Protestleidster Mahrang Baloch kwijnt weg in een Pakistaanse cel omdat ze opkwam voor haar volk

Interview

‘Het hele Pakistaanse staatsapparaat werkt mee aan de executies en ontvoeringen van jonge Beloetsjen’

Protestleidster Mahrang Baloch kwijnt weg in een Pakistaanse cel omdat ze opkwam voor haar volk

Vrouwen die het Balochistan Yakjehti Comité (BYC) steunen, eisen de vrijlating van protestleidster Mahrang Baloch.

Vrouwen die het Balochistan Yakjehti Comité (BYC) steunen, eisen de vrijlating van protestleidster Mahrang Baloch.

Mahrang Baloch bracht een volksbeweging op gang die de wereld wees op de vervolging van de Beloetsj, de bevolking van de meest achtergestelde provincie van Pakistan. Omdat ze opkwam tegen dat onrecht, zit de jonge chirurg en activiste zelf al een halfjaar in de cel. MO* sprak haar een maand voor haar arrestatie.

Mahrang was zestien toen ze haar laatste avond met haar vader doorbracht. Ze filosofeerden over onderwijs en haar toekomst. De volgende ochtend werd hij op weg naar zijn ziekenhuis door mannen in burger ontvoerd.

Twee jaar nadien, in 2011, werd zijn gefolterde lichaam in een greppel teruggevonden. Toen ook haar broer in 2017 verdween, richtte ze het Baloch Yakjehti Committee (Beloetsj Eenheidscommittee, BYC) op, waarmee ze gerechtigheid eist voor alle vermisten.

Sinds een separatistische opstand opnieuw oplaaide in de vroege jaren 2000, zijn duizenden mensen spoorloos verdwenen en honderden vermoord in de woelige provincie Beloetsjistan, in het zuiden van Pakistan. Hun lichamen worden teruggevonden in de bergen of langs verlaten wegen, vaak vertonen ze sporen van foltering.

Het BYC documenteerde in de eerste helft van dit jaar minstens 752 gedwongen verdwijningen, waarvan 546 personen nog steeds vermist zijn en 25 lichamen gevonden werden.

Onder meer Amnesty en Human Rights Watch beschuldigen de Pakistaanse veiligheidsdiensten van een ‘systematische campagne van gedwongen verdwijningen’, waardoor de slachtoffers ‘buiten de wet gesteld worden en het risico lopen op marteling en executies. Amnesty spreekt van een ‘rechtssysteem dat als wapen wordt ingezet’ en ‘veiligheidsdiensten die mensenrechten flagrant negeren’.

‘Het gaat om psychologische staatsterreur door de Pakistaanse overheid’, zegt Mahrang Baloch tijdens een lang videogesprek, in februari dit jaar. Op dat moment is ze het gezicht van een breed gedragen burgerbeweging, waarmee ze een luis in de pels is van de heersers in Islamabad.

‘Er zijn eigenlijk drie groepen slachtoffers: zij die verdwijnen in de kerkers, hun families die geplaagd worden door onzekerheid, en ten slotte iedereen die leeft met de angst dat hij de volgende is. Die voortdurende dreiging houdt de hele Beloetsje bevolking gegijzeld.’

De gedwongen verdwijningen en de buitengerechtelijke executies nemen de voorbije maanden toe. Wat zit achter die escalatie?

Mahrang Baloch: ‘Naast het burgerverzet is er in Beloetsjistan ook een gewapende strijd, die de afgelopen vijf jaar heviger werd. De staat grijpt naar nietsontziend geweld om beide stromingen neer te slaan. Met het BYC zijn we uitgesproken geweldloos en veroordelen we de aanslagen van de separatistische milities.’

‘Maar sinds onze lange protestmars naar Islamabad, in januari 2024, bleef het volk massaal op straat komen en dat kreeg internationale media-aandacht. Mensenrechtenorganisaties en de VN begonnen zich te moeien. De overheid voelde zich in het nauw gedreven en antwoordde met meer gerichte moorden.’

‘De verminkte lichamen van mensen die al jarenlang verdwenen waren, worden teruggevonden op de stoep van hun familie. Onderzoekers en academici worden op straat doodgeschoten, zoals onlangs Allah Dad baloch. Hij was geen activist, maar vertaalde politieke en historische werken naar het Beloetsj. Pakistan probeert ons volk hersendood te maken door intellectuelen, dokters en advocaten uit te schakelen. Zo willen ze ons nationaal bewustzijn verstikken en kritisch verzet tegen de roof van onze grondstoffen breken.’

