‘Jullie hebben mensen laten radicaliseren en naar hier komen, neem ze asjeblieft terug’

Reportage

Duizenden IS-sympathisanten nog in Syrische gevangeniskampen

‘Jullie hebben mensen laten radicaliseren en naar hier komen, neem ze asjeblieft terug’

Een Iraakse jongen, man en politieagent poseren op straat in de stad Hawija.

De Iraakse stad Hawija, 2025. ‘Het extremisme van IS is niet van hier. De leiders die mensen onthoofdden, waren allemaal afkomstig uit het Westen.’

Een Iraakse jongen, man en politieagent poseren op straat in de stad Hawija.

De Iraakse stad Hawija, 2025. ‘Het extremisme van IS is niet van hier. De leiders die mensen onthoofdden, waren allemaal afkomstig uit het Westen.’

Paulien Bakker

19 januari 202613 min leestijd

Irak heeft, zeven jaar na de val van het "kalifaat", al 20.000 IS-strijders en -sympathisanten teruggehaald. Westerse landen doen dat maar met mondjesmaat of weigeren zelfs. En dus wonen nog 30.000 mensen, waaronder veel vrouwen en kinderen, in kampen in Syrië. Wat moet er met hen gebeuren?

‘Ik ben alleen teruggekomen. Mijn zonen durfden niet’, zegt Um Jassim, een stevige vrouw met een zwarte hoofddoek. ‘Ze zijn bang voor wraak.’

Um Jassim is rond de zestig. Hoe oud ze precies is weet ze niet, en ook niet hoe oud ze was toen haar vader haar uithuwelijkte aan een veel oudere man. Pas in het Al Hol-kamp in Syrië leerde ze lezen en schrijven. En pas onlangs, toen de Iraakse regering haar repatrieerde naar Irak, kreeg ze voor het eerst een identiteitsbewijs.

De Iraakse president Abdul Latif Rashid riep eind september tijdens een speciale VN-bijeenkomst in New York landen op om hun IS-strijders terug te nemen. Terreurbeweging Daesh, bij ons bekend als IS, is een afsplitsing van Al Qaeda. Ze trok vanaf 2012 massaal geradicaliseerde moslimjongeren aan die mee wilden strijden voor de oprichting van een islamitische staat in Syrië en Irak. Toen het "kalifaat" in 2018-2019 werd omgeworpen, werden velen van hen gevangengezet in kampen.

In het Al Hol-kamp in het Koerdische deel van Syrië woonden in juli 2025 nog ruim 30.000 IS-sympathisanten, voornamelijk vrouwen en kinderen. 8500 van hen had een buitenlandse nationaliteit. Ze waren afkomstig uit maar liefst 62 landen.

vrouw in Boerka in de hoofdstrzat van het -al-Hol kamp in Syrië

Een vrouw verbergt haar gezicht voor de camera in het gevangenkamp Al Hol in het noorden van Syrië (2019). Ook vandaag verblijven er nog IS-sympathisanten.

IS was bepaald geen regionale aangelegenheid. Volgens onderzoek van het Egmontinstituut bestond het kalifaat voor misschien wel de helft uit buitenlandse strijders, veelal uit voormalige Sovjet-Unie landen, maar ook zo’n 4000 tot 5000 EU-onderdanen reisden af naar Syrië en Irak. Van hen is 30% inmiddels weer teruggekeerd naar eigen land, meldt de website van de Europese Raad en de Raad van de Europese Unie.

Onder de uitreizigers waren destijds zo'n 422 Belgen. Er zijn nog zo’n 75 Nederlanders en 100 Belgen (inclusief overleden personen) ter plekke, zegt Thomas Renard, directeur van het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) in Den Haag. Maar terwijl islamitische landen als Oezbekistan en Indonesië hun buitenlandstrijders teruggehaald hebben, aarzelt Europa nog altijd.

6 landen weigeren om mensen terug te nemen, stelde de Iraakse president, zonder te zeggen welke dat zijn.

Frankrijk liet het aan Irak over om zijn IS-strijders te berechten: 12 van hen kregen tot nu toe de doodstraf, net als een Belgische jihadstrijder. Groot-Brittannië ontneemt zijn uitreizigers het staatsburgerschap, wat ook in Denemarken mogelijk is. Voor België, Nederland en Duitsland moeten terugkeerders zelf naar een consulaat van hun thuisland in die regio gaan. Overigens hebben alle landen wel al een aantal kinderen en vrouwen teruggehaald.

Opgehangen

Neem ze alsjeblieft terug, zegt Mohammed Khidher. Hij is leraar Engels in het dorp Sitta, op het soennitische platteland tussen Tikrit en Mosul. Zijn dorp, met de smalle grijze cementwegen geflankeerd door hoge erfmuren, werd in 2014 door IS onder de voet gelopen. Dat gebeurde op dezelfde dag dat de Iraakse stad Mosul viel.

