Wat politici niet zeggen over meervoudige asielaanvragen

Analyse

Asielaanvragers slachtoffer van Dublinverordering

Wat politici niet zeggen over meervoudige asielaanvragen

Maud Martens

27 maart 202511 min leestijd

De Franse havenstad Calais is voor veel vluchtelingen de laatste halte voor hun oversteek naar het Verenigd Koninkrijk. De meesten onder hen hebben dan al een uitzichtloos traject door Europa en één of meerdere asielaanvragen achter de rug. De regering-De Wever beweert dat ze misbruik maken van het systeem, maar hun ervaringen tonen een andere waarheid.

‘Ik verbleef eerst bij vrienden in Spanje’, vertelt Anwar. ‘Veel Soedanezen hebben daar papieren, maar geen werk. Ze leven in armoede. Voor ons is daar geen toekomst.’ Hij zit op een geïmproviseerde stoel rond een open vuur, waarop een oude koffiepot hevig pruttelt. Een onregelmatig grasveld strekt zich om hem heen uit. Het is bezaaid met talloze tenten, en hier en daar een grotere schuilplaats samengesteld uit zeilen, paletten en bouwhekken.

In het bijzijn van enkele van zijn vrienden vertelt Anwar over zijn reis door Europa. Vanuit Spanje trok hij naar Nederland in de hoop daar internationale bescherming te krijgen. Toen Nederland zijn aanvraag onderzocht, bleek Spanje echter verantwoordelijk te zijn voor de behandeling ervan. Bang om gedeporteerd te worden, vertrok Anwar opnieuw. Dit keer naar Frankrijk. Hij diende een tweede asielaanvraag in, maar kreeg alweer te horen dat hij terug naar Spanje moest. ‘Ik was ten einde raad’, bekent Anwar terwijl hij een kop koffie met een afgebroken oor aanbiedt. ‘Daarom ben ik mijn vrienden naar Calais gevolgd.’

Anwars verhaal is geen uitzondering. Het is hetzelfde als dat van veel mensen die in Calais zijn terechtgekomen. Sommigen hebben zelfs jaren in andere EU-landen gewoond alvorens opnieuw te vertrekken. Terwijl enkelen nooit een asielaanvraag indienden, probeerden anderen wél in één of meerdere landen internationale bescherming te krijgen. Met wisselend succes. Sommigen vertrokken nog voor er een beslissing viel, anderen raakten verstrikt in eindeloze procedures. Voor sommigen eindigde het in een negatieve beslissing, anderen kregen uiteindelijk het statuut van vluchteling. Maar allemaal trokken ze verder.

Harde lijn van regering-De Wever

Het federaal regeerakkoord geeft aan dat een deel van de mensen dat internationale bescherming zoekt in België dat eerder al in een ander EU-land heeft gedaan. De nieuwe regering wil deze zogenaamde ‘secundaire migratiestromen’ zoveel mogelijk aan banden leggen om de druk op het opvangsysteem te verminderen. In lijn met het Europees recht (zie kader) stelt ze dat België geen asielaanvraag hoeft te behandelen als iemand elders al een aanvraag heeft ingediend. Wie doorreist, maakt misbruik van het systeem, zo klinkt het.

Het Belgische beleid trekt een harde lijn: ‘primaire migratie’ van mensen die bescherming zoeken is legitiem, ‘secundaire migratie’ – het doorreizen naar een ander EU-land – is ongegrond of zelfs verdacht. Het recht op bescherming van deze mensen wordt daarom voortdurend in twijfel getrokken. Dat ze hun reis vaak noodgedwongen voortzetten als reactie op de onzekerheden en beperkingen die ze ervaren binnen het Europese asielsysteem blijft grotendeels onbespreekbaar.

De Europese Dublin III-Verordening

Wie Europa binnenkomt en asiel aanvraagt, krijgt meteen te maken met de Dublinverordening. Dat is een Europese wet die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Dit systeem moet voorkomen dat verschillende lidstaten tegelijk verantwoordelijk zijn voor de behandeling van eenzelfde aanvraag. Als mensen via vingerafdrukken, een recent wettig verblijf, of een eerdere asielaanvraag gekoppeld kunnen worden aan een ander Europees land, moet dat land in principe de asielaanvraag behandelen.

Toch staan er in de Dublinverordening meerdere situaties waarin een EU-land verplicht is een asielaanvraag te behandelen, ook al is een andere lidstaat in principe verantwoordelijk. Dat is bijvoorbeeld het geval als de asielprocedure of opvangvoorzieningen in die lidstaat gebrekkig zijn en kunnen leiden tot een onmenselijke behandeling. Daarnaast geeft de soevereiniteitsclausule elk land de mogelijkheid om vrijwillig een asielaanvraag te behandelen, zelfs als het volgens de EU-regels niet verantwoordelijk is.

Gedwongen asielaanvraag

‘In Bulgarije werd ik opgesloten’, legt Abdelaziz uit. ‘De politie sloeg me. Ik moest mijn vingerafdrukken geven. Als ik geen asiel vroeg, zouden ze me terugsturen naar Turkije. Daarna naar Syrië.’ Abdelaziz bleef acht maanden in Bulgarije en kreeg er uiteindelijk internationale bescherming. ‘Ik had papieren, maar geen dak boven mijn hoofd, niemand om op terug te vallen en geen enkele vorm van steun’, gaat hij verder. ‘De overheid bood geen hulp. Het voelde alsof ze misbruik van me maakten. Ik werkte veertien uur per dag in een fabriek voor twintig euro.’ Daarom vertrok hij. Een nieuw land betekent een nieuwe kans. Of dat hoopt hij tenminste.

Zoals Abdelaziz worden veel vluchtelingen gedwongen om hun eerste asielaanvraag in te dienen aan de Europese buitengrenzen: Italië, Griekenland, Spanje en Bulgarije. Ze willen daar niet blijven, maar ze kunnen niet anders. Wie aankomt in Europa, wordt geregistreerd, vastgehouden en onder druk gezet om asiel aan te vragen. Af en toe worden vluchtelingen zelfs expliciet bedreigd. Soms geven mensen vrijwillig hun vingerafdrukken, terwijl ze niet weten dat die bepalend zijn voor waar ze mogen blijven.

Zodra ze zich vrij kunnen bewegen, zoeken mensen plekken waar ze een sociaal netwerk hebben van familie, vrienden en kennissen. Het gaat over mensen die hen dierbaar zijn, maar ook over wie hen kan helpen overleven in een nieuw land. Daarnaast speelt taal een belangrijke rol. Wie Frans spreekt, trekt sneller naar Frankrijk of België. Wie Engels spreekt, kiest liever voor het Verenigd Koninkrijk. Een gedeelde taal betekent snellere integratie, makkelijker werk en meer toekomstkansen. Maar met deze factoren houdt de Dublinverordening geen rekening.

Europa in race to the bottom

Andere redenen om verder te trekken, hebben te maken met de ongelijke behandeling van asielzoekers binnen de EU en het gebrek aan effectieve bescherming in bepaalde landen. Ondanks de Europese regels blijven de verschillen tussen landen enorm. Wachttijden, opvangvoorzieningen en erkenningspercentages variëren sterk van lidstaat tot lidstaat.

Europa lijkt verwikkeld in een race to the bottom, waarbij elk land zichzelf zo onaantrekkelijk mogelijk maakt voor asielzoekers.

Het Griekse asielsysteem werd in 2011 al veroordeeld wegens het ernstige risico op mensenrechtenschendingen. Daardoor konden lidstaten asielzoekers niet naar Griekenland terugsturen. Ook in België komen asielaanvragers vaak langdurig op straat te staan door het structureel tekortschieten van het opvangnetwerk. Europa lijkt verwikkeld in een race to the bottom, waarbij elk land zichzelf zo onaantrekkelijk mogelijk maakt voor asielzoekers. Als ze hun waardigheid willen behouden, dwingt dit hen om verder te reizen.

