‘We willen alle gelovigen weer op het juiste pad brengen’

Reportage

Mauritanië in dialoog met salafisten

‘We willen alle gelovigen weer op het juiste pad brengen’

Met dialoog en bemiddeling slaagt de Mauritaanse overheid erin om de invloed van moslimextremisten in te dijken. In een explosieve regio als de Sahel lijkt dat een waar succesverhaal. Toch blijft de invloed van de salafisten groot en vormen raciale en sociale ongelijkheden een vruchtbare voedingsbodem voor extremisme.

Mauritanië: De jihadi-vrije uitzondering

In de Sahel blijft Mauritanië als enige land gespaard van jihadistische invallen en grootschalig geweld. Het contrast met buurland Mali is gigantisch. Daar woedt al bijna dertien jaar oorlog tussen de Toeareg-rebellen en de overheid. In vier reportages schetsen we hoe Mauritanië een dam probeert op te werpen tegen het oprukkende jihadisme en de spiraal van geweld.

Dit is aflevering 3: Mauritanië in dialoog met salafisten: ‘We willen alle gelovigen weer op het juiste pad brengen’.

De sereniteit in de kale studio botst met het bruisende karakter van Ksar, een volkse wijk van Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië. Buiten claxonneren auto’s en brengen verkopers hun waren al roepend aan de man of groeten ze een bekende luidruchtig. Binnen lijkt dat getier tot een andere wereld te behoren. Met een lachje sluit Khadijetou de deur van de studio.  

Gehurkt op een tapijt en gehuld in een zwarte boerka luisteren Aïda en Maïmouna aandachtig naar het kabbelende geprevel van Khadijetou. Het gezoem van de ventilator ondersteunt zachtjes haar ritmische betoog over de kernwaarden van de islam.

‘Ik bied een alternatief discours aan, en toon stelselmatig aan waarom jihadisten dwalen. We willen alle gelovigen terug op het juiste pad brengen.’ Khadijetou is dan ook een Mourchidate. In de Maghreb en de Sahel verwijst die term naar vrouwelijke religieuze leiders die in moskeeën, scholen en gevangenissen weerwoord bieden aan radicale predikers.

In Mauritanië zijn de Mourchidates opgenomen in een groot project van de overheid om via dialoog en verzoening de salafistische invloed in te dijken. In de jaren ‘90 gingen immers veel Mauritaanse mannen in Saudi-Arabië studeren. Daar werden ze beïnvloed door het wahabisme of salafisme, een radicale stroming binnen de islam.

‘Ik wijs gelovigen op het feit dat je volgens de Koran ongelovigen niet moet afslachten, maar met woorden moet proberen te bekeren’
Kahdijetou, Mourchidate

Die mannen keerden terug met extremistische religieuze opvattingen en zakken vol geld. De invloed van deze salafisten groeide razendsnel. In 2005 waren er zelfs jihadisten betrokken bij een staatsgreep. In de jaren erna vlogen veel van hen in de gevangenis.

Eén van die veroordeelden was de man van Aïda. ‘Tijdens een gevangenisbezoek ben ik Khadijetou tegengekomen. Voor mij was het een lastige periode. Mijn man zat in de bak en ik moest noodgedwongen bij mijn zus leven. Op aangeven van Khadijetou heb ik de leer van de islam grondig bestudeerd. Dat heeft mijn visie op religie fundamenteel gewijzigd.’

‘Ik wijs gelovigen op het feit dat je volgens de Koran ongelovigen niet moet afslachten, maar met woorden moet proberen te bekeren’, vertelt Kahdijetou. ‘En dat de overheid niet onze vijand is.’

In plaats van de jihadi’s te martelen of ter dood te veroordelen, ging de Mauritaanse overheid in 2010 het gesprek met hen aan. Die dialoog lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen. Terwijl in buurland Mali vorig jaar meer dan 200 jihadistische aanslagen plaatsvonden, dateert de laatste terreuraanslag op Mauritaanse bodem al van 2011. Het lijkt een succesverhaal, maar is het dat ook?

Khadijetou is een Mourchidate, een vrouwelijke religieuze leider die in moskeeën, scholen en gevangenissen weerwoord biedt aan radicale predikers.

