Nobelprijs voor Navi Pillay
“‘‘Vrede heeft nood aan gerechtigheid. En gerechtigheid veronderstelt universele mensenrechten’’

© Iratxe Alvarez | Ontwerp: MO*

© Iratxe Alvarez | Ontwerp: MO*
Navi Pillay krijgt dit jaar de Nobelprijs voor Vrede. Dat is helemaal terecht, vindt Gie Goris. Voor haar zijn mensenrechten en internationaal recht een zaak van menselijke waardigheid en universele menselijkheid: daar sluit je geen compromissen over en daarover hou je je mond niet.
‘Je kijkt naar de feiten, je legt die naast de wetten en dan kom je dan tot een onpartijdig oordeel. Daar is geen moed voor nodig’, reageerde Navi Pillay vorige vrijdag toen ze vernam dat ze de Nobelprijs voor Vrede kreeg. Die nuchtere, bescheiden maar ook onverstoorbare houding moest het in de uren daarna al snel afleggen tegen de relschoppers in de geopolitiek. Want net zoals de boodschap van tienduizenden betogers overschaduwd wordt door het brandende bushokje, zo verdrong het spektakel van de Israëlische regering (met een van de pot gerukte verwijzing naar Goebbels) en de Amerikaanse minister Rubio (met een hernieuwde aanval op het Internationaal Strafhof) de stem van de rede, recht en vrede.
Het Noorse Nobelcomité verantwoordde zijn keuze uitdrukkelijk als een waardering voor Pillay’s inzet om via juridische weg ‘oorlogsdaden en gewelddaden te voorkomen’ en voor haar bijdrage om ‘de instellingen voor internationaal recht te versterken’. Meer in het algemeen stelt het comité in zijn persbericht dat het met de keuze voor Navi Pillay ‘de wereld eraan wil herinneren dat het recht en de rechtsstaat – nationaal en internationaal – de fundamenten zijn waarop de systemen gebouwd zijn die voor vrede zorgen en die conflicten geweldloos oplossen.’
Je krijgt haast de indruk dat het Nobelprijscomité misschien wel het Internationaal Strafhof zélf had willen lauweren, maar dat men dat in Oslo net een brug te ver vond, gezien de te verwachten storm van giftige kritiek uit Jeruzalem en Washington. Misschien koos het comité er gewoon voor te schuilen achter het indrukwekkende profiel van Pillay, want met ‘haar onafhankelijkheid, expertise en standvastigheid’ is zij inderdaad uitgegroeid tot ‘een van de meest gerespecteerde internationale juristen van onze tijd’.
Navi Pillay is enorm toegewijd, streng voor haar juridische stellingnames en veeleisend in het onderzoek dat ze doet. Maar ze is ook heel menselijk, aanwezig en betrokken. Toen ik haar in 2017 naar Mechelen kon laten komen in het kader van het “Europees Forum voor rechten en vrijheden in tijden van toenemende polarisering” was ze niet alleen keynote spreker op het publieksdebat ’s avonds, ze liep een hele dag rond om te horen wat de paar tientallen deelnemers aan het forum met elkaar bespraken. Ze kwam niet enkel vertellen wat de rechten van de mens zijn en hoe de plichten van staten in elkaar zitten, ze kwam ook luisteren wat activisten, experts en basiswerkers daarover te vertellen hadden.
In haar toespraak citeerde ze niet toevallig Nelson Mandela – voor wiens rechten op Robben Island ze nog gepleit had als jonge advocate: ‘Mensen worden niet geboren met haat voor elkaar. Ze leren elkaar haten. En als ze dat kunnen leren, dan kunnen ze ook leren van elkaar te houden. Want liefde is voor een mensenhart natuurlijker dan haat.’
Gelijke (mensen)rechten voor iedereen
‘Vrede heeft nood aan gerechtigheid’, stelt het Nobelcomité nog. Volgens mij zou Pillay daar zelf aan toevoegen: ‘En gerechtigheid veronderstelt rechten, universele mensenrechten.’ In 2017 had ik een lang gesprek met Navi Pillay in Genève. Over mensenrechten, terrorisme en internationale rechtsorde. ‘Mensenrechten zijn geen luxe’, zei ze toen, ‘geen wijsheid achteraf, geen soft onderwerp. Wie mensenrechten verwaarloost, krijgt achteraf af te rekenen met veel groter geweld.’
Een jaar eerder vertelde ze me dat ze als Hoog Commissaris zeven landen in de Golf bezocht, en daar gelijkheid voor vrouwen op de agenda zette. ‘Het antwoord dat ik kreeg, was dat overheden heel omzichtig te werk moesten gaan omwille van de aanwezigheid van religieuze extremisten in de bevolking. Mijn reactie daarop is dat die vrouwen ook maar één leven hebben hier op aarde. Uitstel van gelijkheid resulteert dan ook in verspilde levens.’
Dat vrouwen dezelfde mensenrechten hebben als mannen is één van de rode draden doorheen de lange carrière van de kersverse Nobelprijswinnares. Met het Rwanda Tribunaal zorgde ze ervoor dat verkrachting en seksueel geweld in bepaalde omstandigheden gecatalogeerd kan worden als genocide, oorlogsmisdaad of misdaad tegen de menselijkheid. En die zorg voor gelijke rechten trok ze ook altijd door tot in het dagelijkse leven van elke mens.