‘Alleen al in januari zijn er in Beloetsjistan 88 mensen spoorloos verdwenen en werden 12 mensen vermoord door onbekende gewapende mannende of doodseskaders van de staat. Een van hen was Naveed Baloch. Hij organiseerde sit-ins na de ontvoering van zijn broer. Die werd vrijgelaten, maar Naveed zelf werd een maand later gefolterd en met kogels doorzeefd. Dit soort moorden moet angst zaaien en de Beloetsj opnieuw het zwijgen opleggen.’

U noemt de vreedzame volksbeweging die u leidt een revolutie van de geesten. Waarom?

Mahrang Baloch: ‘Jarenlang waren gewone Beloetsjen in de greep van angst. De intimidatie van de Pakistaanse overheid had hen gebroken. In 2013 durfden slechts weinigen zich aan te sluiten bij de protestmars van Quetta naar Islamabad, uit angst voor represailles.’

‘Vandaag tellen onze marsen duizenden deelnemers. Getroffen gezinnen protesteren ondanks de risico’s tegen de wreedheden die het leger en hun knokploegen begaan. Er gaat in Beloetsjistan geen dag voorbij zonder sit-ins van families van vermiste personen, hoewel de staat die vaak met geweld uit elkaar drijft en deelnemers vervolgt.’

‘Vroeger moesten wij de getroffen gezinnen overtuigen om de ontvoering van hun geliefden openbaar te maken, de meesten weigerden ons te ontmoeten. Nu is het omgekeerd: vanuit heel de provincie bellen families ons op omdat ze actie willen voeren voor hun vermiste vader of zoon. Het gewone volk heeft zijn angst overwonnen, de Beloetsj laten zich niet langer onderdrukken en willen hun eigen verhaal schrijven. Dat vind ik een ware revolutie.’

Activiste Mahrang Baloch spreekt het publiek toe tijdens een persconferentie.

Waardoor verdween die angst?

Mahrang Baloch: ‘Onze vreedzame beweging kreeg de voorbije jaren massaal aanhang omdat ze gebaseerd is op waarheid en gerechtigheid. De hele Beloetsje bevolking heeft te lijden onder het staatsgeweld, dat schept verbondenheid. Wij leefden hier al meer dan duizend jaar in vrede, tot Pakistan ons land bezette en onze mensen begon te ontvoeren en vermoorden.’

‘Maar het echte kantelpunt kwam in november 2023. Toen trad een moedige familie naar voren die weigerde haar zoon Balach Mola Bakshsh te begraven. De Pakistaanse veiligheidsdiensten beweerden dat ze een zogezegde terrorist hadden gedood in een “vuurgevecht”. Maar zijn gezin wist dat dit onmogelijk kon kloppen: hij was eerder opgepakt en twee dagen voordien nog onterecht van terreur beschuldigd door een speciale rechtbank. Hij was dus in hechtenis vermoord.’

‘Toen de familie zijn lichaam met kogelwonden terugkreeg, organiseerde ze in Turbat (na Quetta de grootste stad van de provincie Beloetsjistan, red.) een protest. Daarbij kwamen duizenden mensen opdagen. Met het lichaam van Balach in hun midden eisten ze gerechtigheid. De zaak bracht het hele land in vervoering, en aanvankelijk werden de betrokken agenten publiekelijk geschorst. Maar later bleek dat een van hen zelfs promotie kreeg.’

En dat was de druppel?

Mahrang Baloch: ‘Ja, de Beloetsj zagen in dat ze niet alleen het leger moeten vrezen, maar dat het hele staatsapparaat meewerkt aan de ontvoeringen en de genocide op ons volk. Niets doen was niet langer een optie, of we zouden ten onder gaan. Er kwam al snel een heuse volksbeweging op gang, en we begonnen aan een protestmars van 1600 kilometer van Beloetsjistan naar Islamabad, waarbij mensen zich massaal aansloten. Dat was het keerpunt, toen we als volk beseften dat het onze gezamenlijke strijd was om op te komen tegen de gruweldaden van de staat.’

