‘Je krijgt zo’n mensenrechtenprijs niet omdat het goed gaat in de wereld’

Interview

Woordkunstenaar Hind Eljadid

‘Je krijgt zo’n mensenrechtenprijs niet omdat het goed gaat in de wereld’

Hind Eljadid
Hind Eljadid

In januari 2024 botste woordkunstenaar Hind Eljadid op een Mechels podium op de grenzen van vrije meningsuiting toen ze zich uitsprak tegen de genocide in Gaza. Het leverde haar de Prijs voor de Mensenrechten op. Die prijs is een grote eer, zegt ze er zelf over, maar heeft ook een keerzijde.

In januari 2024 maakte woordkunstenaar Hind Eljadid gebruik van een podium om de genocide in Gaza aan te klagen. Op het openingsfeest van het Belgische EU-voorzitterschap in Mechelen riep ze op tot solidariteit met het Palestijnse volk. Daarop werd ze gearresteerd en zat ze zes uur in de cel. In november 2025 kreeg ze naar aanleiding van die actie de tweejaarlijkse Prijs voor Mensenrechten, uitgereikt door de Belgische Liga voor Mensenrechten. ‘We erkennen de moed en daadkracht van Hind Eljadid voor het gebruik van haar stem om onrecht aan te klagen. Ongeacht de gevolgen’, aldus de jury.

‘Ik was echt heel blij en vereerd met die prijs, het voelde als een enorme erkenning’, vertelt ze. ‘Ik zat op een moment in mijn leven waarop ik afgepeigerd was.’

‘Maar tegelijk voelde het wat dubbel. Ten eerste krijg je zo’n prijs niet omdat het goed gaat met de wereld, maar omdat je je uitspreekt in een samenleving die almaar meer nood heeft aan verandering. Er komen meer gaten in de sociale systemen, en de mensenrechten in de globale geopolitieke context brokkelen af. Ten tweede zijn er massaal veel mensen die zo’n prijs verdienen. Ik heb in Mechelen het podium gebruikt dat ik kreeg. Maar zoveel activisten achter de schermen hebben dat tot in de puntjes gecoördineerd, hebben volop gemobiliseerd om daar met voldoende Palestijnse vlaggen aanwezig te zijn. Ik heb die prijs dus niet alleen gekregen, maar samen met hen.’

ʻZodra we stoppen met praten, worden onrechtvaardige zaken onaantastbaar, bestaan ze niet meer. Publiek verzet legt zaken op tafel, zet opnieuw aan tot gesprek, hoe ongemakkelijk ook.’

Nood aan gesprek

Eljadids woordkunst geldt als maatschappijkritisch: ze spreekt zich uit tegen armoede en ongelijkheid. Ze groeide op in een achterstandswijk in Antwerpen-Noord, in kinderarmoede, met een zieke moeder. Ze moest heel snel zelfstandig worden en voor zichzelf zorgen.

Zit opkomen tegen onrecht in haar DNA? ‘Omdat ik niet van hokjesdenken houd, zal je me niet horen zeggen dat verzet mij in de genen zit. Wel heb ik al van kleins af aan een sterk gevoel ontwikkeld om op te komen voor rechtvaardigheid. Dat heeft vermoedelijk te maken met het onrecht dat ik als kind meemaakte, en met de nood die ik voelde dat iemand voor mij zou opkomen. Vanuit dat gemis heb ik mezelf wellicht verplicht om de hand uit te steken naar anderen, om hen mee uit de miserie te trekken.’

Toch zou de schrijfster zichzelf niet meteen een activiste noemen. ‘Dat hebben anderen voor mij gedaan. Het moment dat je je stem laat horen over ongelijkheid, krijg je het stempel van activist. En dat wordt niet per se geapprecieerd. Eenmaal in dat hokje geduwd lijkt ook je werk er niet meer van los te komen.’

‘Begrijp me niet verkeerd: ik ben uiteraard voor activisme en strijdbaarheid’, voegt ze eraan toe. ‘Hoe doorbreek je anders het stilzwijgen en de schijnbare consensus in de samenleving dat het goed gaat, ook al is dat niet zo? Zodra we stoppen met praten, worden onrechtvaardige zaken onaantastbaar, bestaan ze niet meer. Publiek verzet legt zaken op tafel, zet opnieuw aan tot gesprek, hoe ongemakkelijk ook.’