Het Iraakse leger bestond op het terrein uit veel minder manschappen dan op papier, vanwege de florerende corruptie, en implodeerde die dag. Khidhers dorp Sitta lag ineens in het kalifaat.

Veel inwoners keken in eerste instantie nog afwachtend toe. Maar IS was niet alleen extreem in haar opvattingen, maar ook in het geweld dat het gebruikte. Mannen werden gedood en ondersteboven opgehangen aan de grenspost waar auto’s onderdoor moesten rijden.

Khidher wist na een jaar te ontkomen met zijn vrouw en hun eenjarige dochter, door te voet het met landmijnen bezaaide Hemrin-gebergte over te steken. Zijn broer werd gedood.

De Iraakse leraar Mohammed Khidher poseert met zijn dochter voor een schoolbord.

Leraar Mohammed Khidher zag IS zijn dorp innemen: ‘Het extremisme is niet van hier. Buitenlandse strijders waren gewelddadiger, hun ideologie bracht hen hierheen.’

Had hij in 2014 weinig van de Iraakse overheid te verwachten, anno 2025 heeft hij dat nog steeds niet. Wegen zijn schaars in zijn provincie, de wederopbouw gaat langzaam. De gouverneur, die overigens uit een dorp verderop komt, werd vorig jaar wegens corruptie uit zijn ambt gezet.

Extremisme niet van hier

We zitten in Khidhers woonkamer, onder een onafgewerkt plafond. ‘Het extremisme van IS is niet van hier’, zegt hij. ‘De leiders die mensen onthoofdden, waren allemaal afkomstig uit het Westen. Buitenlandse strijders waren gewelddadiger, hun ideologie bracht hen zelfs hierheen.’ Een vriend van hem zegt: ‘Jullie hebben mensen laten radicaliseren en toen kwamen ze hier naartoe om mensen te onthoofden.’

Zolang er nog kampen als Al Hol zijn, vormen die een bedreiging voor de stabiliteit van Irak, zegt Tariq Hassan, nationaal adviseur van Global Community Engagement and REsilience Fund (GCERF), een Zwitsers fonds dat zich samen met lokale actoren richt op het voorkomen van extremisme. Een grote groep extremisten die samen gevangen zitten in een land met een instabiele regering, ‘dat hebben we hier ook gehad, dat leidde tot het ontstaan van IS.’

Irak haalde inmiddels al 20.000 IS-strijders en -sympathisanten terug. Terugkerende vrouwen en kinderen gaan naar een transitkamp in de buurt van Mosul. Daar wordt met groepsgesprekken en vaardigheidstrainingen aandacht besteed aan hun mentale gezondheid, en na drie maanden kunnen ze weer terugkeren naar hun eigen gemeenschappen.

Europese landen laten hun geradicaliseerde burgers liever in de regio. Minister van Justitie Annelies Verlinden (Open VLD) schreef het federale parlement dit jaar: ‘We zorgen ervoor dat – in het belang van onze nationale veiligheid – terroristische strijders niet naar ons land kunnen terugkeren.’ Terroristische strijders moeten bij voorkeur berecht worden in het land waar de delicten werden begaan, stelde de minister.

Irak wilde de daders ook zelf berechten. Tussen de 95.000 en 115.000 Irakezen zijn omgekomen door IS. Rechtszaken werden overhaast afgewikkeld en verdachten kregen nauwelijks juridische bijstand. 3000 IS-aanhangers – vooral Irakezen – kregen de doodstraf. 250 van hen zijn inmiddels opgehangen, meldt de VRT.

Opnieuw integreren na IS

De doodstraf werd ook opgelegd aan 103 buitenlanders, maar bij geen van de Europese strijders werd die volbracht. nadat er onderlinge afspraken gemaakt waren. ICCT-directeur Renard vertelt dat Europa afspraken heeft gemaakt met de regeringen daar om die doodstraffen niet te voltrekken.

Hij stelt overigens dat de gewelddadigheid van IS al in het manifest van de organisatie (een voortzetting van Al Qaeda) stond beschreven. ‘Maar we weten ook van buitenlandse strijders dat ze vaak minder discipline hebben en gedreven worden door andere motieven: geld, seks, geweld. Een deel van hen waren voormalige criminelen.’

Tegenwoordig wordt niet iedere IS-strijder meteen ter dood veroordeeld, zegt Renard. ‘VN-instanties hebben veel invloed gehad op de rechtspraak, maar de gevangenissen blijven buiten beeld. We weten dat ze overvol zijn en dat er geen vrijlating onder voorwaarden wordt gegeven, wat de kans op recidive doet verminderen.’

