Hoe drugsnetwerken mensen zonder papieren inzetten in Brussel
De mannen van het Bethlehemplein

© Justine Corrijn

© Justine Corrijn
Ima Posselt
07 september 2026
Een ‘drive-in voor drugs’, zo noemen media het Bethlehemplein in de Brusselse deelgemeente Sint-Gillis. Het plein kwam de voorbije weken vaak in het nieuws door oplaaiend geweld en is al lang berucht door de constante drugshandel. De buurtbewoners maken zich zorgen om hun kinderen. MO* ging praten met de mannen die dag in dag uit op het plein rondhangen: wie zijn ze en hoe spelen ze hun spel?
Na amper tien seconden stilstaan op de hoek van het plein spreekt iemand me aan. ‘Wacht twee minuten, mevrouw!’, wordt me in het Frans nageroepen. Er zijn altijd, op elk moment van de dag, zeven dagen per week mensen aanwezig op dit plein om drugs te verkopen. Het is een bizarre situatie.
De overlast op het plein is dan ook niet te onderschatten. De buurt klaagt al jaren over een onveilig gevoel. Explosies en schietpartijen zijn geen uitzondering in de buurt. Toch zijn er overdag vaak kinderen die spelen op de glijbaan of in de fontein. Er zijn een basisschool, een Grieks restaurant en meerdere winkeltjes.
Volgens Jean Spinette (PS), de burgemeester van Sint-Gillis, is de drugshandel op het plein geprofessionaliseerd sinds de coronacrisis. ‘In het begin werden vooral minderjarigen geronseld om drugs te verkopen op het plein, maar dat is veranderd. Nu rekruteren ze mensen zonder papieren.’ Volgens Spinette wordt dat gedaan omdat die makkelijk te overtuigen zijn, ze hebben weinig andere mogelijkheden om te overleven. Daarnaast zijn ze voor de politie lastig te identificeren.
‘Kanonnenvoer’
Youness* is 25 jaar oud en komt uit Agadir, Marokko. Zijn vader is daar veiligheidsagent. ‘Hij verdient 3000 dirham per maand, dat is ongeveer 300 euro. Als ik hier twee tot drie shiften draai, heb ik dat ook verdiend.’
Youness zou liever geen drugs verkopen, vertelt hij. Maar zijn moeder kreeg kanker, en hij werd er als oudste zoon op uitgestuurd om in Europa geld te gaan verdienen. Eenmaal aangekomen in Duitsland bleek werk vinden niet zo makkelijk. ‘Ik wilde kapper worden, daar heb ik ook een diploma voor. Maar niemand wou me aannemen. Toen mijn asielvraag werd afgekeurd, zakte de moed mij in de schoenen.’
Youness woont nu in een auto die ergens bij het station geparkeerd staat. Voordien sliep hij soms in de nachtopvang, maar meestal in metrostations. Op zijn voorarm heeft hij een tattoo: ‘Mom’ en ‘Dad’, met een hartje ertussen.
De mensen met wie ik spreek, zijn uitgeprocedeerd en mogen dus niet werken in België. ‘Het is stelen of dealen’, vertelt Chinwi*. Ook hij komt uit Marokko. Hij is 35 en woont al sinds zijn vijftiende in België, maar werd nooit geregulariseerd. Volgens hem is het beter om drugs te verkopen dan mensen te bestelen. Een man komt naar hem toe en vraagt iets in het Arabisch. Chinwi haalt een rolletje cash onder de band van zijn onderbroek vandaan en geeft de ander zo’n honderd euro.
De 26-jarige Mehdi*, ook uit Marokko, stopt mij een Kinder Bueno toe tijdens ons gesprek. Wanneer ik bedank, vraagt hij of ik koffie wil of een blikje frisdrank. Mehdi wil het liefst terug naar Marokko. ‘Het is een prachtig land als je geld hebt’, vertelt hij. Hij wil hier niet blijven. ‘De mensen hier zien ons niet graag komen, dat merk ik ook. Als ik met dit werk een paar duizend euro heb gespaard, ga ik terug.’ Met het geld wil Mehdi zijn eigen kapperszaak openen in Marokko.
