Opgroeien in de schaduw van de Koude Oorlog

Column

Crisis na crisis

Opgroeien in de schaduw van de Koude Oorlog

Als MO*columnist Geert Van Istendael dezer dagen in de krant leest dat de Verenigde Staten al twee en een halve eeuw de grote verdedigers zijn van de democratie, dan moet hij toch eventjes naar adem happen.

Onlangs e-mailde een jongeman van zeventien me met de vraag of ik hem niet wilde vertellen hoe het eigenlijk was om op te groeien tijdens de koude oorlog. Hij had zo’n verhaal nodig voor een taak geschiedenis, schreef hij me. En dat we elkaar hadden gesproken tijdens een feestje thuis bij mijn oudste kleinkinderen.

O ja, nu herinnerde ik het me weer, schrandere gast, stelde een hele hoop vragen, luisterde aandachtig naar antwoorden. Het zal een leerrijk gesprek worden, daar twijfel ik niet aan.

Sinds januari struikelen tot voor heel kort onvoorstelbare gebeurtenissen over elkaar heen. De ene aardschok is nog niet uitgeschud of daar komt al een tweede aangerommeld. Geleerde mensen vertellen ons met een bekommerde kop dat we een scharniertijd beleven, een razende omwenteling, om niet te zeggen een apocalyps.

Ik begin gespannen na te denken over het vervlogen tijdperk van mijn eigen jonge jaren. Ik wil een poging ondernemen om de lotgevallen van de mensheid tussen pakweg 1950 en 1990 een beetje in ordelijke rijen en tabellen te zetten. Per slot van rekening heeft die jongen recht op een min of meer samenhangend verhaal.

Die kindertijd van mij, en ook nog daarna, was dat niet één lange, opgetogen, eindeloos voortschrijdende triomftocht? De Fransen hebben het over les trente glorieuses, de dertig roemrijke jaren. In alle gezinnen zag je ineens koelkasten en platendraaiers en transistorradio’s, om van de auto’s nog maar te zwijgen, het kon gewoon niet op. Bovendien democratiseerde het onderwijs zienderogen, toch in België. Neem mijn retorica (zesde jaar aso, katholieke jongensschool). Bij de eerste vijf van de klas waren drie arbeiderszonen en die klas was veeleer regel dan uitzondering. Onstuitbaar optimisme dus, van boven tot onder, van links tot rechts. Extreemrechts, dat waren toen nog een paar ruwaards die zaten te mokken in kroegen met namen als Odal of andere runetekens.

Maar je wilt die jonge volwassene een min of meer gestoffeerd antwoord geven, dus ga je een heel klein beetje grondiger peuteren in de bodem van de geschiedenis. Eerst iets wat nog massief in mijn geheugen zit. Als puber was ik doodsbang voor de atoombom.

Allicht waren Chroesjtsjov en Kennedy schurken, maar dan toch behoedzame schurken.

Niet zonder reden. In 1962 bijvoorbeeld, ik ben vijftien, ontdekken de Amerikanen dat de Sovjets raketbasissen bouwen in Cuba. Voor atoomraketten, ja, ja. De Amerikanen blokkeren de zee om Cuba heen. Medewerkers van president Kennedy dringen erop aan een kernoorlog te ontketenen, om de Russen te snel af te zijn. Sovjetschepen met kernwapens aan boord stevenen op Cuba af. Op het allerlaatste nippertje maken de Sovjetschepen rechtsomkeer. Ik ga niet in op de panische, geheime en hallucinant ingewikkelde onderhandelingen tussen Sovjets en Amerikanen.

Pas tientallen jaren nadien is aan het licht gekomen dat de dreiging veel groter was dan we in de jaren zestig van vorige eeuw beseften. Mijn kwajongensangst voor de atoombom was dus meer dan gegrond, al moet ik eraan toevoegen dat de leiders van toen heel wat rationeler te werk gingen dan die van nu. Allicht waren Chroesjtsjov en Kennedy schurken, maar dan toch behoedzame schurken. Dat is iets heel anders dan de losgeslagen mafkezen die vandaag naast de rode knop zitten in Moskou en Washington.

De Verenigde Staten, de Sovjetunie, Frankrijk, Groot-Brittannië, China, later ook India en Pakistan deden uitbundig kernproeven, in de atmosfeer tot 1974 en 1980 (Frankrijk en China), ondergronds tot in de jaren negentig. De megatonnen vlogen ons om de oren. Dat woord hoor je nergens meer.

Ik heb een oude Fransman gekend die in de jaren vijftig van vorige eeuw als jonge soldaat kernproeven had gezien in de Sahara, Algerije, toen nog Frans. Na al die tijd joeg de herinnering hem nog steeds de daver op het lijf.

Laten we eens kijken naar de oorlogen en aanverwante beestigheden die de mensheid uitgevochten heeft tijdens mijn jeugdjaren. Toen ik geboren werd, was de gruwel der gruwelen, de Tweede Wereldoorlog, twee jaar voorbij. Bekijk dat cijfer eens goed. Nu zou dus de wapenstilstand in 2023 zijn geweest.Onlangs e-mailde een jongeman van zeventien me met de vraag of ik hem niet wilde vertellen hoe het eigenlijk was om op te groeien tijdens de Koude Oorlog. Hij had zo’n verhaal nodig voor een taak geschiedenis, schreef hij me. En dat we elkaar hadden gesproken tijdens een feestje thuis bij mijn oudste kleinkinderen.

O ja, nu herinnerde ik het me weer, schrandere gast, stelde een hele hoop vragen, luisterde aandachtig naar antwoorden. Het zal een leerrijk gesprek worden, daar twijfel ik niet aan.

Sinds januari struikelen tot voor heel kort onvoorstelbare gebeurtenissen over elkaar heen. De ene aardschok is nog niet uitgeschud of daar komt al een tweede aangerommeld. Geleerde mensen vertellen ons met een bekommerde kop dat we een scharniertijd beleven, een razende omwenteling, om niet te zeggen een apocalyps.

Ik begin gespannen na te denken over het vervlogen tijdperk van mijn eigen jonge jaren. Ik wil een poging ondernemen om de lotgevallen van de mensheid tussen pakweg 1950 en 1990 een beetje in ordelijke rijen en tabellen te zetten. Per slot van rekening heeft die jongen recht op een min of meer samenhangend verhaal.

Die kindertijd van mij, en ook nog daarna, was dat niet één lange, opgetogen, eindeloos voortschrijdende triomftocht? De Fransen hebben het over les trente glorieuses, de dertig roemrijke jaren. In alle gezinnen zag je ineens koelkasten en platendraaiers en transistorradio’s, om van de auto’s nog maar te zwijgen, het kon gewoon niet op. Bovendien democratiseerde het onderwijs zienderogen, toch in België. Neem mijn retorica (zesde jaar aso, katholieke jongensschool). Bij de eerste vijf van de klas waren drie arbeiderszonen en die klas was veeleer regel dan uitzondering.

Onstuitbaar optimisme dus, van boven tot onder, van links tot rechts. Extreemrechts, dat waren toen nog een paar ruwaards die zaten te mokken in kroegen met namen als Odal of andere runetekens.

Maar je wilt die jonge volwassene een min of meer gestoffeerd antwoord geven, dus ga je een heel klein beetje grondiger peuteren in de bodem van de geschiedenis.

Allicht waren Chroesjtsjov en Kennedy schurken, maar dan toch behoedzame schurken.

Eerst iets wat nog massief in mijn geheugen zit. Als puber was ik doodsbang voor de atoombom.

Niet zonder reden. In 1962 bijvoorbeeld, ik ben vijftien, ontdekken de Amerikanen dat de Sovjets raketbasissen bouwen in Cuba. Voor atoomraketten, ja, ja. De Amerikanen blokkeren de zee om Cuba heen. Medewerkers van president Kennedy dringen erop aan een kernoorlog te ontketenen, om de Russen te snel af te zijn. Sovjetschepen met kernwapens aan boord stevenen op Cuba af. Op het allerlaatste nippertje maken de Sovjetschepen rechtsomkeer. Ik ga niet in op de panische, geheime en hallucinant ingewikkelde onderhandelingen tussen Sovjets en Amerikanen.

Pas tientallen jaren nadien is aan het licht gekomen dat de dreiging veel groter was dan we in de jaren zestig van vorige eeuw beseften. Mijn kwajongensangst voor de atoombom was dus meer dan gegrond, al moet ik eraan toevoegen dat de leiders van toen heel wat rationeler te werk gingen dan die van nu. Allicht waren Chroesjtsjov en Kennedy schurken, maar dan toch behoedzame schurken. Dat is iets heel anders dan de losgeslagen mafkezen die vandaag naast de rode knop zitten in Moskou en Washington.

De Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk, Groot-Brittannië, China, later ook India en Pakistan deden uitbundig kernproeven, in de atmosfeer tot 1974 en 1980 (Frankrijk en China), ondergronds tot in de jaren negentig. De megatonnen vlogen ons om de oren. Dat woord hoor je nergens meer.

Ik heb een oude Fransman gekend die in de jaren vijftig van vorige eeuw als jonge soldaat kernproeven had gezien in de Sahara, Algerije, toen nog Frans. Na al die tijd joeg de herinnering hem nog steeds de daver op het lijf.

Oorlogen en aanverwante beestigheden

Laten we eens kijken naar de oorlogen en aanverwante beestigheden die de mensheid uitgevochten heeft tijdens mijn jeugdjaren. Toen ik geboren werd, was de gruwel der gruwelen, de Tweede Wereldoorlog, twee jaar voorbij. Bekijk dat cijfer eens goed. Nu zou dus de wapenstilstand in 2023 zijn geweest.

En dan:

Te veel om op te sommen.

1948: De Arabische buurlanden van Israël vallen aan nadat Israël eenzijdig de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Naar schatting 700.000 Palestijnen worden verdreven of slaan op de vlucht. Naar schatting 850.000 joden uit islamitische landen vluchten of emigreren.

1950: Koreaanse oorlog. Noord valt Zuid binnen. De Verenigde Staten en bondgenoten trekken ten strijde. Ook Belgen. Een monumentje in de Atlantische Oceaanlaan, Brussel, herdenkt de dapperen, onder wie mijn oom zaliger. Resultaat van de Koreaanse oorlog: naar schatting 180.000 doden en een tot op heden etterende grenslijn.

1953: De bouwvakkers die de paleizen aan de Stalinallee, Oost-Berlijn, optrekken, komen in opstand. Woedende betogingen in driehonderd steden van de DDR. Sovjettanks herstellen de orde. Duizenden Oost-Duitsers vliegen in de bak.

1954: In mei verliezen de Fransen de laatste veldslag van de Vietnamese onafhankelijkheidsoorlog, bij Điện Biên Phủ. Met dank aan de geniale veldheer Võ Nguyên Giáp, die alle veldslagen van Napoleon uit het blote hoofd kende.

1956: Twee botsingen. Eerst de crisis over de vrije toegang tot het Suezkanaal. Frankrijk en Groot-Brittannië verliezen dit oorlogje roemloos. De nederlaag wordt beschouwd als de begrafenis van twee koloniale imperia.

Vervolgens, in oktober: De Hongaren staan op tegen hun communistische bazen. De Sovjets grijpen in. Opstand bloedig neergeslagen.

Intussen in Kenia: De Mau Mau-opstand tegen de Britten. Naar schatting tussen 15.000 en 20.000 doden.

Intussen in Algerije: De Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd. Naar schatting een slordige 400.000 doden. In 1962 verklaart generaal De Gaulle, zeer tégen de wil van zijn eigen Fransen in, Algerije onafhankelijk. 

Intussen in China: De geniale roerganger Mao Ze Dong roept op tot de grote sprong voorwaarts. Waarna, in de jaren zeventig, de culturele revolutie. Resultaat: tussen twintig miljoen en vijfenveertig miljoen doden, ruwe schatting. In vergelijking met Mao is de hedendaagse meneer Ping een doorbrave boekhouder.

Intussen: oliecrisis. In 1973 verhogen de Arabische olieproducerende landen de prijs van aardolie met 70 procent. Ze boycotten helemaal de Verenigde Staten en de West-Europese landen die Israël hebben gesteund bij de Jom Kipoeroorlog, datzelfde jaar. In België en andere Europese landen mag je op zondag niet autorijden. Lege snelwegen. In Rome dansen de mensen in het midden van de straat. 

Intussen: staatsgreep in Chili. Op 11 september 1973 pleegt in Chili generaal Pinochet een staatsgreep. De dictatuur eindigt in 1990. Deze staatsgreep was zorgvuldig voorbereid door de CIA. Volgde een resoluut neoliberaal economisch beleid, verbod op vakbonden, privatisering van de gezondheidszorg, geheel volgens de waandenkbeelden van de Noord-Amerikaanse econoom Milton Friedman. Friedman noemde de resultaten van dat beleid een economisch wonder. De niet zo erg rijke Chilenen zien dat anders.

Ha ja, eer ik het vergeet:

In Argentinië, dictatuur van luitenant-generaal Videla. Een stuk of 30.000 doden. Bijvoorbeeld boven de Atlantische Oceaan uit helikopters gegooid.

In Paraguay, vijfendertig jaar dictatuur van generaal Stroessner, met steun van de USA. En van West-Europa.

In Uruguay, militaire staatsgreep.

In Brazilië: staatsgreep en twintig jaar militaire dictatuur. Met hulp van Verenigde Staten.

Gut, Mobutu!!! Na de moord op Lumumba, 1961, dictator van Kongo tot 1997. Met steun van de Verenigde Staten en België enzovoort. Wij blijven onverdroten Kongo leegzuigen.

Intussen: een processie dictators in andere Afrikaanse staten, met steun van. Apartheid in Zuid-Afrika.

VS en democratie

Wanneer ik dezer dagen in de krant lees dat de Verenigde Staten al twee en een halve eeuw de grote verdedigers zijn van de democratie, dan moet ik toch eventjes naar adem happen. Zie tevens hieronder.

Intussen in Vietnam, van 1955 tot 1975: Totale oorlog tussen zuid en noord. China en de Sovjetunie steunen het noorden, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland, Thailand en Laos steunen het zuiden. Zowat overal ter wereld, grootscheepse betogingen tegen die oorlog. Het einde is de smadelijke en chaotische aftocht van de Amerikanen. Vergelijk met de aftocht uit Afghanistan. De schattingen over het dodental lopen sterk uiteen. Tussen 1.100.000 en vier miljoen soldaten, tussen anderhalf miljoen en vier miljoen burgerslachtoffers.

1975-1979: In Cambodja sterven onder het schrikbewind van de communistische dictator Pol Pot naar schatting tussen anderhalf en twee miljoen mensen. Een op vijf inwoners gaan eraan. Ik hoor nog altijd de groepjes maoïstische dwepers schreeuwen die in Leuven deze moordenaar ophemelden. 

Milieurampjes

Moet ik er nog wat milieurampjes aan toevoegen?

1952-1953: Dikke smog boven Londen. Naar schatting 12.000 doden.

In 1967 loopt de Liberiaanse tanker Torrey Canyon op een klip voor de zuidwestkust van Engeland. Naar schatting honderdtwintig miljoen liter ruwe olie vloeit de Noordzee in.

1974: Seveso, Italië. Ontploffing in een scheikundige fabriek, onderafdeling van Hoffman-Laroche. De hele omgeving raakt zwaar vervuild met dioxine.

In 1978 zinkt de Liberiaanse tanker Amoco Cadiz voor de Bretonse kust. Naar schatting tweehonderddertig miljoen ruwe olie vloeit de Atlantische Oceaan in.

1984. In Bhopal, India, ontsnapt een kolossale giftige gaswolk uit een fabriek van Union Carbide. Zevenduizend mensen meteen dood. Vijftienduizend mensen daarna dood. 

1986. In Tsjernobyl, toen Sovjet-Unie, nu Oekraïne, loopt er iets grondig mis in een kerncentrale. Resultaat: grote delen van Europa, ook bij ons, raken besmet met radioactiviteit. We mogen plotseling geen bladgroenten meer eten. Koeien krijgen een graasverbod.

Verbijsterende tijden

Ik hou maar eens op. De lijst blijft schreeuwend onvolledig.

Al die hand- en spandiensten aan dictatoren en aan onwelriekende regimes kregen als rechtvaardiging: wij van het vrije Westen moeten het verschrikkelijke monster van het communisme indijken, terugdringen, verslaan. Dat laatste is uiteindelijk gebeurd zonder wapengekletter, op 9 november 1989, toen een hoge pief van de Oost-Duitse communisten tijdens een persconferentie voor zijn beurt sprak. De wrede Berlijnse muur barstte open en viel krachteloos ter aarde. Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Laten we niet onnozel doen over de weldaden van het communisme. Wie daar nog altijd in zou geloven, leze Solzjenytsin. En als u die te zwaar op de hand vindt, lees Andreï Makhine, bijvoorbeeld Het boek van de eeuwige korte liefdes (Le livre des brèves amours éternelles, deze voormalige Rus schrijft in het Frans), lichtvoetiger, maar daarom niet minder streng over de loden last van het communistische bewind.

Zeker, we leven in verbijsterende tijden.

Maar de Koude Oorlog, was die ook niet verbijsterend?