De Iraakse regering heeft afspraken gemaakt met lokale stamleiders, die beloofden in te staan voor de re-integratie van vrouwen en kinderen. Overigens verloopt de re-integratie van kinderen van buitenlandse strijders in Irak nog altijd moeizaam. ‘Europese landen weigeren vaak te erkennen dat de strijder verdwenen is’, zegt GCERF-adviseur Hassan. ‘Als kinderen geen identiteitsbewijs krijgen, kunnen ze niet naar school of naar de dokter. De kinderen blijven staatloos.’

Europa geeft vooral om politieke redenen niet thuis, constateert ICCT-directeur Renard. ‘De terugkeerders worden hier in de gaten gehouden en slechts een klein deel van hen houdt zich nog bezig met radicalisme.’

Die terugkeer stopte in 2023 bijna helemaal, ook al is de regio lang niet stabiel. Datzelfde jaar viel Turkije Koerdisch Syrië binnen en werd de Syrische dictator Bashar al-Assad verjaagd. ‘Iedereen is zich bewust van de risico’s. De gevangenissen zijn kwetsbaar, IS is nog steeds actief in het gebied, de nieuwe Syrische regering is wankel. Maar blijkbaar zijn westerse landen toch bereid om dat risico te nemen.’

Rijen van tenten in het Al Hol-kamp in 2019.

Het Al Hol-gevangenenkamp in 2019. In juli 2025 woonden er nog ruim 30.000 IS-sympathisanten, voornamelijk vrouwen en kinderen, waarvan 8500 met een buitenlandse nationaliteit.

Risico

Vorige maand berichtte de Nederlandse Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in haar halfjaarsrapportage dat de dreiging op aanslagen in het land hoog blijft. Dat is op dit moment vooral zo omdat een aantal veroordeelde Syriëgangers inmiddels weer vrij is gekomen.

De meeste ex-gedetineerde terrorismeveroordeelden van wie de Nederlandse nationaliteit is ingetrokken, verblijven nog steeds in Nederland maar ontvangen daardoor geen hulp bij hun re-integratie. Terwijl velen van hen destijds ook vertrokken omdat ze zich in eigen land gediscrimineerd voelden.

Meebetalen aan de wederopbouw doen Europese landen wel. Zo steunt de Europese Unie de NAVO-missie in Irak, bedoeld om de stabiliteit en veiligheid te versterken, en adviseert de adviesmissie van de EU de Iraakse autoriteiten over het hervormen van de civiele veiligheidssector.

Renard: ‘De toezegging van Europa om Irak en met name Syrië er weer bovenop te helpen, staat op gespannen voet met het feit dat ze hun eigen buitenlandstrijders daar laten, iets waarover ook niet te onderhandelen valt.’

Honger

Op een zaterdagavond zitten we op matjes op de grond in de gastenwoonkamer van Abdullah al-Hussein, een verpleegkundige die in het dorp Bissil woont, vlak bij Sitta. Zijn moeder heeft drie in het zwart gehulde weduwes op bezoek. Eén ervan kent ze al haar hele leven: haar oude buurvrouw Um Jassim.

Er wordt zoete Iraakse thee geserveerd en op de grond staan schalen met appels, bananen en sinaasappels. De kinderen die zich in de kamer hebben verzameld, staren naar het buitenlandse bezoek en luisteren ademloos naar Um Jassim.

De man van Um Jassim was geitenhoeder in Shirqat, een dorp in het noorden van Irak, in de provincie Tikrit. Hij was al getrouwd en zijn zonen waren net zo oud als zij toen ze met hem trouwde. ‘Ik voegde me naar mijn lot en hield van mijn man,’ zegt ze. Ze kregen een dochter en twee zonen.

Toen haar man stierf, werd ze afhankelijk van zijn twee volwassen zonen. In de zomer van 2014 voegden de zonen van haar man zich bij IS, en daarmee ook Um Jassim en haar eigen kinderen, van wie de jongste vijftien was. Ze moesten allemaal vluchten en kwamen terecht in het Al Hol-kamp.

Daar woonde de vrouw negen jaar. Haar dochter was nog minderjarig toen ze haar in het kamp uithuwelijkte. Haar zonen trouwden ook, ze heeft inmiddels zeven kleinkinderen. Maar het eten was duur en ze leden continu honger. Het kamp is opgebouwd uit tenten en soms vatte een tent zomaar vlam.

Toen ze het aanbod kreeg, besloot ze terug te keren naar Irak. Ruim vijf maanden geleden kwam ze aan in repatriëringskamp Al Jeddah. Ze volgde lessen, werd ziek en toen ineens was haar tijd daar voorbij. ‘Ik mocht gaan. Dat heb ik gedaan. Ik heb geen spijt van mijn tijd daar, maar ik ben blij dat ik weer terug ben.’

