Global Hunger Index: honger weer toegenomen in meer dan dertig landen
De honger in de wereld is na bijna twee decennia van vooruitgang opnieuw toegenomen, blijkt uit de Global Hunger Index. De oorzaken zijn oorlog, klimaatschokken en economische malaise.
De wereld scoort nu 18,1 op de zogenaamde GHI. Dat is voor het eerst een slechtere score, na decennia van vooruitgang: in 2018 klokte de index nog af op 17,6, aanzienlijk beter dan de 28,2 in 2000.
In 32 landen is de situatie erop achteruit gegaan sinds de laatste editie. In totaal 57 landen liggen nog altijd niet op koers om tegen 2030 een laag hongerniveau te halen. Voedselzekerheid moet een centraal onderdeel van het veiligheidsbeleid worden, stelt het rapport, omdat oorlog en conflicten voedselsystemen ver van de frontlinies kunnen bedreigen.
Wisselwerking
‘Het feit dat wereldwijd 645 miljoen mensen honger lijden, moet een alarmsignaal zijn’, zegt Marlehn Thieme, voorzitter van de ngo Welthungerhilfe. ‘We denken bij veiligheid nog steeds vooral in militaire termen, terwijl voedselzekerheid essentieel is voor vrede en stabiliteit. Oorlog veroorzaakt honger, en honger kan op zijn beurt nieuwe conflicten aanwakkeren. De oorlogen van vandaag bedreigen de voedselzekerheid ook ver buiten de landen waar ze worden uitgevochten.’
De oorlog in Iran en de verstoringen van de scheepvaart door de Straat van Hormuz, in combinatie met de oplopende spanningen rond de zeestraat Bab el-Mandeb, drijven de kosten voor brandstoffen en kunstmest op. De oorlog in Oekraïne en de beperkingen op de graanexport via de Zwarte Zee dreigen de tarweprijzen nog verder de hoogte in te jagen. Voor gezinnen in het Mondiale Zuiden, die al kampen met hoge kosten van levensonderhoud, worden zelfs basisvoedingsmiddelen steeds vaker onbetaalbaar.
Vooral Afrika ten Zuiden van de Sahara wordt zwaar getroffen: de regio telt zeven van de in totaal acht landen die met een alarmerend hongerniveau kampen. Somalië heeft de hoogste score op de index, en El Niño dreigt de voedselonzekerheid daar nog verder aan te wakkeren.
Vooruitgang
Toch toont de index dat er ook vooruitgang mogelijk is. Sinds 2018 hebben in totaal 31 landen hun GHI-score met ten minste 10% verlaagd. Daarbij zijn 9 landen die een daling van meer dan 20% hebben gerealiseerd.
Oeganda boekte de grootste vooruitgang in Afrika ten zuiden van de Sahara, hoewel sommige delen van het land nog steeds kampen met acute voedselonzekerheid. Togo verschoof van de categorie ‘ernstig’ naar ‘matig’ op de GHI-schaal, terwijl Nepal de sterkste langetermijnvooruitgang in Zuid-Azië liet zien.
De vooruitgang in die voorbeelden is niet het gevolg van één enkele interventie, maar van een combinatie van factoren, stelt het rapport. Daarbij zijn aanhoudende investeringen en politieke betrokkenheid op gebieden als voeding, gezondheid, onderwijs en sanitaire voorzieningen.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


