“‘‘Herhalen we in de strijd tegen ebola dezelfde fouten als acht jaar geleden?’’
Het indijken van het ebolavirus in de onrustige Oost-Congolese provincie Ituri wordt een uitdaging, schrijft MO*journaliste Elien Spillebeen. Niet alleen de aanhoudende onveiligheid baart experts zorgen, ook de onderfinanciering van de Wereldgezondheidsorganisatie en de afbouw van het Amerikaanse USAID wegen zwaar door.
Eind 2018 herstelde ik van een spoedkeizersnede, mijn pasgeboren dochter in de armen. Ik voelde elke dag een diepe dankbaarheid voor onze medische hulpverleners. In Oost-Congo had ik van dichtbij gezien hoe bevallingen er snel levensgevaarlijk konden worden voor moeder en kind, zonder bloedtransfusies of anesthesie bij complicaties.
Met die historische ongelijkheid in het achterhoofd dwaalden mijn gedachten af naar kinderen die in andere omstandigheden geboren werden. Het verhaal van één kleine pasgeborene raakte mij die dagen in het bijzonder. Een Congolese vriend deelde de foto van een meisje met me. Zij zag rond dezelfde tijd als mijn dochter het levenslicht, in de Oost-Congolese stad Beni, op dat moment het epicentrum van een ebola-uitbraak.
Haar moeder was koortsig in het ziekenhuis aangekomen. De geboorte heeft ze niet meer bewust meegemaakt. Zes uur na de bevalling bleef het meisje moederloos achter. Moeder en kind bleken met ebola besmet.
Anders dan haar moeder overwon de baby het dodelijke virus wonderbaarlijk. Net als mijn dochter moet ze vandaag zeven jaar oud zijn. Benedicte, ‘de gezegende’, werd de jongste ebolaoverlever en gaf de mensen van Beni hoop.
Blinde vlek
Niet alleen om de confronterende parellellen met mijn dochter bleef ik nauwgezet de ebola-uitbraak volgen. Ik kende de regio goed, had er vrienden en had er als journaliste de vergeten aanvallen van de ADF-rebellen in kaart en beeld had gebracht.
Toen ebola dezelfde regio trof, leek een nieuwe tragedie dezelfde mensen te treffen. Jarenlang was weggekeken van het geweld, maar het virus wekte plots wél interesse. In 2018, na de grote ebola-uitbraak in West-Afrika, werd opvallend snel op de Congolese crisis gereageerd. Het stond in stil contrast met de doofheid voor de humanitaire crisis die de streek al zo lang ontwrichtte.
‘Waarom kwam niemand hulp bieden toen duizenden burgers met machetes gedood werden? Waarom komen die witte jeeps nu voor een virus wél massaal aanrijden?’
In juli 2016 kwam ik ’s morgens aan in Oicha, een dorp nabij Beni. De rebellen van de ADF hadden net een aanval uitgevoerd. Gedode burgers bleven de hele dag liggen. De huilende kinderen naast hun vermoorde ouders staan op mijn netvlies gebrand. De nabestaanden wachtten die hele dag vergeefs op hulp en toestemming van de autoriteiten om hun doden te bergen. Toen er tegen de avond geen hulp of toestemming was gekomen, droegen ze de slachtoffers weg.
Nergens was een internationale hulporganisatie te bespeuren. Ook de blauwhelmen kwam pas later poolshoogte nemen. De oorlog had de hulp alleen maar doen verdwijnen.
Dat een virus plots voor een toestroom aan buitenlandse medische hulpverleners zorgde, riep dan ook van bij het begin van de epidemie wantrouwen op. ‘Waarom kwam niemand hulp bieden toen duizenden burgers met machetes gedood werden? Waarom komen die witte jeeps nu voor een virus wél massaal aanrijden?’, vroegen vrienden me.
Aanvallen op hulpverlening
Dit alles vond plaats nog voor corona de wereld zou overspoelen. Het wantrouwen tegenover isolatiemaatregelen, vaccinaties en de plotse toestroom van buitenlands medisch personeel werd toen al zwaar onderschat. Complottheorieën verspreidden zich razendsnel, met geregeld ook fysieke aanvallen op hulpverleners tot gevolg.
Dat wantrouwen tegenover medische hulpverlening bleek later, tijdens de coronapandemie, een wereldwijde uitdaging. Maar de psychologische impact van het jarenlange geweld in Oost-Congo was misschien een nog grotere blinde vlek.
De uitbraak zou twee jaar lang zou duren. Daarbij vielen ook tientallen doden door geweld als gevolg het wantrouwen tegenover de hulpverlening, en in het bijzonder tegen de internationale gemeenschap. Het kwam meermaals tot dodelijke incidenten tussen jongeren en lokale veiligheidsdiensten, waar ook MO* blogger Ivan Godfroid geregeld over berichtte. Na aanvallen van kwade burgers op gezondheidscentra in Katwa en Butembo moest Artsen Zonder Grenzen zich uit die plaatsen terugtrekken.
