‘Mijn droom om geneeskunde te studeren is niet meer mogelijk, maar deze online lessen hebben nieuwe interesses aangewakkerd’

Analyse

Online VDAB-cursussen omzeilen het verbod op onderwijs voor Afghaanse meisjes

‘Mijn droom om geneeskunde te studeren is niet meer mogelijk, maar deze online lessen hebben nieuwe interesses aangewakkerd’

Een Afghaans meisje zit aan een tafel te studeren
Een Afghaans meisje zit aan een tafel te studeren

Het Afghaans middelbaar en hoger onderwijs zijn na de machtsovername van de Taliban van vijf jaar geleden niet meer toegankelijk voor meisjes en vrouwen. Maar een groep tienermeisjes kon in het geniep online VDAB-cursussen volgen op het platform Sahar. Besparingen bij de VDAB maken het vervolg er van evenwel onzeker.

Vijf jaar geleden liep ze nog gewoon school en had ze net haar derde middelbaar afgewerkt. Maar toen de extreem-islamistische Taliban de Afghaanse hoofdstad Kaboel innamen, veranderde alles voor Zahra Ahmadi. Ze werd een van de 2,6 miljoen meisjes voor wie de schoolpoort sloot.

‘Op mijn vijftiende was het mijn plan om mee te doen aan het ingangsexamen geneeskunde’, zegt Ahmadi. Maar die droom moest de toenmalige tiener opbergen. Onder de Taliban werd Afghanistan het enige land ter wereld waar meisjes geen secundair of hoger onderwijs mogen volgen.

Op medische beroepen en leerkrachten na zijn ook de meeste beroepen voor vrouwen verboden. Maar omdat vrouwen enkel door vrouwelijke dokters kunnen worden onderzocht, en medische scholing voor vrouwen niet langer toegelaten is, wordt toegang tot medische zorg steeds moeilijker. De instroom van vrouwelijk medisch personeel is gestopt en die van vrouwelijke leerkrachten is door het verbod op secundair en hoger onderwijs eveneens stilgevallen.

Vertaalde VDAB-cursussen

‘Officieel is er voor mij geen onderwijs meer, maar ik ben niet gestopt met leren’, vertelt Ahmadi in uitstekend Engels. Ondertussen is ze twintig en wist ze het middelbaar toch af te maken, clandestien op een informele school. ‘In het begin was ik heel bang, maar de drang om te leren was groter dan de angst.’

Een diploma leverde het haar niet op. ‘Naar de universiteit kan ik sowieso niet, maar mijn honger om te leren bleef groot’, gaat ze verder. ‘Mijn leraren boden de online lessen van Sahar aan. Dankzij die lessen heb ik nieuwe interesses ontdekt, zoals die voor programmeren.’

Sahar is een online leerplatform dat vertaalde VDAB-cursussen aanbiedt. ‘De leerkrachten van mijn informele klas gaven me een login en wat uitleg. De cursussen zijn opgezet als zelfstudie, maar omdat mijn internetverbinding te zwak was, filmde ik op school een computerscherm met mijn gsm. Vervolgens zocht ik een rustige plek om de leerstof op eigen tempo te studeren’, legt Ahmadi nog uit.

Zo werkte ze de negen aangeboden cursussen af. ‘Ik ontdekte dat ik graag programmeerde, maar de cursus op Sahar was een basisintroductie en bood geen verdieping. Een vriendin vertelde me dan over een andere onlinecursus programmeren in html, en onlangs vond ik er nog een voor Python (een andere populaire programmeertaal, red.). Maar Sahar was een belangrijke eerste stap richting iets nieuws.’

Via een VDAB-cursus ontdekte de twintiger een nieuwe passie en zocht ze voor zichzelf een weg naar meer leeraanbod.

Ook de 19-jarige Nahina Hosseini verwerkte de VDAB-cursussen thuis op haar telefoon. Dat was niet altijd makkelijk, bekent ze. ‘Maar ik heb echt zaken geleerd waar ik vroeger geen weet van had.’ Hosseini wou eveneens ooit dokter worden. ‘Ik droomde van die witte jas waarmee ik levens zou redden. ‘Maar ik blijf leren en grote dromen hebben voor mijn toekomst. Sahar houdt die dromen in leven.’

Beeld van een laptop met ervoor een volgeschreven schrift

Van nul herbeginnen

Het is niet toevallig dat cursussen van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding bij jonge vrouwen in Afghanistan belanden.

