Falkland eilanden of Islas Malvinas? Een discussie over alle zonden van de twintigste eeuw

Interview

Interview met regisseur Pablo Aparo

Falkland eilanden of Islas Malvinas? Een discussie over alle zonden van de twintigste eeuw

Collage met stills uit de film Los Vencedores en een portretfoto van de regisseur, Pablo Aparo
Collage met stills uit de film Los Vencedores en een portretfoto van de regisseur, Pablo Aparo

Een afgelegen archipel, diep in de Zuid-Atlantische Oceaan, bevindt zich opnieuw in het oog van een geopolitieke storm. Er werd bloedig slag om geleverd, en er werd olie gevonden. Maar is er ook schoonheid en vriendschap te vinden? De Argentijnse cineast Pablo Aparo trok naar Las Malvinas/the Falklands op zoek naar een antwoord op die vraag en maakte er de film Los Vencedores.

De wind raast over de kale bergen van een eiland. Een loodgrijze zee beukt op de stranden. Afgelegen pracht, dreiging van jagende wolken. De bewoners, dat zijn er niet veel, houden schapen, vissen, en rijden rond in oude Range Rovers. Ze wonen in kleine huizen met enorme stukken land. Het lijkt noordelijk, ruraal Schotland wel.

Dan plots, een pinguïn; een Spaans woord, en stoemmelings verzeild geraakt in het moddervette, lokale Engelse accent. Dit is Schotland niet. Dit zijn de Falkland Islands. Tenminste, die naam krijg je te horen als je het aan de inwoners vraagt. Vijfhonderd kilometer verderop ligt Argentinië, het dichtstbijzijnde vasteland. De archipel staat er afgebeeld op de nationale munt en wordt bezongen in volksliederen. Geen Argentijnse president, linksom of rechtsom, die zich niet met vuur uitspreekt over de eilanden. Daar heten ze Las Islas Malvinas.

In 1982 besloot de Argentijnse dictatuur de archipel, in haar visie bezet door het Verenigd Koninkrijk, te heroveren en kwam het tot een bloedig treffen. De smadelijke nederlaag van Argentinië die daarop volgde, droeg indirect bij tot de val van de dictatuur.

Begin deze maand haalde de Falklandkwestie opnieuw de actualiteit. Aangemoedigd door signalen uit Washington dat de VS onder Trump mogelijk de Argentijnse claim zouden steunen, herhaalde president Milei dat de eilanden ‘historisch en juridisch aan Argentinië toebehoren’.

De directe aanleiding is niet enkel symbolisch. Net ten noorden van de eilanden ligt het olieveld Sea Lion, naar schatting goed voor bijna een miljard vaten ruwe olie. Terwijl Buenos Aires al jaren financieel krap zit, bereiden Britse en Israëlische bedrijven de exploitatie ervan voor. Milei kondigde intussen sancties tegen de betrokken bedrijven aan én de aanleg van een nieuwe militaire basis in Vuurland.

Filmmaker Pablo Aparo trok naar de eilandengroep en bleef er gelijk zes maanden. Zo werd hij een van de weinige Argentijnen die de archipel van binnenuit leerden kennen. En hij ontmoette er Matt, een trotse eilander die prat gaat op z'n Britse roots, en de Argentijnse claims op z'n thuisland allerminst genegen is. Ondanks de geschiedenis worden Matt en Pablo vrienden.

Duinen aan een strand met een pancarte waarop staat dat het strand van Yorke Bay mijnvrij is sinds 2021

Piraten en kolonisatoren

Voor buitenstaanders zijn de Argentijnse emoties rond de eilanden moeilijk te vatten. Hoe sterk leven die nationalistische gevoelens echt?

Pablo Aparo: ‘Heel sterk. En ze zitten overal: op de bumper van bussen, op verkeersborden langs de snelweg (“van hier is het nog 2000 kilometer tot de Malvinas”), in tatoeages, op murals, in de namen van gemeentes en voetbalclubs. Mensen noemen hun honden, katten en zelfs hun dochters Malvinas. Het is een gevoel dat van generatie op generatie wordt doorgegeven, los van hoeveel iemand werkelijk van de geschiedenis weet.’