Op 19 april 2019 werd de Kameroense WHO-dokter Richard Mouzoko door gewapende mannen gedood. Werd zijn dood besteld door lokale artsen die jaloers waren op zijn hogere verloning, zoals de lokale autoriteiten beweerden? Of geloofden zijn moordenaars dat hij als buitenlandse hulpverlener een andere agenda had? Waren buitenlandse dokters ''zomaar voor een virus'' naar Oost-Congo afgereisd?
Ook nu ligt het epicentrum in een gebied waar meerdere gewapende groepen actief zijn. En datzelfde wantrouwen zien we vandaag opnieuw. Wie aan ebola overlijdt, is ook daarna nog dagenlang besmettelijk. De lichamen van de overledenen worden dan ook niet zomaar vrijgegeven. Dat zorgde vorige week voor drie aanvallen van kwade jongeren op zorgposten.
Het hospitaal van Mongbwalu werd dit weekend aangevallen, nadat het lichaam van een lokale religieuze leider niet werd vrijgegeven. En twee dagen eerder werd een ebolahulptent van Artsen Zonder Grenzen in brand gestoken. De nieuwsberichten lijken inwisselbaar met die van acht jaar geleden.
Ook hetzelfde als toen zijn de oproepen tot een tijdelijk staakt-het-vuren tussen de strijdende groepen die het getroffen gebied in een dubbele crisis storten. Het epicentrum van de uitbraak bevindt zich ook vandaag op een plaats waar verschillende gewapende groepen actief zijn.
Twee van die groepen, Codeco en Zaïre, vochten het laatste decennium een bloederige strijd uit om de belangen te verdedigen van twee lokale gemeenschappen, de Lendu en de Hema. Maar ook de ADF is de afgelopen jaren richting het nieuwe epicentrum opgeschoven, de gewapende groep die banden heeft met IS en die ook tijdens de eerdere uitbraak in Beni duizenden burgers doodde.
Keerpunt
Het duurde uiteindelijk een jaar voordat de ebolastrategie in 2018 bijgestuurd werd. Buitenlandse hulpverleners verschoven van de eerste naar de tweede linie. Zonder te werken aan het vertrouwen, kon de epidemie namelijk niet bestreden worden, begreep men uiteindelijk.
De vraag is of niet alleen de medische, maar ook de maatschappelijke lessen de wereldwijde besparingen hebben overleefd.
Lokale zorgverleners, leden van het lokale middenveld maar ook ebolaoverlevers kregen in 2019 stilaan een hoofdrol. Buitenlandse hulp werd ondersteunend ingezet. Lokale ziekenhuizen kregen middelen om alle gratis basiszorg aan te bieden en de drempel tot hulpverlening te verlagen.
Op 25 juni 2020 werd het einde van de tiende ebola-epidemie afgekondigd, 2268 doden later. De gratis basiszorg duurde ook na de uitbraak nog door en heeft ook in de covidpandemie lokaal levens gered.
Ongetwijfeld zijn ook heel wat kinderen hierdoor in meer veilige omstandigheden ter wereld gekomen. Tot de middelen slonken na de pandemie, tot populistische leiders meegingen in het wantrouwen en organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geviseerd werden.
Vertrokken of lessen getrokken?
Tijdens en na die uitbraak werden ook medische lessen getrokken. De mRNA-technologie werd in 2019 nog experimenteel ingezet om ebola met vaccins in te dijken en gaf de medische wereld een voorsprong om de covidpandemie aan te pakken. Met aanpassingen kan die technologie binnenkort ook helpen om de huidige ebolavariant, bekend onder de naam Bundibugyo, helpen bestrijden.
De vraag is of niet alleen de medische, maar ook de maatschappelijke lessen de wereldwijde besparingen hebben overleefd. Het Franse Institut Pasteur benadrukte deze week nog dat lokale belanghebbenden en ervaringsdeskundigen uit 2018-2019 niet over het hoofd gezien mogen worden.
Door de besparingen door de VS en elders in de wereld zag de WHO zich dit jaar genoodzaakt haar personeelsbestand met 22% en haar werkingsmiddelen met 21% terug te schroeven. Ook de helft van de leidinggevenden verdween. De ontmanteling van de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) en hulporganisatie USAID heeft de snelle aanpak van deze ebola-uitbraak in Congo alvast bemoeilijkt.
Expertise en kennis is daardoor verloren gaan. Maar net daarom is het cruciaal dat de Congolese ervaring meteen, en niet opnieuw met vertraging, naar de eerste linie schuift. Congo heeft meer dan welk land ook de kennis en ervaring om ook deze uitbraak in te tomen. De nu zo schaarse middelen kunnen daardoor ongetwijfeld efficiënter worden ingezet. Gratis basisgezondheidszorg kan vertrouwen doen groeien en vele doden, inclusief die door het ebolavirus, vermijden.
Lees ook
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in