Geweld lost niets op

‘Vredevol samenleven is de kern van de islam’, zegt minister Talib Kheyar Cheikh Maleinin. ‘Het zit zelfs in de manier waarop we elkaar begroeten. “Salaam Aleikum” betekent letterlijk “Vrede zij met u.”’ We zitten in zijn kantoor van het ministerie voor de Zakat, een verplichte religieuze aalmoes en één van de vijf pijlers van de islam. Voor Cheikh Maleinin moet de islam conflictvrij zijn.

Cheikh Maleinin is een aanhanger van het soefisme. Die mystieke, spirituele stroming binnen de islam stond traditioneel erg sterk in Mauritanië. De soefistische visie op geloof is van oudsher minder orthodox, geweldloos en laat meer ruimte voor persoonlijke interpretatie.

‘Salafisten zijn extremisten. Enkel ongeleerde gelovigen hangen die stroming aan. Helaas zijn die talrijk en was er nood aan een sterke reactie. Maar geweld kan nooit iets oplossen, dus zijn we het gesprek aangegaan.’ Cheikh Maleinin was zelf nauw betrokken bij de onderhandelingen met de salafistische gedetineerden.

Naar aanvoelen van de minister is die dialoog succesvol verlopen. ‘38 van de 50 gevangenen hebben het hele traject met glans doorlopen. Zij zijn dus vrijgelaten. We hebben hen ook dadelijk aan werk geholpen, zodat ze makkelijk een normaal leven konden opbouwen.’

Zo’n bemiddeling lijkt te werken om de greep van het salafisme op de samenleving te verzwakken. Het is echter nog maar de vraag of de Mauritaanse overheid geen hoge prijs heeft moeten betalen om de extremisten van het toneel te doen verdwijnen. Als ze al verdwenen zijn.

Mediastunt

Aan de rand van Nouakchott werken bouwvakkers met ontblote rug zich in het zweet. Het gedreun van drilboren houdt niet op. De stedelijke expansie resulteert in een wildgroei van nieuwbouwblokken die steeds dieper in de woestijn worden neergepoot.

Toch zijn de wegen nog niet tot hier doorgetrokken. Onze taxichauffeur zet ons af in het zand, pal tussen de bouwwerven. Na enkele telefonische aanwijzingen van Eby Ould Zeidan bereiken we te voet zijn woning.

‘Die dialoog met de jihadisten was een mediastunt’
Soefigeleerde Eby Ould Zeidan

De soefigeleerde ontvangt ons in het salon van zijn huis dat hij uit veiligheidsoverwegingen zelden of nooit verlaat. Dat betekent niet dat hij zich tijdens het gesprek zal inhouden. Hij verheft meermaals zijn stem, en dat is niet enkel om het gedreun van de drilboren te overstijgen.

‘Die dialoog met de jihadisten was een mediastunt. De salafisten zijn niet bestreden, maar net opgenomen in de staatsinstellingen. Dit heeft allesbehalve geleid tot een tolerante islam’, roept Ould Zeidan uit, terwijl hij heftig met beide armen zwaait.

Volgens de soefigeleerde waren de extreme stromingen, zoals het salafisme, beter georganiseerd dan het soefisme. ‘Door de steun van de Golfstaten konden salafisten al snel politieke invloed verwerven in Mauritanië, terwijl de lokale soefileiders te versplinterd en nooit slagkrachtig waren. Maar vanaf de eeuwwisseling gingen de salafisten te ver. Hun terreuraanslagen deden het gezag van de staat eroderen.’ Dus werd het tijd om een deal te sluiten.

Deal

Ook Marc-Antoine Pérouse de Montclos, de Franse onderzoeker en auteur van meerdere boeken over het jihadisme in de Sahel, maakt gewag van zo’n overeenkomst. ‘Na de dood van Osama bin Laden in 2011 werden in zijn huis in Pakistan documenten gevonden. Eéntje handelde over een non-agressie-verdrag met Mauritanië.’

‘De Mauritaanse overheid zou Al Qaeda financieel gesteund hebben in ruil voor een vrijwaring van jihadistische aanslagen op hun grondgebied. Maar we weten niet of dat verdrag ooit werkelijk is gesloten.’ Het is ook niet toevallig dat Abou Hafs, de voormalige nummer drie van Al Qaeda en Mauritaniër, sinds 2017 onder huisarrest in Nouakchott staat.