Na de lange mars was er een tijdlang aandacht voor de onderdrukking van de Beloetsj. U werd door uw vermogen om een noodlijdend volk te verenigen in vreedzaam verzet alom geprezen: Time en BBC namen u op in lijsten van ‘meest invloedrijke personen’. Hoe beoordeelt u die internationale steun nu?

Mahrang Baloch: ‘Decennialang werden wij genegeerd. Pas sinds kort begint de internationale gemeenschap de systematische vervolging van de Beloetsj te erkennen. Toen ik een jaar geleden in het buitenland ging spreken wist men amper waar Beloetsjistan lag. In één jaar tijd zijn we erin geslaagd om onze zaak op de agenda te zetten.’

‘Vroeger moesten we dossiers over vermiste personen bij de Pakistaanse overheid indienen, die simpelweg weigerde ze te registreren of de families vervolgde. Nu dienen we ze rechtstreeks in bij een VN-werkgroep. Dat is een doorbraak.’

‘Het is goed dat Europa en de VN de onderdrukking van de Beloetsj “ten strengste veroordelen” en “hun bezorgdheid uiten”, maar het blijft bij holle verklaringen. We beseffen dat veel regimes volkeren onderdrukken, maar ik dacht dat mensenrechten een leidend principe waren? In werkelijkheid zijn ze vooral een middel om andere landen onder druk te zetten.’

‘Mijn boodschap is simpel: landen moeten de regels handhaven die ze zelf internationaal hebben vastgelegd. Pakistan is een rentenierstaat, volledig afhankelijk van buitenlandse hulp en IMF-leningen. Gebruik die macht om druk uit te oefenen. Investeer niet blind in Pakistan maar verbind er voorwaarden aan. Het land wordt gezien als een serieuze partner maar het is een militaire junta, een bananenrepubliek.’

Rijke grond, arme bevolking

Beloetsjistan, letterlijk het ‘land van de Beloetsj’, is een gigantisch gebied dat zich uitstrekt over Pakistan, Iran en Afghanistan. Het wordt bewoond door 15 tot 20 miljoen Beloetsj, een volk met een eigen taal en cultuur. Ondanks de rijke bodemschatten, zoals gas, olie, goud en koper, behoren ze tot de armste volkeren in de regio.

Na de Britse terugtrekking uit India, in 1947, riepen de Beloetsj kortstondig hun eigen staat uit, maar slechts zeven maanden later annexeerde Pakistan met geweld een groot deel van Beloetsjistan. De huidige provincie Beloetsjistan ligt in het zuidwesten van Pakistan en beslaat met 44% bijna de helft van de oppervlakte van het land, maar herbergt slechts 6% van de bevolking.

De provincie wordt gekenmerkt door een geschiedenis van opstanden, gewapend verzet en mensenrechtenschendingen. Behalve de grondstoffen is het gebied strategisch belangrijk vanwege zijn lange kustlijn aan de Arabische Zee en de grens met Iran en Afghanistan.

Als sinds de onafhankelijkheid van Pakistan, in 1947, willen de Beloetsj zich afscheuren van het centrale gezag in Islamabad. Daardoor kunnen ze rekenen op bloedige repressie door het Pakistaanse leger en de inlichtingendiensten. Duizenden Beloetsjen zouden zijn verdwenen, gemarteld of gedood door de veiligheidstroepen, hoewel de Pakistaanse overheid dit ontkent.

Terwijl de Pathaanse en Sindhi-gemeenschappen, naast de Punjabi’s de belangrijkste bevolkingsgroepen, deels zijn opgenomen in de Pakistaanse machtsstructuren, blijft de Beloetsje bevolking gemarginaliseerd en politiek vervreemd.

Revolutie binnen de revolutie

U wordt samen met uw medeleidster Sammi Deen gezien als het gezicht van een Beloetjse volksbeweging. Opvallend, want Beloetsjistan staat bekend als een zeer patriarchale samenleving. Hoe verklaart u dat vrouwen het voortouw nemen in deze strijd?

Mahrang Baloch: ‘Het klopt dat we in een tribale samenleving leven, maar we zien nu dat Beloetsje vrouwen, niet alleen Sammi Deen en ikzelf maar ook talloze anderen, hun ketenen afwerpen. Door te strijden voor de emancipatie van ons volk, emanciperen onze vrouwen ook zichzelf. We verzetten ons tegen de repressie van de overheid, én tegen de sociale ongelijkheid.

