‘Ik was een kind van de terreurgeneratie’

Melvin Lanssiers

23 maart 2026
Opinie

Generatie tieners groeide op in het decennium na de aanslagen

‘Ik was een kind van de terreurgeneratie’

Melvin Lanssiers
Melvin Lanssiers

MO*stagiair Melvin Lanssiers was tien tijdens de bomaanslagen van 22 maart 2016. Die dag tekende hem: de angst duwde hem richting islamofobie, maar nieuwsgierigheid bracht hem naar de journalistiek. ‘Als het morgen opnieuw gebeurt, is mijn reflex geen angst meer, maar kennis. Angst maakt je manipuleerbaar, kennis maakt je weerbaar.’

In de ochtend van 22 maart 2016 liepen drie mannen de vertrekhal van de luchthaven van Zaventem binnen. Ze droegen zware explosieven die ze zelf hadden samengesteld. Een uur later ontplofte in het Brusselse metrostation Maalbeek nog een bom. Diezelfde ochtend zat ik als tienjarige leerling in de klas, nietsvermoedend van de chaos die die mannen op ons zouden loslaten.

Daar kwam verandering in, toen er plotseling op de deur werd geklopt. 'Ja!' zei mijn leerkracht, en de directrice van mijn school kwam de klas binnengestapt. De uitdrukking op haar gezicht kon ik niet meteen plaatsen. Haar ogen keken vragend en tegelijk onwetend. Ze keek ons aan en sprak de woorden: ‘Er is een bompakket ontploft op de luchthaven in Zaventem.’

En toen werd het even stil. Honderden vragen hingen als vuurvliegjes rond een lamp in mijn hoofd. Maar antwoorden kreeg ik niet. ‘Jullie mogen geen vragen stellen’, werd er gezegd. Dus in plaats van antwoorden werd mijn hoofd gevuld met de beelden van de Bataclan en Charlie Hebdo. ‘Is dat ook hier gebeurd?’ vroeg ik mezelf af.

Het waren lange uren gevuld met onwetendheid en angst, die groeide toen een gewapende politieagent plaatsnam voor de schoolpoort en het stukje speelplaats voor die poort plotseling verboden terrein werd. En toen was de bel daar. Eindelijk kon ik naar huis. Maar ook dat verliep anders: niemand mocht de school onbegeleid verlaten.

En dan kom je thuis met een hoofd vol vragen en een hart vol angsten. Ik zette meteen de televisie aan en zag het beeld dat tot op de dag van vandaag op mijn netvlies is gebrand: het karkas van een metro, opengescheurd door een enorme kracht. In de hoek van het beeld, was er een stukje onscherp gemaakt, maar ik kon de dood door de pixels zien. Die avond heb ik nog lang voor de televisie gezeten.

Het nieuwe normaal

De angsten waarvan ik dacht dat ze in de nacht zouden verdwijnen, hadden die doorstaan. De volgende dagen waren de nieuwsuitzendingen gevuld met beelden van slachtoffers die hun verhaal vertelden en van zij die dat niet meer konden. Maar een antwoord op de vraag ‘waarom?’ werd niet gegeven.

Brussel is de hoofdstad van Europa, België had hier en daar zijn steentje bijgedragen aan anti-terreuroperaties in het Midden-Oosten, maar die verhalen temperen niet per se de angsten van een tienjarige. Dus als rede geen antwoord biedt, dan maar angst. Ik wees met mijn vinger naar de personen die in de metro en de luchthaven dood zaaiden.

Ik beperkte mij niet enkel tot hen. Iedereen die dezelfde religie als de daders aanhing, de religie die de daders als masker voor hun gehersenspoelde hoofden droegen, zag ik als een dreiging. Een hoofddoek, Arabisch of een persoon met een achtergrond uit het Midden-Oosten, wekte plots gevoelens op van angst, soms zo sterk dat ik het achteraf boosheid en ook haat kan noemen.

Op drukke plaatsen leerde ik scannen, zoeken naar mogelijke dreigingen. En elke keer er zich een nieuwe aanslag voordeed, kon er een nieuwe dreiging bij op het lijstje. Wie al een tijdje met een wit busje rijdt, zal mij misschien ooit met gespannen ogen in hun richting hebben zien kijken.

Terug naar de oppervlakte

Als een duikboot zat ik diep in een zee van boosheid en een zelfgegeven slachtofferrol. Want ja, de reden waarom we werden aangevallen is toch simpel: ‘We werden aangevallen omdat we westerlingen zijn en vrij leven, en daar konden zij niet tegen’.

