‘China weet: als je nog honderden jaren een sterke beschaving wil blijven, heb je je natuurlijke rijkdommen nodig’

China talks #2: Ma Tanjie, milieu-expert, journalist en auteur

‘China weet: als je nog honderden jaren een sterke beschaving wil blijven, heb je je natuurlijke rijkdommen nodig’

Fotocollage met een kaart van China en windmolens
Fotocollage met een kaart van China en windmolens

Zo’n vijftien jaar geleden bereikte de vervuiling in China ‘zo’n catastrofale niveaus dat het een kwestie van maatschappelijke stabiliteit werd’, vertelt Ma Tianjie, milieu-expert, journalist en auteur van het boek In Search of Green China. Hij is duidelijk: om met China te kunnen concurreren, zal ook in het Westen de overheid meer moeten sturen.

Serie: China Talks

De naoorlogse wereldorde staat op zijn kop en China werpt zich steeds meer op als alternatieve machtsfactor. Maar wat weten we nu eigenlijk écht over dat land?

In deze reeks interviews gaat MO*journalist John Vandaele op zoek naar hoe de Chinezen écht denken. Dit is episode 2: wat zijn de successen en uitdagingen van het Chinese milieu- en klimaatbeleid?

Ma Tianjie besteedde naar eigen zeggen zijn hele loopbaan aan milieuthema’s. Rond de eeuwwisseling werden in China veel milieuorganisaties opgericht, en die zochten dikwijls vrijwilligers op de campussen van universiteiten. Zo leerde Ma de Chinese milieubeweging kennen, die toen heel actief was in de strijd tegen vervuiling en voor de bescherming van wilde dieren.

‘Na de universiteit wilde ik me daar voltijds professioneel aan wijden. Ik zocht contact met Greenpeace, WWF en een aantal Chinese milieu-ngo’s, en uiteindelijk gaf Greenpeace me mijn eerste baan. Zo werkte ik een tiental jaar aan milieuthema’s. Daarna ging ik bij China Dialogue werken. Dat is meer een project van milieujournalistiek dat verslag uitbrengt over milieuproblemen en -wetgeving.’

Met dat alles is Ma een Chinese milieuexpert die relatief onafhankelijk kan oordelen over het Chinese milieubeleid.

Zijn boek beschrijft hoe milieuactivisten tot 2010 een grote rol speelden in het milieubeleid. Ik vraag hem of mijn indruk klopt dat dit nu minder mogelijk is.’

Ma Tianjie: ‘Min of meer. Er is een verschuiving geweest in de manier waarop China milieuproblemen wil aanpakken. Vanaf 2000 was het model er een van milieupluralisme. Het probleem was zo groot dat men dacht: we hebben iedereen nodig, van nationale media over ngo’s tot bedrijven. Maar in 2013 besliste de regering om zelf het probleem aan te pakken, vooral de luchtvervuiling in en om Beijing.’

‘Een blauwe lucht komt weer steeds vaker voor. Rivieren zijn niet langer stinkend en zwart. Dat is zeer duidelijk voor iedereen die hier leeft.’

‘De regering werd er beter in. Ze had veel meer een wetenschappelijke aanpak en wist hoe ze bedrijven moest aanzetten tot een groenere werkwijze. De top-downaanpak, met de overheid die alles aanstuurt, werd de hoofdaanpak, terwijl de rol van media en ngo’s secundair werd.’

Betekent dit dat die laatsten voorzichtiger moeten zijn?

Ma Tianjie: ‘Media en ngo's moesten altijd al voorzichtig zijn. Maar de hele beleidsaanpak is veranderd.’

‘Ik beschrijf in mijn boek hoe fotograaf Huo Daishan de vervuiling van de Huai-rivier aankloeg met zijn foto’s. Tien, vijftien jaar geleden was het de rol van media en ngo's om de ogen van de overheid te zijn. Als ze vervuiling opmerkten op de rivier, belden ze de hotline van het lokale milieubestuur om dat te vragen op te treden. Vrijwilligers patrouilleerden de hele tijd langs de rivier.’