Toch denkt Pérouse de Montclos dat Mauritanië als islamitische republiek per definitie minder aantrekkelijk is voor jihadisten. ‘Mauritanië is het enige land in de regio waar de sharia al van kracht is. Het is weliswaar een relatief milde variant, zonder barbaarse praktijken zoals stenigingen. Bovendien genieten Mauritaanse theologen veel krediet binnen de islamitische wereld. Die kennis spelen ze uit door te zeggen dat zij van de jihadisten geen lessen hoeven te ontvangen.’

Maar voor Ould Zeidan is die pragmatische houding niet meer dan schone schijn. ‘Zolang ze geen aanslagen plegen in Mauritanië krijgen de salafisten alle ruimte om hun visie op de islam door te drukken. De overheid speelt hoog spel. Kijk naar Mali, daar sloten de Toearegrebellen bij het begin van hun opstand tegen de overheid in 2012 een verdrag met jihadistische groepen als JNIM. Maar ze kregen er al snel spijt van toen ze beseften dat ze een monster hadden gebaard.’

Het dreunende boorgeluid op de achtergrond wordt heftiger waardoor Ould Zeidan zijn stem nog meer verheft. ‘De salafisten spelen ook als geen ander in op sociale en economische grieven. Zij weten welke groepen in de samenleving vatbaar zijn voor hun discours en in welke wijken zij hun religieuze opium het snelst aan de man kunnen brengen.’

(Het artikel gaat verder na onze leestips)

Wraak van witte Moren

Om te weten te komen wie er juist tot die kwetsbare groepen behoort, staan we op een woensdagochtend te wachten aan de Chinese ambassade. Althans dat denken we toch.

‘Nee, je staat aan de oude Chinese ambassade. Je moet bij de nieuwe zijn. Wacht, ik kom je oppikken’. Aan de telefoon maakt de 68-jarige advocate en mensrechtenactiviste Fatimata M’baye duidelijk dat ze nog niets aan gedrevenheid heeft ingeboet.

‘In Mauritanië verhindert de suprematie van één etnische groep het vredevol samenleven’
Mensenrechtenactiviste Fatimata M’baye

Als oprichtster van de Association Mauritanienne des Droits de l’Homme (AMDH) is M’baye een levend begrip in Mauritanië. Sinds 2006 is ze zelf voorzitster en zet ze mee de bakens uit.

De nabijheid van de kantoren van AMDH en de nieuwe imposante Chinese ambassade is symbolisch voor de contrasten van dit land. Langs de ene kant willen grootmachten als China en de Verenigde Staten wat graag profiteren van de aanwezige bodemrijkdommen. Die bezorgen de Mauritaanse economie sinds een aantal jaar een flinke groeispurt. Anderzijds profiteert lang niet iedereen van die economische vooruitgang. Die kloof voltrekt zich veelal langs oude raciale scheidingslijnen, waarbij AMDH strijdt tegen die hardnekkige etnische discriminatie.

‘In Mauritanië verhindert de suprematie van één etnische groep het vredevol samenleven. Enerzijds is er de discriminatie van de zwarte Moren, de Haratin door de witte Moren, de Beidan’, vertelt M’baye. ‘De Haratin hebben Afrikaanse roots en zijn vaak afstammelingen van voormalige slaven. Daarnaast is er ook discriminatie ten opzichte van andere Afrikaanse gemeenschappen, zoals de Peul en Soninké.’

M’baye neemt ons geestdriftig mee naar het ontstaan van de AMDH. ‘Dat was in 1991 toen de Mauritaanse overheid tal van zwarte burgers, veelal Peul en Soninké, het land uitzette. Dat was raciale wraak voor de oorlog met Senegal, die toen net was afgelopen.’

Die oorlog was drie jaar voordien losgebarsten als gevolg van grensgeschillen en het feit dat Mauritanië meer aanleunde bij de Arabische wereld, terwijl Senegal onder Franse invloed bleef.

