‘Waarom witte tranen bruine littekens achterlaten’

Inès Al Share

03 april 2026
Opinie

‘Waarom witte tranen bruine littekens achterlaten’

Een mannenhand met gelakte nagels houdt een pancarte vast met de woorden "Equality in Diversity"
Een mannenhand met gelakte nagels houdt een pancarte vast met de woorden "Equality in Diversity"

Een gesprek over een moeilijk thema ontspoort. Niet door kwade wil, maar door wat er gebeurt als witte tranen luider klinken dan bruine stemmen, als de emoties van witte mensen de stem van mensen van kleur overschaduwen. Een opiniebijdrage van Inès Al Share.

In de nasleep van de tienjarige herdenking van de aanslagen in Brussel ging ik in gesprek met een docent van een Brusselse hogeschool over een toneelstuk dat haar studenten zullen opvoeren. Het verhaal draait rond twee vriendinnen, waarvan één naar Syrië wil vertrekken om zich bij IS aan te sluiten. De docent presenteert het als een verhaal over zelfontdekking bij jongeren, met extremisme als lens. Ik zat mee aan tafel op vraag van een groep geracialiseerde moslimstudenten die zich al eerder ongemakkelijk had uitgesproken over het stuk, maar zich niet gehoord voelde.

Toen die kritiek benoemd werd, barstte de docent in tranen uit en beschuldigde een aanwezige student met een hoofddoek ervan bedreigend over te komen. Ze benadrukte haar goede intenties, maar gaf ook aan zich aangevallen te voelen als witte vrouw.

Wat hier gebeurde, gaat verder dan een misgelopen dialoog. Wat een veilige ruimte had moeten zijn, werd een plek waar emotionele defensiviteit overnam en kritiek als bedreigend werd gezien. Dit is een herkenbaar voorbeeld van ‘white tears, brown scars’, waarbij de emoties van witte mensen de stemmen van geracialiseerde mensen overschaduwen.

Dit opiniestuk vertrekt vanuit die ervaring en stelt een bredere vraag: hoe functioneert emotionele defensiviteit als machtsmechanisme in gesprekken over inclusie? En belangrijker: hoe doorbreken we die dynamiek?

(Het woord “geracialiseerd” wordt gebruikt om aan te geven dat iemands sociale positie of ervaring wordt bepaald door raciale categorizatie binnen een maatschappij. Het benadrukt dat “ras” geen biologische of natuurlijke eigenschap is, maar een sociaal geconstrueerd label dat mensen bepaalde mogelijkheden, beperkingen of vooroordelen oplegt.)

Witte tranen, bruine littekens

Het gesprek illustreert een bekend mechanisme dat Ruby Hamad ‘white tears, brown scars’ noemt: witte vrouwen gebruiken hun emoties binnen een systeem van witte suprematie (witte tranen) om zichzelf als slachtoffer te positioneren, waardoor geracialiseerde vrouwen als agressor worden gezien en racisme onbesproken blijft (bruine littekens).

Hamad benadrukt dat die emoties niet per se onoprecht zijn, maar wel een vorm van privilege dragen. Ze kunnen – bewust of onbewust – de aandacht verschuiven van de inhoud naar persoonlijke kwetsbaarheid. Dat zagen we ook hier gebeuren: de focus verschoof van de ervaringen van moslimstudenten naar de gekwetstheid van de witte docent.

Volgens Hamad is deze dynamiek geen toevallige reflex, maar geworteld in een koloniaal verleden. In dat verleden werden zwarte en bruine vrouwen systematisch ontmenselijkt: voorgesteld als gevoelloos, onbeschaafd en gereduceerd tot lustobjecten. Witte vrouwen daarentegen werden geconstrueerd als belichaming van onschuld, kwetsbaarheid en moraliteit. Die tegenstelling legitimeerde niet alleen koloniale en slavernijstructuren, maar gaf witte vrouwen ook een specifieke vorm van morele macht.

Tot vandaag werkt dat archetype door. In confrontaties met vrouwen van kleur kunnen witte vrouwen (on)bewust terugvallen op dat beeld van onschuld en kwetsbaarheid, waardoor de ander als irrationeel, agressief of bedreigend wordt geframed. Zoals Hamad stelt: het is een manier om de discussie te winnen zonder ze inhoudelijk te moeten voeren.

