Achille Mbembe: ‘Het museum van de 21ste eeuw moet zichzelf hervormen of de deuren sluiten’

Analyse

Omgaan met een donker verleden

Achille Mbembe: ‘Het museum van de 21ste eeuw moet zichzelf hervormen of de deuren sluiten’

standbeeld van Leopoel II in Oostende

In 2023 lanceerde het Oostendse stadsbestuur een traject voor een artistieke reflectie aan het ruitersstandbeeld van Leopold II. Maar het nieuwe stadsbestuur schrapte die plannen vorige zomer.

standbeeld van Leopoel II in Oostende

In 2023 lanceerde het Oostendse stadsbestuur een traject voor een artistieke reflectie aan het ruitersstandbeeld van Leopold II. Maar het nieuwe stadsbestuur schrapte die plannen vorige zomer.

De sporen van het Belgisch koloniaal verleden blijven zichtbaar in publieke ruimtes en musea. Kunst kan ons helpen om dat verleden te verwerken, maar ook de musea moeten daarin een rol spelen.

Het was geen doorsnee zomerbries die vorig jaar door de Koninklijke Gaanderijen in Oostende woei, maar een politieke storm. Het Oostendse stadsbestuur schrapte immers de plannen voor een kritisch kunstwerk bij het ruiterstandbeeld van koning Leopold II.

Net geen honderd jaar speurt de bronzen vorst op zijn paard aan de Drie Gapers de kustlijn af. De Belgische koning, die in 1885 Congo als privégebied inlijfde, bouwde met de opbrengsten die hij uit het land haalde onder meer de Koninklijke Gaanderijen. Hij verhief zijn geliefde Oostende tot koninklijke badstad. ‘Oostende mag Leopold II dankbaar zijn voor wat ooit de Koningin der Badsteden was’, reageerde een Oostendenaar enthousiast in een socialmediabericht over het geschrapte kunstproject.

De vorst werd door de broers Courtens in 1931 in brons vereeuwigd en, samen met de “dankbaren”, op een zuil geplaatst. Een eerste beeldengroep “dankbaren” zijn Oostendse vissers en staan rechts onder Leopolds paard. Maar links ervan staat ook een groep “dankbare” Congolezen. Het zijn zij die de prijs betaalden voor Leopolds gulle investeringen in de badstad.

In 2004 zaagde de actiegroep de stoeten Ostendenoare een hand af van een van de Congolese figuren in het standbeeld. Een duidelijke verwijzing naar de grootschalige mishandeling en genocidale praktijken die in Congo onder Leopolds exploitatie plaatsvonden. Het ruiterstandbeeld werd een plaats van protest tegen de verheerlijking van de Belgische kolonisatie.

In 2023 lanceerde het Oostendse stadsbestuur uiteindelijk een traject waarbij verschillende kunstenaars een artistieke reflectie konden ontwerpen.

‘We moeten ophouden met te denken dat een kunstenaar een ruimte kan dekoloniseren. De kunstenaar kan een gebaar maken, maar de duurzaamheid van dat gebaar ligt in handen van politici.’
Sammy Balloji, visueel kunstenaar

Na een publieke bevraging stemden Oostendenaars in 2024 voor een werk van Hew Locke, een Brits beeldhouwer en hedendaags kunstenaar die opgroeide in Guyana. Maar het nieuwe stadsbestuur schrapte die plannen vorige zomer dus, omdat er volgens schepen van Inspraak Judith Ooms (Vooruit Plus) te weinig aandacht was geweest voor “de ruimere groep Oostendenaars”.

Zo’n artistieke reflectie is nochtans een vaak beproefde methode op plaatsen die verwijzen naar een pijnlijk en controversieel verleden. Waar een naambord of standbeeld verwijderen ook de sporen van dat verleden wist, kan deze aanpak dat verleden net herinterpreteren.

