Ysabel Nauwelaerts (KU Leuven) en Ben Hagenaars (LUCA School of Arts)
“‘‘Mode-industrie wil verduurzamen maar beleid loopt achter’’
Elk jaar belandt bijna 7 miljoen ton textiel op de Europese vuilnisbelt. Terwijl de modesector zich voorbereidt op een circulaire toekomst remt Europa juist af: regelgeving rond circulariteit en transparantie die begin 2026 zou ingaan, wordt nu uitgesteld. Intussen blijven fast fashion-bedrijven de markt overspoelen met wegwerpkledij en voor oneerlijke concurrentie zorgen. Ysabel Nauwelaerts (KU Leuven) en Ben Hagenaars (LUCA School of Arts) zien een enorm potentieel bij de overheidsaanbestedingen.
Veel Belgische modebedrijven zetten stappen naar een circulaire economie, zoals Torfs, JBC, AS Adventure, Filou & Friends, Xandres en Cycleur de Luxe. Ze investeren in en experimenteren met herstel-, tweedehands- en huurmodellen in hun aanbod. Deze initiatieven zorgen voor minder afval, een efficiënter gebruik van grondstoffen, hogere klantenbinding en -waarde, lagere afhankelijkheid van internationale leveranciers en versterken zo de veerkracht van de Europese bedrijven.
Regels aangekondigd maar uitgesteld
Op dit moment dat de modesector zich klaarstoomt om te verduurzamen blijft de Europese regelgeving achter. Bijvoorbeeld: in januari 2026 had elk kledingstuk een Digital Product Passport (DPP) moeten krijgen. Dat is een digitaal document met informatie over de hele levenscyclus en samenstelling van een product.
Daarnaast zou de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) producenten verplichten om verantwoordelijkheid te nemen voor inzameling, recycling en afvalbeheer van hun kleding.
Vele bedrijven hebben sterk geïnvesteerd om aan deze regelgeving zoals DPP tegemoet te komen, maar voor de modesector wordt de invoering ervan nu uitgesteld.
Zonder eenduidige regelgeving en stimulans vanuit de overheid is investeren in duurzaamheid voor bedrijven minder aantrekkelijk en financieel risicovol. Het remt de groei van Europese bedrijven af en het schept oneerlijke concurrentie ten gunste van fast fashion bedrijven zoals Shein, die duurzaamheid volledig negeren.
Overheidsaanbestedingen als hefboom
Een logische eerste stap met enorm potentieel ligt bij de overheidsaanbestedingen. Denk bijvoorbeeld aan de grote en continue aankoop van uniformen en uitrusting voor politie, douane of defensie. Europese richtlijnen bevelen aan om circulariteit als voorwaarde op te nemen in de overheidsaanbesteding van kledij. Maar het zijn de verschillende, individuele overheidsdiensten zelf die beslissen of deze richtlijnen doorslaggevend of dwingend zijn in hun eigen aanbestedingen.
Bovendien ligt de focus in de richtlijnen nu op productie en materialen. De focus ligt niet op circulaire modellen zoals tweedehands, herstel en leasing. En net die modellen leveren de grootste milieuwinst op.
Deze Europese richtlijnen rond aanbestedingen wordt nu herzien om ze meer te laten aansluiten bij de duurzaamheidsdoelen van de Europese Unie in 2025-2029. Dit is hét moment om criteria rond duurzaamheid en circulariteit explicieter en eenduidiger op te nemen, met ook aandacht voor herstel, tweedehands en leasing. Het is dan belangrijk dat die richtlijnen gelden voor alle Europese lidstaten én voor alle import naar de Europese Unie.
Een aanpassing van deze richtlijnen zou een hefboom en een stimulans kunnen zijn voor die kledingbedrijven die circulariteit wél een belangrijke plaats geven. Openbare opdrachten zijn voor heel wat Belgische kledingbedrijven namelijk een mooie en soms belangrijke bron van inkomsten, stabiliteit en zekerheid die hen toelaat om te investeren in duurzame oplossingen. Het biedt niet alleen potentieel voor schaal, maar ook voor systeemverandering.
Tijd voor investering en opschaling
De mode-industrie is bereid om circulaire businessmodellen zoals herstel en hergebruik te integreren. Maar zonder duidelijk beleid en stimulansen om te kunnen opschalen kunnen de investeringen niet renderen. Het is nu aan de beleidsmakers om de weg vrij te maken. Overheidsaanbestedingen vormen daarbij een logische en krachtige eerste stap.
Ysabel Nauwelaerts is professor aan de KU Leuven. Ben Hagenaars is verbonden aan LUCA School of Arts.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


