Hulporganisaties stappen naar Israëlisch Hooggerechtshof

Tientallen internationale hulporganisaties moeten van de Israëlische overheid hun activiteiten in Gaza stopzetten tegen eind februari. Nu die deadline nadert, stappen 31 organisaties naar het Israëlische Hooggerechtshof. Ze vragen een opschorting van de maatregel voordat er onherstelbare schade ontstaat voor de burgers die van hun hulp afhankelijk zijn.

Op 30 december vorig jaar hebben 37 organisaties officieel bericht gekregen dat hun Israëlische registratie de volgende dag zou aflopen. Daarmee kregen ze nog zestig dagen om hun werking af te bouwen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. De gevolgen zouden meteen voelbaar zijn, niet alleen voor de betrokken organisaties maar voor het hele humanitaire systeem, zeggen ze.

In Gaza zijn gezinnen immers nog steeds sterk afhankelijk van externe hulp, terwijl de toegang tot hulpgoederen beperkt blijft en er opnieuw aanvallen plaatsvinden in dichtbevolkte gebieden. Ook op de Westelijke Jordaanoever nemen de humanitaire noden toe, zeggen de organisaties.

Persoonlijke gegevens

De organisaties kunnen in principe opnieuw het registratieproces doorlopen, maar daar verzetten ze zich tegen omdat ze dan volledige lijsten met nationale medewerkers moeten overdragen, inclusief persoonlijke contactgegevens. Ze vrezen dat hun medewerkers zo blootgesteld kunnen worden aan represailles. Voor Europese organisaties zou naleving bovendien zware juridische en contractuele aansprakelijkheid meebrengen.

Onder meer Oxfam, Handicap International en Pax Christi International stappen daarom naar het Israëlische Hooggerechtshof. Ze vragen een voorlopige maatregel waardoor ze verder kunnen werken in afwachting van een definitieve rechterlijke uitspraak. ‘De kernvraag is of administratieve maatregelen mogen worden gebruikt om gevestigde humanitaire operaties te beperken op een manier die niet verenigbaar is met de verplichtingen van een bezettende macht onder het internationaal humanitair recht’, zeggen ze.

Onomkeerbare gevolgen

Samen met VN-agentschappen en lokale organisaties leveren internationale ngo’s meer dan de helft van alle voedselhulp in Gaza. Ze beheren of ondersteunen zes op de tien veldhospitalen en zijn goed oor bijna driekwart de verdeling van basisgoederen en materialen voor noodonderdak, een een derde van de financiering voor ontmijning en noodonderwijs.

‘Als  deze maatregelen ingaan, stopt de hulp niet omdat mensen ze niet meer nodig  hebben’, zeggen de ngo’s. ‘Ze stopt omdat ze afhankelijk wordt gemaakt van politieke en  administratieve voorwaarden. Op een moment waarop burgers die hulp nodig hebben om te overleven, zou dat meteen zware en onomkeerbare gevolgen hebben voor mensenlevens.’