Ook visueel kunstenaar Sammy Baloji deed de Oostendenaars een artistiek voorstel voor het omstreden ruiterstandbeeld. Eerder plaatste hij op de Antwerpse Scheldekaai zijn monumentale sculptuur The Long Hand. Daarmee wijzigde hij op een blijvende manier het stadsbeeld.

Hij koos als locatie bewust de plek waar de eerste boten uit België naar Congo vertrokken, en waar ze gevuld met grondstoffen uit de kolonie weer aanmeerden. Zijn werk benadrukt de historische en hedendaagse band tussen de Antwerpse haven en de Congolese havenstad Muanda.

Op het falen van het kunsttraject in Oostende reageert hij weinig verrast. ‘We moeten ophouden met te denken dat een kunstenaar een ruimte kan dekoloniseren. De kunstenaar kan een gebaar maken, maar de duurzaamheid van dat gebaar ligt in handen van politici. Als de politici van Oostende dingen willen veranderen, dan zal dat gebeuren. Als ze dat niet willen, verandert er simpelweg niets.’

Artiesten betrekken

Ook musea struikelen al wel eens over initiatieven waarbij ze kunstenaars inschakelen om de historische erfenissen aan te pakken.

Bij de heropening van het vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren in 2018, kreeg een kunstwerk van Aimé Mpane een centrale plaats in de Grote Rotonde. Op de plaats waar de als erfgoed beschermde vergulde beelden van de Belgische beeldhouwer Arsène Matton de kolonisatie verheerlijken, moest zijn kunstwerk in de vorm van een houten hoofd voor een kritische reflectie zorgen. Baloji opperde in MO* toen al bedenkingen bij die aanpak. Er was volgens hem meer nodig dan een kunstwerk.

Baloji vroeg zich af of de artiest betrokken was bij de herinrichting van de permanente publieke zalen, of dat zijn werk als een los element toegevoegd was aan de ruimte. ‘In dat laatste geval wordt de ongelijkheid tussen kunstwerk en erfgoed nog eens vergroot. En dat is zeker in Tervuren het geval, waar het gebouw zelf zijn geschiedenis draagt, en waar ook nog eens een interne strijd woedt tussen wetenschappers die neutraliteit claimen en museummedewerkers die een maatschappelijke positie willen innemen’, stelde hij toen kritisch vast.

Dat vonden ook verschillende bezoekers. De kritische reacties volgden elkaar snel op. Een VN-werkgroep was na een bezoek in 2019 niet mild en buisde de federale instelling voor de omgang met haar eigen koloniale verleden.

Baloji kreeg gelijk. Mpane werd een tweede keer ingeschakeld. Het museum gaf hem een nieuwe opdracht, met meer vrijheid. Dit keer voorzag Mpane de beelden in de rotonde van zestien semi-transparante doeken met hedendaagse reflecties. De overlapping van de beelden zorgt voor een visueel contrast dat wat minder aan de verbeelding overlaat.

Maar het AfricaMuseum blijft een plaats waar het geladen koloniale verleden voor verdeeldheid zorgt. Vorig jaar vertrok het hoofd van de publiekswerking nog, ontgoocheld in de vernieuwde visie van het museum. ‘Ik verliet het museum omdat ik vaststelde dat mijn visie niet meer paste bij de vernieuwde visie en missie van het museum, namelijk een kenniscentrum zijn over Sub-Saharaans Afrika’, schreef Tine Geunis na haar vertrek in het cultuurblad Rekto:Verso.

‘Met die “vernieuwing” wordt het museum immers nog verder gereduceerd tot een promomiddel voor een voorbijgestreefde grootheidswaanzin. Toch blijf ik overtuigd van het potentieel van de instelling en de rol die het in de toekomst kan spelen.’

Congolese cultuurvoorwerpen die in Belgisch bezit kwamen tijdens de koloniale periode.

Congolese cultuurvoorwerpen die in Belgisch bezit kwamen tijdens de koloniale periode.