Zelfs erkende vluchtelingen worden soms letterlijk aan hun lot overgelaten, zonder opvang, zonder sociale rechten en zonder werkmogelijkheden. Zoals uit de getuigenis van Abdelaziz blijkt, stelde de internationale bescherming die hij in Bulgarije kreeg in de praktijk maar weinig voor. Toch kon hij niet zomaar naar een ander EU-land verhuizen. Hij werd al snel aangehouden door de Duitse autoriteiten die dreigden hem terug naar Bulgarije te sturen. Ondanks hun erkenning hebben vluchtelingen immers geen recht op vrij verkeer binnen de Europese Unie en blijven ze gebonden aan het land dat hen bescherming verleende.

Regeerakkoord biedt geen oplossing

De plannen in het huidig regeerakkoord riskeren die situatie alleen maar erger te maken. De regering-De Wever wil personen die al in een ander EU-land asiel hebben aangevraagd uitsluiten van reguliere opvang en hen onderbrengen in sobere terugkeercentra, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken. Daarnaast wil ze sneller Dublin-beslissingen nemen om asielzoekers terug te sturen naar het land dat verantwoordelijk is voor hun asielaanvraag. Mobiele telefoons en andere toestellen zullen bij elke aanvraag verplicht worden uitgelezen om onder andere de reisroute te achterhalen. Ook de online ontradingscampagnes worden geïntensiveerd om secundaire migratie te ontmoedigen.

Het regeerakkoord zet de afbraak van ons opvang- en beschermingsbeleid onverminderd voort.

Het regeerakkoord zet de afbraak van ons opvang- en beschermingsbeleid dus onverminderd voort, en staart zich blind op een strikte toepassing van de Dublinverordening. Maar wat als ‘terug’ betekent dat je op straat belandt, zonder kansen en zonder perspectief? Dan vertrekken mensen opnieuw, op zoek naar een plek waar ze écht veilig zijn.

Dat zegt ook Ibrahim, die door Duitsland naar Griekenland werd teruggestuurd. Hij vroeg daar internationale bescherming, maar kreeg een plek op straat. ‘Als het leefbaar had geweest, zou ik gebleven zijn. Het is het mooiste land dat ik ooit heb gezien’, zegt hij melancholisch terwijl zijn vingers over het T-shirt glijden dat hij die ochtend aan zijn tent heeft opgehangen om te drogen. Het kledingstuk is nog steeds doordrenkt met zeewater en angstige herinneringen. Het resultaat van een mislukte oversteek van het Kanaal per boot.

Terwijl het regeerakkoord mensen die meerdere asielaanvragen indienen steeds met de vinger wijst, is er geen aandacht voor de juridische verplichtingen van overheden om leefbare omstandigheden te creëren voor zowel asielzoekers als erkende vluchtelingen. Het asielsysteem in Europa wil een antwoord bieden op de traumatische ervaringen die vluchtelingen in hun thuisland hebben meegemaakt, maar negeert volledig de bijkomende trauma’s die door de Europese en nationale regelgeving worden veroorzaakt. In plaats van bescherming te bieden, vormt het asielsysteem zélf een nieuwe bron van onrecht en lijden. ‘Ik ben een slachtoffer van Dublin’, besluit Anwar terwijl hij knippert met zijn ogen die tranen van de rook als hij de koffiepot omdraait en het laatste beetje koffie in de modder giet.

Dit artikel werd geschreven in het kader van het doctoraatsonderzoek van Maud Martens aan de Universiteit Gent. Zij is verbonden aan CESSMIR, de vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek en de onderzoeksgroep Migratierecht. Haar onderzoek gaat over de organisatie en implicaties van sociaaljuridische ondersteuning aan migranten in transit. Tussen november 2022 en augustus 2024 voerde zij terreinonderzoek in Calais, waar zij met de ondersteuning van een interculturele bemiddelaar 63 interviews afnam met mensen op de vlucht en talloze informele gesprekken voerde.