‘Jammer dat we deze strijd in 2026 nog altijd moeten voeren’
Waarom is de hoofddoek nog steeds niet welkom op school?

© Fayrouz

© Fayrouz
De privésector lijkt zich stilaan open te stellen voor werkneemsters met een hoofddoek, maar het onderwijs doet er alles aan om die hoofddoek net buiten te houden. Vanwaar die tegenstrijdigheid?
‘Misschien moeten we een eigen partij oprichten,’ zegt Fatima El Kachari, ‘of alvast meer lobbyen bij politieke partijen.’ Ze is actief in het burgerinitiatief ‘Mijn school, mijn keuze’ en we hadden net een lang gesprek over het hoofddoekenverbod in het onderwijs. ‘Mijn school, mijn keuze’ ontstond als reactie op de beslissing vorig jaar om een hoofddoekenverbod in te stellen in provinciale scholen in Gent.
‘We kunnen ook eigen scholen oprichten’, vult Nadia El Omari aan, leerkracht islamitische godsdienst en woordvoerster van de actiegroep. ‘Mijn school, mijn keuze’ slaagde erin om de uitvoering van het verbod uit te stellen tot de start van schooljaar 2026-2027, maar een vernietiging van het verbod bleek een brug te ver.
De provinciale scholen in Oost-Vlaanderen waren zo goed als de laatste onderwijsinstellingen binnen het provinciaal onderwijs waar het dragen van de hoofddoek nog toegelaten was. Maar vanaf dit schooljaar is dat dus niet meer het geval. Beide vrouwen vinden de beslissing onbegrijpelijk. ‘Zeker omdat er geen enkele reden was om dat verbod op te leggen. Er was geen aanleiding, geen incident’, zegt Nadia El Omari.
‘Ik begrijp niet waarom meisjes in volle ontwikkeling, die zelf nog zoekend zijn, geviseerd worden. Dit verbod heeft geen enkele meerwaarde en kan zelfs contraproductief werken’, zegt Fatima El Kachari. Zelf draagt ze geen hoofddoek, maar ze heeft zich bij het burgerinitiatief aangesloten omdat ze het verbod onrechtvaardig vindt.
Doordrenkt van politiek
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) ging vorig jaar op zoek naar good practices voor betere leerprestaties in Londense scholen. De beelden daarvan lieten ook een andere realiteit zien: zelfs met een schooluniform is het in het Verenigd Koninkrijk geen probleem om een hoofddoek te dragen. De kleur wordt gewoon afgestemd op het uniform, en daarmee is de zaak geregeld. Ook in Nederland is het dragen van een hoofddoek geen onderwerp van discussie, voor leerlingen noch voor leerkrachten. Wat maakt Vlaanderen dan anders?
Hoewel kerk en staat in ons land gescheiden zijn, heeft het katholicisme historisch een grote invloed gehad op onze samenleving. Denk maar aan het katholieke onderwijs, katholiek geïnspireerde politieke partijen en middenveldorganisaties. Toch weegt in de benadering van de hoofddoek vooral het Franse model door, dat gebaseerd is op het beginsel van laïcité, de strikte scheiding tussen religie en staat. De eerste scholen die verbodsbepalingen invoerden, waren Franstalige scholen in Brussel. Dat gebeurde in 1990-1991, in het kielzog van de Franse debatten over de hoofddoek. In Vlaanderen duurde het tot 2004, toen een nieuwe golf van discussies in Frankrijk ook hier het debat aanwakkerde. De hoofddoek werd een politiek thema.
Voormalig vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Anders, de vroegere Open Vld) hield in die periode een pleidooi tegen de hoofddoek, die hij beschouwde als symbool van onderdrukking van vrouwen. Socialist Patrick Janssens voerde in 2006 als burgemeester van Antwerpen een hoofddoekenverbod in voor loketbedienden. Zijn argument daarvoor was dat de neutraliteit ten opzichte van de burger behouden moest blijven.
Ook in de Vlaamse scholen begon het hoofddoekenverbod ingang te vinden. In 2009 kwam er een algemeen verbod op levensbeschouwelijke en religieuze symbolen in het gemeenschapsonderwijs. Aanleiding hiervoor waren de uitspraken van Karin Heremans, directrice van het Koninklijk Atheneum Antwerpen, over beïnvloeding en groepsdruk in haar school.
‘Door de jaren heen zijn we geëvolueerd van een situatie waarin er nauwelijks een beleid over de hoofddoek bestond, naar een context waarin het gemeenschapsonderwijs op regionaal niveau een algemeen verbod invoerde’, duidt Nadia Fadil, professor sociale en culturele antropologie aan de KU Leuven. ‘Katholieke scholen vertrekken formeel nog steeds vanuit het principe dat elke school daar zelf over beslist. Maar de facto geldt ook daar op veel plaatsen een verbod, zeker in stedelijke scholen.’
Een ander aspect van het hoofddoekenverbod betreft het personeel. Dat leidt soms tot opmerkelijke situaties. Nadia El Omari van ‘Mijn school, mijn keuze’ geeft islamitische godsdienst en mag daarbij haar hoofddoek dragen. Maar als ze biologie zou willen geven, een vak waarvoor ze eveneens bevoegd is, moet ze haar hoofddoek uitdoen. Dat is voor haar onaanvaardbaar. ‘Ik heb gelukkig genoeg uren om confessionele lessen in mijn school te geven. Voor mij stelt dat probleem zich niet echt.’
‘Je hebt zelfs situaties waarbij leerkrachten godsdienst in de klas wél een hoofddoek mogen dragen,’ vertelt Nadia Fadil, ‘maar niet in de gangen en op de speelplaats, zodat het verbod meer uniform opgelegd wordt.’

