Kirsten Masil
De schaduw van imperialisme
“‘Waarom Namibiës waterstofdroom niet enkel groen kleurt’
)
© Hp.Baumeler (BY-SA 4.0)
)
© Hp.Baumeler (BY-SA 4.0)
Groene waterstof wordt gepresenteerd als dé oplossing voor de energietransitie. Maar wie profiteert echt? In haar thesis onderzoekt Kirsten Masil hoe de waterstofambities van Namibië oude koloniale patronen herhalen – en waarom een rechtvaardige energietransitie meer vraagt dan zon, wind en goede bedoelingen.
De Vlaamse Scriptieprijs organiseert jaarlijks een wedstrijd voor studenten die een bachelorproef aan een vlaamse hogeschool schrijven of een masterproef aan een Vlaamse universiteit. MO* maakt een selectie van de genomineerde werken en stelt ze hier graag aan u voor.
Doe mee aan de Vlaamse Scriptieprijs en maak kans op persaandacht en prijzen tot 2.500 euro!
Alle info en inschrijven
Groene waterstof wordt wereldwijd geprezen als dé energie van de toekomst, en Namibië wil zich daarbij profileren als wereldleider. Maar niet iedereen plukt daar de vruchten van.
Mijn onderzoek toont echter dat het politieke discours, met zijn nadruk op groei, export en industrialisatie als enige weg naar vooruitgang, een patroon van afhankelijkheid blootlegt dat voortvloeit uit een hedendaagse vorm van imperialisme, beter bekend als kolonialiteit.
In tegenstelling tot het vroegere kolonialisme is dit een meer subtiele en onzichtbare vorm van overheersing, die niet alleen van buitenaf wordt opgelegd, maar ook van binnenuit wordt versterkt door postkoloniale elites en overheden, zoals die van Namibië.
De ‘champagne van de energietransitie’
Waterstof wordt de “champagne van de energietransitie” genoemd. Je kan het zien als een batterij in gasvorm: je kunt er energie in bewaren en vervoeren. Afhankelijk van hoe die waterstof wordt gemaakt, krijgt ze een kleur. Zo ontstaat blauwe waterstof uit aardgas, gele uit kernenergie, en groene uit zon en wind. Alleen die laatste is echt schoon, volledig geproduceerd met hernieuwbare energie en zonder CO₂-uitstoot.
Maar er is een probleem: voor de productie is enorm veel zonne- en windenergie nodig. Landen in het Globale Noorden hebben dit niet, daarom focussen ze zich op partnerschappen met landen uit het Globale Zuiden. In 2024 reisden koning Filip en voormalig minister van Energie Tinne Van der Straeten naar Namibië, dat over ideale omstandigheden beschikt, om hun partnerschap rond groene waterstof te versterken. Die samenwerking is geen uitzondering, maar deel van een bredere trend: het Noorden kijkt opnieuw naar het Zuiden om zijn energiezekerheid te garanderen.
Namibië profileert zich de laatste jaren steeds sterker als toekomstige waterstofhub. Ze lanceerden ook hun eerste grote waterstof project, the Southern Corridor Development Initiative (SCDI) door Hyphen Hydrogen Namibia, in de woestijn, waar zon en wind praktisch onbeperkt aanwezig zijn.
In hun waterstofambities spreekt de Namibische overheid spreekt daarbij in grootse termen. In de officiële strategie staat bijvoorbeeld dat groene waterstof ‘een motor zal worden voor economische groei en industrialisatie’ en dat Namibië zichzelf ziet als ‘een wereldwijde voorloper in de waterstofeconomie’. Ook president Nangolo Mbumba benadrukte onlangs dat het land ‘klaar is om de wereld te voorzien van betaalbare, duurzame energie’.
Wie profiteert echt?
Mijn onderzoek laat zien dat die strategie oude koloniale patronen herhaalt. Namibië mag dan wel onafhankelijk zijn sinds 1990, de manier waarop de waterstoftransitie wordt vormgegeven, roept vragen op.
