MO* fietst langs de toekomst, waar de klimaattransitie al realiteit is

Commentaar

Eerste editie van MO*vélo

MO* fietst langs de toekomst, waar de klimaattransitie al realiteit is

fietsers op een grindweg
fietsers op een grindweg

Veel mensen zoeken manieren om anders en beter te leven: in voeding, kledij, technologie, media, reizen, wonen, mobiliteit, energie, water … in alles wat we consumeren. Afgelopen zaterdag gidste MO*vélo voor het eerst een twintigtal geïnteresseerden langs pioniers van de klimaat- en duurzaamheidstransitie. Mensen die niet alleen denken of willen, maar ook doen.

Koen Schoors, auteur van het boek Alles wordt anders … en beter, geeft het startschot met cijfers. Cijfers over de grote trends in het wereldwijde energiegebruik wijzen in de richting van steeds meer hernieuwbare energie. Dat betekent niet dat er geen onaanvaardbaar hoge hoeveelheden fossiele brandstoffen worden gebruikt. Maar Schoors wil ook dat we de positieve trends niet uit het oog verliezen.

Het is een geschikte inleiding voor een tocht die vooral wil tonen hoe de toekomst eruit kan zien, een tocht langs mensen en organisaties die er vandaag al in leven.

Tijdens de tocht vraag ik me geregeld af waarom deze mensen precies voor hun domein hadden gekozen. Waarom Filip zich precies op voedselverspilling stortte. Waarom Karel zich op voedsel en biodynamische landbouw toelegde, waarom Kurt bij een stadsboerderijwinkel aan de slag ging, waarom Henk zijn auto deelt of waarom Badra als voorzitter van de vzw VOEM vegetarische tradities promoot.

Al deze mensen hebben één ding gemeen: ze hebben een bewuste keuze gemaakt om binnen het deel van hun leven waarover ze zelf controle hebben, iets bij te dragen aan de klimaattransitie. En daarmee veranderen ze iets voor meer mensen dan alleen zichzelf.

Dat is niet vanzelfsprekend. Veel mensen willen anders leven, maar botsen op een economisch systeem dat groter is dan henzelf en dat hen telkens opnieuw verleidt met comfort en gemak.

Tegelijkertijd maakt dat economisch systeem ook wel één en ander mogelijk. Veel van de mensen die we tijdens de fietstocht spreken weten dat hun vernieuwingen aan de productiezijde alleen mogelijk waren omdat het economisch systeem ze toeliet. Het Gentse bedrijf ABC Engines vult een leemte op de markt, de Gentse energiecoöperatie Energent kon haar missie uitvoeren omdat de markt en de overheidsregulering dat mogelijk maakte, of toeliet.

Na deze eerste editie van MO*vélo krijg ik vooral een groter inzicht: deze mensen bestaan, en ze verdienen respect. Uit dat besef kan de bredere gedragsverandering groeien die onze economie en planeet nodig hebben.

Dat is volgens mij het opzet van MO*vélo. De keuze van de initiatieven die we bezoeken, is onvermijdelijk enigszins willekeurig. Er zijn er meer. Maar het gaat om het bredere besef en het respect voor mensen die het proberen. Want hun trajecten lopen niet altijd van een leien dakje. Tijdens onze haltes en gesprekken komen telkens opnieuw serieuze uitdagingen naar boven. Wie vanuit overtuiging en roeping werkt en leeft, lijkt haast niet anders te kunnen dan door te gaan.

Energie: van groene warmte tot scheepsmotoren

Energent groeide uit het buurtinitiatief Buren van de Abdij en het Gentse middenveld. De coöperatie telt inmiddels vijftien medewerkers en investeert in hernieuwbare energie en energiediensten, en adviseert Oost-Vlamingen bij renovaties. Ze haalde al zeven miljoen euro op bij 2500 vennoten voor grote zonne-installaties en projecten rond groene warmte.

een groep mensen luistert naar iemand die spreekt

Lina Avet, coördinator bij Energent, bij het woonproject in het Potuitpark in Gent

Tijdens de fietstocht bezoeken we een van de eerste Gentse woonprojecten dat volledig met warmtepompen wordt verwarmd. Energent bouwde er een centraal systeem op een BEO-veld op 150 meter diepte: in de winter wordt relatief warm water opgehaald en via warmtepompen tot 35 graden gebracht voor vijftig woningen; in de zomer wordt warmte naar beneden gestuurd en koelte naar boven. De ondergrond fungeert zo als seizoensopslag, een oplossing die steeds vaker opduikt nu nieuwbouw niet meer op gas mag.

Afscheid nemen van olie en gas, dat probeert ook ABC Engines, een Gents familiebedrijf dat sinds 1912 motoren bouwt. Vandaag ontwikkelt het grote motoren die kunnen draaien op waterstof, hernieuwbare methanol, (bio)diesel en HVO. ‘De ontwikkeling van deze groene motoren vergde honderden miljoenen euro, volledig gefinancierd doordat aandeelhouders telkens 90 procent van de winst wilden herinvesteren’, zegt CEO Tim Berkmoes.

