‘We moeten de combinatie van bescherming, bewustmaking, testen en behandeling blijven toepassen’
Nieuwe pil tegen slaapziekte geeft Afrika hoop
Gilbert Nakweya / SciDev / IPS
24 maart 2026 • 5 min leestijd
Het Europese Geneesmiddelenagentschap heeft een nieuw middel goedgekeurd tegen slaapziekte. Acoziborole is een veelbelovend wapen tegen de ziekte, omdat één orale dosis volstaat. Dat kan een groot verschil maken in moeilijk bereikbare regio’s in Afrika.
Slaapziekte is een parasitaire infectie die wordt verspreid door de beet van tseetseevliegen. Zonder behandeling is de ziekte meestal fataal. De meest voorkomende vorm, veroorzaakt door de parasiet Trypanosoma brucei gambiense, komt voor in Centraal- en West-Afrika.
In 1998 werden er ongeveer 40.000 gevallen gemeld op het continent. Maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat nog eens meer dan 300.000 andere gevallen onopgemerkt en onbehandeld bleven.
Dankzij inspanningen in de afgelopen twintig jaar zijn die aantallen drastisch gedaald. In 2024 was het aantal bevestigde gevallen zelfs gedaald tot minder dan 600. Maar die overgebleven gevallen zijn, bijna per definitie, het moeilijkst te bereiken.
Complexe behandelingen
‘De beschikbare behandeling was een injecteerbaar arseenderivaat met ernstige bijwerkingen’, zegt Wilfried Mutombo, regionaal hoofd klinische operaties voor het Drugs for Neglected Diseases Initiative (DNDi) in West- en Centraal-Afrika. ‘We wilden iets beters vinden voor de patiënten.’
Er zijn al alternatieven, maar daarvoor zijn meerdere doses, intraveneuze infusies of intramusculaire injecties en ziekenhuisopnames nodig. Ze vereisen bovendien dat patiënten twee keer worden bereikt: één keer voor de diagnose en één keer voor de behandeling.
In gebieden met slechte wegen, zonder internettoegang, komt het vaak niet tot dat tweede bezoek. Gebrek aan correcte koelketens, getraind personeel voor injecties en lokale gezondheidscentra vormen stuk voor stuk barrières tussen ziekte en genezing.
Eenmalige dosis
Nu is er het nieuwe middel Acoziborole Winthrop, ontwikkeld door het Franse farmaceutische bedrijf Sanofi in samenwerking met DNDi, op basis van ruim twintig jaar onderzoek.
Acoziborole maakt een einde aan veel van de problemen met alternatieve geneesmiddelen. Gezondheidswerkers kunnen nu in één keer testen en behandelen, ter plaatse, zonder gespecialiseerde apparatuur.
Het medicijn is een eenmalige orale dosis: drie tabletten die in één keer ingenomen worden. Het werkt zowel in vroege als late stadia van de ziekte en maakt de lumbaalpunctie (een naald in de onderrug) overbodig, die voorheen nodig was om het ziektestadium te bepalen voordat met de behandeling kon worden begonnen.
Werking bewezen
Het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) heeft eind februari Acoziborole goedgekeurd, op basis van de resultaten van fase 2- en fase 3-klinische studies die zijn gepubliceerd in The Lancet Infectious Diseases.
Er werden proeven uitgevoerd in de Democratische Republiek Congo en Guinee, waarbij succespercentages tot 96 procent werden behaald na anderhalf jaar, zowel in vroege als gevorderde stadia van de ziekte.
‘De reis was moeilijk en uitdagend, vooral om patiënten te bereiken in afgelegen gebieden zonder internet en met een slecht wegennet’, vertelt Mutombo.
Het medicijn wordt momenteel aanbevolen voor volwassenen en adolescenten van ten minste twaalf jaar oud, vanaf een gewicht van 40 kilogram. Sanofi zal doses produceren en doneren aan de WHO, die ze gratis beschikbaar zal stellen.
Wat gebeurt er nu?
De goedkeuring door het EMA maakt de weg vrij voor registratie in endemische landen, maar elk land moet zijn eigen nationale regelgevingsprocedure doorlopen. De Democratische Republiek Congo, goed voor ongeveer twee derde van alle gevallen van slaapziekte in Afrika ten zuiden van de Sahara, is de cruciale eerste test.
‘We moesten zo dicht mogelijk bij de getroffen mensen komen om slaapziekte uit te roeien, en Acoziborole stelt ons daartoe in staat’, zegt Mutombo. Maar nationale registraties en volgehouden ziektebewaking zijn cruciaal voor succes, zegt hij.
Jean-Mathieu Bart, onderzoeker bij het Nationaal Programma voor de Bestrijding van Verwaarloosde Tropische Ziekten van het Ministerie van Volksgezondheid in Guinee, is het daarmee eens: ‘We hebben gezien dat het een zeer veilig en effectief medicijn is’, zegt hij.
Maar ook hij benadrukt dat het medicijn alleen niet voldoende is. Vectorbestrijding – het terugdringen van de tseetseevliegenpopulatie – en bewustwording in de gemeenschap blijven essentieel naast de behandeling.
‘We moeten de combinatie van bescherming, bewustmaking, testen en behandeling blijven toepassen.’
Dit artikel is eerder verschenen bij IPS-partner SciDev.net
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.

