IPS / The Conversation / Ryan A. Manzuk
“‘‘Bij de Congolese export van kobalt zit niet-gerapporteerd uranium’’

© Wikimedia Commons

© Wikimedia Commons
De Democratische Republiek Congo voert al decennia geen uranium meer uit. Tenminste officieel toch niet, want bij de uitvoer van kobalt gaan ongewild grote hoeveelheden mee. Ryan A. Manzuk, onderzoeker aan de Universiteit van Wisconsin-Madison, legt uit hoe dat komt en wat de gevaren zijn.
Het zuiden van de Democratische Republiek Congo (DRC) staat bekend als de ‘Copperbelt’ vanwege de rijke voorraden koper en andere mineralen. En uranium: het gebied was ook de bron van uraniumerts voor de eerste kernwapens van het Manhattanproject (1942-1947). Dat leidde in 1945 tot de twee atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki.
De belangrijkste uraniumbron was toen de Shinkolobwe-mijn in de Copperbelt, die sinds 2004 officieel is gesloten. De DRC heeft al tientallen jaren officieel geen uraniumexport meer gerapporteerd.
Maar uit ons recent onderzoek blijkt dat er waarschijnlijk toch aanzienlijke, niet-gerapporteerde hoeveelheden uranium het land verlaten. Ik ben geoloog en gespecialiseerd in de analyse van gegevens over de chemische en minerale samenstelling van gesteenten. Mijn werk bestaat grotendeels uit de analyse van kaarten, waarbij ik geografische datapunten – zoals regionale kobaltstatistieken – verwerk en daaruit conclusies trek.
Ons onderzoek is het eerste dat systematisch rekening houdt met twee cruciale factoren: dat uranium en kobalt samen voorkomen in gesteenten en dat ze op dezelfde manier reageren op chemische verwerking. Het gevolg is dat ze dus moeilijk van elkaar te scheiden zijn.
Op basis daarvan konden we een schatting maken van de hoeveelheid uranium die ongemerkt meereist tijdens de winning en export van kobalt.
Geologische kaarten
Er zijn maar weinig gegevens publiek beschikbaar over uraniumconcentraties in ertsen of over de chemische stappen die kobalt klaarmaken voor transport. We zijn daarom tot onze schattingen gekomen door op basis van geologische kaarten het waarschijnlijke uraniumgehalte in kobalt-ertsen te modelleren.
Vervolgens pasten we die berekeningen toe op de hoeveelheid erts die bij de verschillende mijnen in de Copperbelt wordt verwerkt, en met een model van het gedrag van uranium tijdens de chemische verwerking voor de export.
Daaruit blijkt dat tussen 2000 en 2024 in de meest waarschijnlijke scenario's naar schatting 2.000 tot 5.000 ton natuurlijk uranium vanuit de Democratische Republiek Congo (DRC) is uitgevoerd.
Minder dan 10% van dat materiaal lijkt officieel te zijn gemeld bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat verantwoordelijk is voor de registratie en controle van uraniumvoorraden. Het grootste deel van het materiaal werd geëxporteerd naar China, dat de wereldwijde kobaltmarkt domineert.
Kernwapens
Die hoeveelheid is voldoende materiaal om 600 tot 1.500 kernwapens te produceren, volgens onze berekeningen. Of het zou brandstof kunnen leveren voor een standaard lichtwaterreactor voor zo’n 10 tot 25 jaar.
Ons onderzoek heeft dus een aanzienlijk hiaat in de registratie van nucleair materiaal en het milieutoezicht binnen de toeleveringsketen van kritieke mineralen aan het licht gebracht.
Na de publicatie van ons onderzoek in juli is de DRC een onderzoek gestart om uitgaande kobaltzendingen te controleren op het uraniumgehalte. Het land zal ook overleggen met het Internationaal Atoomenergieagentschap. Maar er moet meer gebeuren.
Puzzelstukken
Het specifieke risico van uraniumexport als bijproduct van kobalt draait immers niet om geheime toegang tot voorraden of smokkel. Het komt voort uit een geologisch toeval.
Kobalt is essentieel voor veel moderne gemakken en technologieën zoals smartphones en laptops. Zo’n 70 procent van het wereldwijd gebruikte kobalt is uit het zuiden van de DRC afkomstig. De ertsen die dat kobalt leveren, bevinden zich in de directe nabijheid van de diverse geconcentreerde uraniumafzettingen – zoals Shinkolobwe – die over de regio verspreid liggen.