‘Want tegelijk is er een groot algemeen gebrek aan kennis. Ik ben geen historicus, maar ik zie wel een botsing van twee verhalen: dat van de eilandbewoners en het Argentijnse verhaal. Ze gebruiken dezelfde feiten – wie er als eerste was, welk verdrag, welke VN-resolutie – om net het tegenovergestelde te bewijzen, namelijk dat de eilanden Argentijns dan wel Brits zijn en de Falklands heten.

Wat hebt u zelf op school geleerd over de eilanden?

Pablo Aparo: ‘Ik ben opgegroeid in de jaren negentig, kort na de oorlog, en herinner me in ieder geval geen uitgebreide geschiedenislessen. Wel dat we elke ochtend in de rij moesten staan om de vlag te groeten (een standaardgebruik in veel Latijns-Amerikaanse landen, red.), en dat we daarbij soms de Marcha de Malvinas moesten zingen, een soort volkslied over de eilanden dat trouwens al vóór de oorlog bestond. Er hing dus zeker een sterk sentiment in de lucht.’

‘Het basisverhaal is dat de Britten in 1833 de eilanden met geweld innamen en sindsdien bezet houden. Dat maakt van de Britten piraten, kolonisatoren, die ons land gestolen hebben. Maar je moet weten dat het wantrouwen tegenover het Verenigd Koninkrijk veel diepere wortels heeft. Kort vóór onze onafhankelijkheid, begin negentiende eeuw, probeerden de Britten ons tot tweemaal toe te koloniseren. Dat is nog geen tweehonderd jaar geleden.’

‘Daarna kwam een andere vorm van kolonisatie, die van Britse bedrijven. Die waren zo enorm en almachtig dat ze hun arbeiders in een eigen bedrijfsmunt betaalden (het Italiaanse bedrijf Benetton is vandaag nog steeds eigenaar van bijna een miljoen hectare Argentijnse grond, dat het in 1991 overkocht van het Britse koloniale bedrijf Argentine Southern Land Company Ltd, red.).’

Een met de kleuren van de Britse vlag versierde feestzaal

Nationalisme opkrikken

Onder de rechtse regering-Milei van vandaag klinkt de Argentijnse soevereiniteitsclaim weer luider dan ooit. Hoe kijkt u naar dat hedendaagse nationalisme?

Pablo Aparo: ‘Er zijn volgens mij twee sporen in dat nationalisme. Er is een romantisch, meer progressief spoor, waarbij de Malvinas staan voor een soort soevereiniteitsstrijd tegen Europese of Noord-Amerikaanse hegemonie. Daarnaast is er het uitgesproken rechts-nationalistische spoor, gedreven door nationale trots, dat veel strijdvaardiger klinkt. Daar zit Milei op. Zijn toon lijkt op die van Leopoldo Galtieri, de dictator die in 1982 de oorlog begon. Ikzelf voel me daar niet in thuis.’

Met die claim op de eilanden valt op dat Margaret Thatcher, die in 1982 als premier van het VK de oorlog tegen Argentinië voerde, het grote voorbeeld van Milei is.

Pablo Aparo: ‘Inderdaad. Met die claim surft Milei vooral op de golf van nationalisme die na het WK-voetbal, met de Argentijnse zege tegen Engeland, weer was aangewakkerd. Op dat moment stond zijn populariteit erg laag en dan zijn de Malvinas een dankbare manier om die weer op te krikken.’

‘Maar daarin schuilt een tegenstelling. Je kan niet scanderen dat “de Malvinas van ons zijn”, en tegelijk beleid voeren dat soevereiniteit weggeeft. Dat is nochtans precies wat Milei doet. Via een investeringsregime verkoopt hij met enorme belastingvoordelen grond en grondstoffen aan buitenlandse bedrijven. Mileis beleid maakt van Argentinië een land dat vrijwel uitsluitend grondstoffen exporteert ten voordele van het buitenland en van een handjevol Argentijnen.’

‘Daarnaast is er nog een hele rist wetsvoorstellen over interne veiligheid die de soevereiniteit van de Argentijnen eveneens aantasten. Het gaat bijvoorbeeld over clausules met betrekking tot “terrorisme” die op andersdenkenden zouden kunnen worden toegepast. Het doet allemaal hard denken aan de Patriot Act van George Bush, die 9/11 ook als momentum gebruikte om het interne toezicht te verscherpen. Het brengt ons dichter bij een dictatuur dan bij een democratie.’