Ideologie

De mensen die terugkomen uit Al Hol zijn stuk voor stuk getraumatiseerd, merken Hassan en zijn collega’s. Ze zijn vaak blij om weer terug te komen. ‘Slechts 7% van de IS-aanhangers sloot zich aan vanwege religieuze redenen. De meesten zagen het als een bron van inkomen of gingen op zoek naar macht en erkenning.’ Tot nu toe is geen van de terugkeerders weer aangehouden voor terrorisme, stelt Hassan.

Eenmaal teruggekeerd gaan veel vrouwen en kinderen wonen in de steden, waar meer anonimiteit is. Zij vormen de belangrijkste bron van informatie voor de achterblijvers in de Syrische kampen, zegt Hassan. Want de achterblijvers vragen zich af: is het veilig om terug te keren? Hoe worden we ontvangen? ‘Als we niet in hun noden voorzien, vallen ze gemakkelijk weer ten prooi aan radicalisering.’

IS is nog altijd niet helemaal verslagen. Het voert nog sporadisch aanvallen uit tegen het Iraakse leger in provincies waar vooral soennitische burgers wonen, zoals in Kirkoek en Salah ad Din, waar Um Jassim vandaan komt. Zowel voor lokale als buitenlandse strijders is het alternatief, een levenslange gevangenisstraf of mogelijk zelfs de doodstraf, weinig aantrekkelijk.

Deradicalisering

Gaat het terugkeerproces niet wat te snel?, vraagt Mohammed Abdulkareem al-Bayati zich af. Bayati is directeur van de Ashor Foundation, een onafhankelijke Iraakse hulporganisatie met Kirkoek als uitvalsbasis. Hij stelt dat er meer aandacht zou moeten zijn voor het deradicaliseringsproces.

Met vrouwen en kinderen vaardigheden aanleren kom je er niet, stelt hij. ‘Voordat ze mensen terugsturen, zouden de belangrijkste religieuze leiders in ons land zich moeten uitspreken tegen terrorisme.’

Nu keren er duizenden terug naar allerlei plekken in het land en verliest de overheid haar zicht op de groep. ‘Ze pakken het probleem niet echt aan. Veel terugkeerders hebben nog steeds familieleden in de kampen. Wat gebeurt er als ze weer bij elkaar komen?’

Leslokaal

De vrouwen in de woonkamer van Abdullah al-Hussein komen na een uur praten overeind en nemen afscheid. Bij haar vertrek mompelt Um Jassim tegen een kleindochter van haar gastvrouw: ‘Ik heb veel te vertellen, maar ik ben bang voor de gevolgen.’

Wanneer de drie vrouwen het huis verlaten en oplossen in de nacht, zegt Abdullah: ‘Haar zonen zijn bang voor de mannen in het volgende dorp.’ Toen IS het voor het zeggen had, liepen haar zonen hier rond in Afghani-kleding; de typische knielange shirts die gezien worden als het uniform van IS. Misschien staat de regering wel toe dat ze terugkeren, maar de mannen uit het volgende dorp zijn dat nog niet vergeten.

Toch is Um Jassim in het huis van verpleger Hussein nog even welkom.

De Iraakse leraar Mohammed Khidher staat voor het bord in een klas terwijl een schoolmeisje hem helpt

Leraar Mohammed Khidher voor de klas. ‘We moeten mensen opleiden. Alleen zo komen we vooruit.’

De ene extremist is de andere niet, dat beseft ook Khidher, de leraar Engels een dorp verderop. ‘Twee deuren van mijn huis vandaan woonde een arm gezin, ook zij sloten zich bij hen aan,’ zegt hij. ‘Ze wisten niet beter.’ Hij heeft de stad Hawija de laatste jaren zien veranderen. Meisjes volgen nu vaker een studie en sommige vrouwen gaan zelfs ongesluierd naar de soek. Mensen moeten niets meer hebben van het geloof dat hen door IS werd opgelegd.

Toen hij weer terug kon naar zijn dorp, bouwde Khidher op zijn erf een leslokaal – inclusief plafond, want in de Iraakse zomers kan het er flink heet worden –, en ach, het plafond in zijn woonkamer komt nog wel een keer.

Na schooltijd geeft hij nu extra bijlessen aan kinderen en vrouwen. Voor kinderen die hun vader hebben verloren zijn de lessen gratis, aan welke kant van het conflict hun vader ook vocht. ‘We moeten mensen opleiden,’ zegt hij, ‘alleen zo komen we vooruit.’

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in