Jonathan Janssens (Gent Fair Trade)
“‘‘De schaduwzijde van onze banaan’’
)
© Gent Fair Trade
)
© Gent Fair Trade
Bananen kun je op iedere hoek van de straat kopen. Het gele stuk fruit lijkt even banaal als appelen en peren. Maar er zit een donkere zijde aan het verhaal. Jonathan Janssens, coördinator van Gent Fair Trade, legt uit hoe achter de banaan een keten schuilgaat waarin risico's en kosten steevast worden doorgeschoven naar wie het minst te zeggen heeft.
De banaan is misschien het meest banale stuk fruit in de supermarkt. Hij ligt er het hele jaar door en is verbazend goedkoop voor een vrucht die de halve wereld afreist. Achter die gele evidentie zit een economische en sociale werkelijkheid verscholen die we graag onder de aandacht brengen nu twee Belgen in Gent het wereldrecord halve marathon in fruitpak in een fairtradebananenpak hebben verbroken.
Wereldwijd worden jaarlijks miljoenen tonnen bananen geproduceerd. Het grootste deel wordt lokaal geconsumeerd, maar een aanzienlijk volume reist duizenden kilometers naar markten in Europa en Noord-Amerika. Die export wordt gedomineerd door plantages in Latijns-Amerika, waar bananen worden geteeld in een strak georganiseerde keten van producenten, exporteurs, internationale handelshuizen en grote supermarktketens.
In die keten ligt de macht zelden bij de producent. Bananen zijn een product dat door supermarkten al lang gebruikt wordt als price fighter. Supermarkten houden de prijs bewust laag om klanten aan te trekken. Dat zet vanzelfsprekend de marges onder druk in de rest van de keten. Die druk wordt naar beneden doorgeschoven, naar exporteurs, naar plantagehouders en uiteindelijk naar de arbeiders die de vruchten oogsten. Deze manier van werken is allesbehalve nieuw, bananenhandel wordt doorheen haar geschiedenis gekenmerkt door economische en geopolitieke dominantie.
Aan het einde van de negentiende eeuw bouwden Amerikaanse ondernemingen in Centraal-Amerika en het Caribisch gebied een exportindustrie uit. Spoorlijnen, havens en plantages werden aangelegd om bananen zo efficiënt mogelijk naar de Verenigde Staten te verschepen. Die economische aanwezigheid ging gepaard met politieke invloed. In verschillende landen kregen buitenlandse bedrijven een rol die veel verder ging dan die van een gewone onderneming. De term “bananenrepubliek” is geen toeval: in verschillende Centraal-Amerikaanse landen bepaalden fruitbedrijven (mee) de politieke agenda.
Die geschiedenis is ondertussen een eeuw oud, maar de structuur van de sector vertoont nog altijd dezelfde machtsconcentratie. Een klein aantal multinationale ondernemingen domineert de internationale handel, terwijl een beetje verder in de keten enkele grote supermarktgroepen bepalen welke prijs de consument betaalt. Verdrongen tussen die twee machtige blokken bevinden zich een grote groep producenten en arbeiders.
Dat is helaas hoe mondiale handel vandaag in elkaar zit: efficiënt, gemakkelijk en vrij betrouwbaar voor wie aan het einde van de keten staat, maar dat te vaak op kosten van wie aan het begin ervan werkt.
Voor plantagearbeiders vertaalt dat zich vaak in een onzeker bestaan. Bananenteelt blijft grotendeels handarbeid, dat betekent dat grote aantallen werknemers betrokken zijn bij het planten, verzorgen en oogsten van de vruchten. In veel productielanden gebeurt dat werk onder omstandigheden die al jaren onderwerp zijn van kritiek door vakbonden en ngo’s: tijdelijke contracten, lage lonen en beperkte mogelijkheden om zich collectief te organiseren.
En ook het milieu lijdt onder deze situatie. Als geld niet doorstroomt naar producenten, moeten ze besparen op hun loon, maar zal er ook niet geïnvesteerd worden in ecologische productiemethoden. De exportmarkt is bijna volledig afhankelijk van één variëteit: de Cavendish. Dat is geen toeval. De variëteit is relatief stevig, rijpt voorspelbaar en kan lange transportafstanden overleven.
Maar die uniformiteit heeft een prijs. Een monocultuur is per definitie kwetsbaar voor ziekten, en de bananensector wordt al jaren geconfronteerd met precies dat probleem. Om ziektes en plagen te bestrijden worden vaak grote hoeveelheden chemische beschermingsmiddelen ingezet. Die zijn een ramp voor bodem- en waterkwaliteit, maar het brengt ook gezondheidsproblemen met zich mee. Daar komt nog de invloed van klimaatverandering bij. Extreme regenval, droogteperiodes en andere weersschommelingen maken de productie minder voorspelbaar.
In die context ontstonden initiatieven die proberen een alternatief model te bieden. Een van de bekendste is Fairtrade, dat producenten een minimumprijs garandeert en daarbovenop een premie voorziet voor lokale projecten. Die premie kan worden gebruikt voor investeringen in duurzame landbouwtechnieken, scholen, gezondheidszorg, infrastructuur...
Die beslissing ligt bij de leden van de coöperatie. Tegelijk legt het systeem normen op rond arbeidsrechten en milieubescherming. Fairtrade toont zo dat zelfs een sector met zo’n turbulente geschiedenis niet onveranderlijk hoeft te zijn. Ze creëren ruimte voor experimenten met andere vormen van handel, waarin producenten meer onderhandelingsmacht krijgen.
Toch blijft de realiteit dat de consument in de supermarkt vooral een lage prijs ziet. De banaan is nog altijd een van de goedkoopste fruitsoorten in het winkelschap, een product waarvan de prijs al decennia opmerkelijk stabiel blijft.
Die stabiliteit is geen vanzelfsprekendheid, ze wordt enkel mogelijk gemaakt door een internationale keten waarin risico’s en kosten systematisch naar de zwakste schakels worden doorgeschoven. Dat is helaas hoe mondiale handel vandaag in elkaar zit: efficiënt, gemakkelijk en vrij betrouwbaar voor wie aan het einde van de keten staat, maar dat te vaak op kosten van wie aan het begin ervan werkt.
Jonathan Janssens werkt al meer dan tien jaar rond mensenrechtenkwesties en is coördinator van Gent Fair Trade, een samenwerkingsverband tussen de Stad Gent en Oxfam Wereldwinkels Gent. In het begin van maart organiseerde Gent Fair Trade samen met Fairtrade Belgium de Banana Run in Gentbrugge, waar het wereldrecord halve marathon in fruitpak verbroken werd om aandacht te vragen voor de positie van de bananenboeren en -arbeiders in de bananensector.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.