© Fayrouz
Zelfselectie
Het is voor veel moslimmeisjes die een hoofddoek dragen een dagelijks ritueel: de hoofddoek aan de schoolpoort uitdoen en eens buiten weer aandoen. Voor leerkrachten is dat niet anders. Tenzij ze godsdienstles geven, zijn ook zij gebonden aan het verbod. Ook wanneer ze lesgeven in het katholiek onderwijs en/of in scholen waar de meerderheid van de leerlingen een moslimachtergrond heeft.
Sommige leerkrachten hebben zich verzoend met de bepaling. Anderen passen hun professioneel parcours aan zodat ze hun hoofddoek toch kunnen aanhouden.
Zo ook Yasmina Akhandaf, medeoprichtster van BOEH! (Baas over Eigen Hoofd), een feministisch en antiracistisch actieplatform dat ontstond in het zog van het hoofddoekenverbod voor loketbedienden in Antwerpen. Ze droomde van een job in het onderwijs, maar ging door de verboden eerst werken op plaatsen waar ze wél met een hoofddoek aan de slag mocht. Nu is ze docente in een hogeschool, waar een hoofddoek ook mag.
‘Ik begrijp niet waarom meisjes in volle ontwikkeling, die zelf nog zoekend zijn, geviseerd worden.’Fatima El Karachi, ‘Mijn school, mijn keuze’
Nog anderen mikken tijdens hun opleiding al op een richting die kan leiden tot een baan waar het dragen van een hoofddoek geen probleem vormt. Of ze kiezen voor een zelfstandig statuut en richten een eigen zaak op.
Dat laatste past in de huidige economische realiteit, zegt Nadia Fadil. ‘Zelfstandigheid biedt inderdaad een soort uitweg. Het past in de tijdsgeest en in de neoliberale economie, die meer en meer afstapt van het salariaat. Zo zijn er vrouwen die werken als zelfstandig vroedvrouw, consultant of vertaalster in plaats van in een bedrijf te werken.’
‘Je zou kunnen zeggen: “Ik maak het mezelf makkelijk en doe mijn hoofddoek af.”’ Maar dat is geen oplossing, vindt Yasmina Akhandaf. ‘Ook dan word ik nog geconfronteerd met discriminatie en racisme. Dat kan te maken hebben met mijn naam, mijn huidskleur of mijn eetgewoontes. Is dat dan een oplossing? Nee. Er is een probleem, en dat moeten we met beide handen aanpakken in plaats van eromheen te blijven dansen.’
Het hoofddoekenverbod op zich verklaart volgens haar ook niet waarom de lerarenkamers in Vlaanderen erg wit zijn. ‘Want waar is de rest?’, vraagt Akhandaf zich af. ‘Waar zijn de vrouwen die geen hoofddoek dragen? Waarom zijn er nauwelijks mannen met een migratieachtergrond die les geven?’