‘Als je nu naar de Huai kijkt, zijn er duizenden state-of-the-art meetinstallaties die hun gegevens vierentwintig uur per dag doorsturen naar provinciale en nationale autoriteiten. De Huo Daishans van deze tijd zullen moeite hebben om een nieuwe vervuilde plek te vinden, want de overheid weet alles.’

‘Natuurlijk spelen ngo’s zoals Friends of Nature nog een rol. Maar dat gaat minder om het opsporen van vervuiling dan om het aanspannen van rechtszaken tegen geplande projecten. Zo willen ze potentieel vervuilende projecten voorkomen. Hun rol is nu heel anders, omdat de staat zoveel meer macht en capaciteiten heeft om de milieusituatie te monitoren. Ze moeten een nieuwe rol vinden.’

Blauwe lucht, vervuilde grond

Werkt de huidige aanpak? Ik bedoel: hoe zou u de milieusituatie in China omschrijven?

Ma Tianjie: ‘Vanuit het oogpunt van de individuele burger is er enorm veel verbeterd. Als je kijkt hoe de lucht nu ruikt, hoe het water eruit ziet… Dan is er een groot verschil. Een blauwe lucht komt weer steeds vaker voor. Rivieren zijn niet langer stinkend en zwart. Dat is zeer duidelijk voor iedereen die hier leeft.’

‘Maar als je dieper graaft, betekent dat niet dat alle milieuproblemen opgelost zijn. De klimaatverandering, broeikasgassen… Dat is nog altijd iets waarmee we worstelen. Bedrijven hebben stroom nodig en die wordt dikwijls met steenkool geproduceerd. Het lijkt erop dat we in 2025 de piek hebben bereikt, maar we moeten afwachten of dit in 2026 bevestigd wordt. Dat blijft een groot probleem.’

‘Er is ook de erfenis van veel milieuproblemen uit het verleden. Vooral in het centrum van China, waar veel mijnbouw was en is. Dat gaat om ernstig vervuilde gronden. Het vergt veel kapitaal en technologie om dat op te lossen.’

Denkt u dat de overheid dat wil, de milieuproblemen oplossen?

Ma Tianjie: ‘Dat zal moeten, want veel van die gronden behoren tot de meest vruchtbare gebieden van China. Als je daar voedsel wil produceren, móét je die vervuiling aanpakken. De voorbije jaren zagen we daarin al aanzienlijke investeringen. Ook de huisvesting vereist dat je dit probleem aanpakt: je kan geen nieuwe wijken bouwen op vervuilde gronden, want dan krijg je gezondheidsproblemen.’

‘De samenleving probeert de milieuproblemen aan te pakken die het gevolg zijn van decennia economische groei. Dat zal meer dan een paar jaar vergen.’

Waarom is de Chinese staat de milieuproblemen gaan aanpakken? In uw boek schrijft u dat president dat Xi Jinping al vroeg interesse toonde voor milieu.

Ma Tianjie: ‘De grootste drijfveer voor het vergroenen van het Chinese groeimodel is de schade die de vervuiling veroorzaakt heeft. Als je kijkt naar de kosten die China opliep in de eerste jaren van deze eeuw, het niveau van de vervuiling, de gezondheidsproblemen…’

‘Rond 2011 bereikte de wijdverspreide luchtvervuiling zo’n catastrofale niveaus dat het een kwestie van maatschappelijke stabiliteit werd, iets wat voor de partij altijd van groot belang is. Door de hoeveelheid milieuprotesten in de straten van China of de massale ontevredenheid op het internet, beseften de leiders dat ze dit probleem niet konden verbergen of de aanpak ervan uitstellen. Dat was het voornaamste motief voor de vernieuwde aanpak.’

‘De tweede drijfveer is dat het centrale bestuur het aanpakken van milieuproblemen zagen als een kans. Ze beseften dat ze door het instellen van zeer strikte milieunormen de industrie eigenlijk meer competitief konden maken. Ze moesten schone technologieën ontwikkelen, en die technologieën werden iets dat China globaal kan verkopen.’

