‘Misdaden tegen de menselijkheid ontstaan niet in een vacuüm’
Is autoritair rechts de basisconditie van Latijns-Amerika?

Van links naar rechts: Javier Milei (Argentinië), oud-president Jair Bolsonaro (Brazilië), José Antonio Kast (Chili), Nayib Bukele (El Salvador) en Daniel Noboa (Ecuador).
© Justine Corrijn / MO*

Van links naar rechts: Javier Milei (Argentinië), oud-president Jair Bolsonaro (Brazilië), José Antonio Kast (Chili), Nayib Bukele (El Salvador) en Daniel Noboa (Ecuador).
© Justine Corrijn / MO*
Op enkele uitzonderingen na deelt autoritair rechts, goed 35 jaar na het einde van de laatste dictatuur, opnieuw de lakens uit in Latijns-Amerika. En dat ondanks talloze waarheids- en verzoeningscommissies. ‘Een commissie die alleen maar misdaden documenteert, en tegelijk de onderliggende ongelijkheid onbesproken laat, zaait de kiemen voor haar eigen mislukking.’
Verkiezingen in Latijns-Amerika zijn meer gepolariseerd dan ooit. Vooral aan de rechterzijde presenteren zich steeds extremere kandidaten. Peru en Colombia nemen voorlopig het voortouw. Als de inwoners er respectievelijk op 7 en 21 juni naar de stembus trekken, staat er veel op het spel.
In Peru worden de stemmen momenteel nog geteld, maar dictatorsdochter Keiko Fujimori lijkt het pleit te gaan winnen met enkele tienduizenden stemmen. In Colombia lijkt Abelardo de la Espriella na de eerste ronde aan de winnende hand. De la Espriella is een politieke outsider en multimiljonair die het land met ijzeren vuist belooft te regeren.
Colombia kende strikt genomen dan wel geen dictatoriale periode, maar het binnenlandse conflict, dat in 1964 tussen boerenbewegingen en het leger begon, blijft er aanslepen. Met uitzondering van twee presidenten, Juan Manuel Santos en de huidige Gustavo Petro, hebben de leiders van het land voluit ingezet op een militaire aanpak om het conflict te beslechten. De teller staat er inmiddels op 6 miljoen ontheemden en bijna een half miljoen doden.
Onder het bewind van Alberto Fujimori, Keiko’s vader, vielen er in Peru naar schatting 69.000 doden. Met een knetterrechts veiligheidsdiscours wil De la Espriella morgen het leger sturen naar de rurale gebieden die in de greep zijn van gewapende groepen. Volgens De la Espriella ontbreekt het er niet aan scholen en gezondheidszorg, maar aan de harde hand. Het programma dat hij de kiezer voorlegt is nog radicaler dan dat van voormalig president Álvaro Uribe (2002-2010), die het vuile werk liet opknappen door paramilitaire doodseskaders.
Dictablandas y dictaduras
Zowel Keiko Fujimori als Abelardo de la Espriella bevinden zich in goed gezelschap, want een aanzienlijk deel van de landen op de westelijke hemisfeer is al in handen van autoritair rechts.
Vanaf 2016, het jaar waarin Donald Trump ogenschijnlijk uit het niets de Amerikaanse presidentsverkiezingen won, begonnen ook in Latijns-Amerika zogenaamde “outsiders” massaal verkiezingen te winnen. In Brazilië was er de uiterst rechtse brulboei Jair Bolsonaro, in El Salvador de gladjakker Nayib Bukele en in Ecuador diens schaduw Daniel Noboa. De flamboyante anarchokapitalist Javier Milei won in Argentinië, en in Chili de advocaat – en zoon van een gevluchte nazi – José Antonio Kast. In Paraguay, ten slotte, heerst de van drugshandel en corruptie doordrongen Colorado-clan.
Zelfs Costa Rica, decennialang het baken van stabiliteit in de regio, koos in 2022 met Rodrigo Chaves voor populistisch rechts. En als extreemrechts eens een keertje niet wint, zoals in Bolivia, zijn de marges vlijmscherp. Alleen de Uruguayanen lijken relatief immuun voor autoritaire verlokkingen. Alsof alles er nog peis en vree is, tikt het klokje er per ambtsperiode nog braaf tussen centrumlinks en centrumrechts.
‘De overwinningen worden met de stembus behaald, maar de instellingen en de rechtsstaat worden daarna evengoed uitgekleed’
Maar over de rest van het continent woedt de angry tide, de “kwade golf”. Die term verwijst zowel naar de pink tide, de “roze golf”, een eerdere beweging van links, ingezet door Hugo Chávez in 1999, als naar de decibelrijke stijl van de huidige protagonisten. Ze laven zich allemaal uitbundig aan militarisme als enige en laatste stok achter de deur tegen een gepercipieerd onveiligheidsgevoel en ongecontroleerde migratie.
Dictablanda heet die mengvorm in het Spaans, de zachte dictatuur. De overwinningen worden met de stembus behaald, maar de instellingen en de rechtsstaat worden daarna evengoed uitgekleed. Dat contrasteert met de dictaduras van de jaren 60, 70 en 80, waarbij in nagenoeg alle betrokken landen generaals de macht grepen, dikwijls na bloedige staatsgrepen.
Nog liever een staatsgreep
Hoe flinterdun de lijn met een dictadura soms is, toonde vooral Jair Bolsonaro aan. Nadat hij in 2022 de verkiezingen verloren had, kwamen plannen voor een staatsgreep aan het licht. Het moest er één worden die zelfs Pinochet had doen blozen: Bolsonaro’s democratisch verkozen opvolger, Luiz Inácio ‘Lula’ da Silva, zou op het centrale plein in Brasília aan een galg worden opgeknoopt, samen met diens running mate en opperrechter Alexandre de Moraes. Alsof het nog 1964 was – het jaar van de vorige coup.
Dat Bolsonaro in de absolute buitenbaan van de dictablanda opereerde, mag duidelijk zijn, maar het opmerkelijke aan zijn démarche was dat hij de eerste “kwade golf”-president in Latijns-Amerika was die volgens de democratische spelregels de macht moest overdragen aan een andere ideologische strekking. Dan nog liever een staatsgreep.
Extreemrechts geeft de macht niet graag uit handen, hetzelfde bedje waarin overigens ook Latijns-Amerikaans extreemlinks ligt uit te zieken. Nayib Bukele in El Salvador heeft alvast alle beperkingen op herverkiezing geschrapt. Wie het continent volgt, weet wat de Salvadoranen te wachten staat: een ruk naar het autoritarisme.
Nochtans worden radicale outsiders zélf niet graag herinnerd aan de dictaduras. ‘Laten we die pagina omslaan’, klinkt het bij onder meer de Argentijnse Milei. Zelfs de minder goede verstaander leest daar geen oproep tot verzoening in, maar eerder een toedekken van het verleden. En dat verleden is in veel gevallen een stinkende, open wonde.
Swastika’s aan de muren
In de flauwe bocht van de weg die slingert tussen de kille bureaucratenstad La Paz en het Amazonewoud staat een klein huisje. De eerste buren wonen gemakkelijk op een kilometer afstand, ergens verderop in de rollende bergen. Het is een armoedige regio, deze Yungas, bevolkt door cocaboeren. Wie het huisje ooit bewoonde, is hier een publiek geheim: Klaus Barbie.
Als hoofd van de Gestapo in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg Barbie de bijnaam “Slachter van Lyon”. Barbie was rechtstreeks betrokken bij de moord op naar schatting 14.000 mensen en liep na de val van het Derde Rijk twee terdoodveroordelingen op. Maar vooraleer hij twee keer doodging, vluchtte hij naar Bolivia.
Hij was niet de enige nazi die de wijk nam. De ontsnappingsroute richting Latijns-Amerika was zo populair dat historici over de “rattenlijn” spreken. De vluchtroute werd georganiseerd met valse paspoorten van het Rode Kruis, met de inbreng van fascistische priesters in het Vaticaan en met de hulp van de Amerikaanse inlichtingendienst CIC, de voorloper van de CIA.

Het Italiaanse paspoort waarmee de Duitse SS-officier Joseph Mengele in 1949 onder een valse naam Europa ontvluchtte.
© Jackdawson1970 / Wikimedia (C BY-SA 3.0)
De Koude Oorlog woedde op volle kracht en niet het fascisme, maar het communisme was de staatsvijand van het westerse blok.
Intussen ging in Latijns-Amerika de democratie grotendeels voor de bijl, te beginnen met Paraguay, waar in 1954 generaal Alfredo Stroessner de macht greep. Tegen 1973, na een staatsgreep tegen de democratisch verkozen Salvador Allende in Chili, was de volledige zuidelijke kegel van het continent in militaire handen.
De ontsnapte nazi’s voelden zich onder de nieuwe wind in Latijns-Amerika als vissen in het water. Tientallen jaren leefden ze er als vrije burgers. Velen, waaronder Barbie, leverden hand- en spandiensten aan de regimes van hun nieuwe thuislanden.
Het werd allemaal getolereerd en zelfs aangemoedigd, niet het minst door de Verenigde Staten. De Koude Oorlog woedde op volle kracht en niet langer het fascisme, maar het communisme was de staatsvijand van het westerse blok. Voor Washington waren de rechtse Latijns-Amerikaanse regimes belangrijke bondgenoten in die strijd. Zeker wanneer Fidel Castro in 1959 de macht grijpt, zijn zowat alle middelen gerechtvaardigd om “een tweede Cuba” te vermijden.
Maar in tegenstelling tot elders in de wereld waren die politieke tegenstanders doorgaans geen geharde sovjets of maoïsten, maar burgers. In de naam van het anticommunisme, en dikwijls bij afwezigheid van communistische bewegingen van enig gewicht, ontketenden de regimes een oorlog tegen hun eigen bevolking.
Illustratief daarbij was het groepje armzalige outcasts dat Ernesto ‘Che’ Guevara in de Boliviaanse jungle rond zich wist te verzamelen, alvorens opgespoord en vermoord te worden. Het lukt Che Guevara niet om in het hart van Latijns-Amerika een opstand te ontketenen. De verpauperde bevolking had wel wat anders aan het hoofd. ‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral’.
Vanaf halverwege de jaren 70 tot de val van de Argentijnse dictatuur in 1983 kristalliseerde het anticommunisme formeel uit in Operatie Condor. Met financiële steun van de Verenigde Staten en onder officieuze leiding van de Chileense dictator Augusto Pinochet werden over de hele regio naar schatting 60.000 burgers vermoord. Een veelvoud werd in gevangenissen gefolterd en/of verdween.
Vaak deden de dictators beroep op de kwaliteiten van gevluchte nazi’s zoals Klaus Barbie. In 1980 fungeerde zijn paramilitaire beweging Novios de la muerte (de 'verloofden des doods') als stoottroep bij de staatsgreep van Luís García Meza in Bolivia. Ook andere nazi’s, zoals Walter Rauff in Chili en “Engel des doods” Josef Mengele in Paraguay, adviseerden de regimes.
Het kleine huisje in de bocht van de weg is deels overwoekerd. Dichterbij komen is niet vanzelfsprekend. Cocaboeren beweren dat de swastika’s nog aan de muren hangen. In Europa zou er een museum van gemaakt zijn, of had er minstens een politielint rondgehangen. Hier niet. Hier walmt de geschiedenis je rauw in het gezicht. Alsof Latijns-Amerika de duivels uit het verleden liever niet in de ogen kijkt.
Op zoek naar de waarheid
‘Brazilië is het enige Zuid-Amerikaanse land waar de misdaden van de dictatuur nooit zijn berecht’, verklaarde journalist Bela Megale in de nasleep van Bolsonaro’s mislukte staatsgreep. Hoe veelzeggend ook, helemaal juist is de uitspraak niet. Net als (bijna) alle andere Condor-landen organiseerde Brazilië een waarheidscommissie.
Argentinië geldt wereldwijd zowat als “uitvinder” van dit juridische genre. In 1984 werden de misdaden van de dictatuur er al onder de loep genomen. Doorgaans willen die commissies de waarheid aan het licht te brengen, de schuldigen opsporen en herhaling voorkomen. Maar de ene waarheidscommissie is de andere niet. Waar de Argentijnse, Chileense en Uruguayaanse commissies als successen worden beschouwd, bleken andere totaal ontoereikend.
En dan vooral die van Brazilië. De allereerste aanbeveling van de Nationale Waarheidscommissie schreef voor dat het leger zich moest verontschuldigen voor de misdaden die het begaan had tijdens de dictatuur. Maar tot vandaag blijft het leger volhouden dat het Brazilië heeft gered uit de klauwen van de communisten. Het had de exit dan ook goed voorbereid. In 1979 werd er al een amnestiewet gestemd die de verantwoordelijken moet behoeden voor vervolging.
Na de instelling van de Waarheidscommissie in 2012 liepen de klachten van slachtoffers en nabestaanden binnen. Ze ketsten zo goed als allemaal af op de amnestiewet die nog altijd als golfbreker fungeert. De verontschuldigingen zijn er nooit gekomen. Integendeel, in 2022 waren drie van de vier componenten van het leger actief betrokken bij het plannen van de staatsgreep. Slechts één man, landmachtgeneraal Freire Gomes, lag dwars. Als hij had ingestemd met de coup, was Brazilië vandaag opnieuw een bananenrepubliek.
Concentratiekampen in de woestijn
Journalist Bela Megale vertolkt een gevoel dat leeft in zowat alle Amerikaanse landen met een donker verleden. Volgens de overleden Paraguayaanse mensenrechtenactivist Martín Almada werd het verleden van de Stroessner-dictatuur ook niet afdoende onderzocht. Het lag simpelweg stof te vergaren in de archieven van zijn democratische opvolgers. Toeval of niet, die opvolgers kwamen op één na allemaal uit de Coloradopartij van Stroessner. Almada sprak van een “verborgen continuïteit”.
De waarheid kwam in 1992 per absurd toeval bovendrijven toen Almada in een politiekantoor in Asunción op die archieven stootte. Met als veelzeggende titel Archivos del Terror lijsten ze systematisch de misdaden van Stroessner op.
Een succesvolle waarheidscommissie doet bovendien het verleden niet vergeten en vergeven. De Chileense documentairemaker Patricio Guzmán werkte die dubbele realiteit uit in z'n meesterwerk La Nostalgia de La Luz. Daarin zien we hoe sterrenkundigen vanuit de hele wereld de perfecte isolatie van de Chileense woestijn opzoeken om naar de sterren te kijken, naar een verleden dat miljoenen jaren achter ons ligt.
Maar in diezelfde woestijn stonden slechts enkele decennia geleden de concentratiekampen van Pinochet. Voor wie niet naar de sterren kijkt, is de woestijn een massagraf waarin de nabestaanden met blote handen de botten van hun geliefden opgraven. Hun tranen en eenzaamheid vermengen zich met de zandkorrels, hier en nu.
Waarheidscommissies bieden allerminst een garantie op maatschappelijke traumaverwerking. Zo wordt het wel erg verleidelijk om een rechte lijn te ontwaren tussen de dictablandas en de dictaduras. Maar is die er wel? Leidt een nationaal trauma tot de eindeloze reproductie van een autoritair systeem?

Monument ter nagedachtenis aan de mensenrechtenschendingen in Chili tijdens het Pinochet-regime.
© Museum of Memory and Human Rights / Wikimedia (CC BY-SA 3.0
Structurele ongelijkheid en straffeloosheid
Volgens Anna Myriam Roccatello, directeur van het International Center for Transitional Justice in New York, is het antwoord, zoals steeds, genuanceerd.
Waarheidscommissies zijn volgens haar geen magische bescherming tegen autoritarisme. ‘Maar als je de straffeloosheid niet bestrijdt met waarheid, met gerechtigheid in al haar vormen, met herstelbetalingen en hervormingen, zal die cyclus van geweld en straffeloosheid nooit doorbroken worden’, zegt ze.
Daarbij maakt Roccatello de cruciale kanttekening dat een waarheidscommissie een timing heeft. ‘Zo’n commissie komt er op het moment dat de dictator valt en het conflict eindigt.’ Maar de transitie zelf heeft géén eindpunt. ‘Een democratie is per definitie onaf’, zegt ze. ‘Het is aan de samenleving als geheel om het werk van de commissie voort te zetten.’
En precies daar wringt het schoentje. Zelfs met een heel succesvolle waarheidscommissie kun je in de samenleving nog altijd een gevoel van straffeloosheid blijven ervaren. Argentinië is daar voor Roccatello een goed voorbeeld van. ‘Het rapport van de waarheidscommissie, Nunca Más, was ronduit baanbrekend, maar nadat het gepubliceerd werd, verdween het in een afgesloten kast. Het werd geen schoolcurriculum, geen politieke toetssteen en er kwam geen structurele hervorming.’
Nadien kwamen de “reddingspakketten” van het IMF, gigantische leningen die een rem zetten op zowat alle publieke uitgaven. Ze diepten de economische ongelijkheid alleen nog verder uit. Meer dan in het rapport van de waarheidscommissie dat op de plank is blijven liggen, ziet ze in die economische oorlogsvoering de oorzaak van de Argentijnse onvrede. Ze stelt dat een commissie die alleen maar misdaden documenteert, en tegelijk de onderliggende ongelijkheid onbesproken laat, de kiemen zaait voor haar eigen mislukking. ‘Misdaden tegen de menselijkheid ontstaan niet in een vacuüm’, zegt Roccatello. ‘Ze groeien in omstandigheden van structurele ongelijkheid en straffeloosheid.’
Dertig jaar later deed Colombia het anders. De Waarheids- en Verzoeningscommissie werd in 2016 opgericht als onderdeel van het vredesakkoord, en was er van in het begin op gericht om de bevindingen op te nemen in het schoolcurriculum, om het publiek debat te voeden en om als meetlat te dienen voor nieuwe verkiezingsprogramma’s. ‘Voor het eerst werd de verantwoordelijkheid om de resultaten levend te houden, ingebakken in het mandaat zelf’, zegt Roccatello.
Of dat mandaat zal standhouden, hangt volgens Roccatello af van de winnaar van de verkiezingen. Die zal bepalen of de rampante ongelijkheid op de beleidsagenda komt. Maar dat er in Colombia een precedent werd geschept in de veertigjarige geschiedenis van waarheidscommissies, weet Roccatello wel zeker.
Dus nee, er loopt geen directe lijn tussen dictadura en dictablanda. ‘Dat is een belediging voor de slachtoffers’, stelt Roccatello onomwonden.
De uitzondering
Een voorbeeld van een land dat het nationale verleden overstijgt in plaats van er telkens opnieuw naar terug te keren, is Uruguay. Niet dat de Uruguayaanse dictatuur minder wreed was. Per hoofd van de bevolking werden in Uruguay zelfs meer mensen opgesloten en gefolterd dan in de andere Condor-landen. Maar toen de dictatuur er in 1985 ten einde kwam, werd de vraag naar gerechtigheid niet uitbesteed aan één commissie of één generatie. Het land bouwde een traditie uit van burgerlijke mobilisatie, vakbonden, buurtorganisaties en politieke participatie.
Ook in Uruguay stemde het regime een amnestiewet die als golfbreker tegen vervolgingen moest dienen. Maar in 1989, en opnieuw in 2009, werd die amnestie onderwerp van nationale referenda. Mensenrechtenorganisaties, slachtoffers en nabestaanden bleven al die tijd het publieke debat voeden. De discussie over de dictatuur verhuisde niet naar een archiefkast, maar bleef decennialang deel uitmaken van het maatschappelijk leven.
Dat verklaart wellicht waarom Uruguay vandaag een uitzondering vormt in een regio die steeds verder polariseert. Uruguay heeft de traumaverwerking nooit als voltooid beschouwd.
Er loeren monsters om de hoek
Opmerkelijk genoeg vinden we een gelijkaardige dynamiek aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, zo redeneert Roccatello. Na de Tweede Wereldoorlog kende Europa geen grootschalige waarheidscommissies zoals Latijns-Amerika die later zou organiseren. In verschillende landen werden collaboratie en collectieve verantwoordelijkheid zelfs jarenlang actief onder de mat geveegd. Toch slaagde West-Europa erin om het autoritaire gedachtegoed gedurende decennia naar de politieke marge te verdringen.
‘Het lot hielp daarbij een handje’, zegt de onderzoekster. ‘Uit economische noodzaak zag de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal het licht, waaruit later bijna per ongeluk de Europese Unie sproot. Voormalige aartsvijanden werden politiek, economisch en zelfs cultureel aan elkaar vastgeklonken. Tegelijk groeiden verzorgingsstaten, sterke middenvelden, onafhankelijke media en een politieke cultuur waarin democratie steeds opnieuw moest worden beoefend.’
Opgelost of vergeten was het verleden allerminst. Maar de nieuwe democratische cultuur van samenwerking verhinderde decennialang de opkomst van “radicale outsiders”.
Zo krijgt Roccatello’s redenering een hoopvolle, maar des te fragiele kern. Want zodra economische onzekerheid, ongelijkheid en maatschappelijk wantrouwen toenemen, blijkt het snel te gaan met de oude reflexen. Dat illustreren de opmars van partijen als AfD, Fratelli d’Italia en het zestien jaar durende illiberalisme van Viktor Orbán.
Zodra het democratische werk sputtert, loeren er monsters om de hoek.

Over de auteur
Arne Gillis
Latijns-Amerika
Arne volgt voor MO* Latijns-Amerika en Afrika met een speciale focus op veiligheid, georganiseerde misdaad en grondstoffen.
Recente artikels van Arne
Ontdek deze auteurWord proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in