Dat de realiteit nooit zwart-wit is, wordt in deze gesprekken almaar duidelijker. Volgens burgemeester Spinette zijn Youness en co vogels voor de kat. ‘Deze kerels zijn slachtoffers, maar eveneens een deel van het probleem. Ze zijn vaak zelf gebruikers, worden gerekruteerd met de belofte van snel geld en daarna gebruikt als kanonnenvoer. Het is echt uitbuiting.’
‘We mogen ook niet goedgelovig zijn’, waarschuwt Spinette. ‘Ook zij lopen zwaarbewapend rond in de wijk. Ze worden meegesleurd in een circuit en worden er uiteindelijk deel van.’ Youness biedt mij een lijntje cocaïne aan. Ik sla het, net als de Kinder Bueno, vriendelijk af.

© Justine Corrijn
Slaaf van de baas
Youness legt de werking van de verkoop uit. Volgens hem zijn er altijd vier mensen actief op het plein. Drie mensen hebben de rol van ‘guetteur’, wachter. Ze staan elk op een andere hoek van het plein en staan op de uitkijk. Als er politie op komst is, roepen ze codewoorden zoals ‘akha’. Dan is de vierde man gewaarschuwd. Hij is de ‘sacoche’ en draagt de goederen bij zich. Als hij het codewoord hoort, stopt hij de drugs snel weg. Onder een bank, tussen afval op straat, achter het wiel van een auto of in het deksel van een vuilnisbak.
Er zijn dagshiften, van 1 uur ’s middags tot 1 uur ’s nachts, en nachtshiften, van 1 uur ’s nachts tot 1 uur ’s middags. Voor dit werk krijgen de mannen zo’n 100 tot 150 euro per shift.
Een man op een plooifiets komt langsgereden. Hij kijkt wat ongemakkelijk om zich heen en vraagt dan aan Youness waar hij hier wiet kan krijgen. In minder dan dertig seconden is de transactie voorbij en verdwijnt de plooifiets weer uit beeld. Het cliënteel bestaat volgens Youness vooral uit Belgen. Tijdens een shift wordt ongeveer vierduizend euro bijeengeraapt, vertelt hij.
Chinwi vindt het werk zelf vreselijk, vertelt hij. ‘Wij riskeren ons leven elke keer opnieuw, gewoon om te kunnen eten. Het is een heel stresserende job. Als het niet de politie is die ons aanpakt, dan zijn het andere mensen hier op het plein. Of de baas zelf.’ Mehdi vertelt dat hij eigenlijk de hele tijd bang is wanneer hij werkt. ‘Ik voel het in mijn hart, een soort van angst, omdat je niet weet wat er kan gebeuren deze nacht.’
Tijdens ons gesprek zijn er drie politiepatrouilles gepasseerd. Altijd met bivakmuts tot over de neus en politiehond bij de hand. Een jongen met een Supreme-tasje wordt gefouilleerd. Mehdi haalt zijn telefoon tevoorschijn, opent Snapchat en begint de interventie te filmen. ‘Als je aan de baas kunt bewijzen dat de drugs door de politie zijn afgepakt, dan weet hij dat wij ze niet gestolen hebben, en dan komen we niet in de problemen.’
Over die baas willen de mannen niet veel kwijt. Wel vertelt Chinwi over zijn eigen gevoelens tegenover de man hogerop in de hiërarchie. ‘Voor hem zijn wij vervangbare pionnen. Er zijn genoeg mensen zonder papieren in Brussel om deze taken uit te voeren. Als ons iets overkomt, ligt hij daar niet wakker van. Maar wij, wij hebben geen keuze. We zijn zijn slaven.’
Burgemeester Spinette maakt een gelijkaardige opmerking. ‘Ze worden misbruikt, als slaven binnen het drugskapitalisme. Wanneer er oorlog gevoerd wordt om grondgebied, zijn zij degene die de kogels opvangen.’ Het geweld bereikt volgens Spinette ongeziene hoogten. ‘Mensen worden bewerkt met ijzeren staven, neergestoken en teruggevonden met kogels in hun hoofd. Ik denk dat deze mannen ook niet meer uit het netwerk kunnen stappen zonder gewelddadige gevolgen.’