‘Dat toonde zich het sterkst in sommige van de grote industrieën waar China nu erg sterk in staat, zoals elektrische voertuigen, zonnepanelen, batterijen en windturbines. Die werden rond 2010 aangeduid als strategisch belangrijke industrieën. Dat was het moment waarop China echt probeerde uit te zoeken waar we moesten op inzetten als we ons op een ‘’‘schonere’ manier wilden ontwikkelen.’

‘De-industrialisering was nooit een optie, want industrie is te belangrijk als bijdrage tot de groei. Dan was de vraag: als je niet op vuile staal- of cementfabrieken wil inzetten, waarop dan wel? Zo kwamen we tot tien opkomende industrieën van de toekomst.’

Is dat dan het fameuze ‘Made in China 2025’?

Ma Tianjie: ‘Neen, dit kwam nog vroeger. De keuze om China verder maar schoner te industrialiseren werd gemaakt in 2010, na de klimaattop van Kopenhagen. Het was een keuze om China verder te industrialiseren, maar wel schoner.’

‘De overheid heeft grote bedragen in die industrieën gepompt: met subsidies, incentives, investeringen in onderzoek en ontwikkeling, vraag scheppen door lokale besturen te verplichten die groene producten in een vroeg stadium te kopen. Door zo gunstige voorwaarden te scheppen, hebben die investeringen zich vijftien jaar later terugbetaald. Want dit zijn nu net de industrieën waarin China het sterkst in staat.’

‘Groene groei

Het is indrukwekkend hoe China zo snel wereldleider werd in die sectoren. In het Westen wordt dikwijls gesteld dat China het spel niet volgens de regels van de markt speelt en daarom zo competitief is.

Ma Tianjie: ‘Ik denk dat schaal een zeer grote factor is: omdat de Chinese binnenlandse markt zo groot is, helpt dat bedrijven om hun kosten te verminderen. Ten gronde is het vooral de binnenlandse markt die speelt.’

‘Neem de zonnepanelen: die kwamen echt van de grond nadat de Europese Unie en de Verenigde Staten invoertarieven invoerden. Toen de uitvoer van die producten het rond 2012 echt moeilijk kreeg, nam de regering maatregelen opdat al die producten werden geabsorbeerd door de eigen markt. Zo ontstond een zeer competitieve binnenlandse markt.’

‘Je kan de groene aanpak wel verpakken in een laagje traditionele Chinese cultuur, maar dat is meer de kers op de taart.’

‘Pas van dan af werd men echt agressief in technologieontwikkeling en kostenvermindering. Niet door met Europese bedrijven te wedijveren, maar door met elkaar te concurreren in China. En toen die ronde van binnenlandse competitie gereden was, waren de sterkste Chinese bedrijven mondiale kampioenen, omdat ze getraind waren op de Chinese markt met hun soortgenoten. Dat maakte hen zó sterk dat het voor fabrikanten uit andere landen moeilijk werd om nog met hen te concurreren.’

China was toen geen rijk land. Hoe gedurfd was dat beleid?

Ma Tianjie: ‘Op een bepaalde manier was China hiertoe verplicht, omdat de EU de uitvoer belemmerde. Om al die bedrijven te redden, kwam de regering met een plan om hen binnenlands te helpen door installatie van zonnepanelen of windmolens op grote schaal te stimuleren. Zo werden ze competitief.’

Ik bedoel: de staat had ook kunnen kiezen voor meer steenkool. Of speelde de Chinese culturele traditie die harmonie met de natuur nastreeft? En welke rol speelde president Xi?

Ma Tianjie: ‘Het culturele element is meer de kers op de taart. Je kan de groene aanpak wel verpakken in een laagje traditionele Chinese cultuur, maar de twee genoemde factoren waren fundamenteel.’

‘Xi heeft wel een persoonlijke betrokkenheid bij groene thema’s. Rond 2000 was hij gouverneur in Fujian en Zhejiang, twee provincies die vooropliepen in het milieubeleid en in het vinden van een nieuwe manier van groeien. Dat liet een bepaalde indruk na bij hem. Het idee van groene groei heeft hij altijd verdedigd, of het nu in zijn geschriften, speeches of beleid was.’