Na het einde van de gewelddaden in 1991 kwamen die gedeporteerden terug naar Mauritanië. ‘We noemen hen les revenants, de teruggekeerden. Maar zij, noch hun kinderen, hebben ooit papieren gekregen, en zijn nog steeds illegaal. Geraak dan maar eens aan werk. Bovendien belandden ze in de arme wijken van Nouakchott waar de staat volledig afwezig was. Er waren geen scholen, geen ziekenhuizen, niets. En als er al een school was, dan konden de ouders de boeken niet betalen.’

In diezelfde periode kwamen ook de Mauritaniërs uit de Golfstaten terug, met in hun koffers het salafisme en een smak geld. M’baye zag hoe de jonge Mauritaanse salafisten in het vacuüm van de staat doken.

‘Zij bouwden scholen en ziekenhuizen in die wijken. Aan de vooravond van het schooljaar klopten ze bij de armste families aan. Ze overhandigden enveloppes vol geld en zeiden “Kijk, nu kun je zowel schoolboeken als eten kopen”. Tegelijkertijd bouwden ze massaal moskeeën, want wie hier een gebedshuis neerpoot, krijgt een plekje in het paradijs. Dat had tot gevolg dat veel Haratin zich bekeerden tot het salafisme.’

Advocate en mensrechtenactiviste Fatimata M’baye

Geen veiligheid zonder herverdeling van de welvaart

Nog steeds zijn volkse wijken als Ksar en Basra de voornaamste broeihaarden van salafistische activiteiten. ‘Ik werk enkel in deze perifere wijken. In het centrum van Nouakchott is er geen nood aan deradicalisering’, vertelt Khadijetou.

Ook Aïda en Maïmouna hebben het zeker niet breed. Maïmouna vertelt dat ze haar gezin met 70 ouguiya per week moet onderhouden. Dat is nog geen 2 euro. De enige onbedekte lichaamsdelen van Maïmouna zijn haar zwarte handen. Die verraden dat ze alvast niet tot de klasse van de witte Moren behoort.

Volgens M’baye laten veel vrouwen in die volkse wijken hun handen nooit ontbloot. ‘Ook al is het veertig graden, dan nog dragen ze leren handschoenen. Op de markten vind je die zelfs in babyformaat. En waar wij in Mauritanië traditioneel kleurrijke hoofddoeken dragen, zie je daar enkel zwarte chadors. Die streng religieuze mentaliteit overheerst. Wanneer meisjes zich er niet naar schikken, riskeren ze ten prooi te vallen aan straatgeweld.’

Het succes bij de Haratin van sommige bekende salafistische predikers, zoals Mohamed Sidi Yahya, is dan ook amper tegen te gaan zonder een eerlijkere herverdeling van de welvaart.

‘Zolang er geen werk voor de jeugd in de arme wijken is, zal het jihadisme een gevaar blijven. Want eens ze werk hebben, nemen jongeren vaak afstand van het jihadisme, uit schrik om hun loonzekerheid te verliezen’, vertelt Ould Zeidan.

Mentaliteitswijziging van lange adem

Met gevaar voor eigen leven blijft Ould Zeidan die kritiek uiten op Facebook. ‘Ik krijg meerdere doodsbedreigingen omdat ik een rode lijn overschrijd. Binnen voel ik mij veilig, maar ik ga enkel nog buiten als het echt moet. Tegenwoordig heb je online trouwens toch meer impact.’

Die rode lijn ontdekken we tijdens ons bezoek aan het ministerie voor de Zakat. Op de punten van kritiek die Ould Zeidan ons had ingefluisterd, reageert vooral de secretaris van Cheikh Maleinin erg korzelig. ‘Van wie weet je dat? Wie heeft jullie dat verteld?’ We antwoorden niet, maar drinken ongemakkelijk van de mierzoete thee, die plots wat bitterder smaakt.

Net als voor Ould Seida is ook het werk van Fatimata M’baye nooit vanzelfsprekend geweest. ‘Pas in 2005, veertien jaar na ons ontstaan en na meerdere gevangenisstraffen, is de AMDH erkend door de overheid. Nu tolereren ze ons. Maar het blijft een werk van lange adem. De broodnodige mentaliteitswijziging voltrekt zich erg langzaam.’

‘Uiteindelijk blijven we voortdoen tot er geen enkele discriminatie meer bestaat. Aan het eind van de dag zijn wij allemaal inwoners van Mauritanië, kinderen van de woestijn.’

Logo van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in