Eljadid wijst op de moed van protesterende jongeren, overal ter wereld. ‘Ik volgde de anticorruptieprotesten van de gen Z’ers in Nepal in het najaar van 2025, dankzij een Nepalese vriendin die me up-to-date hield over hun volharding, ondanks de repressie.’

Ook bij de Marokkaanse jongeren die de straten op gingen vorig najaar zag ze die onverzettelijkheid. ‘Het maakt me trots en tegelijk triest. Er zijn mensen overleden, er zijn gewonden gevallen en honderden mensen zitten nog altijd in de cel.’ Het brak haar hart als voetbalfanate, vertelt ze. ‘Ik ben wild van voetbal. Ik heb zo genoten toen het Marokkaans nationaal voetbalteam aan zet was in de Afrika Cup 2025. Ik wilde dus niet liever dan voor Marokko supporteren vanuit mijn zetel in Brussel. Tegelijk besefte ik hoe dubbel het was. Want het waren de Marokkaanse voetbalstadia, waar de Afrika Cup plaatsvond, die de verontwaardiging opwekten bij de gen Z’ers. Hun woede was gericht tegen het geld dat naar de stadia van de Africa Cup ging, terwijl de broodnodige centen voor gezondheidszorg, onderwijs, tewerkstellingsprojecten totaal achterwege blijven.’

Gelaagd racisme

Als moeder wil ze zich meer dan ooit verzetten tegen racisme en uitsluiting in onze samenleving. ‘Het meerlagige bestaan ervan raakt me ontzettend. Hoe donkerder je huidskleur is, hoe vaker je in aanraking komt met discriminatie, racisme en uitsluiting. Dat zuig ik niet uit mijn duim, dat zeggen studies over colorisme (discriminatie omwille van je donkere, niet-westerse uiterlijk, red.). Wel, mijn kinderen zijn veel donkerder dan ik en hebben al op jonge leeftijd racisme ervaren. Ik praat er met hen over, probeer hen ook uit te leggen welk deel van de geschiedenis ongevraagd op hun schouders rust.’

‘Ook mijn partner weet wat discriminatie is, puur omdat ze gay is. Maar omdat ze niet van kleur is, heeft ze meer privileges dan ik. We gebruiken háár naam om de deuren naar huishuur en dergelijke sneller open te krijgen. Zelf zie ik er dan weer redelijk westers uit. Alleen al door mijn tatoeages en piercings kijken mensen anders naar mij dan naar mijn zus, die een hoofddoek draagt. Die heeft dan weer privileges boven mijn kinderen met een donkere huidskleur.’

ʻIk ben geen academisch experte in armoede, maar ik ken de impact ervan op een kinderleven. Ik probeer op mijn manier bij te dragen.’

Hoe inclusief ervaart ze als queer persoon van kleur de cultuurwereld? ‘Als we de socioculturele wereld globaal onder één grote paraplu zetten, denk ik dat het we het vaak moeilijk hebben om in eigen boezem te kijken. We denken dat we links, verdraagzaam, gedekoloniseerd, open, inclusief bezig zijn. Maar er is bijvoorbeeld in de lgbtq+-gemeenschap best veel racisme tegenover mensen van kleur. Niet voor niets worden er alternatieve prides georganiseerd door mensen van kleur.’

‘Wat ik ook merk, is hoe we nog te vaak blinde vlekken hebben als we het hebben over de inclusieve samenleving. We vergeten nog te vaak grote groepen mensen, zoals mensen met een beperking. Met het jaarlijkse slamkampioenschap Slam Alaikum in De Centrale in Gent proberen we daar nu wel aan te werken. We nodigen een Vlaamse gebarentolk uit, waardoor bezoekers met een auditieve beperking kunnen deelnemen.’

Hind Eljadid
Hind Eljadid

Nieuw autofictief boek

Met In de Kantlijn, verwacht in september, zijn de zussen Eljadid aan hun derde gezamenlijke boek toe. Ook dit boek zal een mengvorm zijn van illustraties, proza en poëzie. Het belooft een rauw coming-of-ageboek te worden, waarin armoede het kaderverhaal vormt. ‘Het idee voor het boek komt van mijn zus. Toen Zahra het idee en de titel op de tafel legde, was ik meteen verkocht. Het verhaal speelt zich af in de jaren ’90, de periode waarin mijn zus en ik opgroeiden. Het is een fictieboek dat geënt is op onze eigen ervaringen. We hebben als kind gewoon heel veel gezien en hadden nog zoveel te vertellen dat we in ons vorige boek Kruimeldief niet of maar kort hebben aangeraakt. Kruimeldief was het verhaal van onze moeder. De harde omstandigheden die we zelf voelden, hebben we bijna poëtisch benaderd. Nu gaan we daar dieper, doorleefd en zonder omwegen op in.’

In België is de armoede dankzij de sociale bescherming gedaald tot 10,8 procent van de bevolking, aldus de Armoedebarometer van 2025. Dat is goed nieuws, maar tegelijk stijgt kinderarmoede. Bovendien knipt de huidige Belgische regering in de sociale zekerheid, onder meer door de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd, waardoor de risicofactor op armoede stijgt. ‘Ik kan er niet omheen dat armoede mij altijd zal raken,’ zegt Eljadid, ‘als schrijfster én als individu.’

‘Dat armoede nog altijd zo’n grote ingang vindt in onze welvarende Belgische samenleving, is ontzettend. Ik ben geen academisch experte in armoede, maar ik ken de impact ervan op een kinderleven. Ik probeer op mijn manier bij te dragen, door te getuigen in panelgesprekken. Maar ik sta er ook op dat mijn evenementen, als het kan voor de organisator, gratis zijn. Cultuur was heel belangrijk voor mij toen ik kind was, maar vaak was het te duur en had ik geen toegang.’

Thuiskomen in talen

De liefde voor cultuur, creativiteit en taal kreeg Eljadid van haar moeder mee. ‘Mijn moeder toonde ons de weg naar de boekenkast thuis, stimuleerde ons om creatief bezig te zijn. Wonderlijk genoeg kozen Zahra en ik allebei ons eigen instrument: zij het potlood, ik de pen. Voor mij was die liefde voor taal heel snel duidelijk: ik schreef liedjes en gedichten, schreef toneeltjes, dwong mijn zus om mee te spelen. We hadden allebei onze droomwereldjes. Mijn zus zat liever aan haar bureautje te tekenen, ik ontsnapte aan de realiteit via boeken, door te schrijven. Boeken en schrijven deden me naar andere werelden reizen, het hielp me overleven.’

Hind performt en schrijft in de Nederlandse taal. ‘Het Nederlands is de taal waarin ik expressief en creatief kan losgaan. Maar ik kan ook thuiskomen in de klanken van het Arabisch, ook al ken ik die taal niet.’ Er werd thuis wel Arabisch gesproken, door haar Arabische stiefvader en zijn broer die om de hoek woonde. De zussen Eljadid volgden ook Arabische lessen in de zondagse Koranschool.

Maar haar Arabisch is beperkt, en dat vindt de schrijfster verschrikkelijk. ‘Een tijdje geleden werden enkele strofes van mijn gedichten vertaald naar het Arabisch. Een kalligraaf was ermee aan de slag gegaan. Toen ik zo’n prachtige poster thuis kreeg, wist ik wat er stond maar ik kon het niet echt lezen, ik kon het niet vastgrijpen. Terwijl ik me kan wentelen in die klanken, voel ik me in die taal ook uitgesloten. Is dat gek?’

Welke taal mondiaal de meeste woorden kent, is stof voor discussie. Het Nederlands zou volgens de Taalunie meer dan 1 miljoen woorden hebben, het Arabisch zou dan weer meer dan 12 miljoen woorden bevatten. ‘Hoe dan ook, Nederlands is een prachtige kleine taal, een taal met een beperkter woordenvolume. Die beperking vind ik net zo boeiend voor poëzie: je kan er zoveel lagen en dubbele betekenissen in leggen.’

Dat ze de taal van haar Marokkaanse familie niet spreekt, is een gemis. ‘Ik denk dat dat voortkomt uit een verlangen naar volledigheid en toebehoren. Als ik bij mijn familie in Marokko of bij Arabische vrienden ben, kan ik drie vierde van het gesprek niet goed volgen. Met mijn oma, de moeder van mijn vader, communiceer ik letterlijk met handen en voeten. Dat is schattig en het is onze unieke manier van praten, maar er ontbreekt iets. Een deel van mijn identiteit bevat die taal, maar het is lang niet volledig.’ Dan onderbreekt ze zichzelf. ‘Maar wat zit ik te zeiken? Moest ik het echt allemaal zo erg vinden, dan had ik allang Arabische lessen gevolgd. Ik ben door die identiteitsprocessen gegaan en heb geleerd genoegen te nemen met wie ik ben.’

Deze analyse werd geschreven voor MO*159, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

cover van MO*159, getiteld: USAID en met ondertitel ‘De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren’
USAID

De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren