Hoe de Iran-oorlog de Golfregio hertekent: ‘Het vertrouwen in de westerse bondgenoten is gekelderd’

Interview

Omaans academicus Abdullah Baabood

Hoe de Iran-oorlog de Golfregio hertekent: ‘Het vertrouwen in de westerse bondgenoten is gekelderd’

colage met portret van Abdullah Baabood
colage met portret van Abdullah Baabood

De Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran hebben de woelige regio in lichterlaaie gezet. Een “korte chirurgische ingreep” werd een “eeuwige oorlog” die nog altijd woedt op fronten ver buiten Iran: van Jemen en Libanon tot de voorheen veilige luxehavens van Doha en en Dubai. MO* trok naar Oman en sprak met Abdullah Baabood, een van de weinigen die klaarheid kunnen scheppen in de chaos. ‘Olie mag dan nog een hoge prijs opleveren, maar je koopt er geen veiligheid meer mee.’

‘Hoe denk jij Allah onder ogen te komen in het hiernamaals als je geen witte wijn serveert?’, vraagt Abdullah Baabood aan de bevallige jongedame die onze bestelling opneemt in een shishabar in de Omaanse hoofdstad Muscat. Ze bloost, maar geeft hem lik op stuk: ‘Zorg maar dat jij in het hiernamaals raakt, sheikh!’ 

Die schertsende eretitel voor een wijze oudere man past hem. Dr. Baabood is een vooraanstaand geopolitiek expert uit Oman, het rijke sultanaat aan de zuidoostkust van het Arabische Schiereiland. De minzame zestiger behaalde zijn doctoraat in internationale betrekkingen aan de Universiteit van Cambridge en werkte als hoogleraar en onderzoeker aan talrijke kenniscentra in Azië en Europa.

Als onafhankelijk adviseur van de Omaanse overheid zat hij mee in de cockpit tijdens geheime onderhandelingen waar gezworen vijanden Iran en Israël samen aan tafel zaten. In zijn adressenboek staan zowel EU-commissarissen als Houthi-commandanten en officieren van de Iraanse Revolutionaire Garde.

Hij wijdde zijn carrière aan betere banden tussen de Golfstaten onderling, en met Europa. ’Het was mijn levenswerk om Brussel en de Golf samen te brengen. Maar nu heb ik daar spijt van. Het liep spaak door kortzichtigheid aan beide kanten’, zegt hij, lurkend aan zijn waterpijp. 

Tijdens ons urenlange gesprek fileert Baabood Europa’s gemiste kansen in het Midden-Oosten en de werkelijke kost van de Iran-oorlog voor de Golfstaten. Volgens hem moeten voormalige rivalen toenadering zoeken en een nieuwe verhouding met Iran uitbouwen. De keuzes die de Golfstaten nu maken, bepalen wat uit de as van operatie Epic Fury oprijst: een regio van telkens nieuwe brandhaarden, of een veiligheidsorde die ze zelf vormgeven?

Wat je moet weten om mee te zijn

Israël, de Verenigde Staten en hun Arabische bondgenoten zoals de Verenigde Arabische Emiraten probeerden jarenlang de Iraanse invloed in het Midden-Oosten terug te dringen. Het doel was een nieuwe regionale orde met rijke oliestaten als economische motor, een verzwakt Iran en Israël als bewaker van de Amerikaanse belangen. 

De oorlog tegen Iran moest dat proces versnellen, maar schudde de machtsverhoudingen grondig door elkaar. De blokkade van de Straat van Hormuz legde de kwetsbaarheid van cruciale handelsroutes bloot. Amerikaanse bases en de Abraham-akkoorden (die in 2020 onder de eerste regering-Trump werden gesloten en de banden tussen Israël en de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Marokko normaliseerden, red.) moesten de Golfstaten beschermen, maar maakten hen tot doelwit. Iraanse raketten doorprikten hun imago van veilige luxehavens, waardoor expats en investeerders wegblijven.

De Iraanse bevolking betaalt het gelag, maar het regime komt vooralsnog verhard en zelfverzekerd uit de strijd. Teheran kan de scheepvaart nog steeds ontregelen en houdt vast aan zijn eis voor tolheffing.

De Golfstaten zijn teleurgesteld in de gebrekkige Amerikaanse paraplu en zien het roekeloze Israël als een bedreiging voor hun welvaart. Het besef groeit dat “Iran is here to stay”, en dat toenadering en economische samenwerking meer stabiliteit kunnen bieden.

Baaboud

Abdullah Babood: ‘Oman begrijpt dat geografie niet verandert. Diplomatie met Iran is een strategische noodzaak, maar dat betekent niet dat we zijn acties goedkeuren.’

Tolheffing of dienstverlening?

Welke rol kan Oman spelen in het doorbreken van de patstelling in de Straat van Hormuz? Het land bemiddelt tussen Teheran en Washington en zoekt al maanden een akkoord over het gezamenlijke beheer van de scheepvaart. Maar de gesprekken zitten muurvast.

Abdullah Baabood: ‘Iran wil schepen die door de zeestraat passeren tol laten betalen, maar Oman weigert dat. Teheran wil verregaande controle over de scheepvaart als oorlogsbuit, maar vrije doorvaart op zee is een cruciale pijler van het internationaal zeerecht. Vrijwillige servicekosten voor specifieke diensten zijn wel toegestaan, denk aan het begeleiden van schepen en milieubescherming. Daar is zelfs een sterk argument voor, dat zelden opduikt in het debat.’

Hoe bedoelt u?

Abdullah Baabood: ‘De Perzische Golf is een van de meest vervuilde watermassa’s ter wereld, net omdat een vijfde van de olie- en gasexport er passeert. Naast olievervuiling lozen tankers en containerschepen ballastwater om stabiel te blijven. Dat bevat vaak chemicaliën en zware metalen die het zeeleven aantasten en ook onze watervoorziening bedreigen. Golflanden hebben nauwelijks zoetwater en zijn afhankelijk van de ontzilting van zeewater.’

‘Die vervuiling is een van de grootste crises waarmee deze regio kampt. Vrijwillige dienstvergoedingen volgens het principe “de vervuiler betaalt” kunnen ecologisch herstel financieren, terwijl Iran dat als een overwinning kan verkopen. Bovendien valt het binnen het internationaal recht en bestaan er precedenten: Singapore heeft een fonds voor veilige scheepvaart en milieubescherming in de Straat van Malakka, gefinancierd met vrijwillige bijdragen. Turkije vraagt vergoedingen voor vuurtorens en reddingswerken in de Bosporus en de Dardanellen.’

Oman zweert bij strikte neutraliteit, heeft geprobeerd te bemiddelen om deze oorlog te voorkomen en heeft nauwe culturele en historische banden met Iran. Maar het krijgt veel kritiek van de Amerikanen en de Emirati’s omdat het de lijnen met zijn buurland openhoudt. Waarom is die dialoog zo essentieel?

Abdullah Baabood: ‘Oman begrijpt dat geografie niet verandert. Diplomatie met Iran is een strategische noodzaak, maar dat betekent niet dat we zijn acties goedkeuren.’

‘De Omaanse economie heeft nauwelijks last van de blokkade. Onze belangrijkste oliehavens en containerterminals liggen niet in de Straat van Hormuz. Maar alle andere landen in de regio zijn ervan afhankelijk. Oman wil stabiliteit en draagt al jarenlang een groot deel van de verantwoordelijkheid en de kosten om de zee-engte veilig open te houden. Daar hoort ook bij dat we de gesprekken met Iran gaande houden.’

‘Deze zinloze oorlog heeft vooral rampspoed gebracht, maar misschien heeft hij een positief neveneffect: dat andere Golfstaten beseffen hoe belangrijk bemiddeling is, want wat is het alternatief?’

Khasab

De haven van Khasab ligt op het Musandam-schiereiland, aan de Straat van Hormuz. Vissersboten, traditionele dhows en commerciële scheepvaart delen hier het water in een regio waar lokale economieën en internationale handelsroutes samenkomen.


Het alternatief is dat er steeds nieuwe fronten opduiken, zoals recent in Jemen en Saudi-Arabië …

Abdullah Baabood: ‘Dat hangt samen met de oorlog tegen Iran. Maar er is meer aan de gang. De onderhandelingen tussen de Houthi’s en Saudi-Arabië gingen nergens heen. Sinds het broze bestand uit 2022 zien de Houthi’s zichzelf als overwinnaar, maar het vredesdividend bleef uit. Ze konden hun bevolking niet tonen dat ze de oorlog gewonnen hadden.’

‘Ze kampen met grote economische problemen en krijgen geen ruimte om hun bestuur uit te bouwen in de gebieden die ze veroverden. De sancties blijven van kracht, hun luchtruim is grotendeels gesloten … Ze voelden zich gesterkt en willen hun eigen staat. Zo zien zij het, of wij dat nu willen of niet.’

‘Jemen is dus deels een een nieuw front in het bredere conflict, maar we de Houthi’s zijn niet louter een verlengstuk van Teheran. Ze zijn bondgenoten van Iran, maar ze hebben ook hun eigen agenda en politiek project, geworteld in lokale grieven. Ze nemen hun eigen beslissingen.’ 

‘Nadat de regeringscoalitie in juli samen met Saudi-Arabië de luchthaven van de Jemenitische hoofdstad Sanaa had gebombardeerd (om te voorkomen dat een Iraans vliegtuig er zou landen, red.), vonden ze blijkbaar dat ze actie moesten ondernemen om uit de patstelling te raken. Helaas heeft dat ertoe geleid dat opnieuw een kruitvat in de regio is ontploft.’

Waarom riskeerde Saudi-Arabië nog een conflict terwijl de hele regio al in brand stond?

Abdullah Baabood: ‘Was het destijds in hun belang om de oorlog in Jemen te beginnen? Landen maken soms verkeerde inschattingen. Ik sprak onlangs met een leider van de Houthi’s over hun relatie met Riyad. Hij zei: “Waar denk je dat onze toekomst ligt? Bij Saudi-Arabië en de Golfstaten, niet bij Iran. Als we ons land en onze economie willen opbouwen, hebben we de Golf nodig. Maar de Saudi’s en de Emirati’s geven ons geen alternatief en duwen ons steeds verder in de armen van de ayatollahs.’

‘Mogelijk zagen de Saudi’s het incident met het Iraanse vliegtuig als de provocatie te veel. Ongetwijfeld oefende ook de Jemenitische regering druk uit om in te grijpen. Maar volgens mij was het een grote vergissing. Want wat hebben ze uiteindelijk bereikt? Het vliegtuig is toch geland, de Houthi’s veroverden de controle over Bab el Mandab als reactie (intussen zou het Jemenitische regeringsleger die cruciale zeevaartroute tussen Europa en Azië deels heroverd hebben, red.) en het regent raketten op Riyad en Mekka.’

De breuk tussen Riyad en Abu Dhabi

De groeiende rivaliteit tussen Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten voedt de instabiliteit in de Golf nog meer, vooral in Jemen. Waar komt die breuk vandaan?

Abdullah Baabood: ‘Naar buiten toe leken de Emiraten altijd nauwer verbonden met de Saudi’s dan de andere Golfstaten. Maar dat was deels schijn. Achter die façade schuilde diepe onmin over een historisch grensdispuut. De Emirati’s beweren dat ze bij hun onafhankelijkheid in de jaren 70 grondgebied moesten afstaan om erkend te worden door hun machtige buur, waardoor Riyad het leeuwendeel van het gigantische olieveld Shaybah in handen kreeg.’

‘Nu de VAE aan macht en aanzien winnen, dagen ze de Saudische dominantie in de regio en in de Gulf Cooperation Council (GCC, verbond tussen zes Golfstaten, red.) steeds meer uit. Saudi-Arabië is met meer dan 80% van het grondgebied, de bevolking én de economie veruit het machtigste land binnen die samenwerkingsraad. Kleinere lidstaten beschouwen de organisatie dan ook eerder als een instrument van het Saudische buitenlandbeleid dan als een samenwerkingsblok.’

‘De hoofdzetel bevindt zich in Riyad, de geplande gezamenlijke centrale bank zou oorspronkelijk in de Emiraten komen, maar Saudi-Arabië eiste die ook op. De Emiraten willen niet langer in de schaduw van hun buur staan en varen steeds meer hun eigen koers. Ze concurreren economisch en begin dit jaar botsten hun belangen in Jemen.’ (In 2015 vormden beide landen nog een coalitie tegen de Houthi’s. Het afgelopen jaar steunde Abu Dhabi echter zuidelijke separatisten die vochten tegen het door Riyad gesteunde regeringsleger, red.)

‘De Golfstaten hebben nooit met één stem gesproken. Als de GCC ooit een echt blok wil worden, dan zal Saudi-Arabië de kleinere lidstaten meer ruimte moeten geven.’

Dubai, Verenigde Arabische Emiraten. Het Museum of the Future, de Al Yaqoub Tower en het financiële centrum bepalen de skyline langs Sheikh Zayed Road. De architectuur weerspiegelt Dubai’s ambitie om zich als internationaal centrum voor innovatie.

Dubai, Verenigde Arabische Emiraten. Het Museum of the Future, de Al Yaqoub Tower en het financiële centrum bepalen de skyline langs Sheikh Zayed Road. De architectuur weerspiegelt Dubai’s ambitie om zich als internationaal centrum voor innovatie.

Een ‘gouden brug naar Iran’

Als uitweg uit het moeras pleiten sommige Golfstaten er nu voor een ‘gouden brug’ naar Iran te bouwen. In plaats van het land te bestrijden en te isoleren, willen ze de economische banden aanhalen en Iran opnemen in een gezamenlijk veiligheidskader. Dat moet vijandelijkheden in de toekomst voorkomen. Hoe breed wordt die visie gedragen?

Abdullah Baabood: ‘Na de Islamitische Revolutie van 1979 probeerde Iran zijn ideologie naar de buurlanden te exporteren, wat een bedreiging vormde voor de Golfmonarchieën. Die reageerden door Irak te steunen in de oorlog tegen Teheran (1980-1988, red.), en alle banden te verbreken. Ze sloten de deuren, maar lieten de ramen open. De ayatollahs zagen die openingen en breidden via een netwerk van sjiitische milities hun invloed uit in Irak, Syrië en Libanon.’

‘Het isolatiebeleid heeft de Golfstaten niets opgeleverd, we zijn allemaal slachtoffers van de geografie. Daarom heeft Oman altijd gepleit voor dialoog. We hoeven het Iraanse regime niet graag te zien, maar we moeten ermee samenwerken. Het is een buurland, ongeacht wie er aan de macht is.’

‘In de jaren voor de huidige oorlog drong dat besef ook door bij sommige GCC-landen. Qatar zocht in 2017 toenadering tot Iran, toen Doha geboycot werd door de buurlanden. Saudi-Arabië herstelde in 2023 de diplomatieke banden met Teheran, met een historisch akkoord ondertekend in Peking.’

‘De Emiraten verzetten zich tegen die verzoening en sloten zich aan bij Israël, dat voor geweld koos. Het doel was om Iran vleugellam te maken en een nieuwe regionale orde te bouwen gedomineerd door Tel Aviv als bewaker van Amerikaanse belangen en met de Golfstaten als economische motor. Toen Israël en de VS Iran aanvielen en de hele regio meesleurden in de chaos, ging jarenlang diplomatiek werk in rook op.’

‘Maar de Amerikaans-Israëlische paraplu bleek geen bescherming te bieden tegen de neerslag van Iraanse drones en raketten. Het vertrouwen in de westerse bondgenoten is gekelderd. Israël blijkt een ongeleid projectiel.’

‘Politieke en sektarische meningsverschillen zullen altijd bestaan, maar we mogen geen slaaf van het verleden blijven. Om deze turbulente regio te stabiliseren is een mechanisme nodig dat iedereen samenbrengt, niet alleen de Golfstaten of de islamitische landen. Achter de schermen zijn er in het verleden zulke initiatieven geweest, waaraan bijna alle landen uit het Midden-Oosten deelnamen, ook Iran én Israël.

Iran en Israël zaten officieel nooit samen aan tafel. Hoe concreet waren die plannen?

Abdullah Baabood: ‘Ik was zelf betrokken bij verregaande vertrouwelijke gesprekken tussen Israëlische, Iraanse, Turkse en Arabische delegaties. De deelnemers hadden groen licht van hun regeringen, ook die uit Teheran en Tel Aviv. We wilden een breed regionaal samenwerkingsverband oprichten, gericht op vrede, veiligheid en economische integratie. Ook Israël kon daar een plaats in krijgen, op voorwaarde dat het een Palestijnse staat erkende.’

‘We keken naar bestaande modellen, zoals de EU en het Helsinki-proces (overleg tussen Oost en West tijdens de Koude Oorlog, dat later leidde tot de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, red.). Zweden en de Baltische staten steunden het project. De Amerikanen hielden we er bewust buiten, dat zou potentiële leden afgeschrikt kunnen hebben.’

Waarom is dat project niet van de grond gekomen?

Abdullah Baabood: ‘Op een bepaald moment zeiden we tegen de Israëli’s: ‘Alle deelnemers zijn bereid Israël te erkennen als volwaardig lid van de regio. Dat is een enorme kans. Maar we kunnen dat onmogelijk tegenover onze bevolking verantwoorden zolang jullie geen Palestijnse staat erkennen.’

‘De Israëlische delegatie ging met die boodschap naar Tel Aviv, maar kwam terug met de instructie dat ze hierover niet mocht onderhandelen. Daarna verdween het momentum, de Iraniërs haakten af en zelf zag ik er ook het nut niet meer van in.’

Dus het liep vast op de Palestijnse Kwestie?

Abdullah Baabood: ‘Inderdaad. Israël laat zo kansen op vrede in het Midden-Oosten liggen. Het wil geen tweestatenoplossing, maar evenmin een eenstaatoplossing. Wat wil het dan wel? Ik vraag me soms af of de Israëli’s dat zelf weten.’

‘Israël kan niet eeuwig vertrouwen op militaire macht en Amerikaanse steun alleen. Ooit komt daaraan een einde en dan moet het leren samenleven met de rest van de regio. Hoe sneller Israël dat inziet, hoe beter voor de internationale veiligheid. Maar ik zie het niet snel gebeuren.’

‘Tel Aviv heeft een bijna religieus geloof in voortdurende confrontatie, het wil een Groot-Israël stichten en de regio domineren. Maar dat voedt alleen de cyclus van geweld en is onhoudbaar.’

Vertegenwoordigers van het Mekka-pact (het militair verbond tussen Saudi-Arabië, Turkije en Pakistan) reisden onlangs naar Teheran. Is dit een eerste stap naar de ‘gouden brug’ naar Iran?

Abdullah Baabood: ‘Dat is een belangrijke en hoopgevende ontwikkeling. Of ze ook historisch is, zal afhangen van de resultaten. De aanwezigheid van hoge functionarissen toont alleszins dat de landen het geweld willen bezweren.’

‘Het toont ook dat militaire afschrikking en diplomatie hand in hand kunnen gaan. Het kan een eerste stap zijn naar die “gouden brug”, ja, een uitweg uit de confrontatie, waarbij Iran voor vrede kan kiezen zonder gezichtsverlies te lijden.’

‘Maar die brug moet in twee richtingen werken. Iran moet de soevereiniteit en veiligheid van zijn buurlanden respecteren, terwijl de Golfstaten Teheran uitzicht moeten bieden op economische kansen en sanctieverlichting.’

‘De echte test is of deze gesprekken concrete afspraken opleveren over het stoppen van aanvallen en veilige doorgang voor schepen in de Straat van Hormuz. Ook de andere Golfstaten moeten daarbij betrokken worden.’

Tankers in de straat van Hormuz

De Straat van Hormuz tussen Oman en Iran vormt een van de belangrijkste doorgangen voor de wereldwijde oliehandel.

Ook Jemen stond op de agenda. Wat kan deze top betekenen voor de crisis daar?

Abdullah Baabood: ‘Het biedt een kans om de geweldscyclus te doorbreken. Iran kan zijn invloed op de Houthi’s aanwenden om de kalasjnikovs te doen zwijgen. Maar de Houthi’s varen ook hun eigen koers, en het conflict kent veel meer betrokken partijen. Een akkoord tussen Riyad en Teheran kan de deur naar vrede openen, maar uiteindelijk moeten de Jemenieten er zelf door stappen.’Beschermheer of onruststoker?

De Iran-oorlog sloeg het imago van de VS als ultieme beschermheer aan diggelen. Washington gaf ook niet thuis toen Riyad onlangs steun vroeg om de Houthi’s aan te vallen. Welk effect heeft dat op de Amerikaanse invloed in de regio?

Abdullah Baabood: ‘Het vertrouwen in de VS is het afgelopen jaar gekelderd. Hun invloed in de Golf neemt af, maar dat past binnen een mondiale machtsverschuiving. Het economische zwaartepunt in de wereld lag ooit boven de Atlantische Oceaan, maar is intussen naar Azië verschoven. De Golfstaten voeren het grootste deel van hun olie uit naar Azië en halen daar ook de meeste importgoederen vandaan. De wereld is bovendien niet langer unipolair, China steekt de VS naar de troon op dat vlak.’

‘Zulke overgangsperiodes brengen altijd instabiliteit mee. De Amerikaanse en westerse invloed brokkelden al af, maar de oorlog in Gaza en tegen Iran hebben dat proces versneld. Op beleidsniveau blijven de VS de belangrijkste militaire bondgenoot in de Golf, maar veel gewone mensen zijn woedend.’

‘Voor de oorlog was de Straat van Hormuz gewoon open en werkten de Golfstaten aan toenadering tot Iran. Toen begonnen de Amerikanen een roekeloze oorlog in het belang van Netanyahu, zonder rekening te houden met ons. We werden slachtoffers van onze ligging, van Netanyahu’s waanzin én van onze band met Washington. Dat sentiment leeft hier enorm onder de bevolking.’

‘Ook Europa deelt in de volkswoede. Veel mensen vragen zich af wat het Westen eigenlijk gedaan heeft voor dit werelddeel, behalve dan goedkope olie afpakken en ons onder de knoet houden. Westerse mogendheden hebben dit gebied bezet en erna opgedeeld met de meetlat. Met de stichting van Israël creëerden ze een blijvende bron van spanning.’

‘Van echte economische samenwerking kwam weinig terecht. Natuurlijk dragen onze leiders ook verantwoordelijkheid, maar Europa had de kans om de regio vooruit te helpen en heeft die laten schieten.’

Welke kansen heeft Europa dan concreet gemist in het Midden-Oosten?

Abdullah Baabood: ‘Er zijn veel pogingen ondernomen om beide regio’s sterk te verweven, wat logisch is. Europa is ons buurcontinent, we hebben er veel meer mee gemeen dan met China. Maar de Euro-Arabische dialoog, de Euro-Mediterrane samenwerking of de gesprekken tussen de EU en de Golfraad hebben niets opgeleverd door protectionisme en kortzichtigheid. Op een bijeenkomst in Spanje hoorde ik mensen klagen over de concurrentie van Marokkaanse tomatentelers. Je hebt een hele regio naast de deur waarmee je handel kunt drijven, en je maakt je druk om goedkope tomaten! Alsof die de Europese economie bedreigen.’

‘Toen de Golfstaten een eigen petrochemische industrie wilden ontwikkelen, verzette Europa zich daar ook tegen uit vrees voor concurrentie. Terwijl die sectoren elkaar net hadden kunnen versterken. Productie in de Golf, waar de grondstoffen zitten, aangevuld met Europese specialisatie in hoogwaardige producten. Bij ons is die industrie enorm gegroeid, maar Europa miste de boot.’

‘Hetzelfde geldt voor hernieuwbare energie en onderzoek. Waarom zijn er zoveel Amerikaanse universiteiten in de Golf en nauwelijks Europese? Vroeger studeerden en reisden onze jongeren vooral in Europa, nu trekken ze steeds vaker naar Azië. China hoeft niet eens iets te doen. Het wacht rustig af en profiteert van de fouten van Europa en de VS. Europa betaalt een hoge prijs voor de verwaarlozing van zijn buurregio.’

Hadden de Golfstaten ook boter op het hoofd?

Abdullah Baabood: ‘Zeer zeker. De GCC wilde een vrijhandelsakkoord met Europa, maar de lidstaten hadden nog verschillende douanesystemen. Europa eiste terecht harmonisering, wat uiteindelijk tot een douane-unie leidde. Daarna liepen de onderhandelingen vast op wederzijdse heffingen. De Europese koolstofheffing stuitte op Saudisch verzet, Riyad dreigde met uitvoerheffingen op olie. Dat waren oplosbare geschillen, als beide partijen het grotere plaatje voor ogen hadden gehouden.’

Logo of Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek, with stylized "pd" in a pink square and text in bold pink font.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in