Het kleine Djibouti ziet duizenden vluchtelingen uit Jemen aankomen

© UNHCR

© UNHCR
In Djibouti zijn al minstens drieduizend vluchtelingen aangekomen die het toenemende geweld in Jemen ontvluchten, de meeste van hen vrouwen en kinderen. De beschikbare capaciteit in de opvangcentra neemt snel af.
De vluchtelingen komen aan per boot na een tocht via de Bab el-Mandeb-straat. De kusten van beide landen zijn op het smalste punt maar 30 kilometer van elkaar verwijderd.
Uit hun verhalen blijkt dat nog vele duizenden anderen Jemen wilden verlaten, maar niet konden vluchten vanwege de onveilige situatie en een tekort aan brandstof voor hun bootjes.
In de bestaande opvangcentra in Djibouti vertellen de nieuwkomers dat ze in Jemen voor hun leven vreesden temidden van bombardementen en beschietingen. Meer dan de helft van de Jemenitische vluchtelingen die de oversteek naar Djibouti maken, bestaat uit vrouwen en kinderen.
Vluchtelingendorp
In de havenstad Obock worden nieuwkomers van de aankomstpunten aan de kust overgebracht naar het vluchtelingendorp Markazi. Daar worden ze geregistreerd en krijgen ze eerste hulp. Het vluchtelingenprogramma van de Verenigde Naties (UNHCR) werkt er samen met partners om vluchtelingenkinderen zo snel als mogelijk te integreren in de scholen van het dorp.
Gezinnen uit Djibouti en de Jemenitische vluchtelingengemeenschap zelf blijven nieuwkomers opvangen en delen wat ze hebben, maar de beschikbare capaciteit neemt snel af. Het vluchtelingendorp Markazi was ontworpen voor de opvang van vijfduizend vluchtelingen.
De druk op huisvesting, water, sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs neemt nu al toe. De bestaande schoolfaciliteiten bieden onvoldoende plaats aan en er is steeds groter risico op besmettelijke ziekten als schurft en diarree.
Het kleine land Djibouti vangt al 36.000 vluchtelingen op, voornamelijk uit Somalië en Ethiopië. De recente aankomsten uit Jemen zetten extra druk op een toch al zwaar belast opvangsysteem.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


