‘Solidariteit mag geen politiek instrument zijn dat selectief wordt ingezet’

Stella Nyanchama Okemwa (Hand in Hand tegen racisme)

21 maart 2025
Opinie

Wat is solidariteit in tijden van internationaal racisme?

‘Solidariteit mag geen politiek instrument zijn dat selectief wordt ingezet’

Wat betekent solidariteit in tijden van internationaal racisme? Stella Nyanchama Okemwa van de vzw Hand in Hand tegen racisme hekelt de dubbele standaarden van het Westen. ‘Echte solidariteit kent geen voorwaarden. Ze mag niet afhangen van politiek, economisch gewin of geografische nabijheid.’

Wanneer we spreken over solidariteit, wat bedoelen we dan echt? Is het een oprechte, allesomvattende inzet voor wederkerigheid en gedeelde menselijkheid? Of is het een voorrecht dat vanzelfsprekend is voor sommigen, terwijl anderen keer op keer worden uitgesloten?

Vanuit een mondiaal perspectief rijst de vraag: is solidariteit een gedeelde band tussen naties, waarin steun wederzijds is? Of is het eenrichtingsverkeer, waarbij het mondiale Noorden zich profileert als de eeuwige gever, terwijl het mondiale Zuiden veroordeeld blijft tot een rol van afhankelijkheid en dankbaarheid zonder ooit als volwaardig gelijkwaardig te worden gezien?

Waarom klinkt de roep om menselijkheid luid en krachtig voor sommigen, maar blijft het voor anderen slechts een verre echo?

Deze vragen worden nog prangender in tijden van crisis, oorlogen, natuurrampen en hongersnood. We zien dan telkens weer hoe hulp en medeleven selectief worden toegekend. Sommige levens worden als vanzelfsprekend beschermd en betreurd, terwijl andere nauwelijks een voetnoot in het wereldnieuws waard zijn. Waarom klinkt de roep om menselijkheid luid en krachtig voor sommigen, maar blijft het voor anderen slechts een verre echo?

De dubbele standaarden in mondiale solidariteit zijn niet te ontkennen. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, reageerde de wereld met sancties, militaire steun en brede verontwaardiging. Maar terwijl bommen neerkomen op Gaza, terwijl de crisis in Congo voortwoekert, terwijl Rwanda’s acties in Goma nauwelijks ter discussie worden gesteld, overheersen stilzwijgen, aarzeling en diplomatiek schijnvertoon.

De boodschap is pijnlijk duidelijk: sommige levens zijn meer waard dan andere. Sommige tragedies roepen onmiddellijke actie op, terwijl andere worden afgedaan als ‘complexe conflicten’ die geen haast vereisen.

Dit is geen toevallige nalatigheid, dit is geracialiseerde geopolitiek. Een wereld waarin menselijk lijden wordt gerangschikt op basis van economische en strategische belangen. Een systeem waarin internationaal recht selectief wordt toegepast en waarin koloniale machtsstructuren nog steeds bepalen wiens pijn een reactie verdient en wiens dood met een diplomatieke zucht wordt afgedaan.

En laten we eerlijk zijn: de koloniale uitbuiting van het mondiale Zuiden is nooit gestopt. Wie profiteert? Afrika en andere voormalige kolonies blijven de schatkamers van het Westen. Van het kobalt in onze smartphones tot het coltan in de techindustrie: rijkdom wordt onttrokken aan de gronden en gemeenschappen van het Zuiden om de economieën van het Noorden te voeden. Terwijl bedrijven floreren, lijden de lokale gemeenschappen. Dit is geen vergeten verleden, maar een bewuste voortzetting van een roofzuchtig systeem.

Ons wordt verteld dat kolonialisme tot de geschiedenis behoort, dat onafhankelijkheid een feit is. Maar als we het geldspoor volgen, zien we dezelfde structuren: economische systemen die afhankelijkheid bestendigen, beleid dat extractie normaliseert, en een wereldeconomie waarin de rijkdom zich ophoopt bij enkelen, terwijl miljoenen gevangen blijven in armoede en instabiliteit.

We hoeven niet ver te zoeken om te zien hoe deze patronen zich herhalen. Het vluchtelingenbeleid is een pijnlijk voorbeeld. Europese vluchtelingen worden verwelkomd, terwijl migranten die verdrinken in de Middellandse Zee slechts een statistiek blijven. De gedwongen ontheemding van Palestijnse gezinnen roept geen wereldwijde verontwaardiging op zoals landroof elders dat wel doet. De realiteit is onmiskenbaar: internationale solidariteit wordt niet neutraal verdeeld.

Internationaal recht mag niet afhangen van huidskleur of geopolitieke belangen.

En laten we het benoemen zoals het is: rechtvaardigheid mag niet selectief zijn. Internationaal recht mag niet afhangen van huidskleur of geopolitieke belangen. Als mensenrechten echt universeel zijn, dan moeten we ophouden ze als privileges te behandelen en ze gaan beschouwen als dat wat ze horen te zijn: fundamentele garanties voor iedereen.

Echte solidariteit kent geen voorwaarden. Ze mag niet afhangen van politiek, economisch gewin of geografische nabijheid. Als we rechtvaardigheid serieus nemen, moeten we ervoor zorgen dat onze solidariteit principieel is, niet opportunistisch. Ze moet bereid zijn dubbele standaarden bloot te leggen en erkennen dat het leed van de één het leed van ons allen is. Want als solidariteit niet voor iedereen geldt... kunnen we het dan nog wel solidariteit noemen?

Dus wat nu? Hoe maken we de stap van woorden naar daden? Het is niet genoeg om dit onrecht enkel te erkennen. We moeten het actief bestrijden. We moeten de dubbele standaarden in het internationale beleid benoemen en uitdagen. Stilte is medeplichtigheid. We moeten economische rechtvaardigheid eisen en erkennen dat het mondiale Zuiden zijn eigen hulpbronnen moet kunnen beheren. Het extractiemodel dat rijkdom blijft onttrekken aan deze regio’s moet worden doorbroken. Internationale samenwerking moet worden gedekoloniseerd. Solidariteit mag geen politiek instrument zijn dat selectief wordt ingezet, maar een morele verplichting voor het algemeen belang.

Degenen die het meest worden getroffen door onrecht moeten het debat leiden. Hun stemmen mogen niet langer worden gemarginaliseerd, maar moeten centraal staan in de discussies die hun toekomst bepalen. Dit is geen abstracte discussie. Dit is een oproep tot actie.

We hebben geen behoefte aan symbolische solidariteit. We hebben transformerende solidariteit nodig. Een solidariteit die afbreekt, opnieuw opbouwt en een wereld opeist waarin rechtvaardigheid niet selectief is. Een wereld waarin elk mensenleven telt.

Laten we niet de generatie zijn die deze onrechtvaardigheden slechts aanschouwt. Laten we de generatie zijn die ze ontmantelt. Want als solidariteit een privilege blijft en geen universele plicht, dan is het geen solidariteit.

Stella Nyanchama Okemwa werkt voor de vzw Hand in Hand tegen racisme. Ze gaf deze keynote speech op de conferentie ‘Solidariteit in tijden van internationaal racisme’. Deze tekst staat los van de MO*redactie.