Waarom Romakinderen vaker uit hun gezin weggehaald worden

Analyse

Kinderbescherming en adoptie in Bulgarije

Waarom Romakinderen vaker uit hun gezin weggehaald worden

Lotte Debrauwer

31 maart 202514 min leestijd

In Bulgarije worden Romakinderen vaker dan andere leeftijdgenootjes uit huis geplaatst. ‘Er is een hardnekkig vooroordeel dat Romaouders niet in staat zijn om voor hun kinderen te zorgen.’ Sterker nog: Romakinderen worden door dat stigma vaker geadopteerd naar het buitenland.

Kinderen ten onrechte in adoptiesysteem

Dit is het tweede artikel van een onderzoeksreeks over interlandelijke adoptie binnen Europa. Uit dit onderzoek door journalisten over de grenzen heen blijkt dat Romakinderen in Hongarije en Bulgarije worden gediscrimineerd en in het adoptiesysteem terechtkomen door stigma, armoede en een gebrek aan ondersteuning voor gezinnen.

Lees ook deel 1: Hoe Hongarije kinderen weghaalt bij arme ouders

‘Wanneer ik een zwaluw word, zal ik altijd zingen en tjirpen.’ Vaski, een blind Bulgaars meisje, zegt het met een glimlach, maar haar situatie is schrijnend. Ze zit in de kamer waar ze vrijwel haar hele leven doorbracht, in een kindertehuis in Mogilino, in het noorden van Bulgarije.

Het zijn de eerste beklijvende beelden van de BBC-documentaire Bulgaria’s Abandoned Children, die in 2007 een storm van verontwaardiging ontketende. Mogilino stond symbool voor de vele kinderen met een handicap die op dat moment in aftandse voorzieningen opgroeiden, weggestopt voor de buitenwereld. De internationale gemeenschap voerde daarop de druk op om kinderen er weg te halen en op te vangen bij pleeggezinnen en familie.

‘Bulgarije heeft echt een enorme vooruitgang geboekt op het vlak van kinderbescherming’, vertelt Dani Koleva van Unicef Bulgarije. Sinds 2010 zijn er veel inspanningen gedaan om het aantal kinderen in de grote voorzieningen naar beneden te krijgen. Er werd een pleegzorgsysteem uitgebouwd en er werd meer ingezet op hereniging met het gezin,  maar de grote voorzieningen werden ook vervangen door kleinere opvangcentra die ingericht zijn als familie-unit. Om dit beleid uit te voeren, kreeg Bulgarije meer dan 100 miljoen euro van de Europese Unie. 

De cijfers zijn spectaculair. In 2010 waren er nog 137 grote voorzieningen. Vandaag zijn er nog 4 open, waar 160 kinderen verblijven. De andere 3000 kinderen zijn verplaatst naar de kleinschalige, familiegeoriënteerde centra. 

Verder wonen 1500 kinderen bij pleeggezinnen en 4000 worden opgevoed door naaste familieleden. Dat lijken misschien grote aantallen, maar België heeft volgens een onderzoek van Unicef net iets méér kinderen in voorzieningen en pleegzorg per 100.000 inwoners dan Bulgarije. Opdracht volbracht, dus? 

Oververtegenwoordigd

De Roma maken ongeveer 10% van de bevolking in Bulgarije uit, maar regionaal vertegenwoordigen ze 30 tot 60% van de kinderen in de jeugdhulp.’ Het is een inschatting van het European Roma Rights Centre (ERRC), dat niet enkel het positieve verhaal van de-institutionalisering wil belichten. Romakinderen en kinderen met een handicap zijn oververtegenwoordigd in de Bulgaarse kinderbescherming. Ze zitten in een kwetsbare positie en hebben een grotere kans om in het systeem terecht te komen, stelt de organisatie.

Om te begrijpen hoe dat komt, organiseerde de Equal Opportunities Initiative Association (EOIA) gesprekken met de Romagemeenschap. Aan het woord is Radostina Angelova, sociologe en hoofdonderzoekster: ‘Romagezinnen hebben weinig vertrouwen in de kinderbeschermingsdiensten. Ze hebben er slechte ervaringen mee en geven aan dat de diensten een negatieve houding hebben tegenover Roma.’

De helft van de Romaouders gelooft dat de kinderbescherming het belang van het kind en het opgroeien binnen de familie niet vooropstellen. Met andere woorden: volgens de ouders worden kinderen uit Romagezinnen te snel weggehaald. 

Armoede

‘De belangrijkste reden voor de scheiding van een kind van zijn ouders in Bulgarije is armoede’, luidt de conclusie van de gesprekken door EOIA. Armoede is ook een van de grote problematieken binnen de Romagemeenschap.

Armoede mag volgens het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties geen reden zijn om kinderen te scheiden van hun ouders.

De ouders geven in de gesprekken zelf aan dat financiële ondersteuning en kwalitatieve huisvesting hen zouden helpen om beter voor hun kinderen te zorgen. Maar volgens sociologe Angelova leeft bij veel mensen én bij overheidsdiensten het idee dat Romagezinnen niet kunnen klimmen op de sociale ladder. ‘Ze geloven simpelweg niet dat die gezinnen, met de juiste begeleiding, wel voor een stabiele thuissituatie voor hun kind kunnen zorgen.’

Armoede mag volgens het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties geen reden zijn om kinderen te scheiden van hun ouders. Bulgarije kreeg bij een rapport van het VN-Kinderrechtencomité in maart 2024 nog de opmerking dat ze dit verbod strikter moeten toepassen. Wanneer een kind zich in een kwetsbare situatie bevindt, moet de eerste respons volgens internationale regels zoveel als mogelijk ondersteuning van het gezin zijn. 

Daar ligt voor Bulgarije nog heel wat werk, zegt Angelova. ‘Ons preventie- en ondersteuningsbeleid staat in de kinderschoenen. De maatregelen om steun te geven aan families, bijvoorbeeld bij werkloosheid, zijn altijd op korte termijn. Maar een familie kan niet volledig uit een gemarginaliseerde positie opklimmen met een tewerkstellingsproject van zes maanden.’  

Een ander issue ligt bij de kwaliteit van de ondersteuning. Het VN-Kinderrechtencomité stelde in zijn aanbevelingen dat sociaal werkers in Bulgarije ‘niet in staat zijn’ om een grondige afweging te maken van het belang van het kind. 

Volgens Dani Koleva van Unicef Bulgarije komt dat omdat er geen standaarden zijn waaraan de sociaal werker moet voldoen. ‘Ze zijn vaak niet gekwalificeerd om de job te doen. Er wordt totaal niet geïnvesteerd in hun vorming. En het blijft een job met een laag loon, die als onbelangrijk wordt gezien, geheel onterecht.’ 

Gebrek aan ouderlijke zorg

In haar jaarrapport 2023 van het ministerie van Sociale Zaken wijst de overheid niet naar armoede of een gebrek aan steun als redenen voor de scheiding van gezinnen, maar naar ‘de onwil van de ouders, hun gezinsgrootte en lage sociale status’.

Zulke ‘onwil’ van ouders of een ‘gebrek aan ouderlijke zorg’ wordt Romagezinnen vaak verweten. Maar volgens kinderrechtenexpert Nigel Cantwell is dit een logisch gevolg van hun marginalisering in de maatschappij. De reactie van de autoriteiten op dit ‘gebrek’ is vaak het weghalen van het kind, eerder dan ondersteuning voor het gezin. 

Om het idee van een “gebrek” bij de ouders te counteren, is discours erg belangrijk, zegt Dani Koleva. ‘Wij proberen termen als ‘verwaarlozing’ en ‘onverschilligheid’ zo veel mogelijk te vermijden. Deze situaties ontstaan doorgaans door een complex samenspel van factoren, niet door een opzettelijke keuze.’

‘Als kinderen geplaatst worden, zijn Romagezinnen vaak niet op de hoogte van hun rechten en hoe ze die kunnen afdwingen’, vult Daniela Mihailova van EOIA aan. ‘Ze kennen bijvoorbeeld de procedure niet om een plaatsing aan te vechten, of reageren pas wanneer de termijn van veertien dagen verstreken is.’ Daarom biedt haar organisatie juridische ondersteuning aan Romagezinnen om hun kinderen terug te krijgen na een onterechte scheiding. 

Andere voorkeur

Wanneer er voor een kind geen permanente oplossing wordt gevonden, kan het op een lijst voor adoptie naar het buitenland terechtkomen. De voorwaarde is dan dat er eerst drie binnenlandse kandidaten het kind weigeren. Maar de lijst met Bulgaarse wensouders is lang: eind 2023 stonden 1697 Bulgaarse ouders op de wachtlijst, tegenover 919 kinderen. Met andere woorden: er zijn meer dan genoeg wensouders in Bulgarije zelf.

Maar niet alle kinderen voldoen aan hun voorkeuren. De cijfers illustreren dat. Tussen 2018 en 2021 had gemiddeld 4% van de kinderen die binnenlands  geadopteerd worden een ‘extra ondersteuningsbehoefte’. Voor adoptie naar het buitenland is dat 37%. Die term verwijst naar broers of zussen die samen geadopteerd worden, kinderen met medische problemen, kinderen ouder dan 6 jaar en kinderen met een ‘belastende achtergrond’, gedragsproblematiek of ontwikkelingsstoornis.

Verschillende bronnen bevestigden aan MO* dat de meerderheid van de kinderen die naar het buitenland geadopteerd worden ook een Roma-achtergrond hebben. Maar het is niet evident voor kinderrechtenorganisaties om dit te bewijzen, omdat er amper officiële data over etniciteit beschikbaar zijn. 

(Het artikel gaat door na de leestip)

Onbegrijpelijk

Vorig jaar werden 160 kinderen uit Bulgarije naar het buitenland geadopteerd. Die kinderen gaan vooral naar de Verenigde Staten, Italië, Spanje en Canada.  In de laatste tien jaar kwamen ook 16 Bulgaarse kinderen naar België. 

Zowel Vlaanderen als Wallonië blijven in de toekomst samenwerken met Bulgarije voor buitenlandse adoptie. Dat vindt Wouter Vandenhole, professor Kinderrechten aan de Universiteit Antwerpen, onbegrijpelijk. ‘Er is gewoon te weinig steun voor gezinnen om samen te blijven. Die kinderen worden echt in het overloopbakje van buitenlandse adoptie geduwd.’

Ook kinderrechtenexpert Cantwell is kritisch. De aanname dat Romaouders niet voor hun kinderen kunnen zorgen, zorgt er volgens hem voor dat die bijna automatisch bij de kinderbescherming en adoptie terechtkomen. ‘Hierdoor blijft een systeem overeind waarin weinig moeite wordt gedaan wordt om discriminatie tegen deze groep te stoppen.’

Strijd om kinderen terug te krijgen

De vier kinderen van Ivan en Maria Petrova* (schuilnaam) uit de Bulgaarse hoofdstad Sofia werden in 2023 door de kinderbescherming bij hun ouders weggehaald. Sindsdien doen de ouders er alles aan om hun kinderen terug naar huis te brengen. 

Het gezin, dat van Roma-afkomst is, woonde bij de ouders van Ivan. In 2022 overleed Ivans moeder en ontstond er een conflict met zijn vader, waardoor het gezin verhuisde naar een tijdelijk onderkomen. Een van de kinderen keerde op eigen initiatief terug naar het huis van zijn grootvader, waar de politie het kind vond. 

De politie nam de jongen mee en plaatste hem in een voorziening van de kinderbescherming in Lesnovo, aan de rand van de stad. Kort daarna haalde de kinderbescherming de andere drie kinderen weg bij hun moeder. Volgens Maria vertelden de medewerkers haar dat ze haar kinderen een uur later zou kunnen ophalen, maar dat bleek niet te kloppen. De rechtbank had namelijk al beslist dat de kinderen drie jaar in de voorziening in Lesnovo moesten verblijven. Ivan en Maria begrepen niet wat er gebeurde en dienden een klacht in. 

Maar die klacht werd afgewezen. Dat ontdekte Andrey Terziyski, de advocaat die door de EOIA werd aangesteld om het gezin bij te staan. De belangrijkste reden voor de afwijzing was dat de klacht één dag na de juridische termijn van veertien dagen werd ingediend, en dat de klacht handgeschreven was. 

De rechtbank stelde dat de kinderen moesten geplaatst worden omwille van de frequente verhuizingen van het gezin, “lage ouderlijke capaciteiten en verwaarlozing”. Ze baseerden zich hiervoor op rapporten van de kinderbescherming. Opmerkelijk is dat de ouders geen oproep ontvingen om voor de rechtbank te verschijnen en dat de beslissingen zonder hun aanwezigheid werden genomen, terwijl de kinderbescherming wél getuigde.

Tijdens de zitting, die voor de kinderen bijzonder emotioneel was, barstte één van hen in tranen uit en riep: ‘Ik wil naar huis!’ 

Advocaat Terziyski betreurt dat de rechtbank de conclusies van de kinderbescherming overnam. ‘Maatschappelijk werkers gebruiken een te starre en procedurele werkwijze, waardoor hun conclusies niet altijd de echte situatie weerspiegelen.’ Vooroordelen over Romagezinnen en armoede beïnvloeden hun werk, zegt hij. ‘Daardoor wordt er amper ingezet op reïntegratie en maken kinderen uit deze gezinnen een groot percentage uit van het totale aantal kinderen onder de zorg van de staat.’ 

Na de plaatsing van hun kinderen volgden Ivan en Maria een cursus ‘om hun ouderlijke capaciteiten te verbeteren’, in de hoop zo de kans op hereniging te vergroten. Advocaat Terziyski drong bij de kinderbescherming aan om het gezin te helpen met een sociale woning. In mei 2024 vonden de ouders uiteindelijk een permanente verblijfplaats, weliswaar op de privémarkt. Daarna heropende de advocaat de zaak, die begin augustus voorkwam. Tijdens de zitting, die voor de kinderen bijzonder emotioneel was, barstte één van hen in tranen uit en riep: ‘Ik wil naar huis!’ 

‘We zijn weer een gezin’

En zo geschiedde. Begin september kwam het verlossende verdict: de vier kinderen moesten met onmiddellijke ingang met hun ouders herenigd worden. ‘We zijn echt heel blij met het resultaat’, reageert Terziyski opgelucht. Volgens de beslissing van de rechtbank hebben de ouders ‘nu wél de wil en de mogelijkheid om voor de kinderen te zorgen en ze op te voeden’.  

Ook voor vader Ivan komt er een einde aan een verschrikkelijke periode: ‘We hebben ons er nooit bij neergelegd dat onze kinderen niet bij ons waren. We hebben gevochten en gewacht, en het wachten duurde lang. Maar we hebben alles gedaan wat ze van ons vroegen: we zijn naar de cursus gegaan, we hebben geknokt om onze kinderen te mogen bezoeken. Nu zijn we weer een gezin.’

Benieuwd naar het verhaal achter dit journalistieke onderzoek?

Freelance journaliste Lotte Debrauwer vertelt openhartig over de moeilijkheden, twijfels en obstakels tijdens dit crossborder onderzoek naar adoptie: lees hier haar verhaal.

Schrijf je in voor de MO*nieuwsbrief Achter het verhaal en je krijgt voor, tijdens of na een onderzoek van MO* als eerste te horen hoe de journalist te werk gaat en waarom.

Reactie van de Bulgaarse overheid

De Bulgaarse ministeries van Sociale Zaken en Justitie stellen in een reactie aan MO* dat de etniciteit of handicap van een kind geen enkel geval een factor geweest is bij de beslissing om een kind uit het gezin te halen. ‘De redenen waarom kinderen het vaakst in de steek worden gelaten of uit gezinnen worden gehaald in Romagemeenschappen of wanneer ze een handicap hebben, zijn complex en hebben vaak te maken met andere factoren.

Enkele van deze factoren zijn analfabetisme en een gebrek aan onderwijs, wat enerzijds de ouderlijke capaciteit maar ook de mogelijkheden om deze te vergroten door middel van ondersteuningsmaatregelen, beperkt.’ Volgens de overheid wordt steeds prioriteit gegeven aan maatregelen binnen de gezinsomgeving. ‘Het plaatsen van een kind buiten het gezin is een laatste redmiddel.’

De overheid stelt in de reactie ook dat ‘biologische ouders volledige informatie ontvangen van sociaal werkers over hun rechten en plichten. Gebrek aan kennis van de wet en analfabetisme mogen geen excuus zijn voor hun passiviteit met betrekking tot het nemen van maatregelen om de ouderlijke capaciteiten te vergroten en adoptie te voorkomen.’

Logo van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in