ABC levert zulke motoren aan grote spelers, onder meer aan het Belgische Jan De Nul. Zo leverde het de motoren voor de Fleeming Jenkin, het nieuwe kabellegschip van Jan De Nul, dat wordt ingezet voor de installatie van onderzeese kabels voor de transmissie van hernieuwbare energie. Een dubbel milieuvoordeel: de motor maakt duurzamere scheepvaart mogelijk en het schip helpt de infrastructuur voor hernieuwbare energie uit te bouwen. Impact op grote schaal.

een groep mensen buiten een fabriek

Tim Berckmoes, CEO van motorbouwer ABC Engines in de Gentse haven

een groep mensen in een fabriek

Tim Berckmoes geeft toelichting bij een van de motoren die ABC Engines bouwde.

Transport: van groene scheepsmotoren naar autodelen

Transportimpact op kleinere schaal, maar relatief gezien eveneens aanzienlijk, heeft Dégage. We fietsen door de Zwalmstreek tot Bottelare, waar we stoppen bij Henk Vanden Herrewegen en Sarie De Vrieze, beiden enthousiaste leden en pleitbezorgers van Dégage.

Gewone mensen delen hun auto met ‘volstrekte vreemden’. Ik hoor velen al denken: je eigen auto uitlenen aan mensen die je niet kent?

‘Als je gesteld bent op je wagen als méér dan een louter gebruiksvoorwerp om van punt A naar punt B te raken, of als je voor elke impulsieve ingeving en korte afstand onmiddellijk een auto ter beschikking wil hebben, kies je beter niet voor een particulier autodeelplatform’, zegt Henk. Duidelijke taal.

Je kan zijn woorden ook omdraaien. Als je vindt dat we meer als gemeenschap moeten denken en handelen, dat gebruiksvoorwerpen gedeeld kunnen worden, dat privé-eigendom niet noodzakelijk uitsluitend voor jezelf bestemd is, en dat we te veel spullen hebben die het grootste deel van de tijd ongebruikt blijven, dan is zo’n autodeelplatform wél iets voor jou.

Dégage groeide van een groep vrienden die hun auto wilden delen uit tot een vloot van 570 deelauto’s en 8000 leden. De organisatie koopt zelf geen wagens: de auto’s blijven eigendom van de leden en worden beschikbaar voor alle leden. Dégage is volledig door en voor particulieren georganiseerd. Geen anonieme app zonder menselijk contact, maar rechtstreeks contact met de mensen achter Dégage, met de persoon van wie je de auto leent of aan wie je hem uitleent.

We hoeven privé-eigendom dus heus niet af te schaffen, zoals sommige regimes ooit probeerden en er gruwelijke dwang voor gebruikten. Maar wat als we privé-eigendom niet afschaffen, maar vrijwillig delen?

Waarom zouden we dat met auto’s doen? Wel, één Dégage-auto maakt gemiddeld elf andere auto’s overbodig. De rest, en de andere voordelen van het systeem, lees je op hun website.

Voeding: van hagen tot korte keten

Niet ver van Bottelare ligt Dikkele, een rustig Oost-Vlaams dorpje aan de rand van de Vlaamse Ardennen. Daar begon Karel Houdmont in 2004 de biodynamische boerderij Ourobouros. ‘Dit grote stuk grond was één grote leegte, een modderveld met helemaal niks. We hebben dit van nul opgebouwd, en hagen aangeplant.’ Als Hagelander, het land van vele hagen, is het interessant te horen hoe belangrijk die hagen zijn voor een gezond ecosysteem, waarin bodem en gewassen beter kunnen functioneren.

een groep mensen wandelt langs een moestuin

Karel Houdmont, oprichter van de biodynamische boerderij Ourobouros in Dikkele

een groentewinkel

Groenten en fruit van Ourobouros worden verkocht bij De Vroente, een stadsboerderijwinkel in het centrum van Gent.

Nadat we onze fietsen hebben gestald, zien we een prachtig domein vol fruitbomen, kleinfruit en en moestuinen, en bezoekers voor de opendeurdag. Karel vertelt over de nieuwe uitdagingen waarmee hij dit jaar te maken kreeg tijdens de uitzonderlijk hete en droge zomer.

Eerder op de dag waren we in Gent gestopt bij De Vroente, de ‘stadsboerderijwinkel’ aan de Lousbergmarkt. De Vroente verkoopt onder meer groenten en fruit van Ourobouros. Wat zou je zelf kiezen? Groenten en fruit uit een anonieme supermarktketen van een multinational, duizenden kilometers verderop geteeld en vervoerd? Of producten uit een buurtwinkel, geteeld op fietsafstand van de winkel. Veel korter kan de voedselketen niet zijn.

