu oorlog gevoerd wordt. De SDF trokken hun militaire aanwezigheid terug uit de wijken. Zandzakken, barricades en controleposten verdwenen uit het straatbeeld. Het civiele Koerdische bestuur, de scholen en de Koerdische politie in Aleppo mochten blijven functioneren en gingen zelfs samenwerken met de centrale staat.
Die ontwikkelingen wekten hoop, zowel onder de bevolking als bij internationale waarnemers. Aleppo leek een mogelijk model voor een bredere politieke regeling in Noordoost-Syrië.
Vandaag lijkt Aleppo eerder een model voor een nieuwe grotere oorlog.

Een ophoping van stenen en zandzakjes aan de rand van de wijk Sheikh Maqsoud in Aleppo, voorjaar 2025.
© Pieter Stockmans
‘Trump heeft ons verzwakt’
Sinds het akkoord van 10 maart 2025 zijn drie cruciale voorwaarden voor een vreedzaam proces geleidelijk weggevallen: machtsevenwicht, afwezigheid van agressieve buitenlandse inmenging, en onderling vertrouwen.
Over de eerste voorwaarde, machtsevenwicht, zegt Shekhmus Ahmed, minister van Sociale Zaken van het autonome bestuur in Noordoost-Syrië, aan MO*: ‘Noordoost-Syrië is verzwakt, terwijl de centrale regering sterker is geworden. Het wegvallen van Amerikaanse USAID-steun heeft een extreme economische crisis in onze regio veroorzaakt, waardoor ngo's zelfs geen basisdiensten meer kunnen leveren.’
‘Trump heeft een aantal ernstige misrekeningen gemaakt’, vervolgt hij. ‘Door zijn beslissingen is de invloed van Turkije in Syrië toegenomen, terwijl hij zijn eigen bondgenoot heeft verzwakt. Wij vormen hun grondtroepen in de strijd tegen ISIS. Maar tegelijk ondermijnen Amerikaanse politieke beslissingen ons economisch en politiek.’
Tegelijk kreeg president Al-Sharaa steeds meer internationale erkenning. De Verenigde Staten en de Europese Unie hieven de sancties tegen Syrië op om heropbouw mogelijk te maken. President Trump ontving Al-Sharaa zelfs in het Witte Huis, een ongeziene diplomatieke stap in de moderne Syrische geschiedenis.
Ook Israël richtte in de eerste dagen van 2026 samen met Syrië een coördinatie- en communicatiecel op rond het zuiden van het land. Ook dat is een historische ontwikkeling, onder leiding van de Verenigde Staten.
De Koerden staan dus steeds meer alleen. ‘De regering in Damascus ziet geen nood meer aan onderhandelingen of toegevingen’, zegt minister Ahmed. ‘Ze kan dus volledig gaan voor de maximalistische doelstellingen van Turkije: elke vorm van decentralisatie blokkeren en Koerdische politieke invloed uitschakelen.’
Dat brengt ons bij de tweede weggevallen voorwaarde voor een vreedzaam proces: afwezigheid van agressieve buitenlandse inmenging. De Turkse druk om geweld te gebruiken, nam eind 2025 verder toe. Op 18 december waarschuwde de Turkse minister van Buitenlandse Zaken dat de SDF zich ‘dringend’ moesten integreren in het Syrische leger en dat Ankara ‘niet opnieuw gedwongen wilde worden militaire opties te gebruiken’. Voor veel Koerden klonk dat als een nauwelijks verhuld dreigement.

Een begraafplaats voor gesneuvelde soldaten van de SDF in Sheikh Maqsoud, Aleppo.
© Emiel Petrovitch
Wantrouwen
De deadline voor de opname van de SDF in het Syrische leger is eind 2025 verlopen. Damascus had een voorstel gedaan, maar de SDF aarzelden. Ze willen hun eenheden wel binnen het Syrische leger onderbrengen, maar enkel als die in Noordoost-Syrië gestationeerd blijven, om hun autonomie en verworvenheden te beschermen.
Bovendien leeft onder Koerden grote angst voor de invloed van jihadistische facties en van Turkije binnen het nieuwe Syrische leger.
Dat wantrouwen werd verder gevoed door gebeurtenissen in juli 2025, toen extremisten binnen het Syrische leger gruweldaden pleegden tegen de Druzen in het zuiden van het land.
‘Wij vertrouwen geen Arabieren meer, we bereiden ons dan ook voor op een nieuw conflict’, zei een Koerdische wapenhandelaar die samenwerkt met de SDF vorig jaar aan MO*.
Door de ‘aarzeling’ van de SDF groeide elders in Syrië frustratie. In media en op sociale netwerken nam de demonisering toe. Jihadistische groepen bestempelen Koerden bovendien als ‘ongelovigen’ en koesteren politieke en religieuze wrok die decennia teruggaat. Dit is een explosieve cocktail.
Naar een bredere oorlog?
Voorlopig lijkt het Syrische leger zich te beperken tot de wijken in Aleppo, maar Turkije staat klaar om president Al-Sharaa militair te ondersteunen bij een bredere operatie tegen de SDF in het uitgebreide autonome gebied in Noordoost-Syrië.