Kolonialiteit van macht
Namibië stelt economische groei en export centraal, maar dat maakt het land afhankelijk van buitenlandse investeerders en buitenlandse vraag. Grote projecten worden gefinancierd door internationale fondsen, waarbij Namibië vaak enkel een minderheidsaandeel behoudt.
Een duidelijk voorbeeld is het SDG Namibia One Fund, een fonds van de overheid dat buitenlandse investeerders moet “ontzorgen” door financiële risico’s over te nemen. Achter die belofte schuilt een oud verhaal. De Namibische overheid draagt de risico’s zelf, terwijl de winsten naar buitenlandse partners vloeien.
Kolonialiteit van kennis
In de beleidsdocumenten wordt industrialisatie voorgesteld als dé weg naar ontwikkeling. Minister van Energie Tom Alweendo had het over the dream of industrialisation waardoor Namibische vooruitgang gelijkgesteld wordt aan een eenzijdig, groeimodel. Lokale kennis en alternatieve visies – bijvoorbeeld gericht op energiezekerheid voor Namibische burgers – worden nauwelijks genoemd.
Kolonialiteit van zijn
Tot slot positioneert Namibië zichzelf, en dit zelfbeeld wordt ook versterkt door buitenlandse actoren, vooral als leverancier van grondstoffen. De Namibische Green Hydrogen Commissioner James Mnyupe zei in 2023: ‘Namibia is set to emerge as a major global hydrogen producer and an early entrant in the hydrogen export market.’
Dat klinkt ambitieus, maar bevestigt tegelijk een eeuwenoud patroon: landen in het Globale Zuiden worden gereduceerd tot exporteurs van grondstoffen, ten dienste van de industrie in het Noorden.
Waarom een dekoloniaal perspectief nodig is
Dit alles illustreert hoe belangrijk het is om de energietransitie niet enkel technisch en economisch te bekijken, maar ook sociaal en historisch. Zonder dekoloniaal perspectief riskeren we dat de groene transitie dezelfde ongelijkheden reproduceert als het fossiele tijdperk.
Of, zoals de Zimbabwaanse denker Sabelo Ndlovu-Gatsheni stelt: ‘dekolonisatie is een mythe’. Koloniale structuren blijven bestaan in nieuwe, vaak onzichtbare vormen – via financiële, culturele, politieke en sociale mechanismen. En zoals in mijn onderzoek duidelijk is één van de mechanismen ook discours, hoe gesproken wordt heeft een impact op hoe de realiteit zich vormt.
Een rechtvaardige energietransitie? De weg vooruit!
Een rechtvaardige energietransitie vraagt om meer dan zon en wind. Ze vraagt moed om bestaande structuren te herzien en ongelijkheden echt aan te pakken. Dat betekent een hervorming van de mondiale economische orde, zodat landen in het Globale Zuiden meer zeggenschap krijgen. Het vraagt ook ruimte voor lokale kennis en alternatieve ontwikkelingsmodellen, want een transitie die meer stemmen ernstig neemt, legt de basis voor een eerlijkere wereldorde. En bovenal vraagt het om een dekolonisatie van het denken, weg van het idee dat alleen Euro-Amerikaanse modellen de norm zijn.
Groene waterstof kan een cruciale rol spelen in de strijd tegen klimaatverandering. Maar zoals het voorbeeld van Namibië laat zien, is de vraag niet alleen hoe we groene energie produceren, maar ook voor wie. Als we niet oppassen, zetten we de geschiedenis van extractie en ongelijkheid simpelweg verder – dit keer onder een “groen” label.
De uitdaging is dus niet louter technisch of economisch, maar vooral sociaal en politiek: hoe maken we van de energietransitie geen herhaling van het koloniale verleden, maar een stap naar een echt rechtvaardige toekomst?
Auteur scriptie: Kirsten Masil
Universiteit of hogeschool: Universiteit Gent
Promotoren: Prof. Dr Petra Debusscher
Lees ook
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.




