Is de overheid te vertrouwen?
Turkije opent de deur voor Koerden in ballingschap
)
Honderden betogers kwamen op straat in Dyarbakir, in het zuid-oosten van Turkije, om de vrilating te eisen van PKK-leider Abdullah Öcalan.
© Zuma press
)
Honderden betogers kwamen op straat in Dyarbakir, in het zuid-oosten van Turkije, om de vrilating te eisen van PKK-leider Abdullah Öcalan.
© Zuma press
Door een nieuwe wet kunnen Koerden in ballingschap onder voorwaarden terugkeren naar Turkije. Het gaat om mensen die de Turkse overheid vervolgt vanwege vermeende banden met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Ook Koerden die om diezelfde reden in Turkse gevangenissen vastzitten, komen in aanmerking om vrijgelaten te worden. ‘Kunnen we de Turkse overheid vertrouwen of is dit opnieuw een manoeuvre om Koerden te gebruiken met hoop?’
De Koerdische filmmaker Rasem Aşan zat tijdens een onderzoek naar lidmaatschap van de PKK een jaar in de gevangenis. Omdat het proces zo lang op zich liet wachten, lieten ze hem weer vrij. Maar toen hij in 2012 alsnog veroordeeld werd en terug naar de gevangenis moest, besloot hij om Turkije te verlaten.
Aşan vertelt het terwijl hij in hartje Brussel van zijn thee nipt. ‘Gevangenschap is verschrikkelijk. Omdat het proces zo lang uitbleef, had ik nog hoop toen ik dat jaar in de gevangenis zat. Maar als je daar jaren moet zitten, zonder hoop op vrijlating, krijg je een ander gevoel, het angstaanjagendste gevoel ter wereld. De mens wil vrij bewegen en denken. Als je dat afneemt, word je hulpeloos. Hulpeloosheid is het moeilijkste.’
Opgesloten in kampen
Aşan belandde meermaals in de gevangenis, voor het eerst in 2001. Hij was achttien en Turkije voerde al jaren een gewapende strijd tegen de PKK. Die verzetsbeweging ontstond in de jaren 70 als reactie op de onderdrukking van de Koerden in Turkije.
Nadat de Turkse autoriteiten haar leider Abdullah Öcalan hadden opgepakt, kondigde de PKK in 1999 eenzijdig een staakt-het-vuren af. Het geweld tussen beide partijen nam daarna tijdelijk af, maar de repressie tegen Koerden, vooral in het zuidoosten van Turkije, hield aan. De Turkse autoriteiten arresteerden Koerden zonder duidelijke aanklacht en hielden ook minderjarigen vast. Mensenrechtenorganisaties spraken van disproportioneel geweld.
In Beytüşşebap, een district in het zuidoosten van Turkije, zag Aşan er de gevolgen van. Nadat een landmijn een Turkse soldaat doodde, ontruimde het leger Koerdische dorpen. Volgens de mensenrechtenvereniging İHD blokkeerden militairen voedsel en martelden ze bewoners. Het Turkse leger verdreef 600 tot 700 mensen uit hun dorpen. Ze leefden in tenten, zonder voldoende gezondheidszorg en onder slechte omstandigheden, aldus de İHD.
‘Het Turkse leger was op zoek naar PKK-leden’, vertelt Aşan. ‘De autoriteiten verdachten dorpelingen ervan hen onderdak en voedsel te geven. Mensenrechtenorganisaties bezochten de kampen, maar bewoners durfden uit angst niets te vertellen. Ik kon dat onrecht niet aanzien en begon voor iedereen te spreken. Ik zei dat ik wilde dat we een normaal leven konden leiden. Daarna vroeg ik me meteen af waarom ik dat zei.’
Aşan vreesde voor zijn veiligheid en sloot zich aan bij een delegatie van de İHD. Bij een controlepost in Şırnak namen agenten hun documenten, aantekeningen, videobanden en foto’s in beslag. Ook Aşan hielden ze aan. ‘In de gevangenis martelden ze mij met elektriciteit, hingen me op en sloegen mij. Ik verloor mijn naïeve geloof in het systeem. De staat verloor mij.’
Öcalan kan niet vrijkomen
De wet ‘inzake de versterking van nationale solidariteit en de maatschappelijke integratie’, ook wel de Kaderwet genoemd, biedt voor het eerst een wettelijke basis voor de terugkeer en re-integratie van mensen die volgens de Turkse staat betrokken waren bij de PKK en/of de Groep van Gemeenschappen (KCK), een Koerdische politieke koepelorganisatie die zich baseert op de ideeën van PKK-leider Öcalan.
Het gaat over mensen die door de Turkse autoriteiten verdacht werden van, of veroordeeld werden voor, het leiden van, lidmaatschap van, steun of financiering aan, en het maken van propaganda voor de PKK of KCK. De wet kan lopende onderzoeken en straffen vijf of tien jaar opschorten, afhankelijk van de ernst van het misdrijf of de straf. Pleegt iemand in die periode geen nieuw “terreur gerelateerd” misdrijf, dan wordt de zaak geseponeerd. Zware misdrijven, zoals moord, komen niet in aanmerking, net zomin als misdrijven van voor 1 juni 2005 waarop levenslange gevangenisstraf staat. Zo kan Abdullah Öcalan bijvoorbeeld niet vrijkomen.
Maar vooraleer er iets gebeurt, moet de Nationale Veiligheidsraad (MGK) de ontbinding en ontwapening van de PKK en KCK bevestigen. En de gesprekken tussen de MGK en de PKK lopen nog, zegt Meral Danış Beştaş, parlementslid voor DEM, een linkse, pro-Koerdische partij.
Verbinding met andere mensen
In Brussel vertelt Aşan dat hij zijn familie gevraagd heeft om zijn advocaat naar zijn dossier te laten kijken. Of hij aanspraak kan maken op de nieuwe wet is nog onduidelijk, zegt hij. Als hij kan terugkeren, wil Aşan dat doen als filmmaker en artiest. ‘Ik wil er de dingen kunnen vertellen die ik wil vertellen.’
Hij herinnert zich het dorp waar hij vandaan komt en hoe hij bij de Koerdische beweging terechtkwam. ‘Mijn ouders waren ongeletterd,’ vertelt hij, ‘maar toen ik op school leerde schrijven en rekenen, gingen mijn ogen open. Het traditionele leven sprak me niet zo aan en ik raakte betrokken bij jeugdbewegingen en politieke partijen. We lazen boeken, bekeken films en reisden naar andere steden. Langzaam raakten we verder verwijderd van onze families en de tradities. Ik was jong, dromerig, fantasierijk en avontuurlijk.’
‘Het ging niet per se om Koerdistan, of de bevrijding of het stichten van een eigen land, het ging erom jezelf te bevrijden van je familie en je te verbinden met andere mensen. De Koerdische beweging is een educatieve beweging. Ze zet je aan het denken over de wereld en over hoe je die kunt veranderen.’
Aşan vraagt zich af hoe een terugkeer naar Turkije zou zijn. ‘Moet ik sorry zeggen voor alles? Voor de ideeën die we toen hadden? Sorry dat we toen zo dachten, en dat we nu anders denken? Dat voelt voor mij vernederend.’
‘Wij zijn opgestaan voor idealen,’ gaat hij verder, ‘voor democratisering, voor rechten van minderheden, voor een andere samenleving. Als de Turkse staat die geschiedenis nu benoemt als terrorisme en zegt dat ze ons vergeven en dat we mogen terugkeren alsof er niets gebeurd is, dan doe je geen recht aan die geschiedenis. Dan dood je een generatie en de waarden waar die voor staat.’
Aşan beseft dat twee gemeenschappen elkaar pijn hebben gedaan en dat er mensen zijn gestorven. Maar hij vindt niet dat de Turkse staat zomaar iemand zoals hij – en zo zijn er duizenden –, die veroordeeld werd en naar het buitenland moest vluchten, kan vergeven. ‘Je moet kijken naar waarom wij zijn opgestaan.’
‘En hoe gaat de maatschappij naar mij kijken als ik terugkom?’ Aşan vraagt het zich vertwijfeld af. ‘Als een verrader? En wat betekent dat voor mijn werk? Zullen er, als ik een film wil maken, deuren opengaan omdat ik in het verleden voor mijn idealen streed, of zullen ze mij met argwaan blijven bekijken en mij censureren?’
Repressie is niet verdwenen
Voor de Turkse staat is de PKK een terreurorganisatie die verantwoordelijk is voor de dood van burgers en militairen. Zij ziet de wet dan ook als een stap naar een “terreurvrij Turkije”. En een deel van de Turkse bevolking vraagt zich af of ze de PKK kan vertrouwen?
Voor de Koerdische beweging, vertegenwoordigd door Öcalan en de linkse pro-Koerdische DEM-partij, is het dan weer een opening naar democratische hervormingen en duurzame vrede. Voor hen ligt de nadruk op de omstandigheden waarin het conflict ontstond: genocide op Koerden, onderdrukking van de Koerdische taal en identiteit, en politieke repressie sinds de oprichting van de Turkse staat.
‘Voor ons draait het proces niet om een tijdschema voor vrijlatingen’, zegt DEM-parlementslid Beştaş. ‘Zoals wij altijd hebben benadrukt, streven wij naar democratisering van Turkije, het herstel van de rechtsstaat en een democratische en vreedzame oplossing van de Koerdische kwestie.’
De nieuwe wet komt niet uit het niets. In de afgelopen decennia wisselden periodes van gewapend conflict en harde repressie zich af met pogingen tot toenadering. In 2011 kwam aan het licht dat de Turkse overheid en de PKK in het geheim gesprekken voerden. Tussen 2013 en 2015 volgde een nieuwe, openlijke onderhandelingsronde, maar ook die poging mislukte. Toch versoepelde de Turkse overheid op bepaalde momenten de beperkingen op het gebruik van de Koerdische taal en andere uitingen van de Koerdische cultuur. Sinds oktober 2024 vinden er opnieuw vredesonderhandelingen tussen beiden partijen plaats. In mei 2025 kondigde de PKK dan haar ontbinding aan.

Inwoners van de Koerdische stad Hakkari vieren Newroz, het Koerdische Nieuwjaar. De Turkse overheid versoepelde op bepaalde momenten de beperkingen op het gebruik van de Koerdische taal en andere uitingen van de Koerdische cultuur.
© Andrea Giudice @ Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)
Nu is een nieuwe fase aangebroken. Maar dat betekent niet dat het Koerdische vraagstuk is opgelost. Vandaag zijn Koerdische boeken in winkels te vinden, vieren Koerden openlijk traditionele feesten en klinkt er Koerdische muziek op de radio. De repressie is minder zichtbaar dan vroeger, maar niet verdwenen. De Turkse grondwet erkent de Koerdische taal en identiteit niet, Koerdische regio’s blijven economisch achtergesteld en mensen die zich politiek uitspreken of organiseren of de staat bekritiseren, kunnen daar nog altijd de gevolgen van ondervinden. Dat kan gaan van vervolging en gevangenisstraf, tot het verliezen van een baan of politiek mandaat.
Andere realiteit
Rizgar* is een Belgisch-Koerdische man. Zijn oom zit sinds 2011 vast in een Turkse gevangenis vanwege zijn politieke activisme.
‘Toen ik als kind met mijn familie naar Turkije ging, was mijn oom een twintiger’, vertelt Rizgar. ‘Hij was charismatisch, actief en bekend in de buurt. Hij hield zich bezig met thema’s als identiteit, wie en wat je bent. De Koerdische identiteit is verboden in Turkije, maar mijn oom dacht kritisch na over het systeem en veel jonge Koerden verzetten zich tegen die onderdrukking. Met alle gevolgen van dien.’
‘Mijn oom zit bijna duizend kilometer verwijderd van waar mijn familie woont. Dat is in een van de armste streken van Turkije. Daarom kunnen weinig mensen hem bezoeken. Bovendien wordt de familie alsmaar ouder en kost het veel geld om erheen te gaan. Zo straft de overheid ook de familie.’
‘Het voelt aan alsof hij gestorven is’, gaat Rizgar verder. ‘Uit angst of ontkenning spreekt de familie niet veel over hem. Als je er te veel over praat, kunnen andere mensen in gevaar komen. Sommige familieleden zeggen dat mijn oom in zijn eentje de wereld niet kon redden en dat hij zich koest had moeten houden. Andere familieleden zijn trots. Die dualiteit bestaat. Moet iemand doen alsof onderdrukking niet bestaat en verder leven, of moet je actief zijn?’, vraagt Rizgar zich af.
Na zestien jaar ging Rizgar in 2026 terug naar de plek waar zijn ouders vandaan komen. ‘In de auto zette ik Koerdische muziek op. Luid. Maar mijn neef vroeg om die stiller te zetten’, vertelt hij. ‘Als naïeve Koerd uit Europa zei ik: “Dat mag toch?” Maar hun realiteit is anders. Zij zijn bang.’
Gele zakken
Net als Rasem kijkt Rizgar met belangstelling naar de nieuwe wet. Hij vraagt zich af of die ook echt een verandering zal betekenen voor Koerden in Turkije. ‘Ik denk dat Koerden hoop koesteren en willen geloven in de positieve ontwikkelingen. Tegelijkertijd leven er ook twijfels. Kunnen we de Turkse overheid vertrouwen of is dit opnieuw een manoeuvre om Koerden te gebruiken met hoop?’
Critici vermoeden dat de wet ook een politiek doel dient, namelijk dat president Recep Tayyip Erdoğan de steun van de DEM-partij wil winnen om langer dan twee ambtstermijnen aan de macht te kunnen blijven.
Voor Rizgar staat er meer op het spel dan alleen maar de mogelijkheid om terug te keren. ‘Hoe zal de staat een eeuw van anti-Koerdisch sentiment in de Turkse samenleving veranderen? De overheid voerde jarenlang een discours dat Koerden haat, ontmenselijkt en demoniseert. Dat leeft nog altijd. Zelfs tijdens een banale voetbalwedstrijd gooien supporters gele zakken naar een Koerdische ploeg, als verwijzing naar de gele lijkzakken waarin het Turkse leger gedode PKK-strijders afvoerde.’
‘Hoe gaat de overheid haar eigen bevolking overtuigen dat Koerden geen minderwaardige of minder ontwikkelde mensen zijn, maar gelijke burgers? En wat doe je met de schade die in al die jaren is aangericht, toen het Koerdisch verboden was? Er zijn generaties, waar ikzelf deel van uitmaak, die hun moedertaal zijn kwijtgeraakt. Hebben wij dan recht op onderwijs in onze moedertaal? Zullen wij onze Koerdische identiteit vrij kunnen uiten?’, vraagt Rizgar zich nog af.
Nog geen terugkeer
Wanneer de eerste Koerden daadwerkelijk kunnen terugkeren, blijft onduidelijk. Het collectief The Amarghi schrijft dat volgens Özgür Faik Erol, de advocaat van Öcalan, de Kaderwet rechtstreeks gevolgen zou hebben voor ongeveer 4000 gedetineerden. Daarnaast, zo schrijft The Amarghi nog, zouden zo’n 75.000 mensen in ballingschap, of van wie het proces nog loopt maar niet in de gevangenis zitten, onder de nieuwe wet vallen.
Verschillende stemmen binnen de Koerdische beweging zeggen dat de terugkeer gecoördineerd en in groepen zal verlopen. Dat bevestigt ook DEM-partijmedewerker Evren Çevik. ‘Mijn verwachting is dat de Turkse overheid eerst alle namen zal onderzoeken. De eerste groep zal waarschijnlijk bestaan uit een proefgroep van ballingen.’
Vier subcommissies werken aan de uitvoering van de wet, maar vragen over de procedure en de voorwaarden zijn nog niet beantwoord. Ook de bescherming na terugkeer baart zorgen. Een Koerdische inwoner in Turkije, die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, vreest dat de staat de “terreurvrije” voorwaarden ruim kan interpreteren. ‘Als teruggekeerde Koerden opnieuw politiek actief willen zijn, kan Turkije hen opnieuw als terrorist bestempelen en in de gevangenis zetten. De Turkse staat accepteert het woord Koerd of PKK nog altijd niet’, zegt de man.
In België kijkt de Koerdische beweging alvast voorzichtig vooruit. ‘Mensen vragen elkaar of ze willen, zullen, of kunnen terugkeren. Maar er zijn geen afgewerkte namenlijsten. Er ligt ook zo geen lijst op de tafel waaraan er met de Turkse overheid onderhandeld wordt. Van een echte terugkeer is er dus vooralsnog geen sprake. We praten voorlopig nog enkel over het idee’, zegt Orhan Kılıç, woordvoerder van de Koerdische koepelorganisatie Navbel.
Bitterzoete herinneringen
Na jaren terugkijken naar de plek waar je bent opgegroeid, is voor Aşan heel persoonlijk. Hij neemt nog een slok van zijn thee en keert in gedachten terug naar een dag waarop hij twaalf was.
‘Het was lente. De sneeuw begon te smelten en de rivieren stonden wild. De dorpelingen trokken met de paarden de bergen in om planten te verzamelen om te drogen en soep van te maken. De rivier die we moesten oversteken was diep en donker door de smeltende sneeuw. De paarden wankelden. Mijn moeder hield me stevig vast terwijl ze God om bescherming bad. Toen we het water ingingen, voelde ik hoe koud en sterk het was. Toen we overstaken, keek ik naar beneden. Dat was angstaanjagend.’
Aşan heeft honderden van zulke herinneringen. ‘Ik zie de plekken waar mijn moeder achter me aan liep en mijn vader me riep, waar ik met mijn broer zat te eten, paardreed of ’s avonds in het donker naar een ander huis moest terwijl honden me achtervolgden (lacht).’
En toch is het voor Aşan niet gemakkelijk om aan dat verleden terug te denken. ‘Je maakt grote sprongen in je leven. We verhuisden constant. In de jaren 90 woonde de helft van mijn familie in Beytüşşebap, de andere helft in Mersin. Met mijn moeder reisde ik heen en weer met de bus. In 1999 moesten alle dorpelingen Beytüşşebap verlaten, ook wij. In 2012 kwam ik dan naar België en bouwde ik een nieuw leven op. Mijn leven in Turkije lijkt ver weg, maar zit in mijn herinneringen, zo intens, zo scherp, zo dichtbij. Soms is het niet goed om eraan te denken. Het is bitterzoet.’
*Rizgar is een schuilnaam. Zijn identiteit is bekend bij de redactie.
Lees ook
Word proMO*
MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in