Zolang de Israëlische invloed in het zuiden van het land toeneemt (via militaire bezetting of diplomatieke akkoorden onder druk van de VS) zal Turkije de druk op de Syrische regering verhogen om Turkse standpunten na te streven in het noorden. Ook dat verklaart waarom Turkije in 2026 opnieuw voor geweld koos.
Tegelijk zijn de SDF na het recente geweld nog minder geneigd om op te gaan in het Syrische leger. In hun ogen bevestigen de gebeurtenissen hun eerdere twijfels. Zij vragen nu nog strengere garanties rond veiligheid en autonomie alvorens hun troepen te laten integreren in het Syrische leger.
‘Wij willen onderhandelen als gelijken, maar ons onderwerpen aan de bevelen van een religieus geïnspireerde regering, dat weigeren we’, zei Mohammad Khalil, de politiechef van Sheikh Maqsoud verbonden aan de SDF, in maart 2025 al.
Daardoor lijkt één verenigd Syrisch leger juist moeilijker haalbaar, of enkel nog te realiseren met méér geweld, met de gedwongen ontwapening van de SDF. Dat is een recept voor verdere escalatie en een ramp voor grote aantallen burgers.
Dat onderhandelingen moeizaam verlopen, vormt op zich geen rechtvaardiging voor militair geweld. Zeker niet wanneer het beoogde einddoel een ‘verenigd, stabiel en inclusief Syrië’ is, wat de Verenigde Staten en de Europese Unie verwachten van president Ahmad al-Sharaa. Duurzame staatsvorming steunt eerder op akkoorden dan op militaire uitschakeling van tegenstanders.
Sommige Koerden steunden de Syrische revolutie tegen Assad (foto links), andere Koerden geloofden in de zogenaamde ‘Rojava-revolutie’ (foto rechts; zij bouwden een eigen leger, de SDF, als verdediging tegen IS).
Of naar een mogelijke oplossing?
Een duurzame oplossing vereist een terugkeer naar interne Syrische dialoog, gefaciliteerd door de Verenigde Staten, die goede relaties onderhouden met beide partijen. President Trump heeft dit zelf al aan journalisten in het Witte Huis gezegd. De Verenigde Staten kunnen opnieuw een machtsevenwicht tussen de Syrische regering en de SDF brengen.
Bemoeienissen van Turkije, dat streeft naar uitschakeling van de Koerdische invloed, zouden tot een minimum beperkt moeten worden.
Ook de Europese Unie kan een rol spelen in het herstel van het machtsevenwicht binnen de dialoog. De EU heeft een hefboom over president Al-Sharaa. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen herhaalde bij haar bezoek aan Damascus dat de EU wil bijdragen aan de heropbouw van Syrië, maar de Europese betrokkenheid blijft afhankelijk van de naleving van de rechten van minderheden. Dat beweert Von der Leyen tenminste.
De SDF hebben ook een strategische hefboom over de EU: zij en het civiele bestuur van Noordoost-Syrië beheren en beveiligen de kampen waar voormalige ISIS-strijders van verschillende Europese nationaliteiten nog steeds worden vastgehouden. Minister Shekhmus Ahmed coördineert samen met ngo’s de humanitaire dienstverlening in deze kampen.
De Verenigde Staten onderhouden goede relaties met beide partijen en kunnen ieders belangen op elkaar afstemmen.
Om te weten wat vrede waard is, moeten we even terugspoelen naar de eerste helft van 2025. Syriërs waren op weg naar een brede maatschappelijke verzoening. Beelden van president Ahmad al-Sharaa en SDF-leider Mazloum Abdi die het akkoord van 10 maart 2025 ondertekenden en elkaar de hand schudden, circuleerden massaal op sociale media.
In verschillende Syrische steden werd dat moment gevierd met vuurwerk. ‘Voor mij is dit belangrijker dan de val van Assad’, zei een taxichauffeur in Damascus, ‘want het legt de basis voor vreedzaam samenleven tussen Syriërs.’
Maar in de tweede helft van 2025 groeide de tribale reflex opnieuw, door geweldincidenten tegen Alawieten, Druzen en nu ook Koerden. Toch blijft een onderhandeld, gedecentraliseerd bestuursmodel een mogelijke weg vooruit voor Syrië. Veel Syriërs zien in decentralisatie afscheiding, en een kans op invloed voor elementen van het Assad-regime en voor Israël. Die vrees is volkomen terecht en begrijpelijk.
Tegelijkertijd kan een zekere mate van autonomie juist bijdragen aan versterking van de centrale staat, mits regionale bevoegdheden samengaan met robuuste systemen van samenwerking, zowel tussen gemeenschappen als met het nationale bestuursniveau in Damascus.
Macht afgeven en delen, creëert vertrouwen tussen Syriërs. Dat geldt zowel voor de regering als voor de SDF. En dat zal de Syrische staat op termijn alleen maar sterker en onafhankelijker maken.
Meer lezen over minderheden in het nieuwe Syrië
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in