Milieuschade in cijfers

Pan Yue, topambtenaar op het ministerie van Milieu, stelde in 2004 het Green GDP voor, een groene versie van het bruto nationaal product (bnp of in het Engels GDP) dat de waarde van schade aan het milieu mee in rekening nam. Dat toonde aan dat China amper groei kende als je de milieuschade aftrok. Dat klonk scherp. Intussen is dat instrument afgevoerd.

Ma Tianjie: ‘Het Green GDP wordt niet meer gebruikt zoals Pan het oorspronkelijk had gepland, maar vandaag probeert men iets gelijkaardigs te doen maar met een andere naam. In de regering is er een hele beweging van ‘‘ecologische boekhouding’’: die wil berekenen hoeveel natuurlijke rijkdommen China nog heeft en hoeveel het er heeft gebruikt. Door dat in cijfers uit te drukken, kunnen ze lokale leiders verantwoordelijk maken voor wat ze doen.

‘Dit is echt nu bezig. Visionairen als Pan Yue hebben daarin een pioniersrol gespeeld. Ze populariseerden het idee van het milieu als een soort nationale schat: China heeft allerlei soorten waardevolle natuurlijke rijkdommen, en we mogen die niet verkwisten voor economische voordelen op korte termijn. Als je wil dat China nog honderden jaren een sterke beschaving blijft, dan heb je die strategische natuurlijke rijkdommen nodig. Je moet er voorzichtiger mee omspringen.’

‘Dat soort beschavingsperspectief werd een fundamentele drijfveer voor denkers als Pan of zelfs voor president Xi. We moeten een betere beheerder worden van onze natuurlijke rijkdommen, want dat maakt China sterker.’

Xi zei het als volgt: ‘De Groene Berg kan wel bergen goud scheppen, terwijl bergen goud geen groene bergen kunnen scheppen.’

Ma Tianjie: ‘Inderdaad.’

China wil ‘volgende generatie’ zijn

Chinese vijfjarenplannen bepalen nu hoeveel water kan verbruikt worden.

Ma Tianjie: ‘Dat zijn die ecologische rode lijnen die allerlei grenzen trekken rond China’s natuurlijke rijkdommen: water, bossen, ertsen… Ze willen die beheren als strategische bronnen en op lange termijn gebruiken, in plaats van ze te verkwisten voor groei op korte termijn.’

Is dat een verschuiving naar een ander economisch model?

Ma Tianjie: ‘Dat hoop ik. China probeert dat uit te zoeken, maar heeft het nog niet gevonden. Het is het begin van een herdenken van hoe je die nationale rijkdommen beheert als input voor je economie en van hoe je denkt over economische groei.’

‘De laatste jaren heeft men aanvaard dat lagere economische groei gepaard kan gaan met meer levenskwaliteit. Dat is al een grote verschuiving tegenover tien jaar geleden, toen groei van meer dan tien procent haast een verplichting was voor het land.’

Xi introduceerde de term ‘ecologische beschaving’. Heeft dat een echte betekenis?

Ma Tianjie: ‘Leiders zoals Pan of Xi denken over dit onderwerp als een beschavingsuitdaging. Zij denken niet aan tien jaar, maar aan honderd of zelfs duizend jaar. Hoe zorg ik ervoor dat wat ik nu doe een positieve impact heeft op de toekomst van de Chinese beschaving? Daarom gebruiken ze die term.’

‘Als je zo kijkt, zoek je naar een systeem dat verzekert dat die rijkdommen op een strategische en wijze manier benut worden, zodat toekomstige Chinezen die nog altijd hebben om sterk en competitief te blijven als natie. Daar zit zeker een nationalistisch element in.’

‘Er is een heel omvattend systeem nodig om die rijkdommen te beschermen. Sommige plekken zijn gewoon off-limits: je kan ze niet gebruiken om er wegen te bouwen of zaken voor vandaag op te realiseren. Ze worden behouden voor de toekomst. Ecologische rode lijnen moeten die rijkdommen in een gezonde staat houden.’