Angst is in het begin heel kneedbaar, net als klei, iedereen kan het vormgeven. Maar na een tijdje wordt het hard als steen en heb je een beitel en hamer nodig om daar verandering in te brengen.

Mijn angsten werden beantwoord door kortzichtige politieke meningen. Ik begon te geloven dat het Westen en de islam onverenigbaar waren en dat we ten onder zouden gaan als we de vluchtelingenstromen niet zouden stoppen.

‘Absurd!’ denk ik nu. Af en toe kon ik door nieuwe inzichten of personen die ik ontmoette naar boven zwemmen en even naar adem happen. Maar elke nieuwe aanslag duwde me weer kopje onder. Er is geen exact moment waarop dat veranderde, ik was die angst en de boosheid die daarop volgde gewoon beu.

Ik was het beu om bang te zijn voor de personen die net als ik gewoon hun leven leefden. Misschien kwam het door nieuwe vrienden die ik maakte of een periode zonder veel aanslagen. Maar ik gok dat het feit dat ik ouder werd en anders keek naar de wereld er iets mee te maken had.

Net de journalistiek die onze eigen rol en verantwoordelijkheid blootlegt, heeft mij wakker geschud en me weggehouden van islamofoben en populisten.

Er verandert veel in de jaren dat je puber bent, maar die angst bleef, dus ik begon die in vraag te stellen. En beetje bij beetje, artikel per artikel, YouTube-filmpje per YouTube-filmpje, en boek per boek begon er iets te veranderen. Ik begon te begrijpen waarom het Belgische leger in het Midden-Oosten was, ik leerde over macht en het misbruik ervan.

Ik leerde over radicalisering. Ik las verhalen over jongens die toen ze tien waren net zo leefden als ik, maar toch eindigden ze in Irak en Syrië, vechtend voor het kalifaat. Ik zag parallellen tussen hen en mij. Zij zagen ons als vijanden en ik hen als de mijne. Zij gaven niets om slachtoffers hier, ik deed alsof Syrische kinderen onder het puin een andere kleur bloed hadden dan ik.

En dan ben je plots op de oppervlakte, op een wankel bootje weliswaar, maar met zicht op open zee. Met een open blik en een pak minder angst. Toch moet je opletten, want elke golf kan je bootje doen kapseizen.

Democratie in de vuurlinie

Nu ben ik hier, tien jaar na die angstaanjagende dinsdagochtend. Mocht morgen het noodlot toeslaan, er ergens een bom afgaan of iemand inrijden op een groep mensen, dan is mijn reflex niet meer angst, maar kennis. Dan gebruik ik de kennis die ik vergaarde en ga ik op zoek naar nieuwe kennis. Die is altijd genuanceerd en gelaagd. Angst krijgt dan simpelweg geen plaats meer. Angst maakt je manipuleerbaar, kennis maakt je weerbaar.

Ik besefte dat het niet volstaat dat journalistiek alleen onze belangen in conflicten belicht. Net de journalistiek die onze eigen rol en verantwoordelijkheid blootlegt, heeft mij wakkergeschud en me weggehouden van islamofoben en populisten.

Ik kan het niet genoeg benadrukken: berichtgeving over onze eigen rol in het onrecht om ons heen maakt het verschil. Ze maakt mensen bewuster en minder vatbaar voor autoritaire populisten die controle en daadkracht beloven. Door zelf kennis te zoeken, krijg je zélf een gevoel van controle.

Mij keren tegen vluchtelingen of mensen met een andere achtergrond is zelf een aanval op de democratie, dezelfde democratie waarvan ik altijd vreesde dat die zou worden aangevallen door de terroristen. Want ja, ook wij spelen een rol: als we met de vinger wijzen en geloven dat de islam of welk ander geloof dan ook niet verenigbaar zou zijn met onze cultuur, duwen we meer mensen richting radicalisering. We creëren zo een klimaat waarin ze prooien worden, voor de klauwen van terreurzaaiers.

22 maart 2016 heeft bovendien onbewust mijn interesse in de journalistiek doen kiemen. Als ik uit eigen ervaring één tip mag geven aan generatiegenoten: vrees niet de angst, vrees onze reactie erop.

Het is oké om bang te zijn, voor angst bestaan er nu eenmaal geen kogelvrije vesten. Maar laat de angst niet beantwoord worden door wat het makkelijkst klinkt: daag jezelf uit om die angst te doorprikken. Ga op zoek naar kennis, praat met mensen van wie de wereld verschilt van de jouwe. Verdrink niet in die zee. Iedereen heeft een rol, iedereen heeft een verhaal. Ga er naar op zoek of vertel het. Of beide, zoals ik nu doe.

Zo ben ik gederadicaliseerd.