‘En dan kondigt de regering ook nog eens aan dat ze, midden in een zware economische crisis, 450 miljoen dollar in een militaire basis in Ushuaia gaan steken. Mensen krijgen de eindjes nu al niet aan elkaar geknoopt. Er zijn gepensioneerden die honger hebben.’

Wat is, los van het politieke gebruik, uw standpunt over de soevereiniteitskwestie?

Pablo Aparo: ‘Mijn gevoel is ambigu. Mijn eigen grootouders kwamen uit Italië, en toch voel ik een bijna onverklaarbare gehechtheid aan mijn land. Wat moeten de eilandbewoners dan wel niet voelen voor die plek? Er wonen families met wortels van tweehonderd jaar. Mijn antwoord is niet strategisch, maar menselijk: het gaat over mensen die vastzitten in conflicten tussen staten, niet tussen volkeren.’

‘Maar Groot-Brittannië is wel een probleem. Het blijft een rijk dat geopolitiek belangrijke plekken wil controleren. Op een plek, zoals de Malvinas, die vreedzaam zou moeten zijn, staat vandaag een Britse militaire basis. Dat is een permanente provocatie. Voor een Argentijn die nooit die militaire dreiging heeft gekend, is dat een vreemd gevoel. We zitten aan het einde van de wereld, en tot voor kort waren we feitelijk bij geen enkele grootmacht aangesloten.’

Britse soldaten stappen een gebouw binnen

Pablop Aparo: ‘Op een plek, zoals de Malvinas, die vreedzaam zou moeten zijn, staat vandaag een Britse militaire basis. Dat is een permanente provocatie.’

Onwaarschijnlijke vriendschap

In de film valt op hoe weinig zichtbaar ‘Argentijns’ de eilanden zijn. Behalve dan wanneer je hoofdpersonage Matt ‘che’ (een typisch Argentijns woord voor ‘maat’ of ‘jongen’) zegt en een cazuela eet.

Pablo Aparo: ‘Toen hij voor het eerst ‘che’ zei, dacht ik dat hij me in de maling nam, maar nee hoor. Het woord is een erfenis van de gaucho’s (traditionele veehoeders, red.) dat vooral op het platteland, bij de meer traditionele families, nog gebruikt wordt. Maar ook de plaatsnamen verraden een Spaanse laag. Matt noemt zijn land Rodeo, Cantera, afhankelijk van welk deel hij bedoelt, en hij woont in San Carlos. Let op, hij verengelst dat niet tot pakweg Saint Charles.’

‘Vóór de oorlog, in de jaren zestig en zeventig, was de band met Argentinië trouwens veel hechter dan mensen nu beseffen. Het Verenigd Koninkrijk had de eilanden nogal verwaarloosd en beschouwde haar eigen inwoners als een soort tweederangsburgers. De brandstof kwam van de Argentijnse staatsoliemaatschappij, medische spoedgevallen werden in Buenos Aires of in een provinciestad behandeld en jongeren gingen naar de middelbare school in Argentinië. En er ontstonden gemengde families. Matt heeft zelf een Argentijnse grootouder.’

‘Na de oorlog in 1982 is dat allemaal drastisch veranderd en werd dat “Argentijnse” spoor weggemoffeld. Begrijpelijk, gezien het sterke Britse soevereiniteitsgevoel dat sindsdien overheerst, maar het is er nog. Heel discreet.’

Hoe moeilijk was het om het vertrouwen van Matt te winnen, een man die opgroeide met een heel eigen beeld van ‘de Argentijn’?

Pablo Aparo: ‘Ik was zelf verrast dat hij me meteen in zijn huis toeliet. Daarna was het vooral een kwestie van elkaar aftasten, maar het vertrouwen groeide vrij snel. Matt heeft een Chileense vriendin, wat hem al iets meer “latino” maakt. Bovendien bleken we hetzelfde gevoel voor humor te hebben. Ik hield niets achter, was altijd eerlijk over wat ik aan het doen was en waarom. Op een gegeven moment hadden we een heel intense avond, waarop we veel bespraken en ook flink discussieerden. Sindsdien beschouw ik hem als een vriend.

Matt Gato

Matt, het hoofdpersonage uit de film van Pablo Aparo

Visvangst versus olie

Hoe kijken de eilanders naar hun toekomst, nu er olie in de zeebodem blijkt te zitten?