Mijn overtuiging was al gegroeid door het boek ‘Hoe de wereld eet’ van de Britse filosoof Julian Baggini, die ik voor MO* interviewde. Hij denkt na over manieren om ons voedselsysteem duurzamer te maken. Tijdens onze fietstocht zagen we mensen die zulke ideeën al jarenlang, soms decennialang, in de praktijk brengen.

Baggini erkent de inertie van consumenten die blijven deelnemen aan de niet-duurzame systemen van grote multinationals. Hij legt de verantwoordelijkheid vooral bij die systemen en niet bij de consument. Toch blijft het een feit dat mensen die de sociale en economische ruimte hebben om ermee bezig te zijn, vaker voor korteketenwinkels zouden kunnen kiezen.

En hun ogen openhouden voor initiatieven tegen voedselverspilling. Zoals Let's Save Food in Gent.

Wat betekent houdbaareigenlijk?

Mijn maag keert vaak om (ook dat zou voedselverspilling zijn) wanneer ik hoor hoeveel voedsel wordt weggegooid. Het is een van de meest verwerpelijke aspecten van onze manier van leven, van een systeem dat een gebrek aan bewustzijn over de impact ervan stimuleert.

Daarom is er een duidelijk verband tussen initiatieven als De Vroente/Ourobouros en Let’s Save Food. Hoe korter en transparanter de keten, hoe beter we weten wat we eten en waar het vandaan komt. En hoe bewuster we met voedsel kunnen omgaan. Als we consumeren als radertjes in een systeem van anonieme supermarkten, staan we er veel minder bij stil dat tonnen voedsel uit diezelfde supermarkten worden weggegooid.

‘We redden wekelijks meer dan 5 ton voedsel in Gent en de brede omstreken’, zegt Filip François, mede-oprichter van Let’s Save Food. ‘We halen het met bakfietsen op bij supermarkten en bakkers en stallen het hier uit voor iedereen. Het zijn zeker niet alleen kwetsbare mensen die hier komen, iedereen is welkom. Er is genoeg voor iedereen. Er is zoveel voedsel dat anders verspild zou worden. Maar als je tijdens de verdeling toch de plek niet wil innemen van iemand die het meer nodig heeft dan jij, kan je altijd dicht bij sluitingsuur komen en zien wat er nog over is.’

een groep mensen luistert naar iemand die spreekt

Filip François, medestichter van Let’s Save Food in Gent, geeft uitleg.

We leren in Gent ook het verschil tussen THT en TGT. THT staat voor ‘ten minste houdbaar tot’. Die datum zegt niet uitsluitend iets over voedselveiligheid. Ook smaak, geur of textuur kunnen veranderen zonder dat een product meteen onveilig wordt. Sommige producten kunnen dus na de THT-datum nog perfect worden geconsumeerd. De angst voor een verstreken THT-datum zorgt mee voor voedselverspilling.

TGT betekent ‘te gebruiken tot’. Na die datum kunnen de voedselveiligheid en de gezondheid wél in het gedrang komen.

Vegetarisch is niet overal ‘vegetarisch’

Nog een stop die de fietsers een nieuw inzicht over voedsel wil bieden, is Veggie=Halal. Dit project van de vzw VOEM groeide uit tot een community van meer dan 300 hobbykoks en foodies met roots uit de hele wereld. Ze organiseren maandelijks gratis kookworkshops in Gent, Antwerpen en Brussel, maar ook eventcatering en pop-uprestaurants.

Als iemand die al de helft van zijn leven vegetarisch eet, vind ik het mooi dat zij mensen bewust maken van de vele vegetarische tradities in keukens over de hele wereld. Alleen wordt dat niet altijd ‘vegetarisch’ genoemd. Zonder vlees koken is vaak gewoon de norm, omdat vlees om allerlei redenen niet altijd op tafel staat of kan staan.

Het woord ‘vegetarisch’ is er ook gekomen als alternatief voor wat op veel plaatsen de norm is geworden: veel vlees eten.

Ook daarover sprak ik Julian Baggini: ‘Het Eat-Lancet-rapport – het belangrijkste mondiale rapport over voedsel, milieu en gezondheid – pleit voor een enorme vermindering van vlees- en zuivelconsumptie. Mensen zijn eraan gewend geraakt om voortdurend deze producten te consumeren doordat intensivering ze goedkoper maakte. We moeten naar een wereld waarin mensen weer relatief kleine hoeveelheden vlees eten.’

En zo zien we, op een lijn van amper dertig kilometer, een wereld van de toekomst.

MO* wil dit ook in en rondom andere centrumsteden aanbieden. Ongetwijfeld zijn er in Leuven, Brussel, Antwerpen, Brugge of Hasselt nog heel wat mensen die niet alleen aan de toekomst bouwen, maar er al in leven.

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in

Tags