Museum als plaats van reflectie

Het museum moet een plaats van reflectie zijn, vinden de initiatiefnemers van het jongerentraject Kakungu Incubator. Dat project wordt georganiseerd door Yaya Yaba Leki, een agentschap dat organisaties helpt bij het ontwikkelen van inclusieve en antiracistische strategieën, en 11.11.11, in samenwerking met het MAS.

Trekker Don Moussa Pandzou nam de afgelopen weken de groep jongeren mee langs musea en museumdepots. Ze praatten over de oorsprong van de vele objecten en artefacten die tijdens de koloniale periode op oneerlijke manier naar België werden gebracht. ‘Deze objecten, gevangen in een problematisch verleden, zijn een belangrijk startpunt om met jonge mensen te praten over identiteit, geschiedenis en een gedeelde toekomst’, zegt Pandzou.

‘Toen ik voor het eerst achter de schermen van onze Belgische musea kon kijken, deed het iets met mij’, ondervond medeorganisator Sachka Vincent van 11.11.11. ‘De koloniale periode is goed gedocumenteerd. Er is zo veel materiaal waarvan ik slechts een klein deeltje gezien heb. En dat was soms confronterend. Maar toegang krijgen tot die depots is veel waard.’

Ze merkt dat die ervaring ook iets met de jonge deelnemers aan het traject doet. ‘Een federaal instituut als het AfricaMuseum is niet altijd het meest toegankelijke. De procedures zijn voor jongeren ietwat hoogdrempelig, dus faciliteerden wij dat voor hen.’ Alleen is het niet onhaalbaar, weet ze, maar het gaat soms iets makkelijker bij een stedelijke instelling, zoals het MAS, ‘waar je makkelijker de verantwoordelijke kan contacteren.’

De verantwoordelijke voor de collectie in het MAS is conservator Afrika Els De Palmenaer. Ze wacht geduldig op de Kameroense filosoof Achille Mbembe die nog even op de foto gaat met enkele jongeren en een exemplaar van zijn boeken signeert.

De professor in geschiedenis en politiek is een invloedrijk postkoloniaal denker en gelooft ook dat de maatschappelijke rol van een museum vandaag anders moet zijn dan in de voorgaande eeuw.

Bovendien is hij de grondlegger van de necropolitiek. Dat is een theorie over hoe sociale en politieke macht gebruikt wordt om te bepalen hoe sommige mensen mogen leven en hoe anderen moeten sterven. Boeken als Kritiek van de zwarte rede (2013) of De aarde als gemeenschap (2025) zijn dan ook allesbehalve lichte weekendlectuur.

Onderzoek

Dat Achille Mbembe, na het ophalen van de Spinozalens 2025 in Den Haag, langskomt in het MAS is niet toevallig. Het museum heeft immers net een rapport klaar. In Over herkomst en toekomst. Onderzoek naar Congolees erfgoed vanuit Belgisch-Congolees perspectief staan nieuwe inzichten over de Congolese cultuurvoorwerpen die tijdens de Belgische koloniale periode in handen van de stad Antwerpen terechtkwamen.

Belgische en Congolese onderzoekers onderzochten voor het MAS de herkomst van drie sleutelstukken op basis van zowel geschreven historische bronnen als hedendaagse Congolese getuigenissen. De drie stukken behoren tot de 3000 Congolese cultuurvoorwerpen die in koloniale context uit Congo zijn ontvreemd en in bezit kwamen van de stad Antwerpen. Voor amper drie objecten bleek dat proces best veel tijd te vragen.

Er werd slechts een tipje van de ijsberg blootgelegd, maar toch kan het de rol van musea veranderen, concludeert De Palmenaer. ‘De inzichten uit het onderzoek vormden de basis van een vernieuwde publiekswerking.’ In de expo Vracht werd de opstelling Koloniale haven bijgewerkt. Bezoekers krijgen vandaag meer duiding bij gestolen erfgoed, de rol van de Antwerpse haven wordt scherper belicht en de drie sleutelstukken uit het onderzoek kregen een prominente plaats.

Mbembe bezocht de geactualiseerde opstelling Vracht en zag verandering. ‘Musea spannen zich vandaag in om niet enkel een huis van bewaring te zijn. Meer dan ooit moet het een plaats van reanimatie zijn. Zeker als relaties dodelijk, of verwondend waren’, zegt Mbembe. Daarmee verwijst hij naar dat koloniale verleden waar de objecten en artefacten getuige van zijn. ‘Het museum moet een plaats voor genezing zijn, niet alleen voor verzorging.’

De rol van een hedendaags museum is volgens Mbembe noodgedwongen anders dan hoe die in de 19de eeuw beoogd werd. ‘Het museum van de 21ste eeuw moet zichzelf hervormen, of moet de deuren sluiten.’

Achille Mbembe tijdens een gesprek met jongeren over musea en het herstel van het koloniale verleden.

De Kameroense filosoof Achille Mbembe gaat in het MAS in gesprek met Belgische jongeren over musea en het herstel van het koloniale verleden.

Kunst in de broekzak

Alyson Mubenga is 28, werkt als kinderverzorgster en bekent dat ze nooit eerder naar een museum ging. Maar tijdens haar opleiding sociaal werk leerde haar docent, Don Moussa Pandzou, haar op een andere manier naar het heden en het verleden kijken. Ze hoorde over die vele objecten die in onze Europese musea getuige zijn van ons koloniaal verleden. ‘Ik had nooit eerder gehoord over restitutie (teruggave van, of vergoeding voor de geroofde objecten aan de landen of gemeenschappen van oorsprong, red.)’, lacht ze. Toen Pandzou haar warm maakte voor het jongerentraject dat hij met zijn organisatie Yaya Yaba Leki lanceerde, tekende ze in, niet goed wetend wat haar te wachten stond.

Door deel te nemen aan het jongerentraject kijkt ze nu anders naar de publieke ruimte, maar ook naar musea. ‘Veel objecten in Belgische musea zijn verbonden met mijn eigen roots, met mijn identiteit als kind van Congolese ouders. Ik heb geleerd dat het een startpunt van reflectie kan zijn.’ Mubenga’s tocht langs koloniale archieven en museumdepots had iets helend, waardoor haar relatie tot musea misschien wel voorgoed veranderd is.

De 7 zielen van Antwerpen van de Antwerps-Congolese kunstenaar David Katshiunga is een van de nieuwe elementen in Vracht en maakt wat los bij Mubenga. Katshiunga hoort het graag. ‘Mijn kunst is niet noodzakelijk politiek. Ik vertrek vanuit wat me raakt. En als Belgisch-Congolees raken de verhalen uit de Congolese geschiedenis me.’ Sabo, Bitio, Isokoyé, Manguesse, Binda, Mangwanda en Pezo zijn de zeven Congolezen die tijdens de wereldtentoonstelling van 1894 in Antwerpen stierven.

Voor Dochter van de Dekolonisatie, het boek van Nadia Nsayi leverde Katshiunga het coverbeeld, maar het boek zelf zette hem ook aan om meer rond het thema te werken.

Ook Sachka Vincent is gevoelig voor kunst. ‘Kunst helpt om met de sporen van het koloniale verleden om te gaan, maar het zal het verleden niet genezen’, reageert ze op de uitspraak van Mbembe. ‘Kunst maakt misschien wel deel uit van een weg naar genezing, maar echt herstel betekent voor iedereen iets anders. Ook voor gemeenschappen in de voormalige kolonies. Je kan ook niet alles genezen’, vreest ze. ‘Maar kunst neem ik mee in mijn broekzak en haal ik boven als ik het nodig heb.’

Deze analyse werd geschreven voor de MO*special over artistieke vrijheid en democratie.
Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

speciale editie artistieke vrijheid

MO*special over artistieke vrijheid en democratie

Tags