Het is een warme dag in juni en Mehdi speelt met wat kinderen in de fontein, het ziet er bijna hartverwarmend uit. Dan zie ik hoe hij een fles zeep bovenhaalt en zijn haren begint te wassen. De kinderen vragen ook om zeep en maken er bellen mee. Als nog niet duidelijk is dat Mehdi dakloos is, zou je denken dat ze een familie vormen, die er op een warme lentedag voor kiest om af te koelen onder de sproeiers van het Bethlehemplein.

© Justine Corrijn
Ruimte terugnemen
Volgens Spinette kan het probleem effectief worden aangepakt. Maar daar is veel voor nodig. Allereerst moeten de drugsnetwerken aangepakt worden. ‘Zolang de drugsbazen nog aanwezig zijn in de wijk, blijven ze mensen aanwerven. Het is als brandnetels in de lente’, vergelijkt Spinette. ‘Als je de wortels niet uittrekt, komen ze steeds weer terug.’
Daarnaast is het beleid omtrent mensen zonder papieren niet daadkrachtig genoeg, vindt Spinette. ‘Het moet óf een regularisatie zijn met een begeleid integratietraject, assimilatie óf een terugkeer. Maar hen zo laten aanmodderen, zodat ze uiteindelijk vermoord worden in een drugsoorlog, dat is vreselijk.’ Volgens de burgemeester zou Sint-Gillis er baat uit kunnen halen als deze mensen geregulariseerd zouden worden. ‘Dan zouden ze werk kunnen doen dat nuttig is voor de samenleving, in plaats van drugs te dealen.’
Het zijn natuurlijk oplossingen van lange adem. Ook op korte termijn ziet Spinette mogelijkheden. Volgens hem is er nood aan preventie bij de opvangcentravoor asielzoekers. ‘Ze moeten gewaarschuwd worden voor dit soort netwerken.’ Hij pleit ook al jaren voor meer politieaanwezigheid en bescherming. ‘We moeten de ruimte terugnemen’, zegt Spinette. ‘We moeten meer culturele activiteiten organiseren, horeca steunen en winkels openen. We moeten een duidelijk signaal geven: het Bethlehemplein is voor de wijk, de bewoners en de kinderen, niet voor het dealen van drugs.’
Ik vraag aan Chinwi wat de gemeente zou kunnen doen om de overlast in te perken. Hij kijkt me bedenkelijk aan. ‘Ze zouden het misschien wat meer groen kunnen maken ofzo. Maar ik denk eerlijk gezegd dat er geen makkelijke oplossing bestaat. Het is een structureel probleem. Als we niet op dit plein zitten, dan wel ergens anders.’ Volgens hem moeten problemen bij de oorzaken aangepakt worden. ‘Dat de politie ons telkens weer arresteert, tien uur lang vasthoudt en weer laat gaan, is weinig effectief. Wij zijn erg vervangbaar voor de baas.’
Spinette is duidelijk: ‘Ik ben verantwoordelijk voor de veiligheid, en dat is voor mij momenteel het belangrijkste. Ik denk dat je streng moet zijn zonder je sociaal bewustzijn te verliezen. De wet is de wet en daar houd ik me aan.’
‘Ik wil een mooie toekomst’, fluistert Youness me toe. Hij wil graag de liefde vinden en kinderen krijgen, het liefst een dochtertje. Chinwi wil graag kok worden, of dakdekker. Legaal werk uitvoeren zou hij alleszins fijn vinden. Zijn allergrootste droom is om zijn moeder nog eens te zien. Mehdi wil terug naar Marokko. Hij vindt het te koud in België, zowel het klimaat als de mensen.
Ik krijg harcha toegestopt, een Marokkaans gebak dat naar rozenwater smaakt. Chinwi is duidelijk: ‘De jongens op het plein zijn eerder slachtoffers dan criminelen. We willen dit werk niet doen, maar staan voor onmogelijke keuzes. We moeten overleven.’
*De drugsdealers in dit artikel kozen een fictieve naam.
Word proMO*
MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in