© Fayrouz
Paradox
In 2024 noemde Patrick Janssens zijn hoofddoekenverbod voor loketbedienden een vergissing. ‘Er is een mentaliteitsverandering merkbaar bij politici’, stelt Nadia Fadil vast. ‘Zelfs de liberalen vinden een verbod niet meer van deze tijd en bij N-VA is er verdeeldheid over. Tegelijkertijd zijn er nooit zoveel maatregelen tegen de hoofddoek in de scholen geweest als nu.’
Een paradox die te verklaren valt door een verandering in de functie van het verbod. ‘Het argument is niet langer neutraliteit of onderdrukking van de vrouw,’ weet Fadil, ‘al speelt dat nog steeds wanneer het over leerkrachten gaat. Maar wanneer het op leerlingen aankomt, is het een kwestie geworden van groepsdruk en bekeringsdrang tegengaan. Het verbod dient om bepaalde aanzuigeffecten te voorkomen uit vrees voor radicalisering. We zitten dus in een logica waarbij die meisjes worden gezien als mogelijke infiltranten van gevaarlijke ideologieën. En dat is echt een problema tisch discours.’
De bedrijfswereld lijkt zich net wel steeds meer open te stellen voor diversiteit en voor vrouwen met een hoofddoek, benadrukt Hanan Challouki, consultante diversiteit en inclusie. Ze richtte het platform Hijabis at Work op, dat werkgevers en werkzoekenden met hoofddoek bijeenbrengt. ‘Vlaamse bedrijven hebben iets meer tijd nodig gehad om de diversiteit te omarmen, maar ze zijn nu wel een inhaalbeweging aan het te maken. Ze willen weten hoe ze een inclusieve werkomgeving kunnen creëren.’
Dat economische factoren hierbij een belangrijke rol spelen, staat buiten kijf. 'Er zijn veel vacatures die niet ingevuld raken. Bedrijven willen weten hoe ze die doelgroep kunnen aantrekken. Niet alleen als medewerkers, maar zeker ook als klanten.'
Intern debat
De hoofddoek is zichtbaarder geworden in het straatbeeld. Veel meisjes beschouwen hem als deel van hun religieuze praktijk. Tegelijk is er ook interactie met de aanhoudende aandacht op moslims in het publieke debat, zegt Nadia Fadil. ‘De fixatie op de hoofddoek, samen met de stigmatisering en andere vormen van uitsluiting van moslims, zet sommige meisjes ertoe aan een hoofddoek te dragen. Het maakt van de hoofddoek ook een identiteitssymbool en niet langer uitsluitend een religieuze praktijk.’
Toch is het geen lineaire evolutie. ‘Ik zie ook meisjes die de hoofddoek afzetten. Er zijn discussies binnen de moslimgemeenschap over wat het betekent om een hoofddoek te dragen in een context die vijandig staat tegenover die hoofddoek. Die debatten zijn niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar ze zijn daarom niet minder aanwezig’, zegt ze. ‘Er zijn ook een aantal islamitische geleerden, zoals Kahlid Abou El Fadl, die de hoofddoek als religieuze verplichting nuanceren en in een historische context plaatsen. Deze visie is natuurlijk een minderheidsvisie, maar ik heb wel vrouwen geïnterviewd die daardoor hun hoofddoek hebben afgezet.’
‘De hoofddoek is een van de meest zichtbare symbolen van de aanwezigheid van moslims in België in de publieke ruimte, en dat is natuurlijk de reden waarom er een grote fixatie op is’, verklaart Fadil. ‘Maar je kunt de hoofddoekenkwestie niet los zien van de algemene debatten over moslims. Zoals de kwestie van het opdienen van halalmaaltijden op school, of van het vasten van kinderen. Het gaat met ups en downs, maar er is minder en minder openheid voor dat soort zaken.’

© Fayrouz
Bestaansrecht
‘De strijd over de hoofddoek is eigenlijk een strijd over een veel bredere, principiële vraag: welke plaats hebben religie in het algemeen en de islam in het bijzonder in België en in Europa?’, vindt Yasmina Akhandaf. ‘Welke plaats krijgen mensen met een migratieachtergrond in onze maatschappij? En welke plaats krijgen moslimvrouwen?’
Maar weerhoudt de hoofddoekenkwestie mensen met een migratieachtergrond er niet van om zich met dringender en belangrijker zaken bezig te houden? Draagt het debat er niet toe bij dat zij in een achtergestelde positie gehouden worden? ‘Absoluut!’, antwoordt Nadia Fadil ferm. ‘Als je een hoofddoek draagt en een stageplaats of werk zoekt, sta je voor een keuze. Ofwel zet je hem af. Dan moet je jezelf verraden en je visie bijstellen op wat het voor jou betekent om een goede moslim te zijn. Ofwel zie je af van de job of stageplek. In beide gevallen is het voor vrouwen een hartverscheurende keuze. Het is bovendien een onnodige keuze. Deze kwestie weegt zwaar, ook op moslimvrouwen die geen hoofddoek dragen.’
‘De Amerikaanse schrijfster Toni Morisson zei het heel mooi’, vindt Fadil: ‘“De belangrijkste functie van racisme is afleiding. Het houdt je weg van het werk dat je wilt doen. Het dwingt je om voortdurend opnieuw uit te leggen waarom je bestaansrecht hebt.”’
Er zullen wel deuren opengaan voor moslima’s met een hoofddoek, daar geloven de vrouwen met wie we spraken heel erg in. Maar dat kan alleen door te blijven vechten voor gelijke kansen. ‘Wij willen onze strijd een duurzaam karakter geven’, vertelt Fatima El Kachari van ‘Mijn school, mijn keuze’. ‘Daarom werken we eraan om van ons burgerinitiatief een vzw te maken. El Omari benadrukt: ‘We hebben de hoop op overleg verloren. We hebben geen andere keuze dan de strijd verder te zetten, via de rechtbank maar ook door alternatieven te creëren.’
Ook in de toekomst, voorziet Nadia Fadil, zal de hoofddoekenkwestie een voortdurende bron van discussie en een permanent strijdveld blijven.
Deze analyse werd geschreven voor MO*161, het herfstnummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


:format(png))