Sinds Gezipark is de repressie in Turkije echt goed begonnen

Analyse

Auteurs, journalisten en activisten vechten voor behoud van vrije ruimte

Sinds Gezipark is de repressie in Turkije echt goed begonnen

De zenuwen in Turkije staan opnieuw onder hoogspanning. Gisteren pakte de politie Ekrem Imamoglu op, de populaire burgemeester en tegenstander van president Recep Tayyip Erdogan. Eerder deze week werd de Belgische pro-Koerdische activist en journalist Chris Den Hond bij aankomst op de luchthaven van Istanbul zonder pardon teruggestuurd. MO* sprak met Turken die de democratische principes luidop blijven verdedigen in een democratie die verkruimelt. Zwijgen, zeggen ze, is geen optie.

Het is niet het mooiste park van Istanbul, evenmin het meest geruisloze. De bomen zijn er onlosmakelijk verbonden met de ononderbroken geluiden van een miljoenenstad. Er is geen grashalm die ontsnapt aan de uitlaatgassen van 3,5 miljoen auto’s. Maar het Gezipark is wel het meest symbolische stukje groen van Turkije. Geprangd tussen drukke verkeersaders en stadsvernieuwing zit de betekenis van het park in zijn koppige aanwezigheid. In mei 2013 stonden burgers hier massaal op voor de redding van een bankje in het groen en voor het behoud van hun rechten en vrijheden.

De bomen bleven, maar de Turkse democratie snakt sinds de Geziprotesten almaar meer naar adem. Na 2013 liepen de vredesprocessen met de Koerden uit tot een gewelddadige militaire operatie in het zuidoosten van Turkije. In 2016 luidde de Turkse regering, na een couppoging met honderden doden, de noodtoestand in.

Wat volgde, is een ongeziene repressie door de regering van critici, opposanten en minderheden. Wie kritisch is, wordt de mond gesnoerd.

Eindeloze arrestaties

De avond voor dit schrijven licht mijn telefoon op. Er zijn net drie Turkse journalisten gearresteerd, bericht een sms uit Turkije. De reden: verslaggeving over een corrupte magistraat.

De Turkse rechtbanken draaien op volle toeren. Bekende rechtszaken tegen zakenman Osman Kavala en advocaat-parlementslid Can Atalay zijn het topje van de ijsberg van duizenden zaken van juridisch wanbeheer en politieke bemoeienissen. Dat zeggen ook diverse Europese juridische koepelorganisaties, die hun Turkse collega’s nauwlettend volgen.

Ook vakbondsafgevaardigden worden gearresteerd, onder meer omdat ze zich uitspreken tegen lage en ongelijke lonen. En 24 politici van de pro-Koerdische HDP-partij zitten gevangenisstraffen uit van 9 tot 42 jaar, in wat internationaal geldt als ‘een manifest politiek en onrechtvaardig proces’. Zelfs de Istanbulse burgemeester Ekrem İmamoğlu, de grootste uitdager van de Turkse president en lid van de grootste oppositiepartij, de sociaaldemocratische CHP, hangt een aantal rechtszaken boven het hoofd. Korter gezegd: het is niet moeilijk om vast te stellen dat de Turkse democratie verkruimelt.

De vraag hoeveel slagkracht Turkse prodemocraten vandaag nog hebben, is moeilijker te beantwoorden. De vrije ruimte is ‘niet groter dan een tegel’, is een deel van hun antwoord. Maar de Turken zijn wel wat gewoon.

De beginjaren van Erdoğan

Burhan Sönmez, voorzitter van de internationale schrijversorganisatie PEN, leidt een nomadisch bestaan tussen Cambridge, Istanbul en elders. ‘Bestaat het gevaar dat ik  in Turkije gearresteerd word? Ja. Ben ik bang? Nee.’ Sönmez zegt het eerder gelaten dan stoer, in een laat skypegesprek vanuit Cambridge. De zestigjarige schrijver groeide op in een klein dorp zonder elektriciteit, in een staat die hem wantrouwde om het simpele feit dat hij een Koerd is. ‘De problemen die Turkije vandaag kent, waren er al lang voordat Recep Tayyip Erdoğan in 2001 aan de macht kwam. Gevaar is dus sinds mijn kindertijd deel geweest van het dagelijkse leven.’

‘Als Erdoğan morgen plots zou uitvallen, dan zou het volledige Turkse politieke systeem zichzelf moeten heruitvinden.’
Sebnem Arsu, journaliste

Erdoğan kwam na de woelige jaren ’80 en ’90 aan het roer. Opvallend was hoe hij in zijn beginjaren Turkije met ferme hand naar meer democratisering leidde. Zelfs zijn grootste critici verbloemen dit niet. ‘Een sterke figuur als Erdoğan was nodig’, zeiden de coauteurs van een lijvige en sterk gedocumenteerde biografie over Erdoğan in 2017 aan MO*. ‘Hij was niet alleen een retorisch genie. Hij wilde vooruit, ook met Turkse taboes als de Koerdische en de Armeense kwesties’, vertelde Jean-François Pérouse, een van de twee biografen.

Medeauteur Nicolas Cheviron herinnerde zich het enthousiasme dat hij in die beginjaren van het nieuwe millennium had gevoeld: ‘Erdoğan zorgde voor hervorming na hervorming. Hij bleef zijn kredieten opstapelen.’ Die hervormingen gingen door tot 2007. Maar wel aan een steeds trager ritme, als gevolg van de teleurstelling tegenover de Europese Unie omdat die de onderhandelingen over toetreding stopzette.

Zonder Erdoğans politiek gewicht was er geen AKP geweest, klonk het bij de biografen over de religieuze regeringspartij. ‘Niemand anders dan Erdoğan heeft die gave om de massa’s aan te spreken, niemand kan met hem wedijveren.’ En dat lijkt tot vandaag het geval. De seculiere oppositiepartij CHP mag vorig jaar dan wel de lokale verkiezingen gewonnen hebben in alle grote Turkse steden, ze heeft weinig in de pap te brokken.

Uitdagers voor Erdoğans succes, zoals Ekrem İmamoğlu, krijgen felle tegenwerking. ‘In Beşiktaş, een belangrijk district in Istanbul, werd de lokale CHP-burgemeester net opzijgezet’, zegt Burhan Sönmez. ‘Eerlijk gezegd betwijfel ik of de CHP in staat is om die politieke overwinning van vorig jaar te verzilveren.’

Journaliste Sebnem Arsu, correspondente voor Der Spiegel vanuit Istanbul, erkent de onmacht van lokale CHP-burgemeesters. ‘Maar het grootste probleem van de oppositiepartijen is hun onvermogen om zich te verenigen, wat de extreemrechtse partijen net wel doen.’ Als Erdoğan morgen plots zou uitvallen, dan zou het volledige Turkse politieke systeem zichzelf moeten heruitvinden, zegt Arsu. ‘Hij heeft zo lang een onuitwisbare stempel gedrukt op de Turkse politiek.’

Gezi als eerste nederlaag

De neergang van een onafhankelijke rechtstaat in Turkije begon al in 2012-2013 met de beruchte processen tegen Ergenekon, de ‘Diepe Staat’, een vermeend complot om Turkije omver te werpen. Erdoğan zag toen al, zo zeggen waarnemers, spoken.

Maar met de Geziprotesten in 2013 volgde een tweede spook dat Erdoğan blijft achtervolgen: de massa die nee zei. Gezi was immers meer dan één plek. Naast de vreedzame demonstraties in het Gezipark in Istanbul waren er de ‘Gezi’s’ buiten de hoofdstad, die heviger waren en naar opstand roken. Miljoenen Turken demonstreerden in heel Turkije, het burgerkarakter kreeg een politieker gezicht.

Voor Erdoğan was het allemaal doorgestoken kaart. ‘Gezi was zijn eerste en grootste nederlaag, het breekpunt van zijn alomvattend succes. Hij is dat nooit meer te boven gekomen’, zegt Sönmez daarover. ‘Om de zoveel tijd haalt de Turkse president de Geziprotesten aan in zijn speeches.’

Zelfs nu nog, na twaalf jaar, lopen processen tegen mensen die deelnamen aan Gezi, zegt de Turkse directrice voor Amnesty International Ruhat Sena Akşener. En dat illustreert perfect de nieuwe vorm van staatsrepressie, legt ze uit. ‘De jaren ’80 en ’90 kenmerkten zich door de aanhouding van duizenden politieke activisten, martelingen, door gedwongen verdwijningen ook. Dat staalharde fysieke geweld kennen we nu veel minder. Maar vandaag zien we repressie tegenover een hele brede waaier van mensen. Je kan voor een peulschil worden opgepakt. We zijn er niet uit wat het ergste is: de jaren ’90 of vandaag.’

Retroactieve rechtspraak

De aard van mensenrechtenschendingen en de boodschap erachter is veranderd, zegt Ruhat Sena Akşener. ‘Nu, in 2025, zien we schendingen van mensenrechten op basis van juridische premisses, nieuwe wetten en amendementen. Wetten over antiterreur, openbare orde, vereniging en media hebben onze burgerlijke vrijheden aan de ketting gelegd.’ Eenmaal op de radar als andersdenkende ben je “opposant” en loop je het risico op een juridische aanklacht.

Op het moment dat dit magazine verschijnt, begin maart, vindt de eerste hoorzitting plaats in de rechtszaak van een bekende mensenrechtenverdedigster, Nimet Tanrıkulu. Zij zit al sinds eind november in de cel op beschuldiging van lidmaatschap van een terroristische organisatie. Een aanklacht die op niets meer steunt dan haar aanwezigheid op Koerdische mensenrechtenacties in 2013 en 2014, jaren waarin de vredesprocessen liepen tussen de regering en de Koerdische PKK. Openbaar aanklagers gaan dus retroactief te werk.

Dat bevestigt ook journaliste Sebnem Arsu. ‘Er was een opening in de vredesdialoog over het langdurige conflict tussen de Koerden en de Turkse regering, tot de gesprekken faalden. Niet alleen Tanrıkulu, ook journalisten die toen verslag uitbrachten over Koerdische strijders worden tot vandaag beschuldigd vanwege “banden met terrorisme”.’

Geen gerechtigheid

Amnesty International Turkije zag zijn eigen directeur, Taner Kiliç, en andere mensenrechtenactivisten, beticht van linken met terreurorganisaties in 2017. Ze werden uiteindelijk vrijgesproken in 2023. Ergens zegevierde het recht dan toch? ‘Gerechtigheid die er pas na vijf jaar komt, is niet echt’, reageert Ruhat Sena Akşener. ‘Hij zat een jaar in de cel voor niets en werd daarna uit zijn burgerrechten ontzet. Het was van in het begin duidelijk dat hij zou worden vrijgesproken, omdat er geen enkele grond was voor die aanklacht.’

‘Ik ben soms bang, dat wel. Maar mijn geweten is groter dan de drang mijn rug te keren als ik onrecht zie. Ik wil kunnen slapen.’
Ruhat Sena Akşener

In de laatste Index van Persvrijheid van Reporters Without Borders steeg Turkije van plaats 164 naar 158. Een kleine verbetering? ‘Dat is maar een getal’, reageert journaliste Sebnem Arsu laconiek. ‘Persvrijheid kan je niet meten met cijfers over gedetineerde journalisten of aanslagen. Het gaat over zoveel meer: de juridische beperkingen, de staatsincorporatie van de media, lopende rechtszaken tegen journalisten, intimidaties waardoor journalisten stoppen, gestuurde haatspraak op sociale media. ‘Journalisten krijgen ook te maken met fysiek geweld dat onbestraft blijft’, zegt Arsu.

Ze herinnert aan de brutale groepsaanval tegen Levent Gültekin, een journalist voor Halk-TV, twee jaar geleden. Ondanks duidelijke beelden op de beveiligingscamera’s werden alle verdachten vrijgelaten wegens “gebrek aan bewijs”. De boodschap is duidelijk, zegt Arsu. ‘Potentiële geweldplegers krijgen te horen dat ze vrij spel hebben, kritische journalisten weten dat ze niet beschermd worden.’

Ze zullen doorgaan

Hoe houden mensen vol? Zelf noemt Sebnem Arsu zich, als correspondente in Istanbul voor een gevestigde internationale krant, bevoorrecht tegenover haar collega’s in het zuidoosten van het land. ‘Ik denk ook dat we allemaal voorbij het punt van dagelijkse angst zijn. Ik vertrouw op mezelf en blijf doen wat ik doe: degelijke journalistiek met een maatschappelijke meerwaarde.’ Natuurlijk zijn er uitdagingen, zegt ze. ‘Maar niets is ernstiger dan achterblijven in een samenleving die geen vragen meer stelt.’

De dochter van Ruhat Sena Akşener is veertien en heeft geen idee dat het anders kan, zegt ze. ‘Ik heb zelf betere dagen en openheid gekend in de verlichte jaren ‘2000, wat wellicht mijn persoonlijke motivatie is. Ik ben soms bang, dat wel. Maar mijn geweten is groter dan de drang mijn rug te keren als ik onrecht zie. Ik wil kunnen slapen.’

Burhan Sönmez vindt de vele dikker wordende rode lijnen om te spreken lastig, maar wil er niet naar handelen. ‘Integendeel. We moeten meer en luider spreken over zogenaamde gevaarlijke zaken. Als wij intellectuelen – journalisten, schrijvers, mensenrechtenverdedigers – niet spreken, wie zal het dan wel doen? Wie zal de samenleving herinneren aan de principes van solidariteit en vrijheid?’

Zodra de schrijver kan, zoekt hij in Istanbul het Gezipark op. Het is ‘zijn spiegel van de Turkse democratie’. ‘De parkgrond is gevoed met het bloed van acht jonge mensen omdat ze opkwamen voor wat groen. Maar ik zie hoe de bomen die hun zielen dragen, standhouden. Die bomen markeren de schoonheid van dit smalle parkje, verbeelden de hoorbare adem van een stad en zijn bewoners.’

Deze analyse werd geschreven voor MO*155, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.