Vandaag kunnen we spreken van een maatschappelijke omwenteling. Toen we onlangs onze nationale bijeenkomst hielden in Dalbandin, nabij de grens met Afghanistan, probeerden we vooral vrouwen te mobiliseren. Net omdat moslimextremisme er hoogtij viert.

Toen ik het podium betrad, zag ik tot mijn grote verbazing duizenden vrouwen naast hun mannen, met kinderen op de arm of borstvoeding gevend, volop deelnemen aan het verzet. In de hele regio – Afghanistan, Iran, China of India – zal je geen enkele door vrouwen geleide massabeweging vinden zoals hier, in Beloetsjistan.’

Krijgt u binnen de Beloetsje samenleving nog tegenkanting omdat u als vrouw zo’n prominente rol speelt?

Mahrang Baloch: ‘Sinds ik aan politiek doe, heb ik me nooit minderwaardig of zwak gevoeld omdat ik een vrouw ben. Integendeel, de mate van respect dat ik krijg, motiveert me enorm. Genderongelijkheid voel ik niet meer zoals vroeger.’

‘Tot voor kort mochten alleen mannelijke jergas (dorpsraden, red.) familieruzies of tribale conflicten beslechten. Vandaag vragen mensen vrouwen zoals ik om tussen te komen en geschillen op te lossen, en ze aanvaarden ons oordeel. Voor het eerst in eeuwen worden vrouwen erkend als de verstandige stemmen binnen de gemeenschap.’

‘We krijgen veel vertrouwen. Als ik oproep tot actie, komen duizenden mensen opdagen. Dat is indrukwekkend, zeker omdat wie zich bij ons aansluit een doelwit wordt. Ze kunnen hun baan verliezen, worden bedreigd of hun familieleden verdwijnen. Toch komen ze, elke keer opnieuw. En niet enkel dat: ouders brengen hun dochters mee naar de protesten, en ze laten hen studeren. Als dit momentum standhoudt, zal dat onze samenleving voorgoed veranderen.’

‘Strijd is alles wat ik heb

In een opiniestuk voor het Pakistaanse nieuwmedium Dawn schrijft u dat familieleden van vermisten hen vaak als ‘noch dood, noch levend’ beschouwen. Hoe beïnvloedt die onzekerheid de nabestaanden?

Mahrang Baloch: ‘Dat is voor mij een heel persoonlijk thema, in die mate dat ik amper mijn gedachten kan ordenen als ik erover praat. De psychologische impact daarvan is gigantisch, vooral bij vrouwen en kinderen. Kinderen van wie de vader al jaren of decennia verdwenen is, weten niet of ze wees zijn of niet. Dat is de perverse strategie van de overheid. Soms dwingen ze vrijgelaten gevangenen een valse boodschap door te geven aan andere families, dat ze met hun vermiste geliefde in de cel zaten en hem zagen sterven. Maar zolang ze het lichaam niet terugkrijgen leven ze soms vijftien jaar of langer in verschrikkelijke onzekerheid.

‘Dat gevoel ken ik zelf maar al te goed. Ik moest in 2011 het gehavende lichaam van mijn vader identificeren. Het was duidelijk zijn gezicht, maar ik kon het niet geloven. Door post-traumatisch stresssyndroom leefde ik jarenlang in ontkenning. Ik had nachtmerries waarin hij gefolterd werd.

‘Het duurde vijf, zes jaar voordat ik de realiteit kon aanvaarden. Aan de universiteit moest ik mij inschrijven onder de naam van mijn vader. Ik zei dat die dood was maar dat ik geen overlijdensakte had omdat de staat hem vermoord had. Uiteindelijk moest ik officieel laten verklaren dat hij ‘‘een natuurlijke dood’’ gestorven was, de ultieme vernedering.

‘Veel vrouwen weten na 15 jaar nog steeds niet of ze echtgenote of weduwe zijn, ze zweven ergens tussenin. Ondertussen moeten ze alleen voor de kinderen zorgen, want in onze samenleving mag je pas hertrouwen na een officiële echtscheiding. Ik ken een vrouw ik mag haar naam niet noemen die een vals bericht kreeg dat haar ontvoerde man in zijn cel overleden was. Na drie jaar hertrouwde ze. Kort daarna werd haar eerste man vrijgelaten. Niemand kan zich haar pijn voorstellen. Die eindeloze onzekerheid is ondraaglijk, het veroorzaakt collectieve trauma’s.’