‘Daarnaast is er zoiets als groene competitiviteit. Ze hebben een soort groene verplichting opgelegd aan het ontwikkelingsmodel en dat moet dan de competitiviteit van China op de lange termijn overeind houden. Dat moet een groene beschaving worden die de industriële beschaving overstijgt, waarvan ze denken dat het Westen er goed in was. China wil de volgende generatie zijn en de weg tonen naar het volgende paradigma.’

portretfoto van Ma Tianjie

Ma Tianjie: ‘Het gevecht is nog niet gewonnen. Momenteel komt 25% van de stroom uit hernieuwbare energiebronnen. Dat naar 80% duwen, vergt veel vernieuwing van het stroomnet. En dat is nog niet geregeld. Het is nog bezig.’

Voordelen voor andere landen

Met al zijn betaalbare schone technologie beschikt China over een enorm krachtig instrument om de meeste andere landen, het Globale Zuiden op kop, daarbij te helpen. Toch blijft China daar relatief stil over.

Ma Tianjie: ‘Je hebt gelijk. Vooral de voorbije twee, drie jaar is het riskant om daar teveel over te praten, ook al heeft China de intentie zijn groene technologie of oplossingen uit te voeren naar de rest van de wereld. China beseft dat landen niet te afhankelijk willen worden.’

‘Ontwikkelingslanden willen effectief het klimaatprobleem aanpakken. Ze willen betaalbare groene technologie, maar willen ook graag hun eigen industrie ontwikkelen in plaats van alleen maar bij China te kopen. Financieel hebben veel ontwikkelingslanden het ook moeilijk sinds de pandemie. Altijd alleen maar buitenlandse producten invoeren, ook al zijn die groen, is een legitieme bezorgdheid.’

‘Chinese beleidsmakers willen best praten over een oplossing die voor beide zijden voordelen is, in plaats van gewoon de toegang tot belangrijke markten te verliezen.’

‘Kan China hen helpen om hun eigen groene industrie te bouwen, in plaats van alleen maar te verkopen? Kan China Indonesië helpen om zelf meer elektrische voertuigen te bouwen? En hoe balanceer je dat met het verlangen van Chinese autoproducenten om daar wagens te verkopen?’

‘Hoe deel je de winsten en voordelen? Zelfs de EU vraagt nu om niet alleen maar Chinese elektrische voertuigen naar haar uit te voeren, maar ook samen elektrische voertuigen te bouwen.’

De Europeanen kunnen China kopiëren, dat vanaf de jaren 1990 westerse bedrijven verplichtte joint ventures met Chinese bedrijven op te richten. Door die samenwerkingen konden ze zelf leren.

Ma Tianjie: ‘Juist. Dat wordt het volgende grote debat: ook al heeft China alle nodige producten, het kan niet zomaar alles overal gaan dumpen. Je moet oplossingen vinden die ook de anderen voordelen bieden.’

In Europa

Amerikaanse multinationals bouwden na 1945 fabrieken in Europa. Zou China hetzelfde pad willen opgaan?

Ma Tianjie: ‘Zeker. Als je ziet hoe China omgaat met de handelsoorlog rond elektrische voertuigen...’

‘De VS waren heel drastisch: geen invoer van Chinese elektrische voertuigen. De EU wil meer onderhandelen en zoeken naar een gemeenschappelijke aanpak. Ze wil dat China de prijzen niet te laag zet, om de Europese producenten wat te beschermen. Aan de andere kant wil de EU wel wat Chinese elektrische voertuigen aanvaarden in ruil voor een transfer van de technologie.’

‘Er is iets in de maak. Misschien komen ze met een oplossing die voor beide zijden voordelig is. Chinese beleidsmakers willen best praten als het alternatief is dat ze de toegang tot die belangrijke markten zouden verliezen.’

Groene energie én steenkool

We bespraken successen van het Chinese milieubeleid, maar er zijn ook keerzijden. Uw boek vertelt hoe verbrandingsovens door sterk lobbyen het pleit wonnen van afvalpreventie en recyclage. Daardoor zijn er nu zoveel ovens dat ze onvoldoende afval hebben.