Toen op 15 augustus 2021 de Taliban de Afghaanse hoofdstad Kaboel introkken, wist Razia Arefi dat ze niet langer veilig was. Vier dagen lang probeerden Arefi en haar collega’s van de Belgische vrouwenrechtenorganisatie Moeders voor Vrede de luchthaven te bereiken. In de chaotische dagen na de val van Kaboel evacueerde het Belgische leger en de FOD Buitenlandse Zaken met operatie Red Kite 1434 personen. Razia Arefi was een van hen. Na vele bange uren liet ze haar thuisland met een bloedend hart achter.

Arefi stond dertien jaar aan het hoofd van Moeders voor Vrede, dat medische centra voor vrouwen uitbaatte en alfabetiseringsklassen en Engelse les voor meisjes en vrouwen inrichtte. Net voor de vlucht werkten zij en haar collega’s nog hard aan de oprichting van een studentenhome voor vrouwen.

Na de evacuatie kregen ze bescherming in ons land. Arefi leerde snel Nederlands en vond ook snel een nieuwe job. Hoewel niet langer professioneel zet ze zich nog steeds vrijwillig in voor de projecten van Moeders voor Vrede. Die initiatieven moesten na de machtsgreep van de Taliban van nul worden heropgebouwd.

Wat kan je als vrouwenrechtenorganisatie nog betekenen in een land waar meisjes en vrouwen uit het publieke en maatschappelijke leven verbannen zijn?

Volgens een rapport van Unicef gingen er in 2024 van de naar schatting 6,27 miljoen Afghaanse meisjes tussen 7 en 18 jaar oud 3,8 miljoen (ongeveer 61 procent) niet naar school. Dat zijn ten minste 2,6 miljoen adolescente meisjes tussen 13 en 18 jaar oud, waarvan voor 1 miljoen van hen dit een rechtstreeks gevolg van het verbod op secundair en hoger onderwijs is. Elk extra jaar dat het verbod op onderwijs voor meisjes van kracht blijft, voegt ongeveer 250.000 meisjes aan deze getroffen groep toe. Dat betekent dat tegen 2030 meer dan 2 miljoen meisjes hier rechtstreeks door getroffen zullen worden.

Geheime klassen

De impact van het verbod op onderwijs is maatschappelijk en economisch rampzalig, individueel is het dramatisch. Hoewel voor de machtsovername door de Taliban de onderwijskansen voor meisjes en vrouwen in Afghanistan al erg laag waren, is elke poging om tienermeisjes wat bij te brengen vandaag illegaal en dus bijzonder risicovol.

Toch worden er her en der clandestiene leerkansen aangeboden. In geheime klassen, of aan de hand van onlinecursussen, vormt een kleine groep tienermeisjes een geheim verbond tegen het leerverbod.

Het Belgische Moeders voor Vrede heeft heel voorzichtig ook dergelijke klassen geopend, legt Arefi uit. In vier groepen van vijfentwintig tieners werden de voorbije schooljaren wiskunde, chemie, biologie, fysica, taal, Engels en informatica aangeboden. Zahra Ahmadi en Nahina Hosseini waren leerlingen in die klassen, maar een officieel diploma kregen ze niet.

‘De Taliban zijn enkele keren op bezoek geweest,’ vertelt Arefi, ‘maar ons netwerk is sterk waardoor we telkens op voorhand verwittigd werden. De leerlingen en leerkrachten deden alsof er koranlessen werden gegeven. Die worden wel nog getolereerd.’

Het vergde moed om de weg naar school af te leggen. Dat weet Arefi goed. Een dag voor ons gesprek werden nog 42 schoolkinderen verwond door een handgranaat die ontplofte aan een schoolpoort. ‘In Dasht-e-Barchi,’ zucht ze, ‘de buurt waar ook wij onze klassen organiseren.’

Behalve die levensbedreigende risico’s werkt het ontbreken van een vervolg op deze clandestiene klassen heel demotiverend voor veel leerlingen, maar ook voor hun ouders. Het aanbod van de VDAB om een deel van de cursussen toegankelijk te maken voor Afghaanse meisjes, kwam dan ook niet ongelegen.

Een klaslokaal met Afghaanse meisjes, die met hun rug naar de camera, een les volgen.

Ochtendstond

Dat idee groeide bij de VDAB na de publicatie van een interview met Arefi in MO* in 2023. Anton Dimitrov, medewerker van de dienst e-learning, kreeg van hogerop de opdracht om te kijken wat de arbeidsbemiddelaar kon doen.

‘Onze cursussen zijn natuurlijk in het Nederlands en draaien op een platform waartoe we leerlingen in Afghanistan geen toegang kunnen geven. Maar onze partner, het consultancybureau Deloitte, was bereid om naar oplossingen te zoeken.’

