Schone energie creëert honderduizenden banen in EU

Nieuws

Schone energie creëert honderduizenden banen in EU

Een technicus werkt aan een windturbine
Een technicus werkt aan een windturbine

Schone energiebronnen in de EU zijn goed voor minstens 273.500 directe banen, en dat cijfer zit in de lift. Maar daar zijn relatief weinig vrouwen bij, en een tekort aan geschoolde arbeidskrachten dreigt de toekomstige groei te vertragen.

Wereldwijd groeit het aantal banen in de energiesector een pak sneller dan in de economie als geheel. De EU staat daarbij op de derde plaats in de wereld, na China en de rest van Azië. In de EU hielden in 2023 minstens 1,8 miljoen banen direct of indirect verband met schone energie.

Windenergie is de grootste werkgever met zo’n 273.500 directe banen in de EU in 2023, blijkt uit nieuwe cijfers van het Europees Milieuagentschap (EEA). Het grootste deel van de banen is niet in productie, wel in onderhoud en bijvoorbeeld verkoopadministratie.

Zonnetechnologie bood in 2023 werk aan meer dan 227.000 mensen; de productie is daar heel klein, het gaat vooral om activiteiten zoals infrastructuurwerken, voorbereiding van de bouwplaats en netaansluiting.

Maar ook sectoren zoals warmtepompen groeien snel, met ruim 80.100 werknemers in 2023, en een groot groeipotentieel. De batterijsector is nu nog de kleinste speler, met zo’n 33.000 werknemers. Maar de groei is er wel enorm: zo’n 35 procent per jaar sinds 2018.

Kanttekeningen

Dat is heel wat goed nieuws voor de sectoren, maar het EEA-rapport plaatst daar wel enkele kanttekeningen bij. Zo is de werkgelegenheid binnen de EU ongelijk verdeeld. Duitsland heeft veruit het grootste aantal werknemers in windenergie, zonne-energie en batterijen. Zuiderse landen lopen dan weer voorop wat betreft banen in de warmtepompsector en Polen op het vlak van batterijtechnologie.

Die concentratie is vaak een weerspiegeling van bestaande industriële sterktes en vaardigheden. Maar een te ongelijke verdeling kan ook regionale verschillen vergroten, en er is beleid nodig om een brede deelname in alle regio’s te verzekeren, zegt het EEA.

Ook de inclusiviteit van de sector kan beter. De deelname van vrouwen varieert van 26 procent in de wind- en batterijsector tot amper 14 procent in de sector van de warmtepompen. Ook jongeren vinden de weg nog niet: ze maken maar 6 tot 7 procent uit van het personeelsbestand in de sectoren windenergie, zonne-energie en warmtepompen.

Tot slot pleit het rapport voor extra aandacht voor onderwijs, want een tekort aan geschoold personeel kan de uitrol van schone energie hinderen. De meeste EU-landen melden al tekorten in cruciale technische functies op het gebied van installatie en bouw. Er is gecoördineerd beleid nodig om op grote schaal te investeren in opleiding, omscholing en de beschikbaarheid van arbeidskrachten.

Tags