Dat plaatst witte vrouwen in een complexe, maar ook machtige positie: tegelijk die van vermeend slachtoffer én die van machtshebber.

Hokjesdenken

Om hun positie van onschuld en morele autoriteit te behouden, worden geracialiseerde vrouwen vaak in beperkende stereotypen geduwd. Onderzoekers zoals Moya Bailey tonen hoe zwarte en bruine vrouwen snel als “boos” of “agressief” worden gezien wanneer ze grenzen aangeven. Patricia Hill Collins noemt dit ‘controlling images’: hardnekkige beelden die bepalen wie als geloofwaardig of bedreigend wordt gezien.

Die dynamiek werd pijnlijk zichtbaar in dit gesprek. Terwijl de docente bleef benadrukken dat haar stuk ‘niet politiek’ is en dat ‘niet alles een machtsdynamiek hoeft te zijn’, reproduceerde ze die machtsdynamiek zelf. Door een studente met hoofddoek, die niets meer deed dan haar mening verwoorden, te bestempelen als bedreigend, werd niet alleen haar stem ondermijnd, maar ook haar legitimiteit als gesprekspartner.

Het gaat hier dus niet enkel om een docent-studentrelatie, maar om een bredere machtsverhouding. Vrouwen met een hoofddoek worden in het Westen al langer geframed als dreiging. Door dat beeld op te roepen, werd de student ingeschreven in een schadelijk narratief: dat van de onschuldige witte vrouw tegenover de “boze” bruine vrouw.

Object versus subject

De positie van de witte vrouw speelt niet alleen een rol in het gesprek, maar is ook fundamenteel voor het toneelstuk zelf. Het legt het belang van representatie bloot. Het stuk wordt gebracht door voornamelijk witte studenten, voor een overwegend wit publiek – een homogene setting waarin een bijzonder gevoelig thema wordt aangesneden.

Een verhaal over jihadisme, verpakt als zelfontdekking, in de context van de tienjarige herdenking van de aanslagen, raakt aan diepe collectieve trauma’s. Niet alleen bij directe slachtoffers, maar ook bij moslimgemeenschappen in België en West-Europa, waar islamofobie sindsdien is toegenomen.

Toch worden precies die gemeenschappen in het stuk gereduceerd tot onderwerp, zonder dat hun stemmen worden meegenomen in de productie of de verhaallijn. Integendeel: zelfs geracialiseerde moslimpersonages worden vertolkt door witte studenten. De ervaringen van moslims worden zo gefilterd en gevormd door mensen zonder directe geleefde ervaring, waardoor hun perspectieven opnieuw ontbreken.

Door enkel witte stemmen centraal te stellen, wordt een complex en politiek geladen thema herleid tot een vereenvoudigd en vaak problematisch narratief. Moslims worden zo opnieuw geconstrueerd als “de ander”, of impliciet verbonden met dreiging en extremisme, zonder ruimte voor nuance of tegenstem. En precies daarin schuilt het probleem: wie niet mag spreken, blijft achter met de gevolgen én met de littekens.

Luisteren in plaats van huilen

Om deze dynamiek te doorbreken is erkenning en verantwoordelijkheid essentieel. Als we werken rond delicate thema’s zoals identiteit, jihadisme of trauma, moeten we de gemeenschappen over wie het verhaal gaat, betrekken in het gesprek. We moeten erkennen dat vrouwen niet op gelijke voet starten: sommige geracialiseerde vrouwen staan lager op de ladder van maatschappelijke gelijkheid dan witte vrouwen. Toch verdienen we allemaal gelijkwaardige behandeling en respect.

Door open naar onszelf te zijn en onze intenties in vraag te stellen, kunnen we kritiek ontvangen zoals die bedoeld is: als kans om te leren en te verbeteren, niet om iemand de grond in te stampen. Door elkaar niet enkel te horen, maar echt te luisteren naar elkaar, creëren we een ruimte voor open dialoog, wederzijds begrip en een inclusieve praktijk waarin macht niet wordt geproduceerd, maar gedeeld. Zo hoeven onze tranen geen littekens achter te laten, maar kunnen ze een zalf op de wonde zijn.

Inès Al Share is politicoloog, activist en schrijver.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld. 

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in