Die geconcentreerde afzettingen zijn zo'n 600 miljoen jaar geleden ontstaan – nog voordat de eerste dieren op het land liepen. Maar in de afgelopen miljoenen jaren heeft het uranium zich via regenwater doorheen de Copperbelt verspreid.
Heterogeniet, het belangrijkste kobalthoudende mineraal, kan dat passerende uranium aan zich binden. Het gevolg is dat juist de mineralen die de belangrijkste bron van kobalt wereldwijd vormen, een verhoogd uraniumgehalte blijken te hebben.
We hebben diverse eerdere onderzoeken bestudeerd waarin werd opgemerkt dat uranium en kobalt zich chemisch vergelijkbaar gedragen tijdens de eerste fase van de raffinage, die in de DRC plaatsvindt. Bijna al het uranium dat bij de winning van kobaltmineralen uit de grond komt, blijft dus achter in het eindproduct dat klaar is voor export.
Raffinaderijen kunnen specifieke processen toepassen om uranium uit kobalt te verwijderen. Pas de laatste jaren is de discussie op gang gekomen over deze technieken, grofweg vanaf 2020. Ze worden nog niet op grote schaal toegepast.
Uit ons onderzoek van importgegevens uit de DR Congo blijkt dat amper 3 van de 31 onderzochte bedrijven consequent maatregelen nemen om het uranium te verwijderen.
De risico’s
De enorme omvang van de kobaltindustrie in de Democratische Republiek Congo (DRC) maakt het moeilijk om de uraniumvoorraden bij te houden, ongeacht het uraniumgehalte in het erts of strategieën om uranium te verwijderen. Het land exporteerde in 2024 alleen al meer dan 200.000 ton kobalt.
Elke zending zou bij aankomst in havens of bij een grensovergang gecontroleerd moeten worden op radioactiviteit. Als een geigerteller een te hoge waarde aangeeft, moet er alarm worden geslagen. Maar zo’n systeem vereist een consequent gebruik van gevoelige meetinstrumenten, en het is bekend dat zendingen met een hoog uraniumgehalte soms aan toezicht ontsnappen.
Zelfs als mijnen in de DRC systematisch strategieën zouden toepassen om uranium te verwijderen – om zo te zorgen dat kobaltproducten binnen de internationale limieten voor radioactiviteit bij transport blijven – zou er nog steeds genoeg uranium in China terechtkomen om jaarlijks ongeveer twaalf kernwapens te kunnen produceren. Dit blijkt uit onze berekeningen op basis van de omvang van de kobaltindustrie in de DRC.
Naast de duidelijke gevaren voor de globale veiligheid door de ongecontroleerde stroom van uranium, wijzen onze resultaten ook op een breed risico voor de volksgezondheid en het milieu in de omgeving van de mijnen.
Mensen worden aan de straling blootgesteld tijdens hun werk in de mijnen. We schatten dat er 1.000 tot 4.000 ton uranium in zeer mobiele vorm is achtergebleven in zogeheten ‘tailings-gebieden': locaties waar restmateriaal van de mijnbouw wordt opgeslagen. Dat vormt een risico voor het milieu, de gezondheid en de veiligheid van de omliggende gemeenschappen.
Eerdere analyses van bloed- en urinemonsters hebben al aangetoond dat sommige groepen mijnwerkers en gemeenschappen in de buurt van mijnen in de DRC tekenen van blootstelling aan uranium vertonen. Ons onderzoek wijst uit dat dit risico in de gehele Copperbelt-regio in overweging moet worden genomen.
Wat nu?
De systematische analyse van kobaltproducten is een cruciale eerste stap om meer transparantie te creëren. Dat kan via een onafhankelijke instantie die representatieve monsters van kobaltzendingen neemt en de exacte hoeveelheid uranium meet, om zo tot een totale registratie te komen.
Daarnaast raden we ook aan om werknemers in de kobaltindustrie van de DRC te monitoren op blootstelling aan straling. Onze resultaten wijzen erop dat zelfs ertsen met een bescheiden uraniumgehalte een risico op blootstelling kunnen vormen, omdat de concentraties tijdens de verwerking uiteindelijk hoog kunnen oplopen.
Tot slot is er beleid nodig dat verplicht stelt dat kobaltproducten worden behandeld om uranium te verwijderen en dit vervolgens in stabiele vorm wordt opgeslagen in de tailings-gebieden, afgeschermd van openbare watervoorzieningen.
Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.
Ryan A. Manzuk is geoloog en onderzoeker aan de Universiteit van Wisconsin-Madison.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.