In Zuid-Soedan werd ze aangesproken door vrouwen die het niet eens waren met het uithuwelijken van hun twaalf jaar oude dochters aan oudere mannen, in ruil voor vee. ‘Wij zijn de moeders die deze meisjes gebaard hebben. Hebben wij dan geen inspraak, hebben wij geen rechten?’ vroegen ze. Volgens Pillay stelden ze daarmee niet eens de traditie ter discussie, maar de corruptie van die traditie. ‘En daarom eisen ze net als jij en ik het recht op om een eigen mening te hebben en te uiten, het recht om de overheid in alle vrijheid te kunnen bekritiseren’, concludeerde ze in 2013.
Heel wat landen of bewegingen stellen de universaliteit van mensenrechten in vraag op basis van cultuur, religie of nationaal belang. Dat weet Pillay als voormalig VN Hoog Commissaris voor Mensenrechten beter dan wie ook. Maar dat brengt haar niet aan het twijfelen. Tijdens een ander interviews (in 2013) verwoordde ze het zo: ‘Ik ben eerlijk gezegd nog niemand tegengekomen die op basis van traditie of cultuur het recht verwerpt om vrij te zijn van angst of van armoede. Ik heb de wereld rondgereisd en ik hoor nergens dat men de universele mensenrechten niet wenst.’
De moed om te waarheid te spreken
Respect voor mensenrechten binnen landen en dus ook een rechtvaardige vrede internationaal is de verantwoordelijkheid van alle regeringen, vindt Navi Pillay. Maar ook media en politici moeten zich verantwoordelijk gedragen. Dat leerde ze met name op het Rwanda Tribunaal, waar ze er mee voor zorgde dat de haatradio 1000 Collines veroordeeld werd voor zijn rol in de genocide. Verantwoordelijkheid is echter geen gerechtelijke, maar een morele categorie, en is dus niet afdwingbaar. ‘Dat klopt’, reageerde ze in 2017, ‘en dus moet je volop inzetten op opleiding, opvoeding en bewustmaking.’
Dat klinkt goed, maar dat gesprek vond plaats tijdens de eerste week van het presidentschap van Donald Trump, en dus – ik citeer uit het artikel dat ik toen schreef – was toen al ‘het besef heel acuut dat vals nieuws, provocerende uitspraken en zelfs discriminerend beleid meer succes lijken op te leveren dan nuance, fact checking en engagement voor de zwaksten. ‘Politici zouden de angsten van mensen niet mogen exploiteren’, reageerde ze toen, tegen beter weten in misschien.
Naast Pillay’s volgehouden focus op gelijke en gegarandeerde rechten voor iedereen is uiteraard haar gedegen en onafhankelijke werk als voorzitster van de VN-onderzoekscommissie opgevallen. Ze laat zich immers niet leiden door emoties of sympathieën, maar door feiten, wetten en internationale afspraken. Dat illustreerde ze tijdens het gesprek in Genève.
Verwijzend naar de anti-apartheidsstrijd stelde ze: ‘De verdrukte meerderheid had geen stemrecht, geen economische macht, geen vrijheid zelf te kiezen waar te wonen of van wie te houden. Maar ook onder die legitieme voorwaarden van gewapende strijd blijft het doden van onschuldige burgers een misdaad die vervolgd en bestraft moet worden. Niemand kan zich onttrekken aan de rechtspraak, ook vrijheidsstrijders niet.’ Je kan het achteraf moeilijk niét lezen als een veroordeling van 7 oktober 2023.
Navi Pillay laat zich niet intimideren door de machten of machtigen. Dat bleek met name toen ze in 2025 het gezaghebbende rapport neerlegde, waarin vastgesteld wordt dat Israël in Gaza een genocide pleegt. Toen MO* vorig jaar vroeg hoe de Commissie vastgesteld had dat Israël met genocidale intenties handelde, reageerde ze ‘dat de uitspraken van Israëlische leiders op zichzelf al een direct bewijs vormden van genocidale intentie.’
Daarnaast zag ze drie duidelijke aanwijzingen: ‘Ten eerste: de gerichte aanvallen op burgers. Meer dan de helft van de slachtoffers waren vrouwen, kinderen en ouderen. Ten tweede: de systematische vernietiging van bestaansmiddelen en cultuur. Palestijnse huizen, gebouwen, landbouwgronden, scholen, religieuze en culturele sites werden op grote schaal verwoest. Ten derde: de uithongering en humanitaire blokkade. Israël was zich volledig bewust van het menselijke leed dat zijn acties veroorzaakte, maar deed niets om dat te verlichten. Integendeel: de aanvallen werden voortgezet en de blokkade werd aangescherpt.’
Er is één zaak waarover ik het niet eens ben met Navi Pillay: er is wel degelijk moed nodig om de waarheid te benoemen in een wereld waarin mensenrechten en internationaal recht ingeruild worden voor het recht van de sterkste. Dat maakten de VS duidelijk aan iedereen die betrokken is bij het Internationaal Strafhof. Pillay heeft de moed om rechtvaardig en juridisch correct te zijn altijd getoond. Die Nobelprijs is helemaal verdiend.
Een kortere versie van deze opiniebijdrage verscheen op maandag 12 oktober in De Standaard.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox
Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.