Voor de Afghaanse studentes kon een alternatief online leerplatform dienstdoen. Een selectie van VDAB-cursussen kon zo buiten het platform van de organisatie worden overgezet.

De bal ging aan het rollen en Razia Arefi werd vrijwillig coördinator van een online leerplatform dat Sahar werd gedoopt. Sahar betekent ochtendstond in het Dari, het gouden moment net voor de zon opkomt. En met dat hoopvolle gevoel ging ze op zoek naar meisjes die interesse hadden in onlinecursussen in het Engels. Razia Arefi vond snel meer dan honderd Engelstalige, geïnteresseerde en leergierige studentes. ‘Het gaat om leerlingen of oud-leerlingen van onze fysieke klassen, maar ook zussen ervan die het Engels machtig waren, maar geen aanbod meer hadden.’

ICT-cursussen waren heel gegeerd. Sommige meisjes zagen online vacatures voor data-analyse, iets wat ze van thuis uit konden doen, daar bestond dan ook interesse in. ‘Maar ook programmeren, cyberveiligheid of een cursus Excel voldeed aan hun noden.’

Dus zocht het e-learningteam in het bestaande VDAB-aanbod, en voerde waar nodig enkele aanpassingen door. De cursussen moesten ook bij een zwakke internetverbinding voldoende werken en mochten dus niet te zwaar zijn. Een begeleider, zoals bij VDAB gebruikelijk is, kon niet worden voorzien, dus voegden de ontwikkelaars oefeningen toe.

Onzekere toekomst

Met 133 online studenten is het project kleinschalig. Eerder een druppel op een hete plaat. Maar het is een experiment met groeipotentieel, gelooft Arefi. Met de eerste lichting studenten werden verschillende drempels in kaart gebracht, waarvoor steevast oplossingen gevonden werden.

‘Toegang tot internet blijft moeilijk in Afghanistan, in het bijzonder voor meisjes en vrouwen die geen eigen simkaart mogen bezitten. We investeerden daarom in betere internettoegang in onze informele school’, legt Arefi uit. Ook het loginsysteem werd aangepast, zodat meisjes niet noodzakelijk een e-mailadres nodig hebben.

‘De eerste twee cursussen, “programmeren” en “basis analysevaardigheden”, vond ik bijzonder leuk’, glundert Hosseini. ‘Ik hoop dat ik er in de toekomst iets zinvols mee kan doen. Elke nieuwe vaardigheid, elk nieuw woord is een stap dichter bij succes!’

‘Voor ons was het een kleine inspanning, maar naar mijn gevoel wel met een grotere impact dan voor onze gebruikelijke cursisten’, denkt Dimitrov.

Toch is de toekomst van Sahar onzeker nu de VDAB de komende twee jaar minstens 85 miljoen euro moet besparen. De kosten voor Sahar zijn laag, maar bij een grote besparingsoperatie worden ook kleine projecten als dit momenteel in vraag gesteld, bevestigt Dimitrov. ‘Al is het nog even afwachten wat in de toekomst mogelijk is.’

Lies Reynaert, woordvoerster van de VDAB, bevestigt dat het ondersteunen van Sahar in de toekomst gezien de besparingen niet meer mogelijk zal zijn. ‘De VDAB is bevoegd voor het begeleiden van werkzoekenden en werkgevers in Vlaanderen. Het behoort niet tot onze kerntaken om personen in het buitenland te begeleiden. Deze kerntaken zullen bepaald worden in de beheersovereenkomst die de VDAB momenteel onderhandelt met de Vlaamse Regering.’

De negen vertaalde VDAB-cursussen blijven voorlopig beschikbaar en nieuwe studentes kunnen in principe gewoon worden toegevoegd.

Bij Deloitte blijven ze alvast overtuigd van het project en blijven ze bereid hier pro bono tijd aan te besteden. Omdat het platform niet vasthangt aan dat van de VDAB, kan het ook online blijven. Andere inhoud toevoegen, of in de toekomst inzetten op nieuwe leerlingen is daarom niet uitgesloten.

‘Na vijf jaar heb ik geen hoop meer om ooit nog naar de universiteit te gaan. Maar ik wil wel verder leren, ook al is het informeel. Dat geeft me hoop. En plezier’, vat pionier Ahmadi de impact van Sahar samen.

Deze analyse werd geschreven voor de MO*special over onderwijs. Dit extra nummer kwam er in opdracht van de VVOB - education for development.
Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.