Agriwilding
Landbouw kan een stuk wilder, zegt VUB-studie


Landbouw en natuurherstel hoeven elkaar niet uit te sluiten, zegt onderzoek van de VUB en UCLouvain. Onderzoek van een project rond ‘Agriwilding’ toont dat hier zelfs meer vlindersoorten voorkomen dan in natuurgebied.
Wereldwijd zet het verlies aan biodiversiteit zich onverminderd voort. De gemiddelde populatiegrootte van wilde dieren is de afgelopen vijftig jaar zelfs met 75% gedaald. Ook in Vlaanderen zijn de signalen zorgwekkend: recent bleek nog dat twee derde van de hommelsoorten bedreigd of verdwenen is, terwijl ook dagvlinders al jarenlang sterk achteruitgaan.
De landbouw wordt als één van de grootste boosdoeners beschouwd, en de vraag is dan ook hoe we onze voedselproductie en natuurbehoud beter met elkaar kunnen verzoenen. ‘Agriwilding’ - een wildere vorm van landbouw - is mogelijk een oplossing.
‘Het is een vorm van landbouw waarbij voedselproductie wordt gecombineerd met natuurontwikkeling’, legt VUB-professor Franky Bossuyt uit. ‘Het systeem bestaat uit een gevarieerde mozaïek van meerjarige voedselgewassen, fruit- en notenbomen, struiken, soortenrijke graslanden en kleine landschapselementen zoals poelen en greppels.’
Door de bodem zo weinig mogelijk te verstoren en natuurlijke processen maximaal te benutten, ontstaat een landbouwsysteem dat productief is maar tegelijk ook ruimte biedt aan biodiversiteit. In tegenstelling tot klassieke akkerbouw blijft de bodem permanent bedekt. Daardoor neemt erosie af, wordt meer koolstof opgeslagen en kan het bodemleven zich beter ontwikkelen. Wilde planten krijgen er een plaats naast de teeltgewassen, waardoor een gevarieerd landschap ontstaat dat tal van dier- en plantensoorten ondersteunt.
Pajottenland
En dat werkt, blijkt uit onderzoek van de dag- en nachtvlinderfauna in 'De Wildernis', een vijftien jaar oud agriwilding-systeem van twee hectare in het Pajottenland.
De resultaten zijn opmerkelijk: het systeem herbergt 30 van de 39 regionale dagvlindersoorten en doet het zo niet alleen beter dan conventionele landbouwgebieden, maar zelfs onderzochte natuurgebieden. Bij nachtvlinders werd een even hoge soortenrijkdom vastgesteld als in natuurgebieden, maar met een duidelijk andere soortensamenstelling.
Bovendien worden van die soorten ook veel meer exemplaren gevonden: tot zes keer meer dag- en nachtvlinders dan in conventioneel landbouwgebied. Volgens de onderzoekers is dat vooral te danken aan de combinatie van meerjarige vegetatie, bomen en struiken, bloemrijke graslanden en een lage mate van verstoring.
Kansen voor de landbouw
De onderzoekers zien belangrijke kansen voor het landbouwbeleid. Vandaag worden landbouwers vaak vergoed voor tijdelijke natuurherstelmaatregelen of wordt landbouwgrond uit productie genomen om natuur te ontwikkelen.
Agriwilding biedt een alternatief waarbij natuurherstel en voedselproductie hand in hand kunnen gaan. ‘Het kan beschermde natuur niet vervangen, maar kan wel een heel belangrijke aanvulling vormen in landbouwgebieden waar de ruimte schaars is’, zegt Bossuyt.
De wetenschappers denken bijvoorbeeld aan gerichte subsidies voor landbouwers om de biodiversiteit te herstellen én tegelijk economisch actief blijven.
Vooral in intensief gebruikte landbouwgebieden, waar weinig ruimte is voor extra natuur, kan die aanpak bijdragen aan meer veerkrachtig landschap.
De studie is verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Biological Conservation.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.

