‘Ik zal nu een beetje dichter bij huis kijken’
Tine Danckaers: ‘Als journalist moet je betrokken zijn, cynisme kun je je niet veroorloven’

© Foto: Tine Danckaers – Wikimedia Commons / Ontwerp: MO*

© Foto: Tine Danckaers – Wikimedia Commons / Ontwerp: MO*
Na drieëntwintig jaar verlaat Tine Danckaers MO*. In gesprek met haar opvolger Abdelrahman Alserr kijkt ze terug naar haar eerste dag op de redactie, naar de plekken die haar veranderd hebben en naar het moment waarop ze zich realiseerde dat het tijd was om de pen neer te leggen.
‘Wil je naar buiten? Het is zonnig.’ Ze vraagt het achteloos.
‘Ja’, antwoord ik. Bijna te snel. Maar als we het kantoorgebouw verlaten, zijn we blij om de zon, die ons al opwachtte, te volgen.
Tine en ik wandelen naar het Baron Pierre Pauluspark, een kleine groene oase vlak bij de redactie. Het is net een verborgen parel, onttrokken aan de drukke straten van de stad, gemakkelijk te mislopen als je niet weet waar te kijken.
We vinden een stil plekje en gaan zitten.
Het is bevreemdend om over haar vertrek te praten. Tine was er van het begin bij, drieëntwintig jaar geleden, toen MO* nog een nieuw idee was. Ze maakte deel uit van een klein team dat nog volop aan het uitzoeken was wat het magazine precies moest worden.
‘De dagen dat ik niets geleerd heb, kan ik op één hand tellen’, zegt ze. ‘Leren was het grootste privilege van deze job.’
Het Midden-Oosten was voor Tine nooit een gewone journalistieke opdracht, maar werd een decennialange leerschool in wat het betekent om menselijk te zijn in een wereld die mensen voortdurend verdeelt.

Tine Danckaers in gesprek met MO*lezers.
© MO*
Reizen is het DNA
Herinner je je eerste dag nog?
Tine Danckaers: ‘Ik herinner me vooral de eerste bijeenkomst nog. We begonnen met iets volledig nieuws en er heerste een enorme drive. Gie Goris, de toenmalige hoofdredacteur, had een heel hecht team samengesteld. En dat zijn we altijd gebleven, ook toen mensen gingen en kwamen.’
‘Al snel werd duidelijk dat reizen deel zou uitmaken van het DNA van het magazine. Het zou cruciaal worden. We móésten naar buiten om plaatsen over de hele wereld te leren kennen. Dat was het basisidee van heel het project.’
Menselijke verhalen stonden altijd centraal in jouw reportages. Waarom was het voor jou zo belangrijk om ergens naartoe te gaan en mensen te ontmoeten?
Tine Danckaers: ‘Dat heeft verschillende redenen. Toen we begonnen, kenden we nog geen digitale communicatie zoals we die vandaag hebben. We konden niet gewoon iemand bellen of een online interview afnemen, we moesten ernaartoe. Dat betekende zeker niet dat we onvoorbereid vertrokken, we maakten onze keuzes altijd heel doordacht en selecteerden de bestemmingen waarvan wij vonden dat ze de aandacht verdienden.’
‘En eens we er waren, bestond de uitdaging erin om de verhalen van de mensen ginds te vertellen op een manier dat mensen hier zich erin zouden herkennen. Dat menselijke heeft altijd centraal gestaan.’
‘Maar deze manier van werken staat vandaag onder druk. Door het verdwijnen van de Vlaamse subsidies zijn de financiële uitdagingen heel groot geworden en dat heeft onvermijdelijk invloed op onze reizen en de verhalen die we kunnen brengen.’
‘Nochtans vind ik het belangrijker dan ooit om die menselijke verhalen te vertellen, want het “ontmenselijken” breidt uit. En AI helpt daar niet bij. Daarom moeten we naar buiten blijven gaan en naar mensen blijven luisteren.’
Chaperon in de soek
Hoe was jouw eerste reportagereis en waar ging die heen?
Tine Danckaers: ‘Die was bijzonder. MO* had een uitnodiging gekregen van het Tunesische ministerie van Informatie. Dat organiseerde een conferentie voor religieuze leiders van over heel de wereld met betrekking tot een standpunt tegen de invasie van Irak.’
‘We wisten natuurlijk dat Tunesië gebukt ging onder de dictatuur van Ben Ali, maar we beslisten om toch te gaan en verder te kijken dan het officiële programma. Ik wou andere stemmen horen en gaan praten met mensen op straat. Het probleem daarbij was dat ik geen seconde alleen werd gelaten. Toen ik naar de soek ging, stuurden ze een chaperon mee. De hele tijd.’
‘Mijn eerste “echte” reportagereis was naar Palestina, waar ik verslag uitbracht van de uitbreiding van de nederzettingen in Oost-Jeruzalem, op Palestijns grondgebied. Het was tegelijk het jaar van de unilaterale Israëlische terugtrekking uit de bezette Gazastrook onder toenmalig Israëlisch premier Sharon. Er gebeurde dus heel wat.’
‘Ik herinner me dat ik in Jeruzalem aankwam en dat alles wat je kent uit kranten en van tv plots een tastbare realiteit werd: de checkpoints, de lange grijze scheidingsmuur … Voor een buitenstaander die zulke dingen nog nooit gezien had, was dat zeer intens.’
Heeft die reportage iets teweeggebracht?
Tine Danckaers: ‘Zeker. Niet lang na publicatie werden we via tussenkomst van de toenmalige Belgische minister van Ontwikkelingssamenwerking, Armand De Decker, opgeroepen door de Israëlische ambassadeur in België. Die deed alsof ik er niet was en begon te vertellen dat de journalist in kwestie veel foute dingen had geschreven. Ik vroeg hem wat die dan waren en hij verwees naar twee kleine details, zoals dat ik over een bepaalde landbouwteelt in een bepaald Palestijns dorp had geschreven, terwijl het een andere teelt betrof.’
‘Over de inhoud van het stuk, de uitbreiding van Israëlische grondgebied, sprak hij met geen woord. Dat was heel verhelderend voor mij en het bevestigde twee zaken: ten eerste dat Israël heel nauw in het oog houdt wat er over Palestina geschreven wordt; en ten tweede dat ze niet in staat waren om de inhoud van het nederzettingenverhaal te ontkrachten.’
Is er na al die jaren van reportages maken in het buitenland een reis waaraan je meteen terugdenkt?
Tine Danckaers: ‘Wat spontaan in me opkomt is een reis die ik maakte in 2007 over het bestaan van Aliyah, het zogenaamde recht op terugkeer voor Joden overal ter wereld naar Israël. De mensen die ik ontmoette en die bijvoorbeeld uit de VS waren gemigreerd naar Israël waren vaak enorme hardliners: heel nationalistisch en een aantal toch ook extreem-rechts. Dat vond ik schokkend, zeker omdat ik ook met Palestijnse vluchtelingen gesproken heb over hún recht op terugkeer. Zij kunnen simpelweg niet terug naar hun huizen. Dat contrast maakte de immense onderdrukking van de Palestijnen door Israël glashelder.’
‘Een andere reis waar ik spontaan aan terugdenk, is die naar Bahrein. Daar was ik in oktober 2011, tijdens de Arabische Lente. De protesten op de Pearl-rotonde waren eerder dat jaar bijzonder brutaal neergeslagen geworden. Maar ook in oktober ging het er nog hard aan toe en sprak ik met veel mensen die nog wekelijks demonstreerden voor gelijke burgerrechten.’
‘Internationale mensenrechtenverdedigers en journalisten mochten het land niet in, maar op de een of andere manier geraakte ik met mijn toeristenvisum wel binnen. Maar vanaf mijn aankomst ben ik wel gevolgd geweest, en op de terugweg werd ik kort aangehouden op de luchthaven. En ik weet dat ik nu op een zwarte lijst sta. Maar wat me het meeste opviel, was dat niemand wist wat er in Bahrein aan de hand was. En ondertussen bleef het Formule 1-circus er elk jaar plaatsvinden, alsof er niets gebeurde’

Tine Danckaers in 2016, op reportage in de Iraakse hoofdstad Bagdad.
© Karim Abraheem
Nieuwe energie in Bagdad
Is er een specifieke plek die bijzonder is geworden voor jou?
Tine Danckaers: ‘Zonder twijfel de Iraakse hoofdstad Bagdad. Ik ging er voor het eerst heen in 2016.’
‘Ervoor was er de asielcrisis in 2015, er was de opkomst van IS, de aanslagen in Parijs en Brussel … Het was te veel. Elk uur kon ik over een ander onderwerp schrijven en dat wou ik niet meer. Toen bedacht ik me dat ik naar Bagdad wou om er te spreken met de inwoners, hoe ze samenleefden in een gespleten bommenstad. Heel simpel. Dus vertrok ik met Karim Abraheem, een Iraaks-Belgische fotograaf. En ik ben teruggekomen met hernieuwde energie. Door de heel menselijke ontmoetingen daar, mensen zoals jij en ik.’
‘Maar er is nog een plek waar ik aan denk: Beiroet. Ik heb het moeilijk om erover te spreken, want het is ook een stad die is platgebombardeerd.’
‘Ik ben er in februari 2026 naartoe gegaan en heb er zoveel interessante mensen ontmoet en zoveel inspirerende gesprekken gehad. Twee weken later begonnen de bombardementen. Die mensen hebben al zoveel verloren. Dat raakt me enorm.’
Erdoğans autoritaire beleid
Welke van jouw aannames over het Midden-Oosten heb je na drieëntwintig jaar moeten bijstellen?
Tine Danckaers: ‘Ik heb al mijn aannames voortdurend moeten bijstellen, maar mijn grootste teleurstelling is Turkije. Aanvankelijk leek dat land de goede richting uit te gaan. In het kader van de toetredingsgesprekken met de EU voerden de AKP van Erdoğan hervormingen in. Er werden wetten veranderd, de sociale zekerheid werd uitgebreid en er gebeurden tal van investeringen. Het was alsof Turkije het enige land in het Midden-Oosten was dat vooruitging.’
‘Vanaf 2009 veranderde alles langzaamaan. Op dat ogenblik besefte ik het nog niet helemaal, maar ik denk dat de veranderingen samenvielen met de ontwikkeling van Erdoğans meer autoritaire beleid.’
‘In 2013 waren er de protesten in het Gezi-park die brutaal werden neergeslagen. In 2016 was er de poging tot staatsgreep. Alles wat erna kwam was geschift. Mensen werden gearresteerd en in de gevangenis gegooid. Mensen werden ontslagen en vervangen door andere mensen. De vrijheid van meningsuiting, van cultuur, van de journalistiek werd gesmoord. Het was waanzinnig en ik heb het niet zien aankomen.’
De genocide
Is er een specifiek moment dat jouw blik op het Midden-Oosten fundamenteel veranderd heeft?
Tine Danckaers: ‘De genocide in Gaza. Het feit dat Israël die verschrikkelijke misdaden kan blijven plegen, terwijl de wereldleiders erop toekijken. Dat vind ik echt waanzinnig. Die mensen weten wat er gaande is en toch willen ze blijven geloven dat ze aan moreel de juiste kant van de geschiedenis staan. Drie jaar geleden werd de genocide gestart. En ze duurt nog altijd voort.’
Denk je dat het vredesplan voor Gaza daar een einde aan kan maken?
Tine Danckaers: ‘Het plan heeft niets met vrede te maken en heeft niets met de mensen te maken. Alsof ze Israël opnieuw willen oprichten in een gebied waar zogenaamd geen mensen wonen. Maar ze wonen daar wel.’
‘Hoe denk je dat iemand die een kind verloren heeft zich voelt? Of iemand die zijn been kwijt is? Een oog? Wat voelen zij als zij naar ons kijken terwijl wij het allemaal aanschouwen? Worden zij niet verondersteld blij te zijn, wetende dat de wereld toekijkt?’

Tine Danckaers op het feest ter ere van 20 jaar MO* in De Centrale in Gent.
© Iratxe Álvarez
Vertrek
Tine Danckaers: ‘Het waren drieëntwintig fantastische jaren waar ik lange tijd een ongelooflijke energie van kreeg. Ik voelde me gezegend met dit werk, waarbij ik elke dag kon bijleren. Dat is een luxe. Ik geloof nog steeds heel hard in het project van MO*, maar er is onderweg iets veranderd. Ik merkte dat dat jarenlange schrijven over het Midden-Oosten aan mijn journalistieke goesting en energie begon te vreten. Dat ik het gevoel kreeg dat ik het allemaal al eens had gezien, dat elk conflict een kopie is van een ander. En dus vond ik tijd om te stoppen want dat vind ik uitermate oneerlijk ten opzichte van de mensen in het Midden-Oosten.’
‘Ik wil niet cynisch zijn. Helemaal niet. Ik wil hoop hebben, en ik wil die hoop vasthouden. Want als journalist moet je betrokken zijn. Je kunt het je niet veroorloven cynisch te zijn.’
Betekent je einde bij MO* ook meteen het einde van jouw journalistieke carrière?
Tine Danckaers: ‘Neen, zeker niet. Ik neem misschien een pauze, maar er is ook in België veel dat scheefloopt. Er zijn hier ook blinde vlekken die extra journalistieke aandacht nodig hebben. Ik zal dus nu een beetje dichter bij huis kijken.’

Over de auteur
Tine Danckaers
Midden-Oosten & migratie
Tine Danckaers is senior writer bij MO*. Haar expertise ligt in het Midden-Oosten & bij migratie.
Recente artikels van Tine
Ontdek deze auteurNiets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.



