‘De economische realiteit is een ecologische ramp’

Aaron Van Poecke

26 maart 2025
Opinie

Naar een economie binnen de planetaire grenzen

‘De economische realiteit is een ecologische ramp’

Milieuwetenschapper Aaron Van Poecke is ongerust over de voortrazende klimaatcrisis en het gebrek aan politieke actie. Een economische paradigmashift is volgens hem dringend nodig. ‘Het is tijd om onze plundering van een al stuiptrekkende planeet gepland af te bouwen en te bewegen richting een echt duurzame economie.’

Terwijl aan de overkant van de Atlantische oceaan de klimaatcrisis in de vergeetput belandt met een verbod op milieugerelateerde vaktermen en het ontslag van honderden klimaatwetenschappers, zwakt ook de Europese Commissie haar felbevochten Green Deal af onder het mom van ‘versimpeling’. Ze komt zo terug op haar klimaatambities en opent opnieuw de deur voor milieuvervuiling en sociale uitbuiting binnen de productieketens van bedrijven op Europees grondgebied. Alles ter bevordering van ‘efficiëntie en competitiviteit’, of in de woorden van de Europese Commissie: to unleash [economic] growth.

We zijn echter allang voorbij het punt waarop dat laatste nog enigszins verenigbaar is met de belangen van mens en milieu. Desondanks blijven we ongestoord eindeloze groei achterna hollen op een al palliatieve planeet, waarbij we steevast de economische boven de ecologische realiteit plaatsen.

De mythe van groene groei

In het federaal regeerakkoord staat in de sectie “Economische realiteit” te lezen dat we een krachtige impuls moeten geven aan de economische groei  én onze economie duurzamer moeten maken. Alleen blijkt een huwelijk tussen beide nagenoeg onmogelijk als we van het empirisch bewijs van afgelopen decennia mogen uitgaan. Eindeloze economische groei op een eindige planeet is enkel mogelijk zijn als we erin slagen om de groei van ons bruto binnenlands product (BBP) voldoende los te koppelen van zowel de CO2-uitstoot als ons energie en materiaalverbruik.

Zelfs als we van vandaag op morgen plots overschakelen op 100% hernieuwbare energie, wat gaan we daar dan mee doen?

Dat eerste lukt ons deels, in de Europese Unie daalde de consumptie-gebaseerde uitstoot met 26% sinds 1990 (in België steeg ze eigenlijk met 11%), maar lang niet snel genoeg: aan het huidige tempo van zogenaamde groene groei duurt het nog 220 jaar voor de uitstoot van Hoge-inkomenslanden met een noodzakelijke 95% vermindert, zoals becijferd door het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Onze materiaalvoetafdruk is een pak sterker gekoppeld aan het BBP en stijgt, volgens de Wereldbank, net als ons energieverbruik, aan hetzelfde tempo als het globale BBP.

Aan het huidige tempo verdubbelt de wereldeconomie iedere 28 jaar, een onhoudbare statistiek op een planeet die vandaag al in het rood staat op alle ecologische indicatoren.  Bovendien zal de economie van morgen gebouwd worden met kritieke mineralen zoals lithium, kobalt en koper, die onmisbaar zijn voor de energietransitie. De ontginning daarvan gaat nu al gepaard met het vergiftigen van rivieren in Tibet, kinderarbeid in Congo en verdwijnen van bedreigde soorten en heilig, inheems land in de VS. De ecologische én sociale uitbuiting zal alleen maar toenemen - zo wordt verwacht dat de vraag naar lithium, bijvoorbeeld, zal vervijfvoudigen tegen 2050.  We moeten onszelf de vraag durven stellen: zelfs als we van vandaag op morgen plots overschakelen op 100% hernieuwbare energie, wat gaan we daar dan mee doen?

A very inconvenient truth

Om de problematische toestand van onze planeet te begrijpen, is het noodzakelijk om verder te kijken dan zuiver de uitstoot van broeikasgassen. Onderzoekers van de Universiteit van Stockholm identificeerden negen cruciale processen, essentieel voor een stabiele en veerkrachtige aarde. In 2009 waren drie daarvan al voorbij de veilige grens: klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en de stikstof- en fosforcyclus. Inmiddels zijn daar overmatig watergebruik, chemische vervuiling en bodemdegradatie bij gekomen.

Zo veroorzaken we bijvoorbeeld eigenhandig in twee eeuwen tijd de zesde massa-extinctie in de geschiedenis van onze aarde, stevenen we af op een desastreuze drie graden opwarming tegen het einde van de eeuw en doordrenken we de aarde met microplastic van Brussel tot Antarctica.

Bijna twintig jaar later is the inconvenient truth van Al Gore meer dan ooit een bikkelharde realiteit. Indien we de volgende generaties een kans willen geven op een kwalitatief leven op een gezonde planeet, is het hoog tijd voor écht duurzaam beleid.

Less is more

Een eerste stap richting een duurzamere toekomst is een geplande reductie in ons doorgedreven energie- en materiaalverbruik om onze economie weer in balans te brengen met de planetaire grenzen. Zoals voorgesteld door professor Jason Hickel in zijn baanbrekende boek Less is More, moeten we duurzame sectoren, zoals de hernieuwbare energiesector en het openbaar vervoer, laten groeien ten koste van fossiele giganten, de luchtvaartsector of de reclame-industrie, om er maar een paar te noemen.

Wanneer Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka, schrijft dat een wereld zonder groei betekent dat ‘geen enkele groep binnen de samenleving erop vooruit kan gaan zonder dat dat ten koste gaat van een andere groep’, heeft hij gelijk. Er is vandaag de dag, bijvoorbeeld, voldoende kledij op de aarde om de vijf komende generaties te kleden, moeten industrieën zoals fastfashion dan echt nog groeien?

Het is tijd om onze plundering van een al stuiptrekkende planeet gepland af te bouwen en te bewegen richting een echt duurzame economie. Het exacte pad daarnaartoe is een groot vraagteken, maar het erkennen van het probleem is de eerste stap naar het vinden van een oplossing. Laat ons misschien beginnen met het radicaal idee dat de economie in de ecologische realiteit zou moeten passen, in plaats van omgekeerd, en zien waar dat ons brengt.

Aaron Van Poecke is milieuwetenschapper en als doctoraatstudent verbonden aan de Universiteit van Antwerpen. Hij doet onderzoek naar hernieuwbare energie in de duurzaamheidsgroep 'modelling for sustainability'. Hij schreef dit opiniestuk in eigen naam. Dit opiniestuk staat los van de MO*redactie.