Duizenden mensen zijn vermist in de Pakistaanse provincie Beloetsjistan.

In datzelfde stuk zegt u ook: ‘Deze strijd is alles wat ik heb. Als ik erin slaag één vermiste persoon terug te brengen, geeft dat mij vrede en vreugde’. Waarom hebt u van deze strijd uw levensdoel gemaakt? Probeert u zo het trauma over uw vader om te zetten in iets positiefs?

Mahrang Baloch: Voor mijn vader verdween, had ik maar één droom: een leven met hem, met mijn familie. Toen hij ontvoerd werd, stortte die droom in. Ik was nog een tiener. Meer dan een jaar bleven we in het ongewisse. Ik zag mijn moeder vechten om ons gezin overeind te houden, mijn vader was de enige broodwinner, terwijl ze zelf niet wist of ze een echtgenote of een weduwe was. ’s Nachts, wanneer mijn broer en zussen sliepen, hoorde ik haar stilletjes huilen. Enkel dan kon ze haar verdriet de vrije loop laten. Overdag moest ze sterk zijn voor haar zes kinderen.’

Vooral het besef dat mijn vader gemarteld werd, was verschrikkelijk. In die helse periode dacht ik vaak aan zijn woorden: ‘‘Als je ellende meemaakt en je vraagt je af: waarom ik? Bezoek dan families van vermiste personen. Dan besef je dat je niet de enige bent die lijdt, maar dat onze hele gemeenschap dat doet.’’ Dat inzicht leerde me om mijn eigen pijn te zien als een gedeeld verdriet, een onderdeel van onze collectieve strijd.’

Vanaf dan werd dit mijn doel in het leven: ik wilde niet dat andere Beloetsje kinderen hetzelfde zouden meemaken als ik. Al tijdens mijn studies geneeskunde hielp ik getroffen families om hun verhaal naar buiten te brengen.’

De mentale tol is soms zwaar en de verantwoordelijkheid verpletterend, maar toch geeft mijn missie me rust en zelfs vreugde. Telkens als iemand wordt vrijgelaten, bezoek ik hem persoonlijk. Het moment waarop je ziet dat een kind zijn vader terug heeft, of een vrouw haar man, maakt alle offers de moeite waard.’

Ik krijg vaak de vraag wat ik zal doen als ik ooit moet kiezen voor mijn loopbaan als chirurg of voor het activisme. Mijn baas vraagt me vaak om me meer op mijn werk te focussen. Mijn antwoord is altijd hetzelfde: er zijn nog andere chirurgen in Beloetsjistan, maar deze strijd is erg persoonlijk voor mij. Dit moet ik doen, het is mijn roeping.’

Welke offers moet u brengen om die roeping te vervullen?

Mahrang Baloch: Ik heb meer dan een dozijn rechtszaken aan mijn broek, waaronder terreuraanklachten. Ik sta op de no-fly list en mag Pakistan niet verlaten. Dat is zo sinds afgelopen oktober, toen ik naar New York wilde vliegen om de award van Time Magazine in ontvangst te nemen. Ze hielden me tegen op de luchthaven, zonder enige wettelijke grond. Ik mocht het land niet uit.’

‘Toen ik wegreed van de luchthaven werden mijn drie vrouwelijke medepassagiers en ik klemgereden door een politiewagen. De agenten mishandelden ons op een bepaalde manier die ik niet kan navertellen. Het heeft een diep trauma nagelaten. De staat schakelt ook gewapende bendes in die ons voortdurend bedreigen en er zijn meerdere moordaanslagen op mij gepleegd.’

Een van die aanslagen op uw leven vond plaats in juli vorig jaar. Wat gebeurde er precies en hoe wist u te ontkomen?

Mahrang Baloch: Tijdens een massabijeenkomst in Gwadar zat ik een kring op het podium met andere BYC-leiders toen iemand met een pistool op mij afkwam. Het was duidelijk dat ik zijn doelwit was, wat hij later ook bekende.’

Het was een zeer gespannen situatie, de stoottroepen van de overheid hadden die dag al drie vreedzame demonstranten gedood en tientallen verwond. Maar het publiek reageerde alert: ze zagen de aanvaller, grepen hem vast en verijdelden zo de aanslag. De ordediensten bleven afzijdig, het volk heeft die dag mijn leven gered.’

Toen we hem fouilleerden, bleek hij documenten van de Pakistaanse inlichtingendienst MI bij zich te hebben. ’s Nachts kwam de districtscommissaris hem opeisen. Hij zei letterlijk: “Jullie houden een belangrijk lid van de veiligheidsdiensten vast en moeten hem vrijlaten.” Wij antwoordden dat er gerechtelijke stappen moesten volgen voor de moordaanslag. We hadden zijn bekentenis, zijn identiteitsbewijs, videobeelden…’

In plaats daarvan voerden overheidstroepen de volgende ochtend een grootschalige razzia uit op de vreedzame sit-in. De dader werd meegenomen, er is nooit een proces of straf geweest.’

U zegt dat uw vader uw politieke leermeester was. Wat heeft hij u bijgebracht dat u vandaag nog meedraagt in uw activisme?

Mahrang Baloch: Het belangrijkste dat hij me leerde, is dat ik als vrouw alles kan. In ons gezin was geen sprake van genderongelijkheid, ik heb vijf zussen en één broer. Hem werd altijd ingeprent dat wij ‘‘de koninginnen’’ waren.’

Mijn vader had twee dromen voor mij: dat ik dokter zou worden om mijn volk te dienen, en dat ik een politieke leider zou worden. Thuis gaf hij mij en mijn zussen les in de Beloetsje geschiedenis, en we discussieerde urenlang met ons over internationale politiek. Zijn overtuiging was dat elke revolutie bij jezelf begint. ‘‘Wie de wereld wil veranderen, moet thuis beginnen’’, zei hij altijd.’

Enkele maanden na zijn eerste ontvoering, in 2006, werd hij voor een rechtbank geleid. Dat beeld staat op mijn netvlies gebrand: zijn oogkassen en zijn tanden waren gebroken. Ik moest huilen en achteraf was hij zeer streng. ‘‘Niet huilen, je mag niet zwak zijn!’’ Dat moment vergeet ik nooit. Hij wou me harden voor tegenspoed, want achteraf zei hij tijdens een diner dat er in Beloetsjistan een tijd zou komen waarin ook vrouwen opgejaagd zullen worden. Hij heeft gelijk gekregen.’

Ik koester die lessen. Het was niet alleen vaderlijke raad, maar zijn politieke nalatenschap.’

Stel dat uw vader vandaag zou zien welke leider u bent geworden en welke beweging u leidt. Wat zou hij dan zeggen, denkt u?

Mahrang Baloch: Onlangs, tijdens een demonstratie, bezochten we zijn graf. Dat was de eerste keer dat ik er niet enkel als dochter zat, maar als deel van de beweging. Toen ik daar zat, stelde ik mezelf de vraag: doe ik het juist? Zou hij tevreden zijn?’

Ik mis hem nog elke dag. Niet alleen als vader, maar ook als revolutionaire kameraad. Als hij nog leefde, zou hij me raad geven, me bekritiseren, me scherp houden. Hij zou niet met complimenten strooien, want hij geloofde dat waardering je lui maakt. Maar ik weet dat hij trots zou zijn.’

Zijn ideeën maken nu deel uit van onze strijd. Ik weet dat ik niet goed genoeg ben, maar ik probeer en dat geeft me al voldoening. Als ik hem ooit in een ander leven weerzie, zou ik hem maar één ding zeggen: ik heb geprobeerd jouw pad te volgen. Ik heb geprobeerd er te zijn voor de Beloetsj, voor wie mij nodig had.’

Ongeveer een maand na dit gesprek, op 22 maart 2025 rond halfzes ’s ochtends, werd Mahrang Baloch opgepakt tijdens een vreedzame sit-in tegen politiegeweld in de havenstad Quetta. Ze wordt onder meer beschuldigd van moord en terreur, zonder concreet bewijs. Mensenrechtenorganisaties en de VN zien het als een vergelding voor haar vreedzame verzet tegen ontvoeringen en buitengerechtelijke executies, en eisen haar vrijlating.

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in