Ma Tianjie: ‘Milieubeleid is niet als een schakelaar die in China in één keer het groene licht aan knipt, zelfs al is er een sterke intentie van het centrale bestuur. Veel industrieën die geprofiteerd hebben van het oude groeimodel, willen deel blijven uitmaken van de toekomst van China.’

‘Daarom is de uitstoot van broeikasgassen niet zo makkelijk te verminderen. Ook al groeiden zonne- en windkracht de voorbije jaren immens, tegelijk worden vandaag nog kolencentrales gebouwd. Ze claimen een nieuwe rol als back-up voor als er geen wind of zon is, als ruggengraat van het stroomnet. Dat argument slaat aan omdat China stroomonderbrekingen heeft gekend door extreme droogte of hittegolven.’

‘Ze gebruiken allerlei argumenten: je moet ons behouden, we zijn stabiel en lokaal. Dit soort debat speelt in heel het land. Ze gaan niet openlijk het groene beleid van Xi tegenspreken, maar in stilte werken ze tegen.’

‘Het klassieke westerse milieubeleid bestaat vooral uit regels en wetten: China heeft die weg niet genomen omdat het nog een ontwikkelingsland is en het zich geen de-industrialisering kan permitteren.’

Betekent dit dat steenkool trager zal verdwijnen?

Ma Tianjie: ‘Als je de uitstoot van broeikasgassen wil verminderen, zoals het Klimaatakkoord van Parijs wil, zou het uit bedrijf halen van steenkoolcentrales sneller moeten. Maar momenteel worden er nog nieuwe gebouwd.’

‘Het zal nog enkele jaren duren voor we weten hoe dit afloopt. De sector van de hernieuwbare energie is nu zo groot geworden dat ze ook kan lobbyen.’

‘De komende jaren bereiken we een punt waarop terugkeer onmogelijk is en dat grote veranderingen van het stroomnet vereist. Dat hangt ook af van State Grid (het Chinese overheidsbedrijf dat het elektriciteitsnet beheert, red.). Als zij overtuigd zijn, zullen ze ook moet innoveren. State Grid is nog niet zo agressief geweest op dat vlak.’

Zegt u dat het gevecht nog niet gewonnen is?

Ma Tianjie: ‘Nog niet. Momenteel komt 25% van de stroom uit hernieuwbare energiebronnen. Dat naar 80% duwen, vergt veel vernieuwing van het stroomnet. En dat is nog niet geregeld. Het is nog bezig.’

Industrie meer sturen

Wat zijn de verschillen tussen het westerse milieubeleid en het Chinese?

Ma Tianjie: ‘Het grootste verschil is het gebruik van industriebeleid. Het klassieke westerse milieubeleid bestaat vooral uit regels en wetten: je maakt de milieunormen zo strikt dat de productie schoner wordt, en dat sommige industrieën zelfs naar andere landen gaan. China heeft die weg niet genomen omdat het nog een ontwikkelingsland is en het zich geen de-industrialisering kan permitteren. Het kwam met iets anders.’

‘Natuurlijk verscherpen ook de Chinese leiders de normen, maar ze brengen de industrie er ook toe om anders te werken. De staat speelt daarin een grote rol. Westerse regeringen speelden tot nu toe die rol niet of minder, tot ze zich nu misschien realiseren dat industriebeleid een noodzaak is als ze willen concurreren met China.’

Hoe ‘schoon’ zal China worden?

Ma Tianjie: ‘Moeilijk te zeggen. Dat hangt ook af van wat je bedoelt met schoon. Ik ben er vrij zeker van dat China economische welvaart kan combineren met een fatsoenlijk milieuniveau. Het eindpunt kan ik niet benoemen omdat er zoveel verandert.’

‘AI compliceert nu al de modellen van stroomverbruik. Drie jaar geleden dachten we dat het stroomverbruik zijn piek zou bereiken, nu denken we dat het misschien nog zal exploderen. Hoe pak je dat aan? Niemand weet het.’

‘De belofte voor verstandig milieubeleid is er nog, maar de toekomst is onvoorspelbaar? Ook omdat de geopolitieke situatie zo onzeker is.’

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in