Pablo Aparo: ‘Die olie is geen nieuws, dat wordt al zo’n vijftien jaar onderzocht. De belangrijkste bron van inkomsten voor de eilandbewoners is vandaag het verkopen van vislicenties voor de wateren rond de eilanden. Voor een economie als de Argentijnse betekent dat een fractie van de inkomsten, maar voor een gemeenschap van amper 3500 mensen levert dat behoorlijk wat op en zorgt dat voor een vrij welvarende economie. Het probleem is dat visvangst, mee door klimaatverandering, erg onstabiel is geworden. Daarom kijken de eilanders uit naar iets stabielers, zoals olie. Ook al maakt de tegenwerking vanuit Argentinië het allemaal ingewikkelder.’

‘Als de olie echt zou opgepompt worden, zou dat een flinke infrastructurele sprong voorwaarts betekenen. Maar het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Sommige eilandbewoners met Schotse roots, die de oliesteden in Noord-Engeland nog kennen, weten heel goed dat zodra de olie op is, de bedrijven vertrekken en een spoor van vernieling achterlaten. Het is een heel kleine gemeenschap met grote ambities om te groeien, maar het risico is groot dat dat zal gebeuren op een manier die alles kapotmaakt.’

Onvoorbereid, ongetraind en niet uitgerust

In de film zijn de getuigenissen over de oorlog van 1982 behoorlijk hard.

Pablo Aparo: ‘De meeste Argentijnse soldaten waren geen beroepsmilitairen, maar dienstplichtigen die net hun legerdienst hadden gedaan. Van de ene op de andere dag werden ze naar de eilanden gestuurd om te vechten – onvoorbereid, ongetraind en niet uitgerust. Er stierven mensen van de kou. De logistiek om hen van eten en kleding te voorzien was gecorrumpeerd. Er werden bijvoorbeeld telethons (langdurige televisieprogramma’s waarin via de telefoon gedoneerd kon worden, red.) georganiseerd om geld en goederen in te zamelen, maar die donaties hebben de soldaten nooit bereikt.’

‘Daarbovenop zetelde in Buenos Aires een militaire junta die mensen folterde en deed verdwijnen. Diezelfde officieren martelden op de eilanden hun eigen soldaten, omdat ze zwart, homoseksueel, joods of wat dan ook waren. Het zijn geruchten die lang de ronde deden, maar in de film bevestigd worden door eilanders die het met hun eigen ogen zagen.’

‘De rekruten werd verteld dat ze de bevolking van de eilanden gingen “bevrijden” van de Britse onderdrukking. Maar die bevolking wilde vooral Brits blijven. In het oorlogsmuseum op de eilanden hangen handgeschreven brieven van Argentijnse soldaten, waarin ze in gebrekkig Engels om eten en kleding smeken. Dat is enorm aangrijpend. De eilanders hadden daardoor eerder medelijden met die Argentijnse jongens. Ze beseften dat de meesten niet wilden vechten.’

Sijpelt dat complexere beeld van de oorlog, voorbij ‘helden’ versus ‘slachtoffers’, door in Argentinië?

Pablo Aparo: ‘Ik krijg vragen om de film te vertonen op scholen en in verenigingen, precies om mensen te helpen beter te begrijpen wat er echt gebeurd is. Of het al gemeengoed is, weet ik niet zeker. Maar er groeit wel een soort collectieve kennis, ook buiten de schoolbanken. De meeste mensen weten intussen wel dat het om dienstplichtigen ging die op de gruwelijkste manier de dood werden ingestuurd. Maar toch schuiven ze de schuld daarvoor vooral af op de Britten. Zij hebben tenslotte onze jongens vermoord.’

‘En zo bestaan ook hier twee verhalen pal naast elkaar: de één ziet de Argentijnse soldaten als slachtoffers van de dictatuur, de ander als helden die vochten voor “wat van ons is”. Het valt me telkens weer op hoe twee mensen exact hetzelfde kunnen zien en toch compleet het tegenovergestelde kunnen interpreteren. Maar je ziet dat overal: in Gaza, in Oekraïne. Wat ik volgens mij met deze film wil uitzoeken, is of er in die tegengestelde manieren van kijken toch geen gemeenschappelijke grond bestaat. En ik denk dat daar, in dat gemeenschappelijke, een soort verwantschap zit waarop je iets nieuws kan bouwen. Want als je blijft doen wat je altijd